Oude liefde roest toch. Door Manfred Haferburg.

Manfred Haferburg is in de DDR opgegroeid en woont tegenwoordig in Parijs. Vertaling Ruud Hensbergen

Vermelding van Manfred Haferburg (spreekt zelf geen Nederlands): Ruud Hensbergen hat die Geschichte „Alte Liebe rostet doch“ für mich übertragen.

Ik was17, dat is inmiddels even geleden, en werd verliefd. Niet, zoals toen gebruikelijk, dagelijks, op een mooi meisje maar op een boot. Het was liefde op het eerste gezicht. Ik herinnerde mij dat op een 19e eeuwse houtsnede een afbeelding stond van een Hollandse tjalk met de titel: "Kannietverstaan", geschreven door Johan Peter Hebel. Wat een schip! Mollig, breed met forse rondingen, de bruine gaffelzeilen aan een forse mast. Een eeuwenoude constructie. Een platbodem met grote eikenhouten zwaarden, die als de oren van een hond aan de zijkant hingen. Een schip, gebouwd om zwaar beladen te zeilen op vlakke wateren en droog te vallen bij eb.
Een “slik glijer", zeggen arrogante Hamburgers - schoonheid ontstaat zoals bekend door de ogen van de aanschouwer. Zo'n boot wilde ik hebben!

De tijd van de twee Duitslanden

Het was echter vóór de tijd waarin zich de twee Duitslanden zouden herenigen. Ik woonde aan de verkeerde kant van het hek, daar waar het prikkeldraad lag en nooit een tjalk zou aanmeren. Op een veiling kocht ik een oude barograaf en verklaarde trots: „Deze zal ooit in de kajuit van mijn tjalk de weersituatie aangeven”. Mijn vaderland hield niet van me, ik hield niet van het regime. Dat was helder. Als logisch gevolg van deze wederzijdse antipathie wierp de Stasi (Oost-Duitse staatspolitie) mij in 1989, na een langdurig verblijf in hun centrale opvoedingsoord Hohenschšnhausen en zes dagen voor het vallen van de muur, geblinddoekt ergens in Berlijn uit een rijdende auto.

Een nieuw leven opbouwen na de hereniging

Na de hereniging van Duitsland had ik niets meer - alleen mijn leven en de oude barograaf. De Tjalk had ik al lang vergeten, net zoals je de eerste liefde in je leven wel eens vergeet. Nadrukkelijk herinnerde de barograaf mij telkens weer aan mijn droom. Twintig jaar lang stond hij in een hoekje. Het uurwerk had al lang de geest gegeven. Voor mij gold: van voren af aan beginnen en een nieuw leven opbouwen. Als eerste was het belangrijk mij een wereldbeeld te vormen terwijl ik ondertussen de wereld bekeek. Een paar jaar later toen het in mijn vaderland geen schande meer was, dat voormalige Stasi spionnen in de Bondsregering zaten en daar de democraten les gaven over democratie, werd het voor mij tijd me uit de voeten te maken. Vlucht uit de Bondsrepubliek - voordat ze nog een keer een spelletje met me speelden. Een derde leven werd opgebouwd. Ik moest Frans leren, hetgeen eerlijk gezegd niet mijn sterkste kant is.
 

Waarom koop je geen boot?

Op een dag zei mijn mooie en verstandige vrouw tegen mij: „Waarom koop je geen boot?” Ze had ongetwijfeld gemerkt dat ik mijn pensionering niet onbevreesd op me af zag komen. Ik protesteerde heftig: dat kan niet, onvoldoende geld en we wonen in Parijs, honderden kilometers van het dichtstbijzijnde water. Een week later stapten we de kajuit van een tjalk in Nederland binnen. Het was de eerste tjalk, die ik van dichtbij zag. Nog op de kajuit trap fluisterde mijn lieve schat mij in het oor: „Koop haar, ik wil dat je het doet”. Twee uur later knalde de kurk en had ik het koopcontract voor een boot ondertekend, dat 17 meter lang was en meer dan 100 jaar oud. Alleen volkomen idioten doen zoiets.

