De Visaak

Spiegel der Zeilvaart november 200 nummer 9: Het verband tussen de binnenaakjes en de latere Lemsteraken

In 1990 attendeerde een kennis ons op een scheepje dat te koop lag in Oude Leye (Friesland). Het was een visaakje, een voor ons onbekend scheepstype. Toen we het aakje zagen, herinnerden we ons toch wel eerder een soortgelijk scheepje te hebben gezien. Wat we in Oude Leye aantroffen was een prachtig rondgebouwd scheepje. Voor de mast bevond zich een behoorlijk hoge opbouw met autobusramen. Afgezien van enkele moderniseringen was de oude binnenbetimmering nog aanwezig in het roefje. De originele hoogtelijnen van de opbouw waren nog duidelijk te zien en bij terugbrengen hiernaar zouden we nog stahoogte overhouden in het roefje.

We kochten het aakje dat 9 meter lang en 3,5 m breed was. Een jaar later was de visaak weer in de oorspronkelijke staat. De roef was verlaagd en weer voorzien van het oude kleine raampje en schuifluikje, de kuip was ontdaan van schrootjes en de zwaarden en de mast waren vervangen. In het Scheepvaartmuseum in Sneek bevond zich een model van een visaak, dat we als voorbeeld raadpleegden, bovendien beschikten we over een bouwtekening van een aak van dezelfde lengte. Verder raadpleegden we oude foto's. De visaak ademde weer de werksfeer van vroeger tijden. Het scheepje bleek prachtig te zeilen, had een ruime woning voor ons gezin en was met de ruime, diepe kuip bovendien erg veilig met kleine kinderen, Ook op het wad bleek deze 'binnenaak' zich prima te weren.

Visaken

Visaken, ook wel vissersaken, binnenaken en tentaken genoemd, zijn schepen die door Friese binnenvissers werden gebruikt bij het uitoefenen van hun beroep. De eerste visaakjes waren niet langer dan vijf meter, het waren open, ronde scheepjes met een bun. Deze bootjes hadden een scharnierend voordek, dat schuin omhoog kon worden gezet om wat beschutting te geven. Later werden er ook grotere schepen gebouwd, de lengte varieerde van 7 tot 12 meter.

Historie

Visaken komen al in het begin van de negentiende eeuw voor en vermoedelijk ook in de tweede helft van de achttiende eeuw. Dit type schip werd voornamelijk gebruikt door binnenvissers uit het Friese merengebied, maar ook boven de lijn Harlingen-Leeuwarden waren ze in gebruik. Bij het bekijken van oude foto's van Friesland tref je heel vaak visaken aan. Veel aken waren voorzien van een 'tent', een opklapbaar, scharnierend voordek met driehoekige zijstukken van zeildoek. Deze zogenaamde tenten waren oorspronkelijk losse plechten, die opgeklapt konden worden. Later werden er losse zijstukken van hout gemaakt en toen de schepen nog groter werden, werden er vaste 'tenten' van hout op geplaatst. Bij de latere, stalen visaken werd deze tent direct bij de bouw er vast opgeklonken, als een soort roef voor de mast.

Wonen

Op de grotere aken kon de visser er met zijn gezin op wonen. De grootste aken hadden ook slaapplaats in het achterschip onder het helmhout. De aken werden gebruikt als woonschip bij de `dichtzet', in de bun werd de paling bewaard. Een keer per week voer de visser naar de losplaats om de vis te verkopen. Veel gezinnen woonden alleen 's zomers aan boord.

De bouw

Waarom men, voor een schip dat voornamelijk een lig-functie had, toch zulke mooie, rondgebouwde scheepjes bleef bouwen, is niet echt duidelijk. Houten visaken werden o.a. gebouwd in Workum, Drachten, IJlst en Joure. IJzeren visaken werden vooral in Joure en Drachten gebouwd.

Verband tussen de binnenaakjes en de latere Lemsteraken

H. Halbertsma heeft al eens eerder gewezen op het verband tussen de binnenaakjes en de latere Lemsteraken. Een aantal kenmerken van visaken komen ook voor bij de Lemsteraken. Op de werf van E.H. van der Zee te Joure werden volgens de werfboeken van 1864 - 1898 visaken gebouwd, die bestemd waren voor vissers uit Lemmer. Deze aken waren platter dan de latere Lemsteraken. Ze zijn waarschijnlijk wel het uitgangspunt geweest van deze schepen, maar dan aangepast aan de zeewaardiger eisen die de Zuiderzee stelde.

Het interieur

Op de meeste visaken bevonden de deurtjes zich aan stuurboord. Het waren meestal twee hoge, smalle deurtjes. De schoorsteen zat meestal aan bakboord, zoals op veel oude foto's te zien is. Aan stuurboord bevond zich een bank en rondom in het roetje waren kastjes. De betimmering bestaat bij onze aak uit een drietal dubbele labinetdeurtjes' en acht rechte paneeldeurtjes. Voor het voorschot bevindt zich een tweepersoons kooi en een kinderkooi. De mast steekt door het dak van de roef. Voor het strijken moest eerst een 'kastdeurtje' geopend worden. Tijdens het strijken van de mast komt de mastvoet de roef in. Het contragewicht past precies in de koekkoek! In de kuip bevonden zich aan weerszijden banken met opbergruimte en in het midden de bun.

Nu

Er zijn nog enkele visaken bewaard gebleven. Deze scheepjes zijn meestal verbouwd tot 'boeier'. De karakteristieke 'tent' is verdwenen en de aak is achter de mast voorzien van een opbouw. Er varen waarschijnlijk nog drie of vier visaken in originele staat rond.

Wij hebben onze visaak in 1996 verkocht, omdat we toch weer een tjalk wilden. De visaak ligt jammer genoeg niet meer in Friesland, maar in de historische haven van Gorkum.

Tekst en vaarfoto's: Cecile Smit
Met dank aan het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek voor het beschikbaar stellen van de historische foto's.

pdf Spiegel der Zeilvaart november 2000 nummer 9 - De Visaak

Terug naar vorige pagina