Aanpassingen SSRP Criteria september 2014

Het bestuur van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten heeft besloten om de criteria op een aantal punten aan te passen. Deze wijzigingen/aanvullingen betreffen het scheepstype Lemsteraken, maar ook een paar algemene bepalingen betreffende relingen, ankers en het verduidelijken van gebruikte afkortingen.

De volledige tekst van de meest recente criteria kunt u hier downloaden. In de criteria worden laatste wijzigingen of aanvullingen in kleur aangegeven.

Wat is er in September 2014 aangepast?

Aanvullende bepalingen voor (alle) Lemsteraken (C)

6.2 Zeilen
6.2.1 Tot de standaard zeiluitrusting behoren een grootzeil. een botterfok en/of stagfok en een kluiver. Naast bovengenoemde zeilen kunnen een halfwinder. een aap of broodwinner en onder grootzeil en fok waterzeilen worden gevoerd. De halshoek van de fok wordt bij Lemsteraken steeds direct op de steven gevoerd. De halshoek van de halfwinder dient op de loopring om de kluiverboom gevoerd te worden.

Aanvullende bepalingen voor grote Lemsteraken (>11m)

Het voeren van één mast geldt voor alle Lemsteraken, voor de aken >11m geldt daarbij de volgende aanvulling:

6.1.1 Slechts één mast mag worden gevoerd, waarbij de voorstag van deze mast op de steven wordt bevestigd.

De romp diepgang die in de criteria T heet, wordt TC

De romp diepgang, die in de criteria heette,  heet in de klassenvoorschriften TC. Als T in de klassevoorschriften gebruikt wordt, is dat voor de diepgang op de onderkant van de scheg/loefbijter.

In de Criteria gebruiken we vanaf nu:

TC                           De grootste rompdiepgang, (zonder aanhangsels)

Visserman jachtaken

4.2 Op een vissermans(jacht)aak is een vis-/motorbun verplicht. De minimale afmetingen van een dergelijke bun dienen te bedragen: 

  • lengte: 10% van de LOA 
  • breedte: 5% van de LOA 
  • hoogte: 5% van de LOA met een maximum van 0,90 m. De hoogte van de bun mag echter nooit in de zichtlijn de hoogte van het potdeksel, evt. incl. het aanwezige zettelboord overstijgen. 

Het materiaal waarvan de bun is opgetrokken kan zowel staal, als hout zijn.

Ankers en materiaal gebruik (A)

De Algemene bepalingen (A) schreven het gebruik van een Hollands stokanker, Admiraliteitsanker en/of voor visserman-schepen een dreg als ankergerei dat niet in een kluis gevoerd wordt, voor. In de praktijk blijkt dat hoe langer hoe meer eigenaren van schepen kiezen voor het gebruik van andere ankers als Danforth ankers, Bruce ankers, Poolankers, Ploegschaarankers, etc. We stonden reeds toe dat moderne ankers gebruikt konden en mochten worden, mits deze niet opvallend gevoerd worden onder de botteloef, en na gebruik aan of onder dek gestouwd worden. 

Na een uitgebreide discussie meent de Criteriumcommissie dat voor visserman-schepen het anker op de boeg voerende ook andere ankers kunnen worden toegestaan, mits deze weggeborgen tegen het schip gevoerd kunnen worden, bijvoorbeeld op een ankerrol.

Moderne ankers, zoals Danforthankers, Bruce-ankers, ploegschaarankers en dergelijke, zijn in het algemeen niet toegestaan als deze onder de botteloef of kluiverboom gevoerd worden. Voor visserman schepen zonder botteloef is het toegestaan een dergelijk anker te voeren mits weggeborgen tegen door een kluisgat of over een ankerrol tegen de steven  of het boord van het schip. Het verdient nog steeds aanbeveling gebruik te maken van een admiraliteits- of Hollandse stokankers. Voor het gebruik op het hek van het schip, en voor het gebruik door visserman schepen kan een vier- of driebladig dreganker worden benut.

Romp Algemene Bepalingen t.a.v. relingen (A)

Zee- en kuiprelingen kwamen vanouds op ronde en platbodem jachten of de daaraan ten grondslag liggende typen bedrijfsvaartuigen niet voor behoudens op grote, zeegaande tjalken en klippers. Een zeereling is, met name op het voordek, ontsierend en onpraktisch en belemmert de juiste stand en schootvoering van de fok. In beginsel is een zeereling daarom onaanvaardbaar voor goedkeuring bij inschrijving in het Stamboek. In voorkomende gevallen kan een wegneembare constructie voor incidenteel gebruik worden geaccepteerd. Hetzelfde geldt voor die gevallen waarin een vaste zeereling uit veiligheidsoverwegingen van overheidswege verplicht is gesteld. 

Gebruik van Bokkepoten (A)

6. Tuigage,  staand en lopend want 
6.1 Rondhouten

Bokkepoten dienen, indien ze niet gebruikt worden, weggeborgen te worden in de scepters, plat aan dek in de zijden van het schip, naast het boord of anderszins, maar mogen niet boven het dek aan de voorstag als een soort van hulpreling worden gevoerd. De bokkepoten dienen derhalve afneembaar en deelbaar te zijn. Indien de bokkepootconstructie niet deelbaar is, maar uit een geheel bestaat dient deze in dit geval plat op dek te worden gevoerd.

Terug naar vorige pagina