De schepen van J.A. Vos van Hagestein

O.a. President van de Dordrechtse Roei- en Zeilvereeniging van 1882 tot 1884 en in 1886/1887

Onderzoek van Ton den Boon, historisch onderzoeker op scheepvaartgebied

Johannes Adrianus Vos van Hagestein werd geboren op 25 juni 1831 ‘met een zilveren lepel in zijn mond’. Zijn vader Adrianus Vos was een welgestelde koopman die zich na het verwerven van de heerlijkheid Hagestein in 1854 mocht tooien met de naam Vos van Hagestein. Hij was handelaar in granen, oliën en zaden. De moeder van Johannes Adrianus heette Hijltje Johanna van Buul en het gezin bestond verder uit drie oudere zusters. Hij trouwde in 1858 met Henriëtte Elisabeth Bever, waarvan hij in 1877 scheidde. In 1887 hertrouwde hij met de 15 jarige Française Marguerite Marthe Hainaut. Zo had hij ‘en passant’ namen voor twee van zijn boten. In Dordrecht woonde hij in het huidige Rijksmonument op de Binnen Kalkhaven 35 (zie Dordtenazoeker.nl).
Vos van Hagestein was van 1882 tot 1884 en in 1886/1887 president van de Dordrechtse Roei- en Zeilvereeniging. In 1888 wordt hij benoemd tot Eerevoorzitter, mede als dank voor de roeiboot die hij aan de vereniging schonk. 

In zijn testament staat dat hij Grondeigenaar was. En hij had veel grond. Dat maakte het hem mogelijk om een luxe leven te leiden. Dat bleek onder andere uit de aanschaf van imposante jachten. Hij was lid van veel watersportverenigingen, zoals de Koninklijke Nederlandsche Yacht Club, De Koninklijke Nederlandse Zeil- en Roeivereeniging, de Royal Yacht Club de Belgique, Yacht Club d’Anvers, de Société Royale Nautique Anversoise en de prestigieuze Yacht Club de France. Voor de ‘upper ten’ uit die tijd was het gebruikelijk om van meerdere watersportverenigingen lid te zijn, maar dit grote aantal lidmaatschappen is vrij uitzonderlijk.
Hij heeft enige tijd in Parijs gewoond in Neuilly sur Seine, waar hij bestuurslid was van de Nederlandse Vereniging voor Parijs en omgeving. In 1895 verhuisde hij naar Brussel, waar hij op 8 april 1906 kinderloos is overleden.

De aanleiding tot het onderzoek

In het museum Het Hof van Nederland in Dordrecht is in 2016 een tentoonstelling gehouden over de bouw van de 'Kayio Maru' een houten oorlogsschip dat gebouwd is voor de Japanse Marine op de werf van C. Gips&Zonen. Het schip liep van stapel in 1865.
Op deze kleine tentoonstelling hing een afbeelding van een groot schilderij van de Dordtenaar François Carlebur.
Omdat de kunstenaar mij volslagen onbekend was ben ik gaan zoeken naar bijzonderheden en naar andere werken van deze fantasievolle schilder. Het bleek al snel, dat het schilderij is vervaardigd, toen de 'Kayio Maru' al was vergaan in een storm op de kust van Japan. Via het RKD-Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis was al heel snel biografische informatie beschikbaar alsook een aantal afbeeldingen van schilderijen. Het zou een interessante ontdekkingstocht worden.

Schilder François Carlebur

 

François Carlebur werd geboren op 9 oktober 1821 in Dordrecht en stierf op 13 april 1893, eveneens in Dordrecht. Tijdens zijn leven heeft hij gewoond en gewerkt in Dordrecht, Schotland, Zierikzee, Arnhem, Parijs en Groot Brittannië om uiteindelijk weer in 1879 naar Dordrecht te vertrekken, waar hij tot zijn overlijden is gebleven. Behalve met schilderen heeft hij zich ook beziggehouden met fotograferen.

Zeegezicht met zeilboot-schilderij door F. Carlebur (afb.: MutualArt.com)
Zeegezicht met zeilboot-schilderij door F. Carlebur (afb.: MutualArt.com)

Het afgebeelde doek is geschilderd in 1869 en stond onlangs te koop bij een Zweeds veilinghuis: Stockholms Auktionswerk. Navraag bij dit bedrijf leverde geen aanvullende informatie op. Het schilderij is gesigneerd en gedateerd en is eigendom van een Finse particulier in Helsinki. De voorstelling is intrigerend. Het betreft een vrij grote schokker; daarnaast treffen we een blauw zeiljacht aan. In 1869 zal dit ongetwijfeld bijzonder zijn geweest.
De eerste uitdaging betref de afgebeelde schokker. Die deed me denken aan een schip, dat in 1895 op de werf van de firma Duivendijk in Willemstad werd gebouwd en de naam Margaretha kreeg; een schip met een lengte van bijna 24 m. Dit schip is uitvoerig gedocumenteerd op de site van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten (SSRP).<

Scheepsmodel van een reddingschokker, gemaakt door J.C. de Neef en A. Plooy (afb.:collectie Maritiem Museum Rotterdam).
Scheepsmodel van een reddingschokker, gemaakt door J.C. de Neef en A. Plooy (afb.:collectie Maritiem Museum Rotterdam).

