Aanpassingen SSRP Criteria juni 2011

Naar aanleiding van de ontwikkelingen in de V/VA-klasse zijn de afspraken met de V/VA-klasse verwerkt in de Criteria.

De volledige tekst van de meest recente criteria kunt u hier downloaden. In de criteria worden laatste wijzigingen of aanvullingen in kleur aangegeven.

C.2 Aanvullende Criteria Lemsteraken met een lengte van meer dan 11 m. (L)

In aanvulling op de hiervoor genoemde Algemene Criteria, en de Aanvullende Criteria voor Lemsteraken, zijn voor de Lemsteraken van de V/VA klasse met een grootte van meer dan 11 meter (L) de navolgende aanvullingen en toegestane uitzonderingen opgenomen.

A. Algemene Criteria

A.1.B.d Voor alle schepen in de V/VA klasse geldt dat bij (her-)inschrijving deze altijd geschouwd dienen te worden, en dat de aanvrager(s) altijd moeten voldoen aan alle eisen van inschrijving zoals genoemd in de Algemene Criteria in de paragraaf Nieuwe inschrijvingen met dien verstande dat zij altijd een Rompvormverklaring, een of meer Conformiteitsverklaringen, een Eigenaarverklaring en een aantal gevraagde kleurenfoto´s dienen over te leggen.

Wijziging -> Conform het gestelde in de Klassevoorschriften hieromtrent, geldt voor alle zaken waaromtrent twijfel bestaat of deze voldoen aan de Criteria (of de intenties daarvan) dat deze vooraf ter beslissing voorgelegd kunnen worden aan het Bestuur van het Stamboek. Een en ander geldt zowel voor het eigen schip als voor op- of aanmerkingen met betrekking tot de schepen van anderen.
Nadat een geldige Stamboekregister-inschrijving is verwezenlijkt en een plaquettenummer is uitgereikt dient de eigenaar er te allen tijde voor zorg te dragen dat het schip blijft voldoen aan de Criteria van de Stichting Ronde en Platbodemjachten. Dat geldt zowel voor aanpassingen aan het schip, aan de tuigage en/of zeilen als aan de verdere uitrusting, als ook in geval van wijziging van de regels van deze criteria van de SSRP.

4. ROMP

4.2a.11 Op alle jachten moet, ter visuele controle van de waterlijn, aan stuurboord en aan bakboord diepgangsmerken worden aangebracht op voor- en achtersteven ter hoogte van de waterlijn zoals het jacht tijdens wedstrijden wordt gevaren. In de wijze van meting voor een dergelijke waterlijnbepaling ( LWL, VBV, VBA) voorziet het Meetprotocol van het Watersportverbond. In alle gevallen dienen de merktekens op goed zichtbare wijze, middels de standaard roestvast stalen plaatjes, te worden aangebracht.
Indien door de klassenorganisatie V/VA voorgeschreven diepgangskenmerken permanent zijn aangebracht, zodanig dat de nulpunten de CWL aangeven, kan van het aanbrengen van de hierboven genoemde diepgangskenmerken worden afgezien.

Wijziging -> 4.5 Ten aanzien van het gestelde in art 4.5 van de Algemene criteria geldt dat voor Lemsteraken met een lengte van meer dan 11 meter, de verplichting om de roestvast stalen overloop en botteloef geschilderd te hebben vervalt. Deze roestvast stalen overloop en botteloef mogen in zijn geheel gematteerd, geborsteld, geëtst en of gepareld zijn.

6. Tuigage, Lopend en Staand want

6.1.1 Slechts één mast mag worden gevoerd.

Wijziging -> 6.1.2a Voor de bevestiging van het grootzeil aan de gaffel moet gebruik gemaakt worden van een marlijn. Daarnaast mag het bovenlijk van het zeil in een sleuf aan de onderzijde van de gaffel gevoerd worden, waarbij deze lijkensleuf ten hoogste een diepte van 18 mm. en ten hoogste een breedte van 6 mm. mag hebben.

Wijziging -> 6.1.2b Het beslag van een gaffel moet in deze categorie schepen van staal of roestvast staal te zijn gemaakt.

Wijziging -> 6.1.2c De afstand van de klauwhoek van het grootzeil tot het draaipunt van de gaffelbek of gaffelschoen dient maximaal 0,20m. te bedragen terwijl de afstand van het draaipunt van de gaffelbek/-schoen tot de achterzijde van de mast maximaal 0,15m. mag bedragen.

Wijziging -> 6.1.2.d Gaten in het beslag van de mast, gaffel, en giek, alsmede in schootgeleiders, met het doel gewichtsbesparing te realiseren, dan wel om andere niet oorspronkelijke redenen, zijn niet toegestaan.

Wijziging -> 6.1.2.e Hydraulisch of anderszins verstelbare strijkklampen zijn niet toegestaan.

Wijziging -> 6.1.2.f Hydraulische of andere mechanische apparatuur in of onder de mastvoet anders dan om de mast strijkbaar te houden (bijvoorbeeld om de verstaging te spannen), is verboden.

