Spiegel der Zeilvaart februari-maart 1996 nummer 2 - Tien tjotters en een Fries jacht van de ondergang gered

In 1945 zeilden Mem en Heit Piersma naar Leeuwarden, waar zij zouden gaan solliciteren naar de baan van jeugdherbergbeheerder op Terschelling. Het waaide uit de lijken, Mem was bleek geworden. In Leeuwarden wilde men hem de reisvergoeding geven, maar toen Heit zei dat een zeilboot nogal zuinig vaart, werd hij in tegenstelling tot zijn wens beheerder van de jeugdherberg in Heeg, omdat daar een aantal tjotters lagen.
Door de jaren heen begon men zich op de jeugdherberg te realiseren dat men in het historische erfgoed van Friesland zeilde. De tjotters waren getuigen bij de oprichting van de Stichting Stamboek Ronde- en Platbodemjachten begin vijftiger jaren.
De tijd veranderde. Om hen heen ontstonden vele zeilscholen die polyester of stalen zeilschepen aanschaften waarin veel meer cursisten konden zitten dan de vier in een tjotter. In 1977 gingen Heit en Men met vervroegd pensioen.
In de jaren negentig moesten jeugd-herbergen zelfstandige ondernemingen worden die de concurrentiestrijd moes¬ten aangaan. De jeugdherberg in Heeg ging ten onder. De tjotters moesten worden verkocht. Eind jaren zeventig was er een vriendenkring van de tjottervloot ontstaan en die luidde de alarmklok. In 1993 ging een kleine groep liefhebbers waaronder de heer Wegener Sleeswyk aan het werk. Hij had zelf op jonge leeftijd les gehad van Heit dus hij kende de historische waarde van de vloot. Er werd een Stichting in het leven geroepen om te kijken of de tjottervloot in zijn geheel gehandhaafd kon blijven. Men vond een aantal financieel geïnteresseerden en dat leidde in december 1995 tot de koop van de gehele vloot door de Stichting. Men had een deel van het Friese erfgoed gered.