Hoogaars 'Turc': Liefde op het eerste gezicht

Spiegel der Zeilvaart april 1986 nummer 3 - Bernard van Gils

In 1958 lag in Drimmelen een Hoogaars te koop. Wij hadden voor hoogaarzen grote genegenheid zonder dat we ooit hebben kunnen vaststellen waarop die sympathie nu eigenlijk steunde, want wij hadden nog nooit één stap op het dek van zo'n schip gezet. De koop was snel gesloten. En nu, na bijna 28 jaar, is diezelfde „Turc" op haar ruim zestigjarige leeftijd nog steeds een „kostbaar" troetelkind. Een bijzonderheid is wel, dat zij nog steeds haar tweede eigenaar heeft.

28 jaar lang trouw aan hetzelfde schip. Dat gebeurt niet gauw.
28 jaar lang trouw aan hetzelfde schip. Dat gebeurt niet gauw.

J. van Beylen

Op een gegeven moment komt er dan een punt, dat je álles van Zeeuwse schepen wilt weten. Dan blijkt er maar één man te zijn, die álles weet: J. van Beylen, de nu gepensioneerde conservator van het scheepvaartmuseum „Het Steen" in Antwerpen. Hij publiceerde en vertelde erg veel over schepen van de Schelde. Een van zijn boeken heeft als titel: De Hoogaars

Tewaterlating van een hoogaars in Bruinisse omstreeks 1900. De schepen moesten aanvankelijk over de dijk worden getrokken. Al gauw luidde het spreekwoord: Wie timmert aan den dijk, heeft veel bekijk.
Tewaterlating van een hoogaars in Bruinisse omstreeks 1900. De schepen moesten aanvankelijk over de dijk worden getrokken. Al gauw luidde het spreekwoord: Wie timmert aan den dijk, heeft veel bekijk.

Persoonlijke ervaringen

Toen wij in de zomer van 1984 de Oranjesluizen bij Amsterdam in wilden varen, hoorden wij door de luidsprekers: „die tjalk moet opschieten". Een nauwkeurige inspectie van de hele omgeving - zelfs met de verrekijker - leverde op dat er heinde en verre geen tjalk te bekennen was. Wij namen toen maar aan dat het voor ons bedoeld was. Die aanname bleek juist te zijn. Een jaar daarvoor trouwens kwam door diezelfde luidsprekers: „dat aakje kan de sluis in". Ook in dat geval bleek dat onze hoogaars bedoeld werd. Je zou mogen aannemen dat sluismeesters, en zeker op zo'n cruciaal punt als de Oranjesluizen, in staat zouden zijn de vaderlandse binnenschepen te onderkennen. Dat de gewone burger een hoogaars als hoogaars herkent komt nauwelijks voor. Het lijkt wel dat oude Nederlandse schepen vaak met verzamelnamen worden aangeduid, ofwel als tjalk, of als botter, of als aak.

Schrijfwijze en spelling

De schrijfwijzen van de hoogaars - meervoud volgens Van Dale hoogaarzen - maar volgens Van Beylen met een s zijn talrijk: hoogaars - hoogaarts - hoog­aarst - hoogaards - hogaars - hoogaers. En dan te bedenken dat de Zeeuwen zelf spreken van „unnenoóogaers". Dan is er nog Hoegaerds, maar dat heeft met schepen niets van doen. Dat is een voortreffelijk Belgisch bier dat vooral op een hoogaars geweldig smaakt. Merkwaardig dat Van Dale als hoogste autoriteit van het Nederlands woordge­bruik met de daarbij behorende verkla­ringen, haar omschrijft als: visserschip met hoge boeg. Terwijl ik steeds maar meende dat het letterlijk betekent: hoge kont. Dit in tegenstelling tot de botter die nogal een laag achterschip heeft om de netten gemakkelijk te kunnen bin­nenhalen.

