Reisverslag Frankrijk-Nederland Hoogaars De Zeulende Zeeuw 2008

Een hoogaars van 10.50 m. lengte onderweg van het Canal du Midi in Zuid Frankrijk naar het Zuidlaardermeer in Nederland.

Hoogaars “De Zeeuw” (ex Vrouwe Catharina, ex De Zeulende Zeeuw), Stamboeknummer 2079, Bouwjaar 1963, Gebouwd bij Woudenberg in Dordrecht, Ontwerp J.K.Gipon.

Uitsnede uit een kaart met de Franse kanalen en rivieren en een deel van de Belgische. Hierop aangegeven de route die wij gevaren hebben. Maastricht staat er net niet meer op.
Uitsnede uit een kaart met de Franse kanalen en rivieren en een deel van de Belgische. Hierop aangegeven de route die wij gevaren hebben. Maastricht staat er net niet meer op.

25 juni 2008

Na bijna 1500 kilometer rijden ’s avonds om 20.15 aan boord van de Zeulende Zeeuw. We vonden haar een jaar eerder in Port la Robine aan het Canal du Midi bij Salleles ‘d Aude. De vorige eigenaren Peter en Ulrike Modersohn ontvingen ons. Zij hadden de boot vaarklaar gemaakt. De auto uitgepakt, en zo goed mogelijk geprobeerd alles een plek te geven. Rust en slapen.

26 juni 2008

Gewoonte getrouw ging Lies als eerste uit bed koffie zetten. Een echte Britse Taylors is als kooktoestel aan boord. Een tweepits petroleum kooktoestel. Het is sinds de Modersohns het schip kochten aan boord en ziet er als nieuw uit. Ze zijn er erg enthousiast over zijn kwaliteiten. Bij Lies haar eerste poging het ding aan te steken, stond direct de kookhoek in brand! Blussen! Geblakerde witte verf! Eigenwijs als ik was wou ik het ook nog maar een keer proberen. Opnieuw brand. Schrik en eerst geen koffie! Na een uur kwam Peter weer aan boord om nog wat dingen door te nemen. Bij hem brandde de Taylors onmiddellijk.
Direct maar even uitleg hoe het werkt: Je laat wat spiritus over de brander lopen. Dit verzameld zich in een opvangbakje onder de brander. Denk erom dat er geen spiritus naast komt! De spiritus in het bakje steek je in de brand. Het warmt de brander op. Eerst heb je veel vuur. Dan wordt het kleiner. Daarna wordt het vuur weer groter, en komt het boven de brander uit. Dan begint het restant spiritus in het opvangbakje te koken, en daarna met het laatste restje vuur in het bakje kan de petroleumkraan geopend worden. En als het goed is brand hij dan. Is ons nog niet gelukt! Omdat de brander dan wel op temperatuur is, houden wij de aansteker bij de brander, draaien de branderkraan open, DAN DOET HIJ HET. Hij doet het dan zoals het hoort. Een beetje bewerkelijk, maar het gaat goed.

Om op de Franse binnenwateren te mogen varen, moet je een Vignette hebben. Een soort vaarbelasting. Op verschillende plekken kun je het bij het VNF (Voies Navigables de France) krijgen. Ze zijn er voor een dag, een week, een maand, een seizoen en een jaar. Wij hebben er eerst een voor een maand genomen. We zien wel hoever we ermee komen. Om er een te kunnen krijgen moet je een officieel eigendomsbewijs kunnen overleggen. Een zogenaamd ICP/ICC.

Gerard was die dag total loss of knocked down net hoe je het wilt. ’s Avonds gezwommen in de Cesse. Een riviertje die vlak bij Port la Robine loopt. Alleen twee etages lager. Met een aquaduct loopt het onder het Canal du Midi door. Gewoon met de oude Nikon foto’s gemaakt.

Koers noord op de Rhône
Deze was ook mee, ook Frankrijk, een schaalmodelletje
Taylors

27 juni 2008

Rustdag, gewoon wat in de omgeving rond gekeken. Op advies van Ulrike naar een bron geweest. Vanwege de hoeveelheid regen de afgelopen periode was er zelfs een watervalletje.
’s Avonds met Peter en Ulrike gegeten in de plaatselijke pizzeria.

Capestang
Capestang Canal du Midi

28 juni 2008

Gevaren naar Capestang. Ongeveer 15 kilometer “boven” het landschap gevaren. De Pyreneeën op 120 kilometer afstand op de achtergrond. Kleine geel/zwarte slangen in het water gezien. De kleur van het water is grijs. Net alsof er veel klei in opgelost is. We varen onder de platanen door. Links en rechts van het kanaal. Alleen in de buurt van Salleles staan parapluceders langs het water. Ten minste zo worden ze in de volksmond genoemd. Peter en Ulrike voeren mee. Hun fietsen op het kajuitdak. Een stuk dat ze zelf ook nog nooit hadden gevaren.
Het valt op dat de boot nauwelijks hekgolven maakt. Ze wil heel langzaam varen. We komen veel verhuurboten tegen. In allerlei formaten. Verder vallen de ontelbare in Nederland gebouwde oudere en nieuwere motorschepen op. Zowel tjalken, ook hele mooie, maar ook heel veel 70er jaren motorkruisers. De Cricri hoor je boven het motorgeluid uit. De Coventry Victor loopt geweldig.

29 juni 2008

Van Capestang naar Beziers gevaren. Eerst nog naar de zondagmorgen markt geweest. Wat inkopen gedaan. Vers brood gekocht. Overal worden de nectarines aangeboden. Ze zijn heerlijk. Lies wilde bij herhaling overleggen wat te doen. Vooral in de sluis. Moeilijk om dat te doen. Vooral als je zelf ook niet weet wat jou in de volgende sluis te doen staat. Het eerste obstakel in de vaarweg was een tunnel ongeveer 100 meter lang. We hoefden niet extra te verlichten. Het kanaal werd smaller. Nog steeds platanen naast en over het kanaal. Hun wortels houden de oevers bij elkaar.
Voor Beziers kregen we onze eerste sluis. Eigenlijk zes. Een trappensluis met telkens een verval van ongeveer 3 meter. Op het heetst van de dag in de volle zon. Evert Lies en Thijs met vuurrode hoofden van de inspanning en opwinding. Toen we erdoor waren hebben we elk een natte washand als afkoeling op ons hoofd gelegd. De sluis hebben we foutloos genomen. Toen we na 1,5 kilometer weer een sluis kregen met ongeveer 6 meter verval, was alle spanning en opwinding over het neme van een sluis weg. Na de daarop volgende sluis gestopt en overnacht aan een mooie aanlegplaats. Later bleek dat er heel dichtbij gedeald werd. Dat voelde minder fijn. We hadden voorbereidingen getroffen tegen eventuele ongenode gasten. Onder andere hadden we de kajuittrap op “scherp” gezet.

Ooit gebouwd in Nederland (Capestang)
De eerste tunnel deze reis

30 juni 2008

Naar Agde gevaren. Ligplaats voor de beroemde ronde sluis. Rechtdoor het Canal du midi volgen. Nog acht kilometer naar het begin van het kanaal. Hier kom je op het Etange de Thau. Een groot kustmeer met zoutwater en een directe verbinding met de Middellandsezee.

Canal du Midi
Agde een muurschildering

1 juli 2008

Door de ronde sluis naar de Etange. Knobbelig water met schuimkoppen toen wij er over gingen. Tijd om de motor uit te proberen. Hij had immers aldoor langzaam gelopen. Direct met het gas geven vloog ook de temperatuur omhoog. Ruim boven de negentig graden. Terwijl 80 altijd de werktemperatuur was. Onduidelijk wat de oorzaak was. Ook SMS contact met Peter bracht geen soulaas. Bij het terugnemen van het gas liep ook de temperatuur weer terug.
Ook met weinig snelheid zet de boot wel door. Door gevaren tot Frontignan. Wachten voor een hefbrug die drie keer per dag open gaat. We hebben nog nergens water en douches aangetroffen. De jongens hebben ineens het leesvirus te pakken.
Bij een wijnhandelaar aan het water Musquat gekocht. Een fruitige. Wordt hier als aperitief gedronken. Lijkt enigszins op port. Het wordt gemaakt van de muskaat druif. De boot begint vies te worden. Intensief gebruik.

De uitvaart van het Canal du Midi op de Etange de Thau
Vertrek uit Frontignan, wachten voor de hefbrug die drie keer per dag draait
Half acht ’s morgens en een laatste blik op de cave waar we een dag eerder een aantal flessen Muscat kochten

2 juli 2008

68 Kilometer gevaren over een aantal Etanges. Het kanaal van Sete naar de Rhone ligt er doorheen met links en rechts een dijkje. Visserij aan de andere kant ervan. IJsvogels, purperreigers, wouwen e.d. gezien. De hele dag had ik de indruk in een soort Lauwersmeergebied te varen. Het ging later over in een soort Reitdiep en een soort Van Starckenborgkanaal. De motor loopt goed maar nog steeds te warm. Mogelijk moeten we de koelvloeistof vervangen. De thermostaat werkt. De koelwaterpomp werkt. De interkoeling werkt. Advies van Peter: de bodem algenvrij maken. De boot vaart dan sneller. Mogelijk koelt het beter. Doorgevaren tot Saint Gilles even voorbij de sluis naar de Petit Rhone. Ik wil graag zo noordelijk mogelijk uitkomen om zo min mogelijk hinder van de stroming in de Rhone te hebben. Misschien is het Rhone water ook kouder zodat de koeling daardoor ook gunstiger wordt. Misschien dat we dan ook met meer vermogen kunnen varen.
Saint Gilles is de eerste plek waar we kunnen douchen en water tanken. Liggeld 15 Euro.
’s Avonds de bodem schoongemaakt. Er zat wel een korst op. Maar of dat zoveel effect heeft? Vlak voor het slapen ontdek ik olielekkage bij de linker cilinderkop. Nog niet eerder gezien. Eerst maar eens een nachtje over slapen als dat lukt.