De tjalk Vrouwe Hendrika'

Mijn Tjalk, de “Vrouwe Hendrika” werd in 1904 in Dokkum door Gerrit Douwes Barkmeijer gebouwd als 'Onderneming' voor Hein Bosma ook uit Dokkum volgens de liggers van de Scheepsmetingsdienst. Een ijzeren constructie, die met klinknagels bij elkaar gehouden wordt - net als de Eiffeltoren in Parijs.
Een arme Friese familie had destijds een beetje geld van oma Hendrika gekregen en zich in de schulden gestort om voortaan op een boot met negen kinderen in een kajuit met 9m2 leefruimte, te wonen en te werken.
Hendrika had het beter dan de andere tjalken. Zij hoefde geen terpmodder, geen mosselen of turf te vervoeren, maar een mooie zweefmolen en voer daarmee van dorp tot dorp. Hendrika was een „kermis scheepje”. Het gezin moest rondkomen van de opbouw en exploitatie en de kinderen moesten de molen laten draaien waarop de dorpsjeugd zich amuseerde. Ook in de winter leefden ze op de boot. De kleine kajuit had een klein fornuis, men sliep op stro. Er was echter niet altijd genoeg te eten en om het warm te houden. Ook had niet ieder kind zijn eigen schoenen. Daarom konden ze niet allemaal iedere dag naar school. De schoenen werden om beurten gedragen. In 1904 waren er nog geen motoren, als de wind uit de goede hoek waaide konden alle wateren bezeild worden. Als er geen wind was trokken vader en de kinderen de boot voort aan een lang touw op de oever, terwijl moeder aan het roer stond.
In de bilge vond ik nog de oude sleeptuigjes; bruine stroken zeildoek met ogen, die de druk moesten verdelen over de smalle borstkassen van de kinderen.
Ze zijn nu voor mij een relikwie, die mij er aan herinnert bescheiden te blijven. Hendrika bleef een kermis schip tot 1955. Daarna verdween ze ergens in Friesland en verloederde, tot iemand die een boot voor zijn vrije tijd zocht, haar vond.

Opwaardering naar "jacht"

Hendrika bleef een kermis schip tot 1955. Daarna verdween ze ergens in Friesland en verloederde, tot iemand die een boot voor zijn vrije tijd zocht, haar vond. Het ruim werd van een dak en ramen voorzien. De zo ontstane kajuit kreeg een eenvoudig interieur met stapelbedden en tafel met stoelen. Over het zwarte teer van scheepswand werd witte verf gestreken en zo was de opwaardering naar “jacht” volbracht. Pas in 1973 kreeg Hendrika van de volgende eigenaar een motor. Een Ford tractor motor van 80 pk. Gelukkig geen gebruikte van een versleten tractor, zoals als dat toen gebruikelijk was, maar een gloednieuwe motor met een deftige keerkoppeling van Velvet. Aan het achteruitvaren heeft Hendrika helaas tot op heden niet kunnen wennen, ze doet dan alles, behalve naar de kapitein luisteren. Haar eigengereidheid bij het manoeuvreren heeft er waarschijnlijk toe bijgedragen dat Hendrika binnen afzienbare tijd weer op de oever van een Friese tuin terechtkwam en wegkwijnde.

Welverdiende renovatie

In de jaren 90 kreeg de boot van een nieuwe eigenaar een welverdiende renovatie; een dubbele bodem, een nieuwe kajuit en een mooi professioneel teakhouten jachtinterieur. Vlak voor het einde van de renovatie in 2002 was de nieuwe eigenaar pleite en kreeg Hendrika een nieuw baasje, dit keer een Duitser, die in Parijs woonde. Deze hield, met dapper roestbikken en schilderen de boot de volgende acht jaar boven water. Helaas - een echt wijf zoals Hendrika duldde geen andere vrouw in haar nabijheid. Daarom moest er in 2010 weer een nieuwe eigenaar gezocht worden, omdat de vrouw van de vorige eigenaar wegliep en daardoor hem de lust van het roestbikken was vergaan.

