De schoonheid onzer binnenschepen

W.J. Dijk, de ontwerper van het oorspronkelijke SSRP-logo

Het is nog niet zo heel lang geleden dat onze Binnenwateren beheerst werden door schepen in velerlei typen en grootten. Deze binnenschepen waren toen het aangewezen middel voor handel en transport. Want vele plaatsen in ons land, kleine en grote steden, dankten hun bestaan en ontwikkeling aan het water. De tekenaar-schrijver werd al sinds het einde van de vorige eeuw geboeid door de mooie oude werkschepen in hun vele karakteristieke vormen. Schepen, die door de tijd heen zijn gegroeid volgens de eisen van het werk en de streek waar ze gebruikt werden. En met tuigages die door generaties van scheepsbouwers vervolmaakt werden. 

Inleiding

De auteur heeft al die oude schepen en hun schippersgezinnen gekend en hij heeft er zijn hart aan verpand. Van de uitgebreide collectie aquarellen, tekeningen en etsen van de hand van de heer Dijk is, met medewerking van de Ottema-Kingma Stichting te Leeuwarden, een dankbaar gebruik gemaakt ter verluchting van de tekst. Dit boek zal wel zo ongeveer het laatste zijn dat nog door een tijdgenoot kon worden getekend en geschreven. Mede daardoor is het van waarde en heeft het een volkomen eigen charme. 

Herinnering aan Galamadammen, verbrand I945
Herinnering aan Galamadammen, verbrand I945

De auteur zelf over het boek

Toen wij in 1942 Den Haag moesten verlaten, vonden mijn vrouw en ik een nieuw tehuis in het oude hotel 'Galamadammen', tussen de Fluessen en Morra in het zuidwesten van Friesland. Ik was heimelijk verheugd, want ik kende Galamadammen niet alleen uit Van Lenneps ' Roos van Dekama', maar ik had er al getekend toen ik nog te Makkum woonde en ook uit Gaasterland waar we logeerden was het gemakkelijk te bereiken. Ons verblijf daar in de oorlog duurde drie jaar en eindigde in mei 1945 toen het hotel door de bezetters werd verbrand. Wij vonden opnieuw onderdak in het huis van de Sluiswachter te Molkwerum en denken aan de tijd te Galamadammen en te Molkwerum met dankbaarheid terug. In die tijd heb ik de tekst van dit boek geschreven en vele van de hier opgenomen tekeningen gemaakt; daardoor hebben veel getallen en mededelingen vanzelfsprekend alleen op die tijd betrekking. Wat het tekenen van schepen. betreft is dit zeker wel de vruchtbaarste tijd van mijn leven geweest. Dat er thans een uitgever gevonden werd om het boek in de openbaarheid te brengen, heb ik grotendeels te danken aan de hulp van de Ottema-Kingma Stichting te Leeuwarden en de zeer gewaardeerde hulp van de heren Mr. Dr. T.Huitema te Wassenaar en H.G. van Slooten, secretaris van de Ottema-Kingma Stichting. Waarvoor mijn grote dank. 

Inhoud

  • Het Friese binnenschip
  • De eeuwige wind
  • Beurtschepen
  • De beurtman
  • Gasten
  • Tjalken
  • Vissersboten
  • Uiterlijke dingen
  • Voorbijgaande schepen - de 'Emanuel'
  • Turfschepen
  • Het dorp achter de Friese zeedijk
  • Botters en blazers
  • Een paar herinneringen aan mijn oude vriend Wiebren
  • Een paar oude typen
  • Stavorense jollen, zeeschouwen, lemmeraak, schokker en pluut
  • Slepen
  • Kleingoed - de Veense praam, de punter en de kubboot

Werf 'Welgelegen' Makkum: Schoonvader en werfbaas Ynte Alkema

De man die de eigenlijke grondlegger van het bedrijf is geweest was Jan H. Alkema, die de bouwer werd van een fraai type van blazers, bekend en gezocht bij de visserij over het gehele land. Hij kwam reeds als jongen van negen jaar op de werf en werd omstreeks 1840 eigenaar. Bij de dood van Jan H. Alkema kwam de werf aan mijn schoonvader, Ynte Alkema, eveneens een kunstenaar in zijn vak. Ik zie hem nog voor een schip staan om met handbewegingen aan het werkvolk te beduiden hoe een gang of boeg behandeld moest worden. Want dat is het eigenaardige van de bouw van houten ronde binnenvaartuigen, dat men geen tekeningen gebruikte, maar het spreekwoord 'mijn oog is mijn rij' huldigde. Het schip werd als het ware geboetseerd, het groeide langzaam onder het oog van de bekwame vakman en ze lagen altijd goed als ze in het water kwamen, niet zwaarmoedig over een zij, niet te veel in de kop, niet te diep van achteren. 

Uitgeverij Ploegsma Amsterdam 1963

Met tekeningen van de schrijver W.J. Dijk
Dit boek kwam tot stand met medewerking van de Ottema-Kingma Stichting te Leeuwarden.
De boekverzorging is van Johan H. van Eikeren te Amsterdam.

Terug naar vorige pagina