De oorsprong van de Hoogaars

De hoogaars is immers hét visserschip van de Zeeuwse wateren, de tegenhanger van de Zuiderzee (IJsselmeer) botter. Maar oorspronkelijk was de hoogaars, vermoedelijk in wat andere vorm, een vracht- en sleepschip op de grote rivieren. Daarom hier een aanhaling uit het boek van W. M. Schakel „De waterwolf slaat toe", handelende over de dijkdoorbraken van de Alblasserwaard bij de jaarwisseling 1658/1659.
Uit de afrekeningen van penningmeester Adriaan van Bleyenborgh in het archief van de Alblasserwaard blijkt, dat vletters met hoogaarzen en hengsten van 11 tot 29 maart hebben gewerkt aan twee grote en drie kleine gaten tussen Schelluinen en Steenenhoek, één boven Hardinxveld „in den inlaagh" en vier beneden Hardinxveld. Er is sprake van „het bovenste gadt", waar maar liefst de inhoud van 9.374 hoogaarzen verwerkt is. Dan is er het „gadt bij de gebrande Huyzen" (10.967 verwerkte hoogaarzen). Alleen aan deze vletters was men aan daggelden en schuitenhuur „gebruyckt tot d'herdijkingh van den Alblasserwaart" reeds een bedrag kwijt van ruim 20.671 gulden. Aan verder werkvolk was men voor de dichting van het bovenste gat in de maand maart een bedrag aan loon kwijt van 467 gulden. Van het „rooven" ( = afsteken) van de aarde op de z.g. schaf ten werd 11.467 gulden aan loon uitbetaald. Deze loonlijst is in haar geheel bewaard gebleven.

De Arnemuidense vloot afgemeerd in de haven van Vlissingen
De Arnemuidense vloot afgemeerd in de haven van Vlissingen

Soorten en maten

Geen twee hoogaarzen zijn gelijk. In hoofdlijnen onderscheidt men: de Kinderdijkse - de Oost Duivelandse of platte Duivelander - de Arnemuidense - de Thoolse - de Zeeuws Vlaamse en later als variant de Lemmer hoogaars. In Kinderdijk waren de werven van Smit en Jonker. Op de nu wel erg grote en bekend geworden werf Smit-Kinderdijk werd in 1742 al door de uit Denemarken stammende Fop Smit de eerste hoogaars gebouwd. Nog een paar aantekeningen uit de oude papieren van die werf: voor Fop Bal maakte hij een hoogaars voor 69 gulden, met de conditie, dát Bal elke week 50 cent zou afbetalen en mocht Bal haar kwijtraken, door overvaren of ander ongeluk, hij de som schuldig zou blijven. 

Hoogaarzen als jacht gebouwd

Tussen de jaren 1850 en 1940 waren er zo'n zeven werven die met elkaar vele honderden hoogaarzen van stapel hebben laten lopen. Voor de meeste daarvan is de kiel als vissersschip gelegd. Daarvan zijn er een aantal later verbouwd tot jacht. Enkele echter, o.a. de hoogaarzen „Dolfijn", „Atalante", „Windroos", „Turc" en „Booze Bison" zijn als jacht op stapel gezet. Na de oorlog krijgen we een totaal ander beeld. Tussen 1946 en 1980 is er voor 53 stalen hoogaarzen als jacht de kiel gelegd. Ze zijn gemaakt door 27 bouwers en er zijn er maar zeven van de van ouds bestaande werven. Na 1940 liepen er nog wel tien nieuwe houten hoogaarzen van de helling met als laatste „De Gekroonde Liefde", waar de Spiegel der Zeilvaart in de 9e jrg no. 2 uitvoerig over rapporteerde. In de Waterkampioen werd zowat een jaar geleden een 13.70 m lange teakhouten hoogaars aangeboden. Bouwjaar 1977, de „Godewind" TH58. Ik heb niet kunnen nagaan waar dit schip, dat op het eiland Fijohr in de haven van Wyk ligplaats had, is gebouwd. Mijn vermoeden gaat naar Thailand. (Dat vermoeden is juist, red.)