6.2 Zeilen

6.2a.1 Tot de standaard zeiluitrusting behoren een grootzeil. een botterfok en/of stagfok en een kluiver. Naast bovengenoemde zeilen kunnen een halfwinder, een aap of broodwinner en, onder het grootzeil en fok, waterzeilen worden gevoerd. De halshoek van de halfwinder dient op de loopring om de kluiverboom gevoerd te worden of middels een halstalie via een blok op het oog van de nok van de kluiverboom.

6.3 Vallen, schoten en stagen

6.3.1 Het gebruik van moderne kunstvezels is toegestaan in schoten, vallen, en talies mits ze voldoen aan de kleurstelling zoals genoemd in art. 6.3 van de Algemene Criteria. Dat wil zeggen dat de kleuren effen wit, bruin en grijs zijn toegestaan zonder dat deze schoten, vallen of talies anders gekleurde draadjes bevatten.

6.3.2 Stroppen en grommers mogen worden toegepast, indien ze op de originele wijze en op de gebruikelijke plaatsen worden aangewend bij de fixatie van blokken. Het materiaal kan kunststofmateriaal zijn indien het voldoende bestendig is tegen beschadigingen en de dikte en kleur heeft zoals genoemd in art 6.3. van de Algemene Criteria. Moderne kunststofmaterialen kunnen daarbij als kern voor de genoemde grommers en stroppen worden toegestaan.

6.3.3. In tegenstelling tot het bepaalde in 6.3 van de Algemene Criteria is het voor de Lemsteraken uit deze V/VA klasse toegestaan dat voor de kluiverboom de waterstag van staal, roestvast staal of kunstvezel in de kleuren wit of grijs wordt benut. De verstaging, zijstagen, voorstag en kluiverstag van de mast zijn van staaldraad of roestvast staaldraad, echter bakstagen mogen ook van kunstvezel zijn mits de kleuren wit of grijs worden toegepast. Dit geldt tevens voor de bakstag talies.
Ten aanzien van het in de Algemene Bepalingen bepaalde omtrent de afstand tussen de klauwhoek van het grootzeil en het oog op de gaffel, geldt dat deze afstand, voor de schepen uit dit hoofdstuk, maximaal 0,20 m. mag zijn. In het geval dat er een gaffelschoen wordt gevoerd mag deze afstand tussen de klauwhoek van het grootzeil en het draaipunt van de gaffelschoen eveneens maximaal 0,20 m. zijn. Voor wat betreft de lip op de gaffelschoen waarin het draaipunt ( de moer-boutverbinding met de gaffel) is geplaatst geldt dat deze niet langer dan 0,15 m. behoort te zijn.

Wijziging -> (zie 6.1.2.c. van dit hoofdstuk).

6.4 Blokken en lieren

6.4.1 Het verdient aanbeveling gebruik te maken van admiraliteits-, of Hollandse stokankers. Voor het gebruik op het hek van het schip kan een vier- of driebladig dreganker worden benut. Moderne ankers zoals Danforth, Bruce en soortgelijke zijn niet toegestaan. Klapankers gevoerd in een ankerkluis zijn wel toegestaan.

6.4.2 In dwarsscheepse richting geplaatste rails ter verplaatsing van de leiogen van fok en/of kluiver, zijn niet conform de gebruikelijke verplaatsingsmogelijkheden van deze leiogen. Slechts in de lengterichting geplaatste rails zijn toegestaan.

Wijziging -> 6.4.3. Indien een ankerlier wordt gevoerd zijn de historisch gebruikelijke ankerlieren ook voor deze categorie schepen verplicht. Op grond van verworven rechten kan de ankerlier model kaapstander, indien aanwezig vanaf de tewaterlating van het schip, tot het bouwjaar 2011 op verzoek van de eigenaar gedispenseerd worden.

Wijziging -> 6.5.Stoppers zijn alleen toegestaan op het voordek ter fixatie van de kluivernetstagen, eveneens ter geleiding en fixatie van de vallen van de voorzeilen, en vooraan op de giek ter fixatie van de smeerrepen.

Bijzondere aanvullende criteria voor Visserman jachtaken

Visserman jachtaken hebben in tegenstelling tot de jacht aken geen opbouw, maar zijn gedeeltelijk gedekte lemsteraken met een grote open kuip (zgn. halfgedekte schepen).

Wijziging -> 4.2 Op een vissermans(jacht)aak is een vis-/motorbun verplicht. De minimale afmetingen van een dergelijke bun dienen te bedragen:
lengte: 10% van de LOA
breedte: 5% van de LOA
hoogte: 5% van de LOA met een maximum van 0,90 m.
De hoogte van de bun mag echter nooit de hoogte van het potdeksel overstijgen.
Het materiaal waarvan de bun is opgetrokken kan zowel staal, als hout zijn.

Wijziging -> 4.4. Minimaal één koekoek op het voordek is verplicht. Een koekoek moet miniaal 0,15m. tot ten hoogste 0,35 m. hoogte hebben gemeten vanaf het dek.
De maximale afmetingen van een koekoek zijn: Lengt: 25% J. Breedte: 30 % BWL.

P. Tolsma Criteriumcommissie SSRP
Workum, juni 2011

Terug naar vorige pagina