Schokkers

In het Nationaal Reddingmuseum Dorus Rijkers in Den Helder bevindt zich een model van de zogenaamde Reddingschokker nr 2. De schokker 'Margaretha' lijkt veel op dit model.  
In de Dordrechtse Courant zijn vanaf 1850 meerdere berichten verschenen over schokkers, waaronder bijvoorbeeld de Reddingschokker nr.1 en nr.2 en de Zierikzee . 
De Zuiderzeeschokkers die werden gebruikt voor de visserij waren meestal niet langer dan 12 m;  de schepen die op de Noordzee visten, waren soms wel 15m. lang (Huitema, Ronde en Platbodemjachten).
Ook vond ik een aantal berichten  over de schokker 'Henriëtte Elisabeth' van een zekere J.A. Vos van Hagestein, waarmee hij wedstrijden voer in Amsterdam op het IJ, in Rotterdam op de Maas en in Antwerpen op de Schelde. Dit schip leek wel erg op de schokker die op het schilderij van Carlebur is afgebeeld. Omdat tijdens mijn naspeuringen al snel bleek, dat zowel Carlebur als Vos van Hagestein beiden Dordtenaren waren en gelijktijdig leefden, deed zich de vraag voor of de schokker van het schilderij wellicht de Henriëtte Elisabeth van Vos van Hagestein zou kunnen zijn?

Zoektocht naar de schepen van J.A. Vos van Hagestein

De zoektocht naar het schip van het schilderij leverde de nodige informatie op over de andere schepen die Vos van Hagestein heeft gehad.

De boeier 'Henriëtte Elisabeth' (12.8 m x 4.0 m)

In 1860 gaf Vos van Hagestein opdracht aan de firma Eeltje Holtrop van der Zee in Joure voor de bouw van de boeier, een schip van 29 ton dat hij de naam 'Henriëtte Elisabeth' gaf.

Titel van het bestek van de boeier 'Henriëtte Elisabeth'
Titel van het bestek van de boeier 'Henriëtte Elisabeth'

De geschiedenis van dit schip is beschreven op de website van de SSRP. Het schip werd mogelijk tijdens de Tweede Wereldoorlog gesloopt. Het was de grootste boeier die destijds door deze Friese scheepsbouwer is gebouwd en kostte de opdrachtgever fl. 2.800. Voor deze boeier is in Dordrecht havengeld betaald tot en met 1866. In de registers is dit schip omschreven als ‘boeier’ maar ook als ‘blokzijlerjacht’.

De boeier 'Henriëtte Elisabeth' als 'Noorman' in augustus 1934 op het IJsselmeer
De boeier 'Henriëtte Elisabeth' als 'Noorman' in augustus 1934 op het IJsselmeer

De schokker 'Henriëtte Elisabeth' (16.2 m x 5.33 m, 58 ton)

In 1859 heeft Prins Hendrik de Zeevaarder (1820-1879) op de werf van Thomas Pauw in Muiden het schokkerjacht 'Watergeus' laten bouwen. Als ‘bijvangst’ van deze zoektocht is over dit schip veel informatie boven water gekomen. Op de website van SSRP is hier een uitgebreid verhaal over te vinden: Vos van Hagestein en Prins Hendrik kwamen elkaar regelmatig tegen tijdens zeilwedstrijden van de Koninklijke Nederlandsche Yachtclub (KNYC) en de Koninklijke Nederlandsche Zeil-en Roeivereeniging (KNZ&RV). 
Onderlinge competitie heeft er ongetwijfeld toe geleid dat Vos van Hagestein in 1865 besloot een wat groter en luxer schokkerjacht op diezelfde werf te laten bouwen met (alweer) de naam 'Henriëtte Elisabeth'.