De „Turc", in 1925 gebouwd op de werf van Van Damme in Baasrode aan de Schelde
De „Turc", in 1925 gebouwd op de werf van Van Damme in Baasrode aan de Schelde

Stalen Hoogaarzen

Ik ken maar vier stalen hoogaarzen van vóór 1940: als eerste de YE38 (Yerseke), de „Maaike II", gebouwd rond 1900. Dit schip heeft lang in Engeland gevaren. Er bestaat een boek uit die tijd, geschreven door de auteur John Seymour. Hij was eigenaar van de YE38, die toen de naam „Jenny III" voerde. De titel van het boek is: „Sailing through England". Hij beschrijft daarin op sympathieke wijze zijn tocht dwars door het Britse eiland vanuit Portsmouth via Hull, York, Leeds naar Liverpool. Zo'n tocht door de binnenwateren van Engeland met een platbodem lijkt erg aantrekkelijk.
Het tweede stalen schip is de ook rond 1900 gebouwde YE46: indertijd „La Gaffe". Naar aanleiding van dit schip zijn zeven hoogaarzen door Sondy nagebouwd. Nu niet geklonken maar gelast. Dat schip was de laatste jaren erg verwaarloosd, maar is ongeveer een jaar geleden naar Hannover gegaan. De derde is de in 1925 in Baasrode aan de Schelde door Van Damme gebouwde „Turc". Nagenoeg gelijktijdig moet er een zusterschip van zijn gebouwd dat toen met bestemming Jachthaven Soerabaja vanuit Rotterdam is verscheept. Maar daarvan heb ik tot nog toe geen gegevens kunnen krijgen. De vierde is de door De Klerk in 1939 gebouwde „Booze Bison".

Zoek een Hoogaars

Groeiende belangstelling

De belangstelling voor Zeeuwse schepen is groeiend. Tijdens de eerstkomende reünie van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten in Zierikzee op 28 en 29 juni, wanneer de slag bij Zierikzee, die door Ranieri Grimaldi in 1304 is gewonnen, zal worden herdacht, zal dat zeker duidelijk worden. Er zijn meer verheugende berichten: De „Patrice" het in 1944 bij Versteeg in Antwerpen gebouwde zusterschip van de „Passe Partout" ziet er weer stralend mooi uit. Deze tien meter lange hoogaars lag vele jaren in hopeloos verwaarloosde toestand bij „Het Kromhout". Ook de grote „Aeremuënaer" - 15.60 meter over de stevens - die er verschrikkelijk uitzag, waarvan de eigenaar het niet meer zag zitten, is door een groep enthousiaste jongelui in Spaarndam weer in de vaart gebracht. Ook de „Windroos" gaat weer varen.
Maar er zijn ook minder gunstige berichten: De grootste hoogaars, ooit gebouwd, de „Thistle" -18.02 meter - is door een kraan opgepakt en in de oude houthaven van Amsterdam naast de „Charlotte Rhodes" (nog wel bekend van de Onedin Line) gedumpt. Dit schip en de „Groene Wolf" zijn beide aan musea aangeboden om ze zodoende voor de toekomst te bewaren. Helaas is dat niet gelukt. Zou het niet langzamerhand tijd worden voor een Zeeuws scheepvaartmuseum, bijvoorbeeld naast de „Schorpioen"?
In België is men actiever. Het Steen in Antwerpen is fantastisch. In Baasrode is nu in het huis van de indertijd daar bekende scheepsbouwer Van Damme (die o.a. de „Turc" heeft gebouwd) een klein heel aardig scheepvaartmuseum ingericht en men is er doende de in 1897 gebouwde „Anne Marie" op te knappen en als museumstuk te bewaren.

Hoogaarzen in de wedstrijd. Wellicht een opname van de legendarische race georganiseerd door Hendrik Willem van Loon?
Hoogaarzen in de wedstrijd. Wellicht een opname van de legendarische race georganiseerd door Hendrik Willem van Loon?