Ik word Maritiem Mantelzorger

Nu kom ik in beeld. Een Duitser, die in Parijs woont - wat een toeval - koopt de Nederlandse Hendrika van een Duitser, die ook in Parijs woont. Gekocht zoals gezien, op slag verliefd op de oude liefde. En zoals bekend maakt liefde blind. Inderdaad, met grenzeloze lichtzinnigheid en verblind door een gunstige prijs, werd ik maritiem mantelzorger. Ik kwam niet op het idee dat de prijs zo gunstig was, omdat niemand zich zo’n berg werk op de hals wilde halen. Net als in een huwelijk leerde ik Hendrika pas naderhand kennen. „Koop je boot - werk je dood” zeggen verstandige Hollanders, als ze niet „Kannietverstaan” melden. Het plan was om met haar naar Frankrijk te gaan - zodra ik geleerd had met haar te manoeuvreren.

Het mooie schip uit het land “Kannietverstaan”

In 2016 wordt Hendrika een 112 jaar oud meisje. Ik heb besloten haar in de avond van haar leven in Nederland te laten. Friesland is een mooi land met vele meren en wateren, vriendelijke mensen en heerlijke kibbeling. Mijn stuurmanskunsten heb ik nauwelijks kunnen verbeteren. Een reden te meer om de 700 kilometer kanalen en honderden sluizen naar Parijs te mijden. Hendrika heeft het predicaat: „Varend Erfgoed Nederland” gekregen. Met een officieel registratienummer.Zo af en toe ontmoet zij op het water een oude jeugdvriendin met ook een of andere gek aan dek.Als men haar over het water ziet glijden zie je de Nederlanders toekijken. Ook toeristen kijken bewonderend. Ze is een schoonheid. Zoals het voor een schoonheid betaamt, is er een man die zich voor haar krom werkt. Die ben ik.
Maar daarom ziet zij er ook zo mooi uit, net als de tjalk op de houtsnede uit mijn jeugd - het mooie schip uit het land “Kannietverstaan”. Het varen met Hendrika is een onvervalste uitdaging. Uit nostalgische overweging en gierigheid gebruik ik geen hulpmiddelen zoals boeg- en hekschroef, waarmee je moderne boten middels een joystick om hun as kunt laten draaien en dwars aanleggen kinderspel is. De havens zijn smal en afgeladen met glimmend gelakte motorboten, waarvan de eigenaren een hartinfarct nabij zijn als de 18 tons Hendrika als een dikke dame langszij komt waggelen voor een ligplaats. Bij forse wind drift ze ongecontroleerd dwars weg, als een baal stro op het water. Het wachten voor bruggen in het gedrang van moderne boten is een nachtmerrie op zich. Om de 140m2 bruine zeilen te bedienen heb je minstens drie man nodig, en die heb je niet altijd bij de hand

Verliefd op mijn tjalk en ....

Mijn eega is ondanks Hendrika bij me gebleven. Welke redelijke vrouw zou jaloers worden op een 112-jaar oude dame? Ze verdragen elkaar enigszins.
Het besluit dat de vrouw aan boord verwend wordt en geen vinger hoeft uit te steken, heeft zich tot dusver bewezen. Warm en koud kraanwater heeft er het zijne toe bijgedragen. En ook de jaloerse blikken van andere vrouwen, als we in een gracht aangemeerd, onder het zonnescherm zitten te genieten van een aperitief.

De oude barograaf is weer gaan tikken

Ik ben nog altijd verliefd op mijn tjalk, ook als ik haar wel eens heimelijk vervloek. Ze is gewoon te mooi. Dus mag ze zich zo af en toe extravagant gedragen bij het manoeuvreren. De oude barograaf heeft een plek in de kajuit gekregen en het is alsof hij daar altijd al gestaan heeft. Als door een wonder is hij op een dag weer gaan tikken en heeft zijn functie als „weermachine” hervat. En wanneer ik in een haven vriendelijk vraag: „Ik zou hier graag willen aanmeren, wie beheert deze mooie ligplaats?”, antwoorden de Hollanders steevast: „Kannietverstaan”. En helpen me dan met vastleggen.

Terug naar vorige pagina