Detail van de schokker 'Henriëtte Elisabeth'
Detail van de schokker 'Henriëtte Elisabeth'

Het is heel verwarrend gebleken, dat twee jachten dezelfde naam hadden. In de Belgische Krant de Koophandel van 23 augustus uit 1867 staat het als volgt:

Tekeningen

Er zijn in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam tekeningen van schokkers van de werf van Thomas Pauw aanwezig, maar het is nog niet duidelijk welke tekening bij welke schokker hoort. Het zgn. beschietingsplan (beschieting = binnenbetimmering) vertoont veel overeenkomst met de indeling van de eerdergenoemde 'Margaretha' die in 1895 in Willemstad werd gebouwd.

Beschietingsplan van en schokker (afb.: Het Scheepvaartmuseum Amsterdam)
Beschietingsplan van en schokker (afb.: Het Scheepvaartmuseum Amsterdam)

Voor schokker 'Henriëtte Elisabeth' werd in Dordrecht havengeld betaald, waarschijnlijk van 1866 tot en met 1887. Er is een advertentie uit 1884 dat het schip te koop is. In 1879 wordt het vermeld in  Lloyds  Register of Yachts (in het vervolg LRY ) met de naam “Escargot” en het ligt dan in Meulan bij Parijs aan de Seine. De laatste vermelding in LRY is in 1906 met helaas als vermelding “Now a house boat”.

Een pagina uit het Lloyd’s Register of Yachts uit 1906; bij de 'Escargot' wordt vermeld: ex 'Henriëtte'
Een pagina uit het Lloyd’s Register of Yachts uit 1906; bij de 'Escargot' wordt vermeld: ex 'Henriëtte'

De centerboard 'Undine' (geen afmetingen bekend)

In 1846 voer de eerste boot van dit Amerikaanse  type centerboard (een zeiljacht met een middenzwaard) mee met een wedstrijd van de KNYC op de Maas. Het was een sensatie, dit scherpe jacht met midzwaard was veel sneller dan de andere jachten die een vergelijkbare lengte hadden. In 1853 voer er weer een centerboard  mee, de Rockwell, die gekocht werd door een Nederlander. De 'Undine' moet de blauwe boot van het schilderij zijn. Experts hebben aangegeven dat de verhoudingen niet erg realistisch zijn.

Een detail van de Undine
Een detail van de Undine

Er is maar één vermelding van dit schip in een krantenbericht over wedstrijden in Amsterdam op het IJ in 1871. En het schilderij is uit 1869!

De centerboard Catharina (langer dan 9 m)

De centerboard 'Catharina' (afb.:veilinghuis Lilla Bukowski)
De centerboard 'Catharina' (afb.:veilinghuis Lilla Bukowski)

Waarschijnlijk is dit schilderij  van de 'Catharina' gemaakt. Het heeft als titel ‘I Farleden’ en is geschilderd in 1877. Een veilinghuis Lilla Bukowski in Zweden heeft het in 2008 te koop aangeboden. De huidige verblijfplaats  is onbekend.

Vaak won dit schip wedstrijden waar het aan meedeed. De laatst gevonden vermelding was uit een krantenbericht in 1881.

Prijzen voor de Henriëtte Elisabeth en Catharina van Vos van Hagestein (afb.: Delpher.nl)
Prijzen voor de Henriëtte Elisabeth en Catharina van Vos van Hagestein (afb.: Delpher.nl)

Het stoomjacht Opal (31.7 m x 5.0 m - 128 ton)

In 1889 werd de 'Opal' te water gelaten. Een stalen stoomjacht gebouwd op de werf van de Nederlandse Stoomboot Maatschappij, op het etablissement Feijenoord. Het had vier sloepen waaronder één stoombarkas.

Het stoomjacht 'Opal' (afb.: Maritiem Museum Rotterdam)
Het stoomjacht 'Opal' (afb.: Maritiem Museum Rotterdam)

In de Dordrechtsche Courant van 26 juni 1889 heeft een artikel gestaan over dit 30 m lange bijzondere jacht.

In 1892 besluit Vos van Hagestein het schip in Engeland te laten aanpassen, omdat het- teveel leek op een kanonneerboot. In 1903 dook de 'Opal' op onder de naam 'Wild Wave' met een Franse eigenaar, Georges de Bargeton uit Bordeaux.  In 1926 lag dit jacht in Marseille onder de naam 'Souvenir II'. De eigenaar was Emilien Rocca. Zowel Georges de Bargeton als Rocca waren leden van de Yacht Club de France. Met familie van Rocca heb ik contact. Zij hebben foto’s van het schip en de inrichting.