Wedstrijden

De meest bekende hoogaars is nog helemaal niet ter sprake gekomen. Dat is zonder twijfel de „Jetty" en wel om een aantal redenen. Zij is bijzonder mooi en snel, 13.90 m lang, 4.40 m breed en als „Arm 4" te water gelaten. In 1913 voor de somma van f 2.300,- als visserschip gebouwd. Schipper H. van de Gruiter van Belzen uit Vlissingen had Petrus de Klerk uit Kruispolder opdracht gegeven de snelste hoogaars van de Ooster- en Westerschelde te bouwen. De tweede reden is dat, in alle uitgaven van de Zeilsport door H. C. A. van Kampen, zij als voorbeeld van een hoogaars wordt beschreven en zodoende veel bekendheid heeft gekregen. De derde reden is dat Léon Huybrechts 35 jaar met de „Jetty" heeft gevaren. Uit die tijd, van vóór 1940, toen er alleen in de Jachthaven van Antwerpen zo rond de twintig hoogaarsjachten lagen, stamt de mare, dat als de beruchte Léon met zijn beroemde „Jetty" in de wedstrijd meevoer ieder ander, met welk schip dan ook, het beste achter hem aan kon varen om de tweede prijs te bemachtigen. Voor de eerste kwam dan toch niemand meer in aanmerking. 

De „Turc" in een nek-aan-nek-race met de „Aladin"
De „Turc" in een nek-aan-nek-race met de „Aladin"

Admiraalzeilen

Tijdens de reünie van 1976 in Dordrecht, bij het admiraalzeilen op de Beneden Merwede, hadden wij nog een andere, heel bijzondere ervaring met de „Aladdin". Ir. H.W. Stapel was eskader-commandant en de „Aladdin" voer dus voorop. Bij het palaver waren goede afspraken gemaakt. De opdracht van de commandant luidde: bij frontlinie één meter ruimte tussen de berghouten en bij kiellinie de boegspriet tegen de vlaggestok van de voorganger. De „Turc" was ingedeeld als tweede. De frontlinie manoeuvre verliep als nooit tevoren, getuige de hierbij afgedrukte foto. Recht op het Groot Hoofd af voeren we in kiellinie. Het was mooi weer en er stond een prachtwind. Het plein waar we recht op af stevenden stond tot aan de waterrand stampvol toeschouwers. Met de „Aladdin" vlak voor ons hielden we ons prompt aan de opdracht, ons steeds verwonderend dat de vlaggestok van de „Aladdin" overeind bleef. De commandant bleef als maar doorvaren, recht op die mensenmenigte op het Groot Hoofd af en wij er vlak achteraan. Hij draaide pas op het allerlaatste moment, Ik kon, om een aanvaring te voorkomen, pas na de commandant draaien. Toen hij eindelijk toch omging leek het dat er geen ruimte meer was. De mensenmenigte daar vlak voor ons deinsde al achteruit. Ik was ervan overtuigd dat de boven de kade uitstekende boegspriet een groep ervan in het water zou vegen. Dat gebeurde nèt niet. Toen we enkele seconden nadien weer keurig recht achter de „Aladdin" voeren ging er achter ons, daar op het Groot Hoofd, een luid gejuich op voor zo'n hoogstandje van admiraalzeilen. Maar de schipper van de „Turc" stond met een rood hoofd en nog steeds trillende benen in de kuip en hield de helmstok krampachtig met klamme handen vast. Maar in de annalen van de Stichting Ronde en Platbodemjachten staat geschreven dat in 1976 in Dordrecht de prijs voor het beste eskader tijdens het admiraalzeilen voor de hoogaarzen was!

Admiraalzeilende hoogaarzen voor Wil-lemstad. De VC180 is „De Booze Bizon" en de VC189 is „Den Oeschart" een ontwerp van De Graaf dat in 1966 op de werf van Van Gorse werd gebouwd.
Admiraalzeilende hoogaarzen voor Wil-lemstad. De VC180 is „De Booze Bizon" en de VC189 is „Den Oeschart" een ontwerp van De Graaf dat in 1966 op de werf van Van Gorse werd gebouwd.

pdf SdZ april 1986 nr03 - Hoogaars Turc Liefde op het eerste gezicht

Terug naar vorige pagina