3 juli 2008

Slecht geslapen, eerst maar weer inventariseren wat er mogelijk met de motor aan de hand is. Er zijn nieuwe pakkingen aan boord. Niet die die ik nodig heb. We besluiten maar langzaam door te varen tot de Rhône. We zijn er niet zo heel ver meer vandaan. Nog ongeveer 30 kilometer. Kijken of de koeling verbeterd is.Vanmorgen regent het. Het vetpatroon voor de schroefassmering vervangen. Er zouden drie of vier op reserve liggen. Heb er één gevonden. Het is lastig iets in de motorruimte te moeten doen door het vaste achterdek, je moet alles liggend over de motor doen. Een enge ruimte. Gelukkig is er een ventilator die warme lucht af kan zuigen.
Zoals gezegd: varen. Van Saint Gilles naar de Petit Rhone. De kortste weg naar koud water. En het water is kouder! De koelwatertemperatuur valt naar beneden. Op de Petit Rhone varen we met een snelheid van ongeveer 6 km/uur. De motortemperatuur is dan ongeveer 80 graden. Eigenlijk zoals het zou moeten zijn. En dan komt de echte Rhone. De betonning bestaat uit buizen die in het water staan. Inclusief de bijbehorende markering.
Alleen bleef de eerste paal naast ons. En wij bleven naast de paal liggen. Extra gas geven om vooruit te komen. Dus ook een hogere motortemperatuur. En dat willen we liever niet.
Om toch door te kunnen varen besluit ik iets extra gas bij te geven. Het netto resultaat is dat we met een gangetje van ongeveer 3 kilometer per uur over de grond vooruit komen. De snelheid van de boot is ongeveer 11 kilometer per uur door het water. De stroomsterkte in de Rhône wisselt erg. Bij een brug blijven we gewoon stil liggen. Extra gas is de enige mogelijkheid. Alleen de temperatuurverhoging van de motor heb ik liever niet. Eventjes dan maar.
De sluis die een kilometer verderop ligt, en die we voor 21.00 uur moeten bereiken halen we niet op tijd. We overnachten hier dan ook maar. Dit stuk Rhône stroomt wel heel hard. Als we de 280 kilometer met een gangetje van 3 kilometer per uur moeten gaan varen, dan gaat het wel lang duren.

Een matige foto die wel een idee geeft van de stroming
Voor de eerste Rhônesluis om 21.00 uur

4 juli 2008

Na gisteren hadden we de verwachting dat Avignon met 24 kilometer afstand wel heel erg ver weg zou zijn. Nee dus. Na de sluis waar we overnachtten, en waar we uit voorzorg maar vroeg doorgingen, waren we al rond de middag in Avignon. Daar begon de Rhône pas weer harder te stromen. We liggen nu vlak achter de beroemde brug (pont d’Avignon).

De pont uit het bekende liedje. Het is maar een halve.
Een tegenligger uit Zweden
Op de Rhône
Een tweeling TGV brugvlak voor Avignon
2x de Bollene sluis met 23 meter verval
Verplicht zwemvesten aan

5,6,7,8 en 9 juli 2008

De Rhone stroomt, stroomt en stroomt. Op de ene plek hard op de andere zacht. Het beeld is ongeveer steeds het zelfde. Wij hadden wel wat meer motorvermogen kunnen gebruiken. Ik probeer steeds de plekken op te zoeken waar het water het minste stroomt. De afstanden zijn groot, je komt bijna geen vaart tegen (5 per dag), en ligplaatsen zijn er niet. Wij hebben een aantal keren overnacht aan een steiger bij een sluis. Deze zijn nieuw en zien er perfect uit.
Vlak na de sluizen stroomt het water het minste. Vlak voor de sluizen stroomt het water snel. Zo snel dat onze snelheid over de grond terug loopt tot 2,7 kilometer per uur. We houden iedere keer bij op welke tijd we bij een kilometerpaal langs komen.
De sluizen zijn groot en indrukwekkend. Indrukwekkend van lelijkheid. Ze zouden rechtstreeks uit de oorlogs beton architectuur kunnen stammen. Het verval is groot. 23 meter bij Bollene is het maximum.

De beschrijving in het boek dat we als leidraad bij ons hebben “Binnengewässer Frankreichs” geschreven door David Edwards-May in een Duitse vertaling. Het geeft veel informatie, maar kloppen doet het niet altijd. Toen een ligplaats bij een stadje vermeld stond en er in werkelijkheid er niet was, heeft Lies er “nee dus” bij gezet. Om haar teleurstelling ermee te uiten.
De jachthaven in Valance is er wel. Inclusief de beloofde wasmachines, elektriciteit en water en vijfhonderd ligplaatsen. Luxe en netjes. Boodschappen gedaan en alle computers geladen. Met de omvormer die we bij ons hadden was dat niet echt een succes. De was gedaan en ons zelf gedoucht.
Hier zwom een beverrat om onze boot. In de haven lag de redactieboot van de Waterkampioen. Ongetwijfeld zal hierin binnenkort over Frankrijk en het varen op de Rhône in het bijzonder gepubliceerd worden.
Daarna onze tocht verder gemaakt. Voor ons het laatste deel van de vaart op de Rhône. Er werd langzamerhand steeds meer wijnbouw zichtbaar, en er kwamen dorpjes langs de rivier. In een paar ervan kon je zelfs aanleggen!
Ook op de Rhône gold dat de laatste loodjes het zwaarst wogen. De laatste 10 kilometer was gekanaliseerd en smal. Dus veel tegenstroom. 9 juli om 18.00 uur voeren we in Lyon de Saone op.

 

Een deur
Een drijvende bolder
Zwemvesten verplicht zowel op de Rhône en Saone
Een beverrat die wel eens een keer met zijn gebit naar de dierenarts mocht, erg lange en vuile snijtanden in Valance

10 juli 2008

Een rustdag in Lyon. Lies en Evert proberen een aantal bekenden te e-mailen. Bij MacDonalds, waar je vrij kunt internetten, wou het niet echt lukken. Uiteindelijk is ze met Evert in een internetcafé terechtgekomen. Niet iedereen die we op onze adreslijst hadden staan heeft ook daadwerkelijk een bericht gehad. Maar voor een deel is het gelukt. Ik ben met Thijs naar een modelautowinkel geweest. Veel modellen maar niet iets dat we mee naar huis hebben genomen. Het enigste dat we voor mijn vader mee wilden nemen was het model van een McCormick tractor. Alleen de 118 Euro die het moest kosten vonden we teveel.
Het was warm in Lyon. Aan het eind van de dag ontdekte Lies dat er een La Fajette was. Je moest er met de metro naar toe. Evert en Thijs zijn meegeweest. Ik heb geprobeerd even te slapen. Ging niet. Te warm denk ik. Ben daarna begonnen met de voorbereidingen voor het eten. Bloemkool met gebakken gehakt. Verder nog wat foto’s gemaakt.
Meestal rij je Lyon zo voorbij. Zonde, want het centrum staat op de werelderfgoedlijst. Het is zeker de moeite waard. Op vallend zijn het grote aantal kleine ambachtelijke bedrijfjes en gespecialiseerde winkeltjes.
Centre ville, of zoals Klaas van den Berg sms-te, “midd’n in’t dörp”, is wel erg onrustig. Erg veel lawaai.

Voor ons lag een Amerikaans echtpaar die met een Nederlandse steilsteven voeren die in Londen geregistreerd was. Ze wonen een groot gedeelte van het jaar op een schip. De “Hoop doet Leven”. Eerder lagen we naast hen in Avignon. Van hen kregen we foto’s op CD Rom die ze onderweg van ons gemaakt hadden.

Niet internetten bij McDonalds in Lyon
Centre ville

11 juli 2008

Van Lyon op de Saone naar Montmerle sur Saone gevaren. Ongeveer 50 kilometer. We hadden verder gewild, maar een langdurige en hevige onweersbui met veel hagel, regen en wind, waren er de reden van dat we om vier uur gestopt zijn. Morgen maar weer verder. We liggen er weer aan een steiger zoals we op de Rhône ook al bij sluizen gewend waren. Nu alleen met water en stroom. Een goed moment om de computers weer op te laden.

De Saone is een verademing ten opzichte van de Rhône. Bijna geen stromende rivier. Een landelijke omgeving en overal dorpjes en wel plekken waar je aan kunt leggen. Vaart kom je bijna niet tegen. Af en toe een jacht. Dan opvallend veel Denen die zuidwaarts varen, en een enkel vrachtschip. Meer dan op de Rhône, maar nog steeds heel weinig.
Ineens kan de hoogaars ook veel sneller varen dan in het eerste deel van de reis. Wel een plezierig gegeven als je nog 1000 kilometer naar Zuidlaren moet. Het schip voelt heel vertrouwd. Op de motor varend doet het precies wat ik ervan verwacht. De motor kan heel langzaam draaien. Zo langzaam dat we op de langzaam stromende Saone stationair varend bijna op de plek blijven liggen. Makkelijk bij een brug of sluis.