De centerboarder 'Stella' (13.13 m x 4.27 m - 25 ton)

In 1890 liet Vos van Hagestein  de centerboard 'Stella' bouwen bij de werf ‘Het Jacht’ van N.A. Bernhard in Amsterdam. Dit jacht is uitvoerig gedocumenteerd.  De ontwerper was Carey Smith, een gerenommeerde Amerikaan, die naam had gemaakt met het ontwerpen van snelle centerboards  en met het  ontwerp van het jacht 'Mischief' voor de America’s Cup.
Er is correspondentie tussen Vos van Hagestein en Bernhard, waaruit blijkt dat over de aankoop van de 'Stella' zwaar is onderhandeld. Er wordt zelfs aangenomen dat Bernhard onder de kostprijs leverde. De toezichthouder bij de bouw namens Vos van Hagestein was de Dordtse werktuig- en scheepsbouwkundig ingenieur J. ‘t Hooft, werkzaam als officier bij de Koninklijke Marine. 
De zeilen werden geleverd door de Fa. Schouten uit Gouwsluis. Firmant Schouten, zelf ook een enthousiaste wedstrijdzeiler, had eerder de zeilen van de 'Watergeus' en de 'Henriëtte Elisabeth' geleverd. 

De centerboard 'Stella' (afb.: Het scheepvaartmuseum Amsterdam)
De centerboard 'Stella' (afb.: Het scheepvaartmuseum Amsterdam)

Er werd in die tijd zelfs in Amerikaanse kranten verslag gedaan van de eerste wedstrijden waaraan de 'Stella' deelnam (Forest and Stream /1891 /vol. 35). Daarin wordt ook vermeld dat er een Engelse kapitein naar Nederland kwam om het schip in te zeilen. De 'Stella' was snel, bij de felle competitie die er toen heerste. In een verslag van een wedstrijd uit 1890 waarbij de 'Stella' won, wordt het omschreven als het puik van de koers en een perel van een schip dat met de helft minder zeil alles vooruitliep. In Dordt is voor dit schip havengeld betaald in 1891 en 1892. In de jaarboeken van de Yacht Club de France staat de 'Stella' tot 1898 als eigendom van Vos van Hagestein vermeld. In 1902 heette het schip 'Lola' en was het eigendom van ene Enthoven uit Den Haag.
In Het Sportblad 1890 nr. 17 staat een uitgewerkte tekening van dit schip.

Het schokkerjacht 'Margaretha' (23.7 m x 6.0 m - 75 ton)

De 'Margaretha', het "Magnum Opus" van Vos van Hagestein is de grootste schokker die ooit in Nederland is gebouwd. Als ontwerper staat op de tekeningen J.’ t Hooft , die we al eerder tegenkwamen als toezichthouder bij de bouw van de 'Stella'.

De schokker 'Margaretha' ( afb.: Spiegel der Zeilvaart)
De schokker 'Margaretha' ( afb.: Spiegel der Zeilvaart)

In het blad Spiegel der Zeilvaart is een aantal artikelen over deze in 1895 gebouwde schokker verschenen. De artikelen zijn opgenomen in de uitgebreide  beschrijving van de 'Margaretha' op de website van SSRP. Na het overlijden van Vos van Hagestein in 1906 is het schip geveild en aangekocht door Edw. Knight , lid van de Koninklijke Roei- en Zeilvereeniging ‘de Maas’. Later is het schip eigendom geworden van D.G. van Beuningen die veel documentatie en reisbeschrijvingen heeft nagelaten.

CONCLUSIE

Omdat er voor zover bekend in Nederland in de tweede helft van de 19de eeuw maar drie schokkerjachten zijn gebouwd en twee daarvan, de 'Watergeus' en de 'Margaretha', uitvoerig zijn beschreven, heb ik de conclusie getrokken dat de 'Henriëtte Elisabeth' hoogstwaarschijnlijk de schokker van het schilderij moet zijn.
Ook omdat de schilder François Carlebur en J.A. Vos van Hagestein elkaar zonder twijfel moeten hebben gekend. Dordrecht was niet zo groot, de stad had nauwelijks meer dan 30.000 inwoners; bovendien waren zij leeftijdgenoten en beiden lid van de Vrijmetselaarsloge La Flamboyante. Vos van Hagestein had de financiële middelen, maar daarnaast zeker ook het inzicht om innovatieve jachten te laten bouwen. Dat was in de tweede helft van de 19de eeuw niet ongebruikelijk. Zijn jachten zijn nog steeds de moeite waard om te bestuderen. 

Met speciale dank aan Jaap Bernhard, Gerard ten Cate, Erica van Dooremaalen, Jan Eissens, Peter Hamer, René van der Have en Jan van Tour voor hun enthousiasmerende acties en reacties.

Terug naar vorige pagina