Wie is die man? A. (Appie) Hagewoud

Reactie op Uit het Stamboek - Behou(d)t het Goede - februari 2019 nummer 2

Willem Tasseron schrijft ons het volgende:
Van 1986 tot 1997 heb ik een klein tjalkje van Hagewoud uit Meppel gehad. Afmeting ong. 12.50x3.00 cm. Ze lag als woonscheepje in het Fenke bij Warns en was toen van dhr. Eissenloeffel. Ze was gebouwd door Barkmeyer in Briltil. Appie Hagewoud heeft haar in 1962 bij scheepswerf Kuiper in Giethoorn laten verbouwen tot zeiltjalkje met roef. Er zaten toen z.g.n. autobusramen in, daar kan je veel tjalkjes van hem aan herkennen.
In de 60-er jaren ging hij alle tjalkjes langs waar de oude schippers nog op woonden en gaf hen 100 gulden met het verzoek om aan hem te verkopen als ze het schip gingen verkopen. Later haalde hij zelfs tot in Duitsland tjalken weg. In Meppel heb ik nog wel met een zoon gesproken en ik heb ook nog een andere zoon ontmoet, die op een steilsteven woonde in de buurt van Vollenhove. In 1964 heeft er een stuk over dhr Hagewoud in de Leeuwarder krant gestaan met de titel: Wie is toch die man die al de skûtsjes opkoopt.

Uit het Stamboek februari 2019 nummer 2:
Een tjottertje van 352.5 cm

Gerard ten Cate: Zo vond ik een notitieboekje van Berend de Jong met daarin een schets van een tjottertje van iets meer dan 3.50 meter, die in 1966 gebouwd is voor de bekende scheepshandelaar Appie Hagewoud uit Meppel, compleet met prijs en materiaallijst. Een scheepje dat we niet kennen. Een tjotter van nog geen 12 voet ben ik nog nooit tegengekomen. Wie weet er meer van? Ik ben heel benieuwd of het nog bestaat.

Het Westeinde in Meppel rond 1960

Tijdens de wateroverlast in december 1960 kwam ook het Westeinde geheel onder water te staan.
De schepen lagen meer op dan aan de kade. Te zien zijn diverse binnenvaartuigen en vooraan een fraai gelijnd Fries tjalkje (skûtsje) (van Hagewoud?) met daarvoor een zogenaamde opdrukker. (Bron Stichting Oud Meppel)
Het Westeinde langs het Meppelerdiep. Prachtig beeld van de woonschepen, auto's, huizen en de bouwmaterialenhandel Concordia. In het eerste huis links woont de familie Hagewoud. (Bron Stichting Oud Meppel)

Waterkampioenen 1962

In diverse Waterkampioenen van 1962 vinden we een advertentie van A. Hagewoud waarin hij meldt:

Een Fries Tjalkscheepje kan A. Hagewoud, Westeinde 18, tel. 29 75, Meppel, u nog leveren.
Tevens te koop: uit hout gesneden leeuwtjes, elke gewenste grootte.
 

Leeuwarder Courant van 18 januari 1964: Wie is die man? A. (Appie) Hagewoud

Een advertentie had onze nieuwsgierigheid gaande gemaakt. Stond me daar in "De Waterkampioen" zo ongeveer een halve "skûtsje"-vloot te koop. Een zeetjalk, vijf Friese tjalkjes, Fries snik- zeilscheepje, Fries stalen boeiertje, nog een Fries tjalkje, noem maar op. "En dat moet je nou in Meppel zoeken!" zei de heer A. Hagewoud, die aan het Westeinde woont met een hele sjouw schepen voor zijn deur. Hij had het ook in het Fries kunnen zeggen, want deze geboren Meppelaar zit de helft van het jaar in Friesland, is met een Friezin getrouwd - afkomstig uit Bergum en uit de familie van de Meeters , voer in de oorlogsjaren met een eigen "skûtsje" door Friesland en leverde toen, naar hij met smaak vertelt, nog een hele lading dennestammen af, gekapt bij de Echtense molen en bestemd voor de Leeuwarder Courant. Personeel van de drukkerij haalde de lading van de Noordersingel af.

Ze kennen mij in Friesland allemaal, lachte de heer Hagewoud, toen wij tegenover hem zaten. In een omgeving, die van schepen en varen spreekt: voor het raam het model van een "skûtsje", in de voorkamer twee gesneden roerleeuwen (nieuw werk), in de achterkamer in een glazen miniatuurvitrine een ragfijn scheepje van glas, product van een varensman, die onze gastheer niet anders kende dan onder de naam "de Bolle" en in de schuur achter het huis een ware opslagplaats van onderdelen van oude binnenschepen.

Opgegroeid in Meppel
Schipperszoon? Nee, maar wel aan het water opgegroeid, in Meppel, waar iedereen vanwege de beruchte overlast met water in aanraking kwam, waar toen nog vier werven waren en waar in het MeppeIer diep altijd wel een punter of een bootje lag voor jongens, die wilden spelevaren. Met elf, twaalf jaar - nu zo'n 45 jaar geleden :  dat kon toen nog - bij een meneer op een zeegaand jacht en toen voorgoed de liefde voor het water en de zeilschepen opgelopen. Na de trouwdag een Fries "skûtsje" gekocht, in het doodskleed (hout met zink overtrokken), daarna een klein ijzeren scheepje uit Rijs – “in bollestâlskipke fan 18 tonne" - en nog weer later de oude hardzeiler van Van Terwisga uit Heerenveen, de "Luctur et Emergo", waarmee het inmiddels tot acht personen uitgegroeide gezin van de familie Hagewoud in de oorlogsjaren voer en toen onder meer in oud ijzer handelde. Maar de opgroeiende jongens noopten tot onderduiken en zo verschool het schip zich beurtelings in Heeg, het Heidenschap of bij de Aldegeaster Brekken.