Lyon
Lyon

12 juli 2008

Hoe je het ook bekijkt, het is een kwestie van kilometers maken. Gewoon de motor aan en varen. We halen zo’n 70 tot 80 kilometer per dag. De kruissnelheid ligt ergens tussen de acht en negen kilometer per uur. Zoals bij alle schepen zit de boot snel op zijn rompsnelheid, maar er overheen komen dat valt toch tegen. De oude Coventry Victor loopt gewoon het mooist wanneer er niet volgas gegeven wordt. Ook moeten we de temperatuur dan toch steeds goed in de gaten houden. De Saone is weer warmer dan de Rhône. We hebben in het aanrecht een buitenboord kraan. Het spoelwater dat we daar mee oppompen is plezierig van temperatuur. We denken dat het ongeveer 22 graden zal zijn. Niet echt koud dus.
De Saone is te vergelijken met het Prinsenhof in Friesland veel bomen en bosjes langs de kant en veel walletjes waar mensen zitten te vissen. Hoewel ik weinig van het vissen weet, zie ik wel dat er met meer dan alleen maar een hengel gevist wordt. Bijna overal worden kampementjes opgericht met koepeltentjes en stretchers in camouflage kleuren. Een regiment hengels wordt uitgezet, en op zo’n 50 tot 100 meter van de basis worden drijvers uitgezet. Dit wordt veelal gedaan met kleine bootjes ter grootte van een piraatje, met een klein electromotortje erachter. Waarop gevist wordt weet ik niet. De vis is blijkbaar lekker en wordt direct genuttigd, want het kampvuur of de barbecue brandt. De auto staat ernaast.
We hadden aan de hand van “ons” boek bedacht te zullen overnachten in Tournus. Bij aankomst een riante steiger die aan de buitenzijde vol lag. Aan de binnenzijde ruimte genoeg. Dicht bij de wal voor de hoogaars geen probleem met zijn beperkte diepgang. Alleen toen we daar wilden liggen toen kwam er iemand in actie. Blijkbaar de uitbater van verhuurboten die er collectief om zeven uur zouden moeten vertrekken. We waren er niet welkom! De landvast werd direct weer aan boord gesmeten. We moesten weg! Hebben we ook maar gedaan naar de loswal 300 meter verderop. Alleen daar konden we de boot niet vast leggen. Gelukkig hadden we nog een zware stalen meerpen en een moker aan boord. Er was een kleine dorpskermis op de kade. Bij het plastic eendjes vangen, een spelletje voor kinderen tot zes jaar, kon je als prijsje een levende goudvis krijgen. In Nederland onvoorstelbaar!

Montmerle vlak voor vertrek.Thijs, Lies en Evert 12 juli 2008
Montmerle vlak voor vertrek.Thijs, Lies en Evert 12 juli 2008

13 juli 2008

Tegen 11.00 uur vertrokken naar Chalon sur Saone. De zondagsrust moet gerespecteerd worden. De enigste sluis die we moesten nemen deden we samen met een groot passagiersschip van een rivercruise. Je ziet ze regelmatig. Ze passen precies in de sluizen.
Weer veel “survivors”. Nu wat minder gecamoufleerd. Het landschap is iets opener. We hebben onderweg nog een staartje van een onweersbui over ons heen gehad. Om half vier aangelegd in jachthaven met stoom, water en douches. We zijn weer 30 kilometer verder. Hoever of we morgen en overmorgen komen weten we nog niet. 14 juli de nationale Franse feestdag en 15 juli Thijs zijn verjaardag. Waarschijnlijk een paar dagen kalm aan. Nog steeds is er grote scheepvaart. Niet veel, maar ze zijn er wel. Maximaal 12 meter breed. De Saone sluit aan op het Rhône-Rijnkanaal en vormt de vaarverbinding voor de grotere scheepvaart tussen de beide rivieren.

14 juli 2008

We doen net als de Fransen zelf. Van de nationale feestdag maken wij ook een rustdag. Ineens varen er allemaal bootjes, en is iedereen buiten. De haven waarin we liggen heeft geen plek meer voor gasten. Iedereen heeft blijkbaar de zelfde gedachten als die wij ook hebben. De winkels zijn dicht. We zijn nog wel in een internetcafe geweest, ook het enige dat open was. Zelfs de kroegen en terrassen waren voor een groot deel dicht. De avond eindigt met een groot vuurwerk van ongeveer 20 minuten.

15 juli 2008

Thijs zijn verjaardag. Vandaag 11 jaar geworden. Heeft een computerspelletje gekregen en de toezegging dat als we weer thuis zijn, dat hij een jonge kat uit mag zoeken. Gerard doet ’s morgens nog boodschappen bij de supermarkt, en Lies gaat op de fiets naar een wasserette en naar het station om alvast tickets te kopen voor de trein naar huis. Vrijdagavond moet zij op een feestje in Utrecht zijn, en de week erop moet ze thuis in de praktijk werken. Daarna komt ze terug. Hans adviseerde de tickets alvast te kopen in verband met zitplaatsreserveringen. Een goed advies. Alleen al het verkrijgen ervan kostte veel tijd en nu zijn ook de vertrektijden en het vertrekstation bekend. Auxonne. Dit is dan ook de plaats waar we met de boot moeten zien te komen. Redelijkerwijze mag dit geen probleem zijn. Om 12 uur vertrokken richting Auxonne. We doen het maar in een paar kleine etappes. De eerste haven die we aandoen is Verdun sur le Doubs. De Doubs is een zijrivier van de Saone. Mijn broer heeft er wel geroeid. Er zijn zoveel passanten dat we met de kop op de steiger moeten liggen. Iedereen ligt met de kont tegen de steiger, maar dat is met de hoogaars wat erg lastig. Wat we woensdag de 16e gaan doen weten we nog niet. Lies vordert ondertussen met de merklap waar ze deze vakantie mee begonnen is. Het lukt mij nog steeds niet goed een boek te gaan lezen. Het slapen gaat wel weer beter.

Thijs ’s morgens op zijn elfde verjaardag
Lies aan het borduren met haar merklap

16 juli 2008

In één beweging naar Auxonne gevaren. Vlak voor Auxonne de eerste onbemande sluis genomen. Er is een kabel dwars over het kanaal gespannen waaraan een slang hangt die je kunt draaien. Hiermee zet je de sluis in werking. Het werkte. Enigste probleem: we konden niet op de wal komen om de boot vast te leggen. Gelukkig was er een behulpzame dame die de landvasten om een bolder legde. Maar eens zien hoe dat in de toekomst gaat. We zijn op de Saone de sluis voorbij gevaren die het Rhône-Rijnkanaal afsluit. Op de Saone horen we nu geen grote scheepvaart meer tegen te komen. Vrijwel onmiddellijk lagen er dan ook motorkruisers afgemeerd aan bomen. Op dezelfde manier zoals je vroeger in Nederland ook tegen een walletje ging liggen. De sluis bij Auxonne is dus ook een kleine sluis. De oude spitsen waren op deze maat gebouwd.
Vrijdagmorgen gaan Lies en Thijs vanuit Auxonne met de trein voor een week weer naar Zuidlaren. Auxonne ligt ter hoogte van Dyon.
Heel opvallend was een stuk gekanaliseerde Saone. Erg saai, erg recht met damwand beschoeiing en met brokken natuursteen. Over de damwandbeschoeiing groeide heel weelderig kamperfoelie.

De ingangssluis van het Rhône – Rijn kanaal. Vanaf hier kom je noordelijker geen grote schepen meer tegen. Nog wel Spitsen.
De ingangssluis van het Rhône – Rijn kanaal. Vanaf hier kom je noordelijker geen grote schepen meer tegen. Nog wel Spitsen.

17 juli 2008

Rustdag in Auxonne. Wat we niet verwacht hadden was onze behoefte aan elektriciteit. De computers, telefoons en andere techniek vraten stroom. Onze omvormer was lang niet toereikend genoeg. Gisteren was de teleurstelling ook groot dat er geen stroom meer te krijgen was. De capitainerie was al gesloten. Daar moest een schakelaar omgezet worden.

18 juli 2008

Gisteravond, de 17e dus, gekeken waar het station waarvandaan Lies Thijs moeten vertrekken. We hielden ons iets teveel aan de route die auto’s moeten volgen. Er wordt daar blijkbaar een vorm van éénrichting verkeer nagestreefd.
Natuurlijk let ik, wel erg selectief, erg op waar ik langs kom, en zie langs het hele eind dat we lopen een houtopslag met alleen maar eikenhout. Ik kan er niks aan doen maar dan moet ik even kijken. Je zult maar een paar van zulke stammen hebben liggen!

Via hulp van iemand van het tourist office, zijn we in contact gekomen met de familie die het in eigendom heeft. Er was een graad van verwaarlozing waarneembaar. Vergane glorie. De stammen waren vlak en recht! En alles is in een keer te koop. Alleen de hoeveelheid! 3000 stammen. Ik heb het gevoel dat ik hier iets mee moet, maar wat? Zo ongeveer in me opgenomen wat er allemaal ligt en adressen uitgewisseld. Zij spreken net zoveel engels als dat wij frans spreken. We liepen allemaal met een woordenboek.

Lies en Thijs naar het station gebracht. Evert en ik zijn direct daarna gaan varen. 71 kilometer, 6 zelfbediening sluizen, waar je niet altijd evengoed je boot in vast kunt leggen. En de tunnel bij Savoyeux. Zo’n 600 meter lang en 5 meter breed. Gewoon het midden houden, dan raak je niks. Er dreef behoorlijk wat rommel in. De sluizen namen we heel soepel. Onderweg geprobeerd de dagtank bij te vullen. Wou niet lukken. De hoofdtanks geïnspecteerd op hun inhoud. Alle diesel uit een tank is al verdwenen. Al 250 liter. Of hij was niet helemaal vol. De andere is nog tot de rand gevuld.

We overnachten in een jachthaven direct achter de tunnel. We hebben macaroni gegeten. Verder kregen we een SMSje dat Cor en Glenn de Volvo bij Port de la Robine opgehaald hebben. Van het geld dat nog in de auto lag hebben ze in een vijf sterren hotel geslapen. SMSten ze. Misschien lag er wel twintig Euro aan muntgeld in voor de Péages.

