Hoogaarsjacht 'Kraagbeer' te water bij Meerman in Arnemuiden

Waterkampioen juni 1962 nr. 1068

J.K. Gipon schrijft in de Waterkampioen van juni 1962:
Dit prachtige jacht, dat een lengte heeft van ongeveer 11 m en een breedte van bijna 4 m, dat een gewicht heeft van ongeveer 8 ton, met een zeiloppervlak in grootzeil en fok van ongeveer 45 m2, maar waarop totaal een zeiloppervlak van ruim 60 m2 kan worden gezet, zal niet het laatste jacht zijn, dat op de werf van Meerman in Arnemuiden wordt gebouwd. Het schip krijgt de naam 'Kraagbeer', welke een folkloristische betekenis heeft; dit is namelijk de bijnaam, die vroeger aan de Arnernuiders werd gegeven.

In de Waterkampioen van half juni 1961 en van 1 mei 1962 hebben we kunnen lezen, dat de aloude houten jachtbouw nog niet tot het verleden behoort. Hierdoor kregen we kennis van de bouw en de tewaterlating van de prachtige boeier 'Boreas', die op de werf van De Jong te Heeg in Friesland tot stand is gekomen. Niet alleen in het noorden van ons land kan men nog terecht voor het bouwen van een eikenhouten rond of platbodem-jacht. Ook in het zuiden, in Zeeland, zijn nog scheepsbouwers te vinden, die het oude ambacht volkomen beheersen. Een van deze scheepsbouwers is een nazaat van een scheepsbouwersgeslacht, dat reeds meer dan 250 jaren goede, eikenhouten Zeeuwse hoogaarzen van de helling in het water van de Arne liet glijden. Deze nazaat, de thans 47-jarige& Kees Meerman, eigenaar van de kleine& Arnemuidense scheepswerf, heeft in het voorjaar van 1961 reeds een fraai hoogaarsjacht af'geleverd. Op 19 augustus& 1961 werden opnieuw enkele bewerkte stukken goed eikenhout in de grote& bouwloods neergelegd als het begin van de bouw van een nieuw hoogaarsjacht. De opdrachtgever voor dit nieuwe jacht, ir. H. Matzinger uit Delft, was bij deze kleine plechtigheid, die zonder ceremonieel werd uitgevoerd, aanwezig.

Aanpassingen aan het oorspronkelijk ontwerp voorgesteld door de eigenaar met advies van Gipon

Zo'n eikenhouten hoogaars, gebouwd volgens eeuwenoude traditie, komt tot stand zonder het gebruik van een tekening. Er zijn vaste maten bekend en er wordt gebruik gemaakt van oude mallen, maar verder wordt gebouwd op het oog, zoals dat altijd is gedaan. Bij de bouw van ieder nieuw schip zijn daardoor slechts zeer geringe veranderingen mogelijk om niet de gehele bouw onmogelijk te maken. Het werd Meerman en zijn mannen dit keer echter niet gemakkelijk gemaakt, want de opdrachtgever zou geen ingenieur geweest zijn, als hij niet had getracht om de volmaaktheid van het model, in de loop van de eeuwen verkregen, nog te verbeteren.
In hoofdzaak was hierbij het oog gericht op de vorm van het achterschip, de vorm en de stand van de zwaarden en op het zeiltuig. Het achterschip, dat bij de originele vissermans-hoogaars vrij vol is, wilde hij meer geveegd hebben. Deze verbetering vond bij de bouwers een gewillig oor, omdat ook zij reeds hadden ingezien, dat dit voor een jacht een verbetering moest geven. Anders was dit echter met de vorm en de stand van de zwaarden, De zwaarden van de Arnemuidense hoogaarzen waren altijd vlak, van voren iets dikker (ca. 45 mm) dan aan de achterkant (ca. 32 mm); ze hingen altijd zo naast het schip, dat, wanneer ze werden opgehaald, de bout niet verdraaide om ze tegen het boord te krijgen, ondanks het naar achteren toe sterk versmallende schip, Hier was dus een mogelijkheid om verbetering te brengen in de zeilcapaciteiten van het schip. Zoals de zwaarden volgens de traditie werden gemaakt en bevestigd, hadden ze te weinig effect tegen het verlijeren van het schip en gingen ook eerst dan hun functie uitoefenen wanneer het schip reeds een behoorlijke drift had.
Het was hierbij, dat ondergetekende, die bij deze bouw adviserend optrad, bij de bouwers grote weerstand te over¬winnen had om de zwaarden dikker te maken en een vleugelvorm te geven en om de strijkklampen zo te maken, dat de kant waartegen het zwaard komt te rusten evenwijdig aan de hartlijn van het schip werd. In het bijzonder was de aan de traditie sterk gehechte Chris Bliek moeilijk te overtuigen, dat de voorgestelde verandering beter was, dan hetgeen altijd zo was gemaakt als de overlevering het voorschreef. Hij kon zich moeilijk neerleggen hij dc „vreemde" vorm van de zwaarden en strijkklampen. Maar niet alleen hij had daarmede grote moeite, ook de toeziende schare oude vissers zag de verbetering niet in en meende, dat deze nieuwe zwaarden en strijkklampen gevaar voor kapseizen van het schip zouden opleveren.

pdf Waterkampioen 12-06-1962 nr1068 - Hoogaars De Kraagbeer.pdf

Terug naar vorige pagina