Traditionele jachten, de ontwikkelingen van de jaren 1950 tot 1990

Mr. Dr. T. Huitema is vanaf het begin betrokken bij alle ontwikkelingen rond het oprichten en uitbouwen van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten

Het ideaal: Het bewaren van de scheepstypen in de meest zuivere vorm en in stand te houden en de kennis omtrent historie, bouw en vormgeving ervan te bewaren. Dat de tijden in de jaren 50 snel veranderden, werd al heel snel duidelijk bij de inrichting van het Stamboek. Naast de reeds jaren bestaande 'oude' schepen werden er vele nieuwe schepen getekend en gebouwd. Vele aanvragen voor opname in het Stamboek volgden. In de Spiegel der Zeilvaart van december 1990 kijkt Huitema terug op een periode van meer dan 35 jaar ontwikkelingen in de ronde en platbodemwereld. Een ontwikkeling die zich na 1990 (soms in sneltreinvaart) heeft doorgezet.

Het ideaal van het Stamboek

Het was een hoog en duidelijk ideaal dat in 1953 eerst de Commissie Stamboek Friese Ronde Jachten en in 1955 de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten voor ogen stond. De Nederlandsche Scheepsbouwkonst, zoals reeds in 1697 door Cornelis van Yk was "open gestelt", had voor binnenvaart en visserij fraaie zeilvaartuigen voortgebracht, die geheel dreigden te verdwijnen. Deze scheepstypen in de meest zuivere vorm te bewaren en in stand te houden en de kennis omtrent historie, bouw en vormgeving ervan te bewaren en te verdiepen was het met overgave nagestreefde doel. Tot ieders verrassing bleken er beduidend meer jachten in de vaart te ziin dan verwacht en in ieder jaarverslag van de Stichting schreef de secretaris met trots dat het aantal inschrijvingen weer was toegenomen.

Van Bestaand naar Nieuwbouw

De situatie veranderde toen Commissie Stamboek en Stichting Stamboek te maken kreeg met de ontwikkelingen in het begin van de vijftiger jaren. Ging tientallen jaren lang de belangstelling voor het traditionele jacht steil bergafwaarts, sinds evenveel jaren na 1950 is die belangstelling minstens even steil omhoog gegaan. Dat betekende vooral de bouw van nieuwe schepen. Van de rond 1400 jachten die in het Stamboek staan ingeschreven zijn er bijna 1000 gebouwd na 1930. En onder de ongeveer 70 bouwers daarvan kom je slechts een twaalftal werven tegen die van oudsher de traditionele scheepsbouw beoefenden.

De jaren na 1950

Direct moet daarbij worden erkend dat in die aanloopperiode een nieuwe aanmelding lang niet altijd even kritisch en deskundig werd beoordeeld. Verstrekte informatie was niet altijd volledig, tekeningen zelden beschikbaar, foto's geven vaak een verkeerd perspectief en we waren nog lerende. Ging het aanvankelijk vooral om reeds vele jaren bestaande en varende jachten. Dat waren immers de scheepsvormen die ook nog in het begin van de twintigste eeuw door de oude scheepsbouwers als "de allerindividueelste expressie van hun allerindividueelste kunnen" waren gecreeerd ten behoeve van de beroepsschipper, vrachtvaarder of visserman en die de Stichting als cultuurgoed wilde bewaren en in stand houden.

Inschrijvingscriteria

Nu heeft er bij de Stichting nooit twijfel bestaan dat een nieuwgebouwd jacht kan worden ingeschreven, mits het uiteraard geheel als een traditioneel rond en platbodemjacht kan worden beschouwd. Dat leidde onvermijdelijk tot de noodzaak zich een duidelijk beeld te vormen van hetgeen onder zo'n traditioneel jacht moet worden verstaan: het boek "Ronde en Platbodemjachten" verscheen en iets later ontstonden de inschrijvingscriteria.

Deze criteria dienden uitdrukkelijk ter ondersteuning en praktische uitwerking van het doel van de Stichting, namelijk consolidatie , bewaring en handhaving van de oude scheepsvormen zoals die tot ontwikkeling kwamen in de hierboven aangegeven periode. Er zijn altijd een reeks van gevaren bij het opstellen van regels: ze kunnen nooit alle mogelijkheden of afwijkingen voorzien; ze lopen steeds achter de feiten aan; een ieder tracht er in te lezen wat hem past; ze worden maar al te vaak gezien als een vereenvoudigd bouwvoorschrift waarbij alles wat niet uitdrukkelijk is verboden is toegestaan.

Criteria vaak achteraf

De criteria zelve zijn ruim, soms zelfs enigszins vaag en slordig geformuleerd en verliezen zich ook in niet essentiële details. Ze bevredigen niet omdat een rond en platbodem schip of jacht nu eenmaal niet tot een eenheidsklasse behoort en er oudtijds niet alleen verschillen bestonden tussen schepen van verschillende werven, zoals bijvoorbeeld heel duidelijk tussen de aken de als maar groeiende belangstelling voor het traditionele jacht leidde tot nieuwbouw, in hout maar vooral ook in staal.