19 juli 2008

Tot negen uur geslapen. Evert en ik. Koffie gezet en om half tien voeren we weer. Richting het noorden. Dat is immers ons doel. De Saone wordt steeds smaller. De sluizen zijn net vijf meter breed. Als we erdoor moeten, moeten we opletten dat we de kanten niet raken. We zijn vandaag door twee openstaande sluizen gekomen die eruit zien zoals je graag zou willen. Met een drijvende steiger erin! Wat moet dat heerlijk zijn zo’n sluis te nemen waarin je gewoon af kunt meren! Vandaag behoorlijk wat sluizen gehad. We namen ze erg soepel. Het samenspel tussen Evert en mij gaat fantastisch. Ook bij de sluis voor de tunnel van Saint Albin. Hoewel alle sluizen inmiddels zelfbedieningssluizen geworden zijn, was dat bij deze niet het geval.
De bediening ervan hangt samen met het verkeer door de tunnel. Logisch dat er dan een sluiswachter is. Tenminste dat konden we ons zo voorstellen.

De situatie: Voor de sluis een smal sluiskanaaltje, ongeveer 100 meter lang en 15 meter breed. Stenen links en rechts en geen mogelijkheid om aan te leggen. Natuurlijk op dat moment een stevige wind in de rug. De sluisdeuren staan ongeveer 10 centimeter uit elkaar. Geen afstandbediening! Dus zal er wel een sluiswachter zijn. Hoe dicht we de deuren ook naderen, er komt geen reactie. Wel mensen op de sluis die bellen, maar geen beweging van de deuren.
Uiteindelijk maar de beide zwaarden in het water gedaan en voorzichtig achteruit gevaren. Dit ging goed. Tot het de ingang van het kanaaltje. Toen kwamen er stroming en dwarswind bij. Het keren in dat nauwe stukje ging goed.
Uiteindelijk maar afgemeerd aan een boom een eindje verderop, naast een koeien drinkplaats.
Na vijf minuten komt er aan de andere kant een rode Renault 4 langs rijden met een wild gebarend persoon. Ik maak hieruit op dat we maar weer naar de sluis moeten varen. Doen we dan ook. De Renault stopt bij de sluis en de sluisdeuren gaan open. Blijkbaar was dat de afwezige sluiswachter.
Wat er aan de hand was met hem weet ik niet, maar op het moment dat wij tussen de benedendeuren varen en beginnen met afmeren (de sluiswachter komt er met een pikhaak aanlopen om de landvasten aan te nemen) gaan de schuiven in de bovendeuren open, en begint het water te stromen. Wij lagen nog niet vast, de benedendeuren nog open en het water komt al. Paniek vooral bij de sluiswachter!
Evert zag kans om nog snel het sluistrapje op te klimmen en landvasten vast te leggen. Ik kon de boot nog redelijk op zijn plek houden en de sluiswachter zag kans de beneden deuren te sluiten. We hebben hem niet weer gezien!
Foutje Bedankt! Echter zonder schade.

Daarna de tunnel van Saint Albin weer zo’n 600 meter en dan vijf meter breed.
In Port-sur-Saone brood gekocht. Bijna alle winkels waren om 16.00 uur al gesloten. Doorgevaren in de hoop ergens een ligplaats te vinden. In het boek stond …… nee dus. Tegen half zeven een steiger gevonden die al bezet was. Een eindje verderop dan maar aanleggen aan een boom. Mooie zachte wal met een dode boom. Perfect plekje. Evert doet er een landvast omheen, valt de hele boom over het voordek. Besluiten toch nog maar weer door te varen. Na vijfhonderd meter ineens een klein perfect haventje “Le petit port” in Fouchécourt. Liggeld 6 Euro. Als we gebruik maken van het restaurant mogen we er gratis liggen. Dat doen we dan ook maar.

Keurig ziet het er uit. De uitbaters zijn Zwitsers die hun leven een andere wending wilden geven. Zij kookt en is gastvrouw, hij bedient. Na het eten nog even door het dorpje gelopen. Een oud landbouwdorpje, waar de landbouw voor het grootste gedeelte verdwenen is.
Tijdens het varen houden we de kilometerbordjes bij. We kunnen met het horloge ernaast uitrekenen hoe snel we varen. Volgens de berekening komen we uit op zo’n 9 kilometer per uur varend. Of dit klopt weten we eigenlijk niet echt. De afstandtabellen in ons boek geven heel andere afstanden aan! De totale lengte van de Saone volgens het boek, hebben we als we de kilometerpalen hanteren al ruim overschreden, en hadden we al op het Canal de l’ Est moeten zijn !!?? Volgens het boek nog zo’n twintig kilometer. Ik denk dat dit laatste klopt. Morgen gaan we verder.

20 juli 2008

We werden wakker met mist. Opgestaan en een half uur later varen. Half tien. Het laatste stuk Saone. Voor vertrek nog olie gecontroleerd en bijgevuld. Het zat op de ondergrens. Wat wil je ook met zulk intensief gebruik. Het landschap wordt opener. Waren het eerst vooral bomen langs de kant, nu kun je over het landschap heen kijken. De Saone is smal geworden. Het heeft wel wat weg van het Reitdiep. Evert ruimt de boot op.
Eigenlijk nog onverwacht wordt het vaarwater kleiner, ineens liggen we voor de sluis die de ingang vormt van het Canal de l’Est. Bij Corre. Een sluis waar bij de bovendeuren veel water lekt en waarvan de muren rijkelijk begroeid zijn met planten. We krijgen een afstandbediening mee voor de volgende sluizen. De draaistang(slang) is afgeschaft. Direct na de eerste sluis in Corre even middagpauze gehouden. Evert heeft gekeken of er nog winkels open waren. Ik heb een fruit salade gemaakt.
Naast de boot zit een smalle doorvaart van ongeveer 6 meter breed in het kanaal. Komt er onverwachts een geladen Nederlandse spits doorheen schuiven. Het schip past amper in het kanaal. Je kunt je helemaal niet voorstellen dat het in zo’n sluisje past.
Als de fruitsalade en broodje op zijn vertrekken we weer. Komen we snel daarna in dat smalle kanaal nog een geladen spits tegen! We kunnen elkaar voorbij SB op SB. De ene wal zacht de andere een puinhoop. De spits kruipt trouwens door het kanaal. Verderop komen we stukken kanaal door waarvan je niet kunt geloven dat een spits er door komt. Zo nauw en zo bochtig. Tegenliggers moeten dan in de achteruit weer terug.
De wallen zijn slecht, de sluizen lekken maar functioneren goed. Het teamwork tussen ons beiden gaat super.

Het verval in de sluizen is ongeveer 3 meter. Je kunt niet bij de bolders. Eigenlijk kun je ook niet zien waar ze zitten. Hulp is er niet. Je moet bij het laddertje omhoog klimmen, touwen gooien en de boot vastleggen. Daarna de “Totem” bedienen. Evert klimt de trap op, ik doe de rest aan boord. Een vijfde stootkussen zou geen luxe zijn.

Ligplaatsen zijn ook hier maar heel beperkt aanwezig. Sluis 37 draait niet meer als we ervoor liggen. Met lange landvasten en een stik kunnen we nog redelijk afmeren. We liggen nu op de grens met de Vogezen. Het kanaal wordt nu ook het Canal de Voges genoemd. We proberen morgen op tijd te vertrekken. Kijken of we Lies en Thijs de volgende week in België kunnen ontvangen.

Slijtsporen van meer dan honderd jaar gebruik
De moderne afstandbediening op de wal

21 juli 2008

Vroeg wakker om half zeven sloeg twee keer lang achter elkaar een kerkklok om het dorp wakker te maken. Heb Evert nog even laten slapen. Toen we wilden starten lukte het niet. Accu’s niet genoeg geladen? Twee keer ronddraaien en dat was het. De handstart wou niet. De kleplichter zat blijkbaar vast. Waarschijnlijk nog nooit gebruikt. In de tank van het aggregaat zat geen gasolie. Ook maar niet geprobeerd. Nog gekeken of er mensen waren met startkabel en een accu. Nee dus.
Een sportvisser wilde wel helpen door me naar een mecanicien te brengen. De enigste garage was twintig kilometer verder. Een Citroën garage. Gesloten. Uiteindelijk een uitlaatservice gevonden die een accu hadden staan. Geen geld bij me. Stom. Nog een keer heen en weer rijden. Uiteindelijk gelukt.
Accu verwisseld, en nog maar weinig resultaat. Nog een keer met de hand draaien. De kleplichter deed het. En dan is starten ……… een fluitje van een cent. Oorzaak waarschijnlijk een lekkende verstuiverleiding? Kon niet? Verder aangedraaid worden? Lekt niet meer? De motor loopt weer.

Om half elf varen: van sluis 37 naar sluis 14. Ongeveer 22 kilometer. En iedere keer sluis invaren, trap op klimmen, bootvast leggen, totem bedienen en de sluis weer uit varen. ’s Avonds om zeven uur sluit het VNF de sluizen. Dan moet je maar zien waar je afmeert. Afmeer mogelijkheden zijn er niet!

Dorpjes zijn er weinig. Als ze er zijn wil dat nog niet zeggen dat er ook een winkel is. Je bent op jezelf aangewezen. Je moet voldoende water, voedsel en brandstof bij je hebben, anders kom je er niet. Verder komen we, ook midden in juli, maar heel weinig mensen tegen op het water. Geen tegenliggers, geen meevaarders. Wie op zijn rust gesteld is en motorboot varen leuk vind, moet deze tocht maken. Het is dan wel handig als je met twee man aan boord bent.

