Aanpassingen SSRP Criteria april 2012

Naar aanleiding van de ontwikkelingen in de laatste tijd in de wereld van de grote Lemsteraken, ziet de Criteriumcommissie van de SSRP de noodzaak tot het doorvoeren van een aantal criteriawijzigingen die tot doel hebben enerzijds de bestaande zeilpraktijken aan te passen, veiliger en handzamer te maken en anderzijds de oude rompvorm en uitrusting van onze schepen beter te waarborgen.

De volledige tekst van de meest recente criteria kunt u hier downloaden. In de criteria worden laatste wijzigingen of aanvullingen in kleur aangegeven.

Wat is er in April 2012 aangepast?

Dekhoogte en verschansinghoogte van Lemsteraken vissermanschepen tot 14 meter over de stevens gemeten

De moderne tijd vereist voor de afzet van schepen vanaf ongeveer 7 meter de noodzaak om zoveel mogelijk tot stahoogte te kunnen komen in (achterste deel van) het vooronder. Met de bestaande bepalingen in de criteria levert dit bij vissermanschepen tot 14.65 m. over de stevens, met een geïntegreerd zettelboord, problemen op. Ook bij benutting van de spantruimte op het vlak door middel van een spantloos, extra stevig vlak van dikkere plaat, blijkt de te realiseren hoogte in het vooronder te klein om een gemiddelde stahoogte te kunnen realiseren. Ontwerpen van dit type schepen is in het verleden ten onrechte beoordeeld door medeneming van de hoogte van het zettelboord bij de geëiste verschansinghoogte. Om deze reeds bestaand praktijk te legaliseren, en de bouw en verkoop van deze schepen mogelijk te maken en daarmee het bestaande aantal schepen in onze vloot te vergroten, zijn in overleg met ontwerpers een aantal wijzigingen doorgevoerd.

Vastleggen rompvorm Lemsteraken

Nieuwe computermodellen en rekenmethoden hebben in de afgelopen tijd de ontwerpers de mogelijkheid gegeven om binnen de bestaande criteria een zo gunstige mogelijke, geavanceerde rompvorm voor de Lemsteraken te ontwikkelen. De ontwerpen die daaruit voortgekomen zijn mogen weliswaar revolutionair en qua stroomlijning en snelheid onovertroffen zijn, ze leiden tevens tot een moderne rompvorm die in de ogen ven de SSRP te sterk afwijkt van de traditionele oude rompvorm van de Lemsteraken. De Criteriumcommissie van de SSRP vindt het uit hoofde van haar taak als hoeder van de traditionele oude rompvorm en verdere uitrusting van onze schepen gewenst om zoveel mogelijk de traditionele rompvorm te bewaken.

Vanuit de V/VA klasseorganisatie is met algemene stemmen door de ledenvergadering gevraagd aan de SSRP om ten aanzien van de rompvorm duidelijker en meer beperkende criteria te willen gaan hanteren, teneinde het competitieve element beter uit de verf te willen laten komen. Op basis van een overleg met KNWV en de V/VA klasseorganisatie is in dat kader reeds besloten tot een nieuwe betere TVF formulering te komen.
Voor het behouden van de traditionele vormen van de Lemsteraak lijkt het zinnig om derhalve de volumes van voor- en achterschip te definiëren. De scheepsinhoud onder de waterlijn (natte rompvolume of ook wel het waterdragend vermogen genoemd) tussen bepaalde dwarsdoorsneden van het schip wordt gerelateerd aan de scheepsinhoud (incl. huiddikte, excl. stevens en aanhangsels). Volgens deskundigen is deze exercitie tegenwoordig, als gevolg van het digitaal aanleveren van de ontwerpen en hun specificaties, redelijk makkelijk uit te voeren.

Het voordeel van een dergelijke omschrijving is dat de thans in opkomst zijnde hoog opgesneden koppen en konten en voor- c.q. achterschepen met weinig volume ten opzichte van het midden van het schip niet meer worden toegestaan. Daarmee is het mogelijk om de traditionele vorm van de Lemsteraak beter vast te houden. Met name de bolle kop en kont van deze schepen, die gebruikelijk waren, zullen zo en in elk geval in zekere mate, weer terug gaan komen.
Ook worden de grootspantcoëfficiënt en de waterlijncoëfficiënten, die ook in de nieuwe TVF-formule aanwezig zijn, opgenomen in de criteria, waarbij een maximum en een minimum worden gehanteerd.

Verder is er door de klasseorganisatie een voorstel gedaan om middels de waterlijncoëfficiënten en de grootspantcoëfficiënt de ronding van het schip beter te definiëren. De uitkomsten daarvan zullen ook in de TVF worden verwerkt, maar moeten wel gebaseerd zijn op in de criteria opgenomen bepalingen.

De stevendikte en breedte

Als bijkomende aanvulling op de criteria voor alle schepen met een voorsteven, is een omschrijving opgenomen betreffende de dikte en breedte van de steven. Dit omdat we een ontwikkeling zien waarbij de steven bij bijvoorbeeld grote Lemsteraken zodanig van de oorspronkelijke vorm af gaat wijken dat nauwelijks nog van een steven sprake is.
Ook zien we dat er een tendens is om de achtersteven steeds schuiner te maken waardoor eveneens het karakteristieke traditionele beeld van de aak dreigt te vervallen. De ruimte daarvoor is nu ook beperkt.

Wijziging in de definitie van de waterverplaatsing

In het verleden heeft de berekening van de waterverplaatsing nog wel tot misverstanden geleid met als gevolg dat er verschillend mee werd omgegaan. Bovendien is het praktisch een zeer lastig te controleren uitgangspunt. Daarom is de definitie daarvan in de Criteria aangescherpt.

Nog even voor alle duidelijkheid

De SSRP hanteert voor toepassing van de Criteria de Engelse manier van denken:

Alles wat niet in deze criteria omschreven staat is NIET toegestaan.
De criteria zijn een zgn. gesloten verband en niet zoals kennelijk nog velen denken,
een open systeem.

Een schip met een Stichtingsplaquette, waarvan de eigenaar de jaarlijkse donatie aan de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten voldoet, wordt als 'actief' schip (Categorie A-D) in het bestand van het Stamboek en dus in de Schepenlijst opgenomen.

Voor het aanvragen en verkrijgen van een Meetbrief bij het KNWV ten behoeve van het wedstrijdzeilen is, naast het voldoen op alle punten aan de criteria van het Stamboek, vereist dat een schip als zodanig 'actief' staat ingeschreven. De jaarlijkse donatie is daar dus voor verplicht!

P. Tolsma Criteriumcommissie SSRP
Workum, april 2012

Terug naar vorige pagina