Uit het Stamboek - Behou(d)t het Goede 2018 nummer 5

31 mei 2018

Flamenco danseres

Wat er allemaal ooit is vastgelegd ....

Hoort een Flamenco danseres op het roer van een Vollenhovense bol?

Uit een email die we ontvingen: 
Is het wellicht een idee om een publicatie te maken over richtlijnen voor roerklik en roerbeelden op rond- en platbodem jachten? Op welk type schepen hoort een (versierde) klik, op welk type schepen kan een roerbeeld en op welk type schepen hoort niets op het roer? Bij ons in de jachthaven ligt bijvoorbeeld een bol met Spaanse flamenco-danseres (uit de souvenir winkel) op het roer. Niet echt iets voor een klassiek schip. Lemsteraken zie ik met steeds grotere roerbeelden en recentelijk zelfs een life-size dolfijn. Wellicht moet men er bewust van worden gemaakt, dat de werkschepen (vissersschepen) helemaal geen roerbeelden hadden. Het oorspronkelijke karakter van de Nederlandse Ronde en Platbodemjachten begint aangetast te worden door niet-bijbehorende versieringen. Het oorspronkelijk strak en doelmatig gebouwde uiterlijk raakt verloren.

De verleiding is groot om op deze vraag te reageren in de trant van het voormalige televisie programma Farce Majeure: “Geacht Farce forum wat vindt u hiervan?” Persoonlijk ben ik niet zo adrem, dat ik deze vraag met één antwoord kan duiden en zal dat ook niet gaan doen. Wel ben ik heel nieuwsgierig hoe anderen tegen deze verkapte vraag aankijken.

Persoonlijk zie ik het als volgt:

Toen wij een paar jaar geleden met onze hoogaars in de haven van Schiermonnikoog lagen, kwam er aan de andere kant van de steiger een nieuwe Lemsteraak liggen met als roerversiering een gesneden aambeeld met arm en moker. Overduidelijk gemaakt met visie en vakmanschap. Niet onverdienstelijk gesneden. Een snijwerk waar ik met bewondering en respect naar heb gekeken. Volstrekt anders dan we normaal gesproken gewend zijn. Naar mijn oordeel een roerversiering, die erg persoonlijk is, maar zeker kan. Of ik het zelf zou willen, dat is iets anders, maar het heeft karakter. De eigenaar van het schip is eveneens eigenaar van een metaal verwerkend bedrijf. Het is een verwijzing naar zijn beroep. Zo heb ik ooit een vlaggenstokknop gezien met daarin een Dinky-Toys graafmachine er op gemonteerd. Blijkbaar een verwijzing naar de broodwinning van de eigenaar van het bijbehorende scheepje.

Vanzelfsprekend is het zo dat degene die betaalt ook bepaalt en het zit in de mensen om hun bezit naar eigen inzicht te verfraaien. Gelukkig maar. Ook hun schepen.

Grouw 1953

In 1953 organiseerde de Koninklijke Zeilvereniging Oostergoo een wedstrijd voor ronde jachten. Dit was de ouverture van de oprichting van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten. Aan de deelnemende schepen werd een mastwortel als aandenken gegeven. Dit is een memorabel moment geweest, want in de eeuw ervoor was deze scheepsversiering volkomen in de vergetelheid geraakt. In mijn verzameling foto’s van ronde jachten, die te dateren is tussen 1880 en nu, vind je voor 1953 geen foto van een schip met mastwortel. Daarna wel. Opvallend was de aanwezigheid van een aantal ronde jachten, uitbundig met snijwerk versierd van de werf van vader en zoon Van der Zee uit Joure. Schepen die nog altijd prikkelen wanneer het om schoonheid gaat. Maar: allemaal voeren ze zonder een mastwortel!

Aanzet?

Het gaat misschien wat ver, maar “Oostergoo” heeft misschien wel de aanzet gegeven tot het extra versieren van schepen. Toen eerst de boeier 'Friso' in 1953 naar Friesland werd gehaald om daar als Statenjacht te gaan varen, waren er de nodige personen en bedrijven die een bijdrage wilden leveren in de vorm van snijwerk. De mastwortel, de vlaggenstok knop en het mastbord zijn een paar voorbeelden van versieringen die toen pas zijn toegevoegd. Daarna in 1957 herhaalde zich dit fenomeen toen Prinses Beatrix voor haar achttiende verjaardag de Lemsteraak 'De Groene Draeck' kreeg aangeboden. Zo bood het Stamboek de roerversiering aan. Prinses Beatrix ontwierp de roerversiering zelf.

De Stamboekvloot bestond toen nog vooral uit “oude” schepen. Het in 1953 gebouwde Friese jacht 'Bestevaer' had bij haar tewaterlating slechts één versiering. Een roerleeuw, die geschonken was door het Fries Scheepvaart Museum. Deze leeuw is later met een ongelukkige manoeuvre over boord geslagen en nooit terug gevonden. Ze is vervangen door een door Harry Pels gesneden exemplaar.

Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten sinds 1955

Snel na de oprichting van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten werden er nieuwe schepen aan de vloot toegevoegd. Nieuw gebouwd, met nieuwe technieken, en met nieuwe inzichten. Heel vaak versierd met snijwerk. Geïnspireerd op oude vormen, maar wel nieuw. Zo zag je bij veel Vollenhovense bollen versierde kluisborden en beretanden verschijnen en werden bij veel schepen de kajuitranden versierd, zoals je het zag bij boeiers en werden roerkoppen versierd zoals bij tjotters. Dat hiermee voorbij gegaan werd aan het oorspronkelijke gebruiksdoel van de bol, de visserij, zal duidelijk zijn. Immers, vissersschepen waren werkschepen en alleen al uit praktische overwegingen waren deze schepen slechts mondjesmaat versierd. Dit zelfde gold voor tjalken die uit de binnenvaart afkomstig waren en tot jacht werden verbouwd. Sinds de oprichting van het Stamboek is er min of meer een vermenging ontstaan van snijwerk dat traditioneel niet bij een type schip hoort.

Er bestonden tradities hoe schepen versierd werden. Die waren over het algemeen lokaal bepaald en erg tijds- en persoonsafhankelijk. Van Auke Holtrop van der Zee is bekend dat hij vanaf ongeveer 1880 duidelijk zijn stempel heeft gezet op het snijwerk waarmee de Van der Zee schepen werden afgeleverd. Uit overleveringen van deze werf weten we ook dat er op de jachten die er gebouwd werden vaak geld door de bouwers op toe werd gelegd (moest worden gelegd).

De schepen die in het Stamboek ingeschreven zijn, zijn zonder uitzondering 19e-, 20e- of 21e-eeuws. De uitbundige versieringen van de 17e eeuwse schepen komen historisch gezien dan ook niet op onze schepen voor. De zeventiende eeuwse overdaad past bij het economische getij van toen. Snijwerk was ondanks de lage loonkosten een luxe accessoire en dat is het nog steeds. Scheepssier kun je dan ook niet los zien van de tijd waarin het werd toegepast. De 18e en 19e eeuw waren wat dat betreft sober.

Passend bij het schip

Misschien is de manier waarop nu naar snijwerk en vormgeving gekeken wordt anders dan in de jaren die achter ons liggen. Bij het huidige tijdsbeeld past waarschijnlijk de moker en het aambeeld van de Lemsteraak 'Blicksem'. Hoewel het afwijkt van de traditie, past het bij het schip. De Flamenco danseres hoort traditioneel en historisch gezien niet bij een Vollenhovense bol. Of het past? Hierover zullen de meningen verschillen. 

De moker en het aambeeld van de Lemsteraak 'Blicksem'
De moker en het aambeeld van de Lemsteraak 'Blicksem'

Huitema

De suggestie die geopperd wordt om eens een gedegen artikel te schrijven over scheepssier, zoals die historisch en traditioneel werd toegepast lijkt me een juiste. Misschien is het goed om  nog eens het hoofdstuk Scheepsversieringen in het boek Ronde en Platbodemjachten van Huitema te gaan lezen. Eén zin uit dit hoofdstuk wil ik citeren: “Al speelt de traditie hier zeker een grote rol, de eigenaar van een jacht is uiteraard vrij de afbeelding te nemen die hij zelf verkiest”.

 


 

Naar aanleiding van de vraag van Gerard ten Cate ontvingen we een aantal reacties:

Daan Eysker van de schouw 'Blinkerd' schrijft:

Alles mag natuurlijk, maar waar het vaak aan ontbreekt, is smaak en gevoel voor lijn en proporties.Maar al te vaak lijkt het helemaal niet te passen in de traditie. Het moet passen bij de vorm van het roer en er niet “zo maar” opgezet zijn.

Wim Vogelsang van de Workumer bol 'Wadbijter' schrijft:

Ik heb onlangs een Workumer bol gekocht. Deze had geen naam, wat ik heel vervelend vond. Toen heb ik een naam bedacht en kreeg het schip de naam 'Wadbijter'. Ik heb toen een roerklik gemaakt van een kat met een rechtopstaande staart, waar het schip ook zijn naam aan te danken heeft. Ik heb het verhaal erbij geschreven, dat het dier op dat moment de visser hielp om de krabben te vangen, door met de staart als een soort antenne de krabben op te sporen en zo de visser in de gelegenheid te stellen de krabben te vangen. Hij ving de krab volgens overlevering door zijn staart, wat hem de naam Wadbijter opleverde. Ons schip is dus de laatst over gebleven Wadbijter en is dus zeer zeldzaam.

 


 

 

Het Vlugschrift "Uit het Stamboek - Behoud(t) het goede" 
wordt samengesteld door Gerard ten Cate.
 


 

Terug naar vorige pagina