22 juli 2008

Sluis 14. Na de ervaringen van gisteren wilden we op tijd varen. In een overzicht dat we kregen stonden een aantal tabellen en tijden. Alles begint om zeven uur ’s morgens en eindigt om zeven uur ’s avonds. Alleen, en dat kun je er niet uit opmaken, geldt bij de afstandsbediening een aanvangstijd van negen uur. Wisten we niet. Wij proberen om 7 uur de sluis te bedienen, de lichten branden, maar er gebeurt niets. Op de sluis aan de rode stang getrokken, nu blokkeert alles, ook de lichten, en er gebeurt niets. Op de intercom krijg je antwoord van een faxapparaat. Uiteindelijk kregen we contact en om bijna half negen kwam er iemand met een servicebus lachend vertellen dat we om negen uur de eerste zouden zijn. De man had gelijk. Het was zo koud dat ik mijn kiel aangetrokken heb.

Bij sluis 10 moesten we even wachten op een boot die uit de sluis kwam. Alles verliep normaal, alleen toen wij eruit zouden bleef de rechterdeur dicht. Weer via de intercom gebeld met iemand die nog slechter engels sprak dan ik frans. Kon hem wel duidelijk maken wat er aan de hand was.
Niet heel veel later kwam er een volledig gestresste monteur, die om wat voor reden dan ook stond te trillen bij de bedieningskast. Hij kon de deur open krijgen.
Tussen negen en één 14 sluizen gehad waar we overal 3 meter omhoog gingen. Er waren zelfs nog zes sluizen bij die volledig met de hand bediend werden. Daarna konden we een eind van zo’n tien kilometer gewoon varen in het hoogste kanaalvak. Heerlijk. Daarna bij Epinal in een soort sluizentrap het zelfde aantal weer naar beneden. We zijn over de top heen. Om half zes liggen we in de haven van Epinal. Beiden moe.

Nog even gelopen, Centre Ville bekeken naar de supermarkt geweest, in het havenrestaurant gegeten en uiteindelijk onder de douche geweest. Ik heb een AAAA gehad wat dat dan ook moge zijn. Een soort braadworst van streekproducten. Evert een salade.

Bij de laatste sluizen in de trap sloeg de vermoeidheid toe. We werden wat slordiger in het uitvoeren van de dingen. Geen onoverkomelijkheden, gewoon minder flitsend.

Ooit toen ik veertien of vijftien jaar was heb ik van mijn eerst verdiende vakantiegeld een fototoestel en een verrekijker gekocht. De volgorde van aanschaf weet ik niet meer. De verrekijker heb ik nog steeds. De camera niet meer. Eigenlijk heb ik de kijker maar heel weinig gebruikt. Tot deze vakantie. Dagelijks gebruik ik hem. Ruim dertig jaar na aanschaf.

Ongelofelijk hoe landvasten slijten op de muren van franse sluizen. Een dikke is al aan de kant gelegd. Hij kan in noodgevallen nog gebruikt worden, maar is al afgekeurd. Twee dunnere, waarvan één nieuwe, vertonen ook al slijtage sporen. De nieuwe stootkussens zijn al lang niet meer nieuw en de boot begint er door het intensieve gebruik ook gebruikt uit te zien.

Stangenbediening in de sluizen
De sluizentrap van 14 sluizen bij Epinal

23 juli 2008

Vertrokken uit Epinal. Verder de sluizen naar beneden. Begonnen bij sluis vijftien en geëindigd bij sluis dertig. Weer een stukje verder naar Nancy. Ondertussen al behoorlijk noordelijk in Frankrijk. Als we met de auto naar het zuiden gaan overnachten we altijd ergens in de buurt van Nancy. We overnachten nu in Charmes. Bij de eerste sluizen moesten we steeds wachten. Er was ons een boot voor. Het ging minder snel als eerst. Vandaag voor het eerst meerdere tegenliggers. Zelfs vijf vrachtschepen en een aantal jachten. De vrachtschepen hebben extra tijd nodig bij het schutten. Ze passen immers precies in de sluizen. Hierdoor liepen we de boot die voor ons voer zover bij in dat als hij galant geweest was we met hem mee hadden kunnen schutten. Dat was hij niet. De Deen. Weer ging hij voor ons aan. Tot de sluis waar een sluiswachter was voor de handbediening en de inname van de afstandbediening. Die deed de sluis weer open en liet ons er bij in. De Deen was ogenschijnlijk niet gelukkig. Hij liep te schelden en zijn vrouw bleef maar op het voordek zitten. Hij leek haast te hebben.
De sluizen werden veelal door één man of vrouw bediend. Een inspannend beroep, met veel lichamelijke inspanning en veel lopen. In een aantal gevallen hielp ik als het aan onze kant van de sluis zo uit kwam. Ik had het gevoel dat het op prijs werd gesteld. Ineens begon de Deen mijn initiatief over te nemen. Hij ontspande blijkbaar.

Tegen vijf uur waren we moe. Het was warm, en de sluizen kosten de nodige energie. We hadden tot zeven uur door willen varen, hebben we niet gedaan. De Deen leek in Charmes een plekje te gaan zoeken. Zijn initiatief hebben we maar gevolgd. Nog even rond gelopen en een pizza opgehaald. Er liggen ongeveer twintig boten tegen de wal en op de wal staat een dubbel aantal campers. Die mensen kruipen allemaal in hun hokje en gaan zitten televisie kijken. Wat saai. Uiteindelijk nog een heel geanimeerd gesprek gehad met de Deen en zijn vrouw. Eerst in het Engels later in het Duits. Bij ons langszij een bloedmooi zweeds zeiljacht, lang dun en lekker met 1.60 mtr. diepgang. Naadje voor de kanalen met 1.80 meter diepgang en waar het waterpeil zomaar 30 centimeter wil schommelen. Ze waren wel het meest verbaasd over het slechte internet in Frankrijk. Speciaal voor de vaart door Europa hadden ze een vaarbewijs gehaald. Alleen in Duitsland hadden ze het moeten tonen. Morgen verder richting Nancy.

24 juli 2008

Van Charmes naar Toul gevaren. De hele dag opgevaren met een Zweed die alleen met zijn boot onderweg was. Samen met hem alle sluizen genomen. Hij voorin wij achterin. Aan het eind van de dag waren we van het Canal de l ‘Est af. De vaarroute ging over in een kanaal om Nancy dat aan sluit op de Moezel en de Rijn. Hier is ook grote scheepvaart. En sluizen! 20 meter breed? 200 meter lang? 7 meter verval. We gingen er met drie jachten door. Anders als die kleine sluisjes die we de dagen ervoor hadden. Twee keer liep de motor temperatuur op tot over de honderd graden. Viel ook snel daarna weer terug. Een defecte thermostaat? De hele dag door kunnen varen. Samen met de zweed Carl en zijn boot “Smile” overnacht in Toul, bij een graan silo. Hij heeft bij ons aan boord macaroni gegeten. Onze voorraad wordt beperkter. Nergens onderweg gelegenheid boodschappen te doen. Gewoon afstanden varen.

25 juli 2008

Van Toul naar Euville gevaren door het Canal de Marne au Rhin om aansluiting te zoeken bij het noordelijke deel van het Canal de l ‘Est. Sluizen omhoog. Als laatste een tweelingsluis met een groot bekken erna direct gevolgd door de tunnel van Foug met een lengte van achthonderd meter. Bij Toul was het water zo helder dat je de bodem drie meter diep kon zien liggen met een ongelooflijke hoeveelheid waterplanten.

Het laatste deel van de tocht in het Canal de l’ Est ‘hebben we met een tussenstop gedaan. De motor werd te heet. In no time boven de 100 graden. 75 of 80 is normaal. Beide keren ontdekte ik het in een sluis. Direct daarna viel de temperatuur naar 69ºC. Mijn diagnose was dat de thermostaat stuk was. Eigenlijk had ik helemaal geen zin in sleutelwerk, gewoon omdat je overal slecht bij kunt. De thermostaat kon ik het makkelijkste bij. Alleen dan had ik elastieken extra lange armen nodig.
Overlegd met Klaas Wietse en Ningo. Besloten de thermostaat er uit te halen. Wat opviel was dat er weinig water uit kwam. Verder gezocht. Toch maar geprobeerd de koelwaterpomp los te maken. Met een hete motor lukt dat helemaal niet. En je kunt er amper bij. Tegen 11 uur ’s avonds had ik hem los. De impeller had nog maar de helft van het aantal schoepen en wat overbleef zag er ook niet zo geweldig uit. Ook hier maar weinig koelwater. Er zat genoeg in het expansievat. Gelukkig was er een reserve aan boord. Tussen 11 en 12 met Evert een “borrel” op het achterdek gedronken.

Invaart van de tunnel van Foug
Invaart van de tunnel van Foug

26 juli 2008

Verder met de reparatie. De reserve impeller past niet! Met behulp van een Franse buurman bij een garage in de buurt gekeken bij een garage of die ons konden helpen. Ook het internet gaf geen uitsluitsel. We moesten maar in Nancy gaan zoeken! Kon besteld worden maar duurt zes dagen!
Lies onderweg gebeld waar ze was. Zij was met Thijs Cor en Glenn onderweg naar ons toe. Ze heeft in Mook een nieuwe kunnen krijgen! Het koelwatersysteem nog verder nagelopen. In het filter zat vuil. Ook hier weinig koelvloeistof. Bleek de retourleiding van het expansievat volledig verstopt te zitten met vliezen. Waarschijnlijk restanten van een beschermingsmiddel in het koelsysteem. Schoongemaakt en nu maar wachten op de bemanning en hun chauffeurs. Dankzij hun komst en actie hebben we zo snel een passende impeller. Er valt nog iets te sleutelen.
De rest van de dag rust. Heerlijk. De hele dag binnen gezeten. Hele dagen buiten in de zon 10 uur zitten te sturen is vermoeiend. Wat opvalt sinds het Canal Marne au Rhin is de toename van het enorme aantal waterplanten. Gisteren hadden we de schroef ook al vol vlak voor een sluis.

