Uit het Stamboek - Behou(d)t het Goede 2017 nummer 10

27 oktober 2017

Vragen rond de Hoogaars 'Seepaerd'' en de stalen tjotter 'Wylde Baarch' ex 'Grenaet'

Wat er allemaal ooit is vastgelegd ....

Heel regelmatig wordt stamboekbeheerder Jan Eissens benaderd met vragen over de historie van schepen. Alle vragen worden zo goed mogelijk beantwoord. Soms komt er een onverwacht uitgebreid antwoord, soms is er in het Stamboek niets te vinden. In deze “Uit het Stamboek” willen we twee schepen, de hoogaars 'Seepaerd' en de stalen tjotter 'Wylde Baarch' ex 'Grenaet'  onder uw aandacht brengen.
Er werden vragen over gesteld waar wij geen antwoord op hebben. Misschien kunt u hun eigenaren en ons verder helpen.

Hoogaars 'Seepaerd'

Naar aanleiding van de vorige “Uit het Stamboek” kwam Peter Hamer met een vraag over de hoogaars 'Seepaerd', die net als de Vollenhovense bol 'Goetzee' in de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog op de Loosdrechtse plassen gevaren heeft. Hij is nu nauw betrokken bij de restauratie van deze hoogaars. En passant voegde hij het volgende relaas met vragen toe.

Tijdens de bouw op Scheepswerf Gebr. Meerman Arnemuiden, in 1941
Tijdens de bouw op Scheepswerf Gebr. Meerman Arnemuiden, in 1941

Hoogaars 'Seepaerd' na 75 jaar terug in Arnemuiden

Het hoogaarsjacht 'Seepaerd' (plaquettenummer 83) is terug op de werf in Arnemuiden, waar het in 1941 werd gebouwd. Oorspronkelijk opgezet als open hoogaars ‘op de koop’, dat wil zeggen voor eigen rekening van de werfbaas, werd het schip in 1942 verkocht aan de heer Frans Tang, eigenaar van de werf "De Ster" in Kortenhoef. Op zijn verzoek heeft Meerman het schip als jacht afgetimmerd. Over de verdere, vroege geschiedenis van de hoogaars is weinig bekend.

Tweede fase restauratie, sinds juni 2017 in de loods op de werf in Arnemuiden.
Tweede fase restauratie, sinds juni 2017 in de loods op de werf in Arnemuiden.

Volgens het Stamboek heeft het schip de volgende eigenaren gehad:

1942  - onbekend Frans Tang (werf "De Ster"), Kortenhoef
onbekend - onbekend  Dhr. J.M. Weijman ( Seepaerd)
onbekend - onbekend Dhr. Wermeskerken ( Seepaerd)
onbekend - onbekend  Dhr. Gooskens ( Seepaerd)
onbekend - onbekend  J. Meyer, Kampen ( Seepaerd)
1963 - 1967  F.J. Loomeyer, Paterswolde ( Seepaerd)
1967 - 1972  J.P. Boomsma, 's Gravenhage ( Seepaerd)
1972 - 1978  P. Klitsie, Utrecht ( Seepaerd)
1978 - 1988   A. Goverse, Middelburg ( Seepaerd)
1988 - 2003  G.M. Dirkse, Utrecht ( Seepaerd)
2003 - 2005 ????
2005 - 2012  R.J. Daniëlse, West Souburg ( Seepaerd)
2012 - 2014 Peter Hamer, Veere ( Seepaerd)
Vanaf 2014 Cees Droste, Baarland ( Seepaerd)

Vragen

Met de families Loomeijer, Klitsie, Goverse en Danielse is inmiddels contact gelegd. De overige blijken heel moeilijk te vinden.
De volgende vragen staan daarmee nog open:

  • Wie was de opdrachtgever, die bij scheepswerf "De Ster" in Kortenhoef een hoogaarsjacht bestelde ?
  • Heeft iemand van de lezers informatie over de voormalige eigenaren ? 
  • Waar heeft het schip gevaren, wat was de thuishaven ?
  • Zijn er foto’s waarop het schip te zien is ?

