Scheepstypen

‹terug›

Zeeuwse schouw

In Zeeland zijn tot het midden van de vorige eeuw houten vissersvaartuigen in gebruik geweest die door van Beylen werden omschreven als "Zeeuwse schouwen", hoewel daartoe waarschijnlijk meerdere, op onderdelen verschillende subtypen moeten worden gerekend. De gegevens erover zijn schaars en er zijn slechts enkele originele exemplaren behouden gebleven. Grondkenmerk is het in vóór- en achterschip tot de punt opgebrande vlak, de "heve". Aan het achterschip is een scheg aangebracht voor het ophangen van het (vissende) roer. De romp bestaat uit 2 of drie delen, overnaads gebouwd, met scherpe knikken in de kim en op het berghout en eindigend tegen de zijkanten van het opgeboeide vlak. De kop doet daardoor ietwat aan die van een vlet denken. Het door Van Oudgaarden eind jaren '50 als jacht ontworpen type in staal heeft een rechte achterspiegel en voldoet daardoor niet aan de criteria voor een Zeeuwse schouw; het wordt in het Stamboek volstrekt arbitrair als "Tholense schouw" aangeduid omdat niemand weet of die als zodanig ooit bestaan heeft.