27 juli 2008

Vandaag weer gevaren. Vanmorgen om zeven uur op gestaan om het koelwaterpompje weer in te bouwen. Sleutelen met de vingertoppen en een minibahco. Om half negen klaar. Alles lijkt goed. Om negen uur varen.

De sluislampen branden weer, dus kunnen we weer varen. Van Euville naar Dieue. Weer tien sluizen verder. We zijn zo’n 10 kilometer van Verdun. De temperatuur kwam niet meer boven de 76ºC uit. Broer Hans belde nog en wil proberen ons morgen of overmorgen te ontmoeten. Vlak voor Dieue onweersbuien. Toen we lagen af en toe een zomerse bui.
In “ons” boek staat: “kade, stroom en water”. We konden er niet bij. Er liggen boten die er overduidelijk langer liggen en voor een deel te koop zijn. Passanten moeten gewoon verderop liggen zonder kade, water en stroom.
Nog een avondwandeling gemaakt met de paraplu op. Hier voor het eerst deze vakantie een Citroën DS gezien in vier week. Bij ons zie je ze veel meer.

Onder het varen zien we veel metaalblauwe vlinders en libelles. De libelles vliegen veel aan elkaar gekoppeld. Voortplanting of liefde zoals libelles het doen?

Varen doen we ondertussen ook maar op zijn Frans: Alle stootkussens buiten boord. Met alle sluizen, smalle kanalen, en wisselende aanlegplaatsen blijf je met de stootkussens aan de gang. Ook wij laten ze hangen!

De afstandbediening die we aan boord hebben  in het Canal de ‘l Est Nord
De oude sluiswachterswoning in Euville
Hier twee libelles zittend op een kikker

28 juli 2007

Warm en de hele dag gevaren van Dieue, waar maar één bakker was, naar Liny devant Dun waar geen bakker meer is. Hier kwamen we om kwart over zes aan. Ons doel lag een paar kilometer verderop. De sluiswachter die er tot zeven uur hoort te zijn was al weg. Tenminste dat dachten we. Later ontdekten we in een folder dat het kanaalvak waarin we voeren onder een ander district viel, en er dus andere openingstijden gelden.
Onderweg, midden overdag, door Verdun gekomen. Ook vanaf het water waren er een aantal grote monumenten te zien. Naast sluis 20, ongeveer 8 kilometer ten noorden van Verdun ook een oorlogskerkhof.

De motor werd nog één keer te warm. De verstopping was makkelijk te verhelpen. Je moet dan wel in de kleine motorruimte. Ondanks de sterke ventilator die ingebouwd is, loopt het zweet me in straaltjes van het hoofd.
Nog steeds zitten er heel veel waterplanten in het kanaal. Qua afmetingen kun je het vergelijken met het Reitdiep, het Drents Diep en soms het Zuidlaardervaartje!

naast sluis 20
naast sluis 20

29 juli 2008

Lies jarig. In Diny. Omdat we wel boodschappen en verjaardagstaart nodig hadden, zijn we doorgevaren naar ons doel van de vorige dag. Hier waren we om ongeveer half tien. Het was Dun sur Meuse. Hier was weer een steiger met water en stroom en een toiletgebouw met douche en wasmachine. Lies heeft er een was gedraaid, we hebben boodschappen gedaan en Lies en ik hebben gedoucht.
Hans, Selma, Pieter en Bram en hond Ed, vonden ons hier. De mobiele telefoon en de Tomtom doen wonderen. Met elkaar een gebakje gegeten en bij gepraat. Zij over hun nieuwe aanwinst, een Eriba caravan van twintig jaar oud, en wij over onze boot en haar wederwaardigheden van de afgelopen maand.
De neefjes Bram en Pieter zijn met ons twintig kilometer mee verder gevaren tot een plek voor een sluis waar we niet verder konden. Zes uur is immers zes uur.
Hans en Selma hebben petroleum voor ons gekocht in de een of andere supermarché. Onze Taylors heeft het nodig. Wij ook natuurlijk, want zonder Taylors kunnen we niet koken. We zijn op Taylors gesteld geraakt!

De sluis waar we voor kwamen te liggen, had een kade met picknicktafels en een gemaaid gazon. Volgens onze gegevens en een kaart die we bij ons hadden heette het Alma. De Tomtom van Hans kon het niet vinden! Zij wel!
Met elkaar pannenkoek gegeten, en wat er verder aan eet- en drinkbaars was genuttigd. Een geweldige plek. Wij sliepen er in de boot, zij in de Eriba. We hadden Alma voor ons zelf.

De hele reis door Frankrijk waren we bijna geen plekken tegen gekomen waar je gasolie kon tanken. De vijfhonderdvijftig liter die we bij aanvang aanboord hadden, was wel al erg veel minder geworden. Eén tank was al leeg, de andere was ook zeker al voor de helft leeg. Peter zijn uitspraak dat we een hoeveelheid brandstof bij ons hadden waarmee we naar huis, terug naar Frankrijk en dan weer naar huis konden varen was toch wel erg optimistisch

Wasdag
Wasdag

30 juli 2008

Afscheid genomen van de familie bij de sluis Alma. Van onze ligplaats tot de sluis met de hele familie aan boord gevaren. Broertje had nog twee magneet stickers achter op de kont van de boot geplakt. De “A” zoals iemand die op de auto moet hebben wanneer hij of zij het rijbewijs nog maar pas heeft.
De hele dag doorgevaren naar Charleville. Het ging voorspoedig en snel.
Morgen houden we hier een dag rust. We liggen bij een camping/jachtaven. Ook hier kunnen we douchen. De hele vakantie hebben we dat bijna niet kunnen doen. Gewoon omdat er geen faciliteiten waren. We zijn als het ware langs de achterkant van Frankrijk gevaren. We zijn nu nog 80 kilometer van de Frans/Belgische grens. Morgenavond komt Katrien met de trein naar ons toe en vaart dan nog een paar dagen mee.

Alma
De laatste minuten met de neefjes ten Cate

31 juli 2008

Een rustdag en dus hebben we gerust. Het enigste wat we gedaan hebben: boodschappen en Thijs zijn bril laten repareren. Gisteravond liepen we even een rondje Charleville. Thijs vertelde hoe gelukkig hij met zijn bril was en hoe afhankelijk hij ervan was. Pakt de bril van zijn neus en het ding valt in tweeën.
Gelukkig was er een opticiën die kans zag om voor 8 Euro de bril weer in elkaar te lassen. Niet mooi wel goed. Ook geprobeerd een nieuw supplement te krijgen voor het Vignet 2008. Ze vertelden me in het engels dat dat in Givet bij de laatste sluis geregeld kan worden. Ben benieuwd.
’s Avonds hebben we Katrien van het station gehaald.

1 augustus 2008

Van Charleville naar Vireux gevaren. Een keer nog even twijfel gehad of de motortemperatuur stabiel bleef. Ik dacht nog even te moeten stoppen. Omdat er geen mogelijkheid was om aan te leggen toch maar doorgevaren. Geen verdere problemen meer geconstateerd. Om zes uur afgemeerd in Vireux.

Katrien haar vriend Dick en zijn dochters waren 40 kilometer verderop aan het kamperen. Zij kwamen nog langs. Samen hebben we nog een pizza gegeten. We hebben een ligplaats aan de kade. Hoe diep het er is weet ik niet. Immers wij hebben met onze 70 centimeter eigenlijk nooit problemen. Het voordeel van een platbodem.
Er kwam nog een scherpzeiljacht die voor ons aan de kade wilde liggen. Ze liepen vast. Ze hadden 1.70 meter diepgang. Konden wel bij ons langszij liggen. Een stel Bulgaren die het schip in Nederland gekocht hadden en onderweg waren naar de Zwarte Zee. Ze proberen ergens op de Donau te komen.

Dick met een dochter en hond
Bulgaarse buren langszij

2 augustus 2008

Van Vireux naar Namen gevaren. Het laatste stuk door Frankrijk. Nog een paar sluizen en een tunnel. Bij de sluis voor de tunnel nog een storing. Het schutten duurde iets langer. Bij Givet de grens met België over om half twaalf. Het voelt al een beetje alsof we de thuishaven ruiken.

Bij de sluis in Givet leveren we onze afstandbediening voor de sluizen weer in. En passant wordt onze naam geregistreerd dat we Frankrijk gaan verlaten. We zitten keurig in het computersysteem. Zelf ingevoerd in Narbonne. (Heb je wel eens achter een Frans toetsenbord gewerkt? Het heeft een andere indeling dan die wij gewend zijn). Zelf hadden we geconstateerd dat ons vignet al een paar dagen verlopen was. In Charleville begreep ik dat ik in Givet een suppletie betaling moesten doen. Hoefde niet. Ze waren zeker blij dat we er op een normale manier in gekomen waren en er ook zo weer uit verdwenen. Geen extra betaling dus. Een week “gratis” gevaren. Het landschap veranderd in een landschap met rotsen links en rechts. In België zien we een behoorlijk aantal mensen “bergbeklimmen”.

We hebben Namen gehaald in de regen. We hadden Namen gekozen omdat dit een grotere plaats is met een station. Voor Katrien is het dan weer makkelijker om zondagmorgen met de trein naar Utrecht te vertrekken. De ligplaats met douche was volledig bezet. Van “armoede” zijn we er tegenover aan de kade gaan liggen op de enigste plek dat er nog was.
Ondertussen helpt de Maas een handje mee in de snelheid die we lopen. Niet veel, maar de stroom loopt mee. Net als gisteren gingen we hard. Old Vic loopt gesmeerd.