Toen traden ook langzaam maar zeker ontwerpers naar voren en kwam al spoedig een oud probleem aan de orde, je zou het bijna een traditioneel probleem kunnen noemen. Immers al in 1915 moest het "Congres voor Watersport" zich bezig houden met "ontwikkelingen" in de scheepsvorm die door bekende ontwerpers uit die jaren zoals KerskenThiebout en Zijlstra werden ingevoerd. En ook Van Kampen stond er niet afwijzend tegenover.

Van beroeps- naar plezierschepen

Maar de hoofdlijnen van alle typen waren geheel en volkomen dezelfde en stonden in de eerste jaren van deze eeuw vast en veranderden gedurende de nog resterende zeiltijd niet, niet bij de gebruiksschepen en niet bij de toen nieuwgebouwde jachten. Scherp omschrijven of in een algemeen geldende tekening vastleggen van die lijnen lukt echter niet, en zoals gezegd ook niet op bevredigende wijze via de zogeheten inschrijvingscriteria. Wel werd het in de loop der jaren duidelijker dat kritischer naar heel wat varende ronde en platbodemjachten moet worden gekeken en te ver gaande afwijkingen moeten worden tegengegaan.

Daarbij kan overigens niet worden vergeten dat het gebruiken van een van oorsprong vracht- of vissersvaartuig als jacht bepaalde, ik zou het bijna elementaire aanpassingen willen noemen, onvermijdelijk maken. Denk slechts aan de kajuit, het weglaten van een bun of het verwerken van het gewicht van de motor in de waterverplaatsing van het jacht.

Snelheid

En om het probleem nog moeilijker te maken verschijnen nieuwe materialen, nieuwe bewerkingsmethoden en worden we de laatste tijd ook nog geconfronteerd met het verschijnsel de bouw van nieuwe jachten vooral te rich ten op snelheid en daartoe geheel eigen wijzigingen, verbeteringen, aanpassingen of hoe u het wilt noemen met name in de rompvorm aan te brengen. Zelfs sleeptankproeven worden niet geschuwd om maar sneller te kunnen varen en dat is toch wel het toppunt van innerlijke tegenstrijdigheid ten aanzien van het handhaven van traditionele vormen.

Wedstrijdvaren

Natuurlijk waren er vanouds wedstrijden, zoals in Friesland van de skutsjes en op de Zuiderzee van de aken. Voor deelname daaraan werden geen speciale schepen gebouwd; de dagelijks gebruikte schepen streden met elkaar en uit de uitslagen blijkt een grote variatie in winnaars. En dat een geheel traditioneel gebouwd schip ook zeer snel kan zijn bewijst bijvoorbeeld wel de boeier Constanter, die bijna ongenaakbaar lijkt te zijn.

Ter verdediging van afwijkende ontwerpen wordt ook wel aan een enkel oud schip, model of tekening gerefereerd waarbij evenals de bewuste afwijking - of laten we het variatie noemen - wordt aangetroffen. Het feit echter dat zo'n variatie ooit wel eens is voorgekomen, betekent echter juist dat het een duidelijke uitzondering, een afwijking was en die juist daarom nimmer als legitimatie kan dienen zulks als algemeen geldende regel te erkennen en in te voeren. Aanvaard moet worden dat zo'n jacht, misschien op zichzelf een fraai jacht, dan niet in het Stamboek terecht komt en met andere soortgelijke ronde en platbodernjachten niet tot de Stichtingsselectie behoort.

Oorspronkelijk

Dat zulks in de praktijk problemen oplevert zowel ten aanzien van het jachtenbestand van de Stichting als bij wedstrijden is een situatie die betrokkenen zelf in het leven hebben geroepen. De echte liefhebber van een traditioneel object verandert daaraan immers niet maar streeft er juist naar het oorspronkelijke zo veel als mogelijk is te benaderen en beslist niet zo veel als nog net toelaatbaar is daarvan af te wijken. Hoe traditioneler het jacht, hoe trotser de eigenaar; en hoe voldaner de bemanning na het winnen van een hardzeilerij.

Het Stamboek

Er zal altijd wel verschil van mening en inzicht blijven. Wil je dan uit het dilemma komen wat wel en wat niet toelaatbaar is dan is het op zijn minst twijfelachtig of uitvoerige criteria met alIerlei - maar altijd nog onvoldoende - detailbepalingen daarbij nuttig en nodig zijn. Zo langzamerhand weet een ieder waar het om gaat.

Juist het universele karakter van de "scheepsbouwkonst" in de zeiltijd impliceert dat een algemene regel en omschrijving- die we overigens allang kennen - voldoende behoort te zijn: te weten dat het doel simpelweg is het bewaren, instandhouden en bouwen van ronde en platbodemjachten welke overeenkomen met de oud-nederlandse scheepsttypen die met de betreffende namen werden aangeduid en die hun eindvorm hadden bereikt toen het zeil werd vervangen door de motor.

Het volledige artikel in de Spiegel der Zeilvaart van December 1990 nr10

pdf SdZ December 1990 nr10 - Ontwikkelingen bij traditionele jachten

Terug naar vorige pagina