De 'Seepaerd' is een "kleine" hoogaars (9 meter), van een model zoals dat tot het einde van de negentiende eeuw werd gebruikt op de meer beschutte wateren van de Scheldedelta, tussen de eilanden. Ze werden onder andere gebruikt als veerschip en vrachtschip. Ook op de Braakman (afgedamd in 1952) en in de haven van Philippine waren deze kleine hoogaarzen populair, met name voor transport in de mosselpellerij. 

Omdat het hier gaat om een type dat inmiddels helemaal is verdwenen, zal het schip niet worden gerestaureerd als jacht, maar als een open werkscheepje.  Daarmee wordt de afkomst en ontwikkeling van de hoogaars weer beter geïllustreerd. Scheepsrestaurateur Cees Droste zal het schip verder restaureren, waarbij bezoekers het werk kunnen volgen tijdens de bezoek dagen (woensdag en vrijdag middag vanaf 13.00 uur). 

Bezoek adres: Historische Scheepswerf C.A. Meerman, Zuidwal 63, 4341 CH,  Arnemuiden

 


 

Een heel ander scheepje waar we onlangs foto’s van kregen is het volgende: 'Wylde Baarch' ex 'Grenaet' (garnaal).

Via Alexander de Vos werden we attent gemaakt op dit scheepje. Arnout Anneveld, haar eigenaar, was eens bij hem op de werf geweest. De 'Wylde Baarch' ex 'Grenaet' is een ijzeren tjotter met houten dek en kajuit. Het is ooit gemeten en heeft zeilnummer RD97. Deze meting en toekenning van het zeilnummer moet waarschijnlijk in de jaren rond 1977 hebben plaatsgevonden. Wat we verder terug kunnen vinden is, dat ze met dit zeilnummer in 1978 en 1979 heeft deelgenomen aan de Regionale Friese Reünie in Heeg. Haar eigenaar is dan D.J. Pranger uit De Bilt. Ze heeft toen meegevaren bij de Friese jachten.
In ons eigen Stamboekarchief hebben we een brief uit 1998 van de heer Stelling uit Voorburg, waarin hij schrijft voornemens te zijn deze tjotter te kopen. Of de koop werkelijk is doorgegaan weten we niet. Vervolg correspondentie bezitten we niet.
Curieus is wel dat er een bouwjaar wordt genoemd: 1897. Waarop dit gebaseerd is, is vooralsnog onbekend. Van haar huidige eigenaar weten we dat hij het scheepje sinds 2007 heeft en dat hij het gekocht heeft in Hindeloopen. Ze heette toen al 'Wylde Baarch'. Verder is er niets over haar geschiedenis bekend.

De ijzeren tjotter 'Grenaet' met houten kajuit onder zeil
De ijzeren tjotter 'Grenaet' met houten kajuit onder zeil

Over haar casco van (staal)ijzer kan verteld worden dat het geklonken is. Hiermee heb je een verwijzing naar haar leeftijd al is die heel vaag en ruim. Maar 1897 kan goed mogelijk zijn. Met deze bouwwijze voldoet ze wel aan de criteria om mee te mogen varen op de Reünie in Heeg. Haar lengte is ongeveer 5.20m.

De afgelopen drie jaar heeft ze op de wal gelegen en niet gevaren. Zonde. Ze is geverfd met een twee componenten verfsysteem. Er zijn zichtbaar een aantal reparaties aan het ijzerwerk gedaan. De 'Wylde Baarch' ex 'Grenaet' is (nog) niet ingeschreven in het Stamboek.

Wie weet meer over haar geschiedenis?

Het verhaal van de Granaet

Bij het scheepje wordt de volgende overlevering verteld:

Tijdens de stadhouderlijke regering ving men in Dokkum een reusachtige garnaal (een kreeft). Zo’n groot beest hadden ze in Dokkum nog niet eerder gezien. Omdat ze niet wisten wat ze er mee moesten doen werd het stadsbestuur bijeen geroepen. Zij besloten het dier aan een zilveren ketting te leggen onder de Zijl om het, als Prins Frederik Hendrik in Dokkum op bezoek kwam, te laten zien aan Zijne Hoogheid. Als een Dokkumer bezienswaardigheid. Helaas is de prins nooit in Dokkum gekomen en dus ligt de Dokkumer Granaet nog steeds geketend onder de Zijl.