In België moeten we bij de eerste sluis een document halen met de naam van onze boot erop. Evert en Thijs halen het. Het is kosteloos. Ik kwam iets later achter hun aan en wilde nog wat aanvullende informatie over de zondagsbediening van de sluizen. Terwijl ik nog op mijn beurt stond te wachten, kwamen de heren al weer terug. Ze hadden het document laten waaien en het lag bij de sluis in het water.
Een nieuw exemplaar was niet te krijgen. Er werd me in het Frans bezworen dat ik het ook niet nodig zou hebben. We zullen zien. Verder begreep ik dat de sluizen op zondag gewoon zouden draaien. Pas de probème. Noch bij de Nederlandse grens noch bij de Franse. In België vraagt niemand ernaar.

Morgen richting Luik, maandag Maastricht.

3 augustus 2008

Eerst met Katrien ontbeten. Daarna vertrekt ze om de trein naar Nederland op te zoeken, ook wij vertrekken daarna. Vrij snel na het vertrek weer een sluis. Met veel jachtjes en een voordringende Duitser, komen wij langszij bij een Belgische tanker te liggen. Vader en zoon varen met het schip dat van een reder is, tussen Namen en Antwerpen heen en weer. Laden altijd stookolie. Vol naar Namen leeg weer terug. We hadden een genoeglijk gesprek.

Het landschap ging na Namen snel over in een industrielandschap. Waren het ten zuiden van Namen vooral villa’s in een mooie omgeving, ten noorden van Namen steeds meer en zwaardere industrieën. In Luik ook nog veel schoorstenen die allerlei kleuren uitbraken. Ook wisselend. Dan wit, dan zwart, dan bruin. Of welke volgorde of je ook maar wilt kiezen. Alle gebouwen zijn vuil en vies. Je tong en neus krijgen er extra geuren en smaken te verwerken. Thijs en ik kregen last van onze ogen. Het lijkt me niet gezond. Ondanks de zondag is toch nog behoorlijk wat vaart met grote vrachtschepen en duwbakken.

We overnachten in de jachthaven van Luik tegen het centrum aan. Bij de capitainerie eten we ook. Later op de avond geeft Thijs zijn eten weer over nadat hij en zijn broer wat er druk hebben gedaan.

De hele dag hadden we een harde wind van achteren. Af en toe een paar regenspetters.

Hoewel Luik er helemaal niet aantrekkelijk uitziet, en het een stad is waar je met de auto op weg naar het zuiden meestal snel doorrijd, lijkt het me wel een stad met historie. Eigenlijk zou je er eens een excursie naar toe moeten maken. Lelijke 10- tot 12 etages hoge flatgebouwen naast een “klein” Art deco pandje. Is er in de oorlog zoveel vernield? Is er zoveel gesloopt? Hoe heeft een overheid zo slordig met het uiterlijk van Luik om kunnen gaan?

Katrien vertrekt uit Namen
Wij vertrekken uit Namen

4 augustus 2008

Van Luik naar Maastricht gevaren. We waren er precies om twaalf uur. Eerste maandag van de maand. De alarm sirenes loeiden als welkom. Eerst snel even een paar foto’s gemaakt van de Zeeuw bij “de” brug in Maastricht. Daarna direct van boord om boodschappen te doen. Even rondlopen en daarna naar La Place bij VenD. Ik was er nog nooit geweest. Er werd me bezworen dat ik er ook eens moest gaan eten. De hoeveelheid was zo groot dat ik mijn broodje en kop soep maar nauwelijks op kreeg. Lies met de jongens shoppen. Ze dachten om half vijf wel weer op de boot te zullen zijn. Ik heb waterkaarten gekocht. Wat ik bezat was nog van 1978 of daaromtrent.

Uiteindelijk zijn we om kwart voor vijf uit Maastricht vertrokken. Ik sliep toen Lies en de jongens weer aan boord kwamen. Direct gaan varen. Eigenlijk onbewust van de mogelijkheden om aan te leggen. De eerste dertig kilometer was dat in ieder geval niet beter dan in Frankrijk. Wel een paar sluizen genomen die niet onder deden voor de Rhônesluizen De capaciteit was ongeveer het zelfde. Het verval iets minder. 13 meter was het maximum met drijvende bolders! En dat in het Julianakanaal in Limburg! Niet verwacht dat dat zo zou zijn. Het gaat als een speer. Wel een opvallend verschil met de sluizen op de Rhône: de drijvende bolders piepen niet.

Maasbracht was het doel dat we zouden kunnen halen. Anders dan in de almanak stond er bij de sluis een passantenhaven aangegeven op de plek van de oude sluis. Helemaal in een hoek weggestopt achter een rondvaartboot en een verzameling binnenvaartschepen een prachtige plek aan een steiger met stroom. Om half tien waren we er. Evert had de navigatieverlichting al aangesloten. We hoefden het net niet te gebruiken.

Hans belde nog over de afspraak om Thijs op te halen om te komen logeren. Doen we morgen wanneer we wat dichter bij Mook zijn.

Taylors heeft spiritus nodig. Voor morgenochtend hebben we nog genoeg, maar we moeten nieuwe kopen. Vast en zeker is er een supermarkt die wat heeft. Ook de andere boodschappen kunnen we dan doen.

Tussen elf en twaalf op het achterdek gezeten en herinneringen op gehaald. Vooral die van mijn gymnastiekervaringen op school. Mijn gymnastiekleraar Gerard Kroon: “ten Cate een vier”. En hij gaf me een zes op mijn rapport.

5 augustus 2008

Om 9 uur wakker gebeld door Rudi Elsbeek. Ze belde dat IJzo heel emotioneel was. Totaal verliefd op de loopse hond van de buren. Eigenlijk was het niet hanteerbaar. Overlegd met Lies, Lies in de praktijk en Rudi wat te doen. Ik wilde IJzo direct al ophalen en het laatste stuk mee laten varen. Waarschijnlijk op dit moment niet echt handig. We proberen het nog even onder controle te houden.

Lies heeft in Maasbracht nog wat boodschappen gedaan. De voorraad spiritus en petroleum voor Taylors is weer op peil. Terwijl Lies en de jongens boodschappen deden heb ik de motor zijn dagelijkse portie zorg gegeven. Inmiddels heeft hij al bijna 300 uur gedraaid sinds we uit Port de la Robine vertrokken zijn. Bij het vullen van de dagtank bleek de tweede hoofdtank inmiddels ook leeg te zijn. We hebben dus al ruim 500 liter dieselolie verstookt. Toch maar goed dat ik nog 100 liter extra ingeslagen heb.

We hebben de vaart er behoorlijk in. We varen wel niet zo snel als andere motorkruisers, maar komen met 10 à 11 kilometer per uur goed vooruit. De gemiddelde snelheid ligt lager wanneer de tijd bij de sluizen meegerekend wordt. Lies is bezig met een schema met daggemiddeldes en andere feitelijkheden. We hebben steeds bijgehouden wanneer we welke sluis en wat voor afstanden we gevaren hebben.

We zijn vandaag gestopt in de jachthaven van Boxmeer. Thijs is er opgehaald door Hans en Bram. Hij blijft daar nog een paar dagen logeren. Morgen varen we bijna bij hun voor de deur langs in Mook.

6 augustus 2008

Even voor acht uur wakker. Het bed werd te warm. Koffie gezet en de dagelijkse vertroeteling van Vic gedaan. We gaan richting Nijmegen en dan kijken we wel hoever of we komen.
Lies houdt de kaarten en de wateralmanak vast wel weer bij.

Gisteravond toen we afmeerden in de jachthaven van Boxmeer sneuvelde er een stootkussen. Hoe het kwam weten we niet. Alles geen voorzichtig en rustig. Er zat zomaar een gat in. Goed voor een paar honderd sluizen en echt stootkussenwerk en dan het eind vinden in Boxmeer.

Via de Maas, het Maas-Waalkanaal, de Waal, het Pannerdenschekanaal en de IJssel in Doesburg terecht gekomen. Eigenlijk ging alles heel voorspoedig. Alleen op de Waal vooral veel tegenstroom. Omdat de snelheid dan niet al te groot is wordt het sturen en manouvreren veel lastiger. Er was veel grote scheepvaart die zich vooral snel voortbewoog. Dit gaat gepaard met veel waterbeweging. Vooral bij een duweenheid heb je veel golfslag. De hoogaars gaat hier soepel mee om. Het enigste dat van zijn plek kwam was de miniatuur Citroën Traction die op een randje vastgeplakt stond.

Op de Waal was onze gemiddelde snelheid ongeveer 5 kilometer per uur. Het kostte ons ongeveer 4 uur voor een eind van 19 kilometer. Op de IJssel maakten we dit weer goed. Met stroom mee haalden we 15 kilometer per uur. Vooral het sturen met het helmhout en het grote roer was met de wilde waterbeweging zwaar. De motor heeft goed zijn best gedaan. De temperatuur bleef bij deze, voor hem, krachtsinspanning permanent op zo’n 83 graden Celcius. Het loopt dan goed. Na de koelproblemen de afgelopen weken durf ik hem nog steeds niet voluit te laten lopen. Ergens tussen half- en driekwart gas loopt hij het lekkerst. Misschien dat een beschadiging op een schroefblad hier ook debet aan is.
Feit is dat de motor het lekkerst loopt bij een temperatuur van 76 graden. Blijkbaar is hij hier aan gewend. Zonder de thermostaat duurt het ongeveer een uur voordat hij deze temperatuur haalt. Er komt dan een moment afhankelijk van de stand van de gashandel dat hij op een temperatuur blijft hangen. De ene keer iets hoger de andere keer iets lager.

Zoals het nu is hoef je van deze motor en deze boot geen topprestaties te verwachten wanneer je stroomopwaarts wilt varen. Wij zijn er tot nu toe op stevig stromend water wel steeds gekomen. The Coventry Victor is still going strong.

