De bouwgeschiedenis van de Botter

Vierendertig voet in de Kiel

De botter ontwikkelde zich in de laatste tweehonderd jaar tot het meest verspreide en bekendste vissersschip van de Zuiderzee. Rond 1900 waren er op dit water zo'n 3.000 grote en kleine vaartuigen met circa 7.000 opvarenden actief in de visserij. Vlootlijsten uit diezelfde tijd geven voor de belangrijkste havens de volgende aantallen botters en kwakken op: Enkhuizen 44, Hoorn 20, Volendam 240, Marken 138, Durgerdam 34, Huizen 145, Bunschoten 171, Harderwijk 78, Elburg 17, Vollenhove 2, Lemmer 12 en Urk 119. Een totaal van 1020 botters. Omdat niet alle havens in deze optelsom betrokken werden, zal het werkelijke aantal nog wel iets hoger gelegen hebben.

De oorsprong

De oorsprong van het type moet gezocht worden aan de Noord-Hollandse kust, in oude scheepsbouwcentra als de Zaanstreek, Monnickendam, Edam en Hoorn. Op afbeeldingen van kort na 1700 zijn botterachtige schepen te herkennen, terwijl in schriftelijke bronnen uit die tijd voor het eerst sprake is van de vermelding 'botscbuit', later van 'botschuit of botter'. Deze laatste aanduiding raakte op den duur ingeburgerd. Zoals bij de ontwikkeling van alle scheepstypen is er sprake van een geleidelijke evolutie en verschillen die eerste botschuiten op tal van punten van de ons bekende botter. Noodzakelijke aanpassingen op het punt van bedrijfsvoering, nieuwe technische inzichten en een zich wijzigend vormgevoel hebben tot het laatst toe de bouw van deze schepen bemvloed.

Types

Het gangbare type botter, dat van de West- en Zuidwal, is zo'n 13 meter lang, ruim 4 meter breed en heeft een diepgang van circa 0,80 meter. Fok en grootzeil meten samen krap 70 m2. De Markers, Huizers en Bunschoters gebruikten het schip vooral voor de gaand-wantvisserij, zoals die met sleepnetten, dwars- en wonderkui!. Onder de vissers van de Oostwal, maar ook die uit Hoorn, vond men overwegend staand-wantvissers en deze prefereerden een kleiner slag botter. Doorgaans visten deze mensen met staande botnetten.

Werven

De meeste botters zijn gebouwd in Monnickendam, op de werven van De Haas en Kater; vrijwel de gehele Marker en Volendammer vloot liep hi er van stapel. Daarnaast was Huizen, met de werven van Schaap en Lindeboom-Kooy, later Kok, een belangrijke bouwplaats. Deze 'Gooier' botters stonden bekend om hun solide bouw, maar waren daarmee steeds enige honderden guldens duurder dan een 'Monnickendammer'. Verder waren ze van andere botters te onderscheiden door hun hoge, volle boeg en schrale 'kont'. Ook in Bunschoten-Spakenburg heerste in de 19de eeuw grote bouwactiviteit. Werf Nieuwboer hier ter plaatse stond bekend om de zeewaardigheid en stabiliteit van de door haar afgeleverde schepen.

Zuiderzeegebied

Verder zijn er op tal van werven, niet alleen verspreid over het Zuiderzeegebied maar ook daarbuiten, botters of botterachtigen gemaakt. De werf van Kaat in Hoorn bijvoorbeeld was gespecialiseerd in de kleinere Hoornse botter. Van Aller in Hasselt (Ov.) bouwde allerhande soorten vissersvaartuigen, vooral bonzen, maar eveneens een eigen model botter, over het algemeen kleiner van afmetingen en met een lage kop. De Urkers tenslotte, als voornamelijk Noordzeevissers, verlangden ook weer een aan hun zware beroep aangepast type, groter en met meer diepgang. Niet alleen de werven op het eiland - die van Metz, Hakvoort en Roos - bouwden deze schepen, maar Urker vissers plaatsten bijvoorbeeld ook in Huizen nieuwbouwopdrachten.

Buitenland

Tot zelfs over de landsgrenzen heen trof men werven aan die botters, of daarop geinspireerde varianten maakten. J. van Beylen gaat in zijn boek 'De botter' uitgebreid in op de botter van Baesrode,' maar ook in het Duitse waddenhaventje Greetsiel zijn botters van stapel gelopen. De zojuist genoemde auteur besteedt ook ruime aandacht aan het botterjacht.

Dit boek

De totstandkoming van dit boek was niet denkbaar zonder een jarenlange ervaring, opgedaan in het restaureren, onderhouden en bevaren van een botter. Toen ik in 1960 een oude Bunschoter botter kocht via Werf Nieuwboer in Spakenburg, kon ik niet vermoeden voor de rest van mijn leven zo in de ban van dit scheepstype, haar gebruik en geschiedenis te zullen raken.

Auteur Peter Dorleijn

Met illustraties, Nederlands, Afmetingen  260x350x350 mm
Gewicht  1,65 kg, Druk  2
ISBN10  9051941722
ISBN13  9789051941722

Terug naar vorige pagina