Over de juiste schrijfwijze van de naam "Grenaet" durven we op dit moment geen uitspraak te doen. In Dokkum wordt een andere spelling gehanteerd, dan die we op de lijsten van de Regionale Friese Reünie terug hebben kunnen vinden.

Reactie van Lieuwe Bouma uit Oudwoude (30-10-2017)

Ik zag de foto van de "Wylde Baarch". "Wylde Baerch'" ( toen met ae) was overigens de bijnaam van een bekend Fries hardzeiler van ver voor de oorlog.
De lijnen van de tjotter doen mij erg denken aan mijn tjotter "Nooit Volmaakt 3" ( 3.90 x 1.40. holte 80 cm ). Bouwjaar onbekend, Bouwwerf onbekend. Gebouwd van puddelijzer en met dezelfde constructie van het berghout, ook een strip , driedik geklonken.  
Op de foto kan ik de constructie van de stevens niet zien, die is bij mijn tjotter zeer afwijkend (geen doossteven).
Maten van plaat, hoekstalen en nagels in inches. Als dat bij de "Wylde Baarch" ook zo is en als de tjotter ook van puddelijzer is, kan het bouwjaar goed kloppen. Als bouwwerf is voor mijn tjotter wel genoemd : Croles in IJlst.

Antwoord van Gerard ten Cate

Hoewel ik me al jaren verdiep in het wel en wee van ronde jachten, moet ik concluderen dat ik maar heel weinig stalen ronde jachten ken. De afgelopen jaren zijn er wat ontwerpen gemaakt van tjotters van staal. Doordachte ontwerpen, maar niet te vergelijken met de tjotters zoals de geklonken exemplaren, zoals jouw scheepje en de 'Wylde Baarch'.  Jouw opmerking over het puddelijzer is terecht. Ik heb geen idee of de 'Wylde Baarch' hiervan gemaakt is, maar ik sluit het niet uit.  Het is iets wat (nog) uitgezocht moet worden. Ken jij meer van dergelijke scheepjes? Jij noemt de suggestie van de werf van Croles. Heb je hier ooit een bevestiging van gehad?

Wat is er over geklonken tjotters bekend? Het lijkt me een vergeten onderwerp. Welke werven zou je kunnen aanmerken als mogelijke bouwers? In het boek Tjotters en Boatsjes van de heer Vermeer worden volgens mij alleen maar houten tjotters beschreven. Voor zover ik de werfboeken van Van der Zee heb doorgenomen, kan ik me niet herinneren dat ik gezien heb dat zij tjotters van staal hebben gebouwd. Van Iege Blom weten we dat hij zeker één geklonken tjotter heeft gebouwd.
 
NB. Ik ken een paar namen van ronde jachten uit het verleden met een geklonken romp van een ijzerlegering. Opvallend zijn dan vaak de stevens van plaatstaal. Constructietechnisch is dit makkelijker te maken dan een holle stevens zoals je bijvoorbeeld bij tjalken ziet.
 
Wat voor kennis is er op dit gebied? De gelaste stalen ronde jachten wil ik hierbij nu even buiten beschouwing laten.

Uitleg verschillen in soorten ijzer door Dirk Huizinga

Het "staalijzer" was anders dan het iets oudere puddelijzer. Puddelijzer was bros. Het werd niet volledig gesmolten, zodat er slakken in het ijzer bleven zitten. Puddelijzer was niet te lassen. Het staalijzer kan je met enige moeite lassen, maar die techniek werd niet gebruikt. Toen werd er geklonken. Staalijzer was taai. Als je met een staalijzeren tjalk tegen de kant voer, kwam er een deuk in die er weer uit te kloppen was. Bij puddelijzer scheurde het ijzer en had je een probleem.

Het Vlugschrift "Uit het Stamboek - Behoud(t) het goede" 
wordt samengesteld door Gerard ten Cate.

 


 

 


 

Terug naar vorige pagina