De koeling van de motor is in ieder geval een onderwerp waar ik me nog eens over moet beraden. De WC is ook zo’n ding die zorg nodig heeft. Hij doet het niet meer. Van de weeromstuit begint hij nog te stinken ook. In ieder geval is het membraam kapot. Er zitten droogte scheuren in. Ergens aan boord moet een nieuwe zijn. Heb het alleen nog niet gevonden. Ligt waarschijnlijk voorin, onder het tuig. Voorlopig gebruiken we de emmer weer. Of, indien aanwezig, het haven toilet. Met veel spoelen en het gebruik van dettol zijn we de stank weer de baas.
Wanneer we in 2009 verplicht zijn een vuilwatertank aan boord te hebben, moet er sowieso bij het toilet nog een en ander aangepast worden. Is er bij de haven wel een punt waar de vuilwatertank leeg gemaakt kan worden? Ik kan in ieder geval makkelijk een gasolietank opofferen voor de overheidsbepaling.

In Doesburg een patatje met mayonaise gegeten. We hadden geen zin meer zelf nog te koken. Lies heeft nog wat zuivel gekocht bij de AH. Het toetje hebben we aan boord opgegeten.

Morgen varen we waarschijnlijk door naar Zwartsluis of Meppel. Deze vakantie hebben we eigenlijk alleen maar op voor mij onbekend water gevaren. De Drentse Hoofdvaart hoort ook bij het rijtje onbevaren wateren. Eigenlijk willen we dit de laatste vaardag dan gaan doen. Dan komen we ook een keer onder de Vriezerbrug door in plaats van er overheen.

Duwcombinatie op de Waal
Invaart van het Pannerdenskanaal

7 augustus 2008

Doesburg / Meppel een recorddag 102 kilometer gevaren. De weersberichten waren niet best. Vlak voor Zwolle, bij Windesheim zei ik nog dat we geen drup zouden krijgen. Had ik beter niet kunnen doen, want juist toen begon het te regenen. Van de weeromstuit ook nog even niet opgelet, en de sluis bij Zwolle gemist richting het Zwarte Water. Moesten we toch nog weer een stukje IJssel stroomopwaarts. Wel een heel groot verschil als je aldoor met stroom mee gevaren hebt.

Van Zwartsluis via het Meppelerdiep naar Meppel gevaren. We vonden nog een ligplaats voor een waterkraan / aftappunt voor vuilwater. Verder lag alles vol. De blijkbaar gemeentelijke havenmeester is maar een paar keer per dag als havenmeester aanwezig. In ieder geval niet na zes uur. De douches waren wel zo te gebruiken, de toiletten niet. Hiervoor had je een speciale slotcode nodig.

Het Bronkhorsterveer, bekend uit een liedtekst van Normaal: ….. over Steenderen naar het Bronkhorsterveer…….
Het Bronkhorsterveer, bekend uit een liedtekst van Normaal: ….. over Steenderen naar het Bronkhorsterveer…….

8 augustus 2008

Meppel ligt in dezelfde provincie als waar we zelf wonen. Alleen precies aan de andere kant. Zoals al eerder gezegd paste een tocht door Drente precies in het plaatje van onze vakantie. Ook een eind varen op water waar ik nog nooit geweest was. Eerst in het zuiden bij de hoogte omhoog, dan het Drents Plateau in het midden, om dan vanaf Assen weer met de sluizen naar beneden te gaan.

Dat het zo goed te vergelijken was met de smalle Franse kanaaltjes had ik niet verwacht. De sluizen zijn nog een maatje kleiner en de Drentse Hoofdvaart is ook qua breedte te vergelijken. Hier zijn de wallen goed onderhouden, en zien de sluizen er perfect uit.

’s Morgens om half acht vertrokken. ’s Middags tussen 12 en 1 een verplichte middagstop. De brug- en sluiswachters hebben dan middagpauze. Om vijf uur stopt de bediening weer. Je moet dan dus een plekje voor de nacht hebben. Tegen vier uur in een heel langdurige dikke regenbui voeren we vlakbij Assen. We hebben ervoor gekozen een ligplaats in het centrum aan de Vaart op te zoeken.

De Vaart loopt tot in het centrum van Assen, maar was al enige decennia afgesloten en gestremd. Het afgelopen jaar is het weer bevaarbaar gemaakt. Sinds een paar weken is het weer open en toegankelijk. We lagen helemaal dwars op het eind.

Gisteren had Lies al aangegeven niet te willen koken. Vijftig meter van de boot hebben we op een terrasje gegeten. Met zicht op de boot. ’s Avonds kwamen mijn ouders langs om onze aanwinst te bewonderen.

Sluis in de Drentse Hoofdvaart
Een kwart van Lies haar merklap, 6 weken borduurwerk

9 augustus 2008

De laatste dag van de vakantie. Ons huis op 20 kilometer afstand. Alleen om er te komen moeten we nog een dikke 50 kilometer varen. Over Groningen naar Zuidlaren dus. Gisteren de hele dag gedaan over 44 kilometer, dus vandaag ook nog een dag varen. De sluis bij Peelo heeft een verval van zo’n 5 meter. Een perfecte sluis. De sluismeester verzocht heel expliciet onze motor uit te doen. Het stond immers op een bordje voor de sluis. Heb nog nooit de motor in een sluis uitgedaan. Na een paar honderd sluizen kwam dit verzoek vreemd over. Bureaucraten bestaan nog! Inmiddels heet het kanaal dan wel al Noord-Willemskanaal en is het geschikt voor de kleinere binnenschepen. Het landschap is ons erg vertrouwd. We bekijken het nu alleen van het water.

Vanochtend moest ik om zes uur uit bed vanwege een sanitaire onderbreking van mijn nachtrust. De bakker tegenover onze ligplaats was overduidelijk al aan het bakken. Een heerlijke geur om mee wakker te worden.

Pas toen we onder de Eelderbrug in Groningen doorkwamen, bevonden we ons weer op water dat bekend was. Na zes weken en één dag varen. Vanaf hier kan ik de weg naar het Zuidlaardermeer wel dromen.

Op het meer kwam zoals verwacht mijn vader ons tegemoet varen. Om half vijf afgemeerd bij Meerzicht in Midlaren, onze thuishaven.

Lies had ondertussen al spullen bij elkaar gepakt die mee naar huis moesten. We hebben ze meegenomen in mijn vader’s auto. Vanavond weer thuis slapen. We willen IJzo onze hond er ook graag weer bij hebben. Aan boord is nog een beetje lastig vanwege de reling. Jammer dat de vakantie erop zit.

Assen, de Vaart
De Vriezerbrug
Mijn vader met zijn Hunze
Meerzicht Midlaren
Het Zuidlaardermeer

Naschrift

  • Op een dergelijke vakantietocht gebeuren dingen die anders gaan als wat je gewend bent. Iets wat ik nog nooit gebruikt heb, zolang ik vaar, is een pikhaak. Deze vakantie gebruikten we het.

  • Een verrekijker die ik bijna nooit gebruikte werd dagelijks gebruikt.

  • We hebben een aantal dagen gehad dat het zo warm was, dat het bijna te vermoeiend was om te sturen.

  • Er was bij de overige bemanningsleden weinig behoefte om te sturen. Ik moest erom vragen of iemand die taak tijdelijk van me over wilde nemen. Wanneer ik weer in de buurt van het helmhout kwam moest ik het blijkbaar direct weer overnemen.

  • Ieder kanaal of rivier heeft zijn eigen karakter. De Rhône (ongenaakbaar), de Saone (besloten en heel veel zwanen) het Canal de ‘l Est (smal), maar ook de Drentse Hoofdvaart (heel Drents). Hoewel ze allemaal hun eigen karakter hebben waren vooral de Franse kanalen lang en toonden weinig afwisseling. Het Canal du Midi, met zijn oude geschiedenis, en zijn platanen erlangs is in het zon overgoten Zuid-Frankrijk een soort oase. De Cricri hoor je daar boven het motorgeluid uit.

  • In Frankrijk ben je op het water aan jezelf overgeleverd, dorpjes zijn er niet of nauwelijks of ze zijn niet bereikbaar, faciliteiten zijn er bijna niet. Wanneer je er van houd alleen op het water te zijn, ben je daar op de goede plek. Enige technische kennis van hetgeen er op een boot bevind is handig. Bij storingen moet je het wel zelf oplossen.
    Zelfs op een hoofd vaarroute als het Canal de’l Est, maar ook de Rhône, kom je in juli bijna geen boten tegen. Zelfs met de wel aanwezige huurboten, is een dagscore van 20 tegenliggers niet een laag aantal. Op een van de dagen zijn we vijf tegenliggers tegen gekomen. In België werd het drukker. In Nederland werd het nog drukker, maar zoals het in Friesland wel eens hinderlijk druk kan zijn, hebben we in deze zes weken op deze route van Port de la Robine naar Zuidlaren niet ervaren. Het enigste werkelijk drukke stuk was voor ons de Waal van Nijmegen naar de kop van het Pannerdenskanaal. De stroming deed weer denken aan die van de Petit Rhône.

  • Eigenlijk hadden we een week extra tijd moeten hebben. We hadden dan wat meer plaatsen waar we nog wel door kwamen kunnen bezoeken en bekijken. Voor het overige is het belangrijk af en toe een dag rust te nemen. Een paar keer hebben we een dag gewoon niets zitten of liggen te doen.

  • In Avignon, Narbonne, Verdun, Luik en Toul had ik nog wel meer rond willen kijken. We hadden er geen tijd voor.

  • Op de hele tocht werden er in Frankrijk drie bruggen voor ons gedraaid. Twee nog volledig met de hand (bouwjaar 1880). Pas op de Drentse Hoofdvaart werden er weer bruggen voor ons gedraaid. De hefbrug in Frontignan draait slechts drie keer per dag. Als je het weet kun je er rekening mee houden.

Zomer 2008.
Gerard ten Cate, Lies Schuitemaker, Evert ten Cate en Thijs ten Cate.

Meer foto’s en informatie

Terug naar vorige pagina