Handel in schepen
Onderwijl begon Hagewoud zich ook uit te leggen op de handel in schepen. Dat waren andere prijzen dan nu, herinnert hij zich. Toen kostte een tjalkje nog geen f 300 en voor f 500 had je de mooiste met tuig en mast en al!

Na de bevrijding kwamen vader en moeder Hagewoud tot de conclusie, dat hun kinderen behoorlijk onderwijs moesten volgen. Er zijn analfabeten onder de schippers genoeg, vonden ze. En nu eens een paar dagen op de schippersschool in Leeuwarden, dan weer een kort poosje in Harlingen, dat gaf niet genoeg. Daarom keerden de Hagewouds naar Meppel terug, in een woonark, die later toch voor een huis werd geruild. Maar een huis aan het water, terwijl drie van de kinderen elk in een scheepje er voor de wal liggen en het vierde met zijn gezin net voor de winter is weggevaren naar Apeldoorn: wie op een schip is geboren, kan moeilijk aan een huis wennen.

Hagewoud is koopman in schepen. Hij koopt ze overal in het land en heeft zijn eigen tipgevers, schippers en oude kennissen. Soms bellen er drie achter elkaar op. Ook uit plaatsen waar u en ik geen "skûtsje" zouden kunnen lospraten. Maar Hagewoud is een kenner en een "kunner" tegelijk. Hij is wel geen echte scheepsbouwer, maar hij maakt dan toch maar fraaie roeren en keurige zwaarden en hij koopt allerlei dingen, soms uit het oud-ijzer, om ze weer van pas te kunnen brengen op het tjalkjacht voor de bankdirecteur uit Den Bosch, de ingenieur uit Rotterdam, de meneer met de banketzaak "waarin 80 man personeel werken”, chirurg of de rijke apotheker . "Want", zegt onze gastheer, "sinds de prinses met een Lemsteraak zeilt, wil iedereen een rond schip of een platbodem hebben". Er worden dan ook dikke prijzen voor betaald, vooral als ze volgens tekening worden gerestaureerd en tot luxe jacht verbouwd. Maar het zal toch niet vaak voorkomen, dat een aldus vertimmerd schip op een kwart-miljoen gulden kwam. Het was een Duitser, die zich – inderdaad na de oorlog - deze weelde kon veroorloven . …

Veel Friese schepen
Ja, er gaat nogal eens een tjalkje de grens over uit een gracht in Franeker, Alkmaar of Zwolle. Vaak zijn het schepen van Friese makelij: Hagewoud ziet onmiddellijk, of het een "Bûtenfallaetster", een "Drachtster piip-skûtsje", een Terhernster of een schepping van een andere werf is. Eigenlijk spijt het hem dat ze naar het buitenland worden verkocht. Liever ziet hij zijn schepen, die op Friese werven, maar tegenwoordig ook veel in Giethoorn een grote beurt krijgen en in Lemmer mast en zeilen, op de Zuiderzee of de Friese meren terug. "Want", zegt hij, wijzend op zijn blauwe schipperstrui, "hier zit ook een hart". Dat hart kan het maar moeilijk verkroppen, als een koper, gewaarschuwd maar eigenwijs, door slopen en breken en kwalijke opbouw de lijnen van een oude schuit bederft en zo de zorgen aan herstel en restauratie besteed, ruwweg te niet doet. Onlangs kwam zo'n eigenwijze klant beschaamd terug. Hij boog zich voorover en zei tegen Hagewoud: "Neem maar een dikke stok en geef me een pak slaag. Want je hebt gelijk gehad. Ik heb de boel bedorven. Maar nu wil ik een ander schip hebben en ik beloof je, dat ik het mooi zal houden". Kijk, zoiets geeft deze Friese Drent dan weer moed en vreugde. En dan stapt hij maar weer in z'n Mercedes en speurt de waterkant af of gaat eens kijken wat zijn nieuwste tip waard is. Zelfs een wrak is welkom, want, zegt hij: "Om van niets iets te maken, dat vind ik zo mooi".

pdf Leeuwarder Courant van 18 januari 1964: Wie is die man? A. (Appie) Hagewoud

Opgemerkt: Reactie op deze pagina
  • ?
  • (jpg,jpeg,bmp,tiff,zip,pdf,rar)
  • In ons Privacystatement kunt u nalezen hoe de SSRP met de op dit formulier verstrekte, privacygevoelige gegevens omgaat.

Terug naar overzicht

Reactie van Dirk Blom, Scheepsbouwer in Hindeloopen

Op Skipshelling Blom in Hindeloopen zijn in het verleden veel tjalken en skûtsjes verbouwd vanuit de beroepsvaart naar de pleziervaart. Diverse schepen kwamen via Appie Hagewoud naar Hindeloopen.
Dirk Blom schrijft: Directe zaken met de heer Hagewoud kan ik me zo niet direct herinneren. Klanten kochten bij hem een skûtsje en lieten dat naar een werf brengen. Daar bespraken ze met vader de verdere plannen zoals inkorten, nieuwe kimmen , welke roef enz…..  Ik was toen nog niet in het bedrijf.  Ik heb wel een tocht naar Meppel gemaakt met een van mijn ooms om een tweetal rompen op te halen. Dat was rond 1960. Nog wel contact gehad met zij zoons, die kwamen vaak even langs als ze in de buurt waren, een hele joviale familie. De generatie die verhalen en anekdotes konden vertellen is er helaas niet meer.