Twee Loodsboeiers en een oude scheepswerf in Papendrecht

Spiegel der Zeilvaart 2008: Peter Tolsma (Twee Loodsboeiers) en Jan M. van der Esch (Een oude scheepswerf in Papendrecht)

Soms word je opeens verrast door informatie waarvan je niet meer had verwacht dat die nog boven water zou komen. Ik heb de heer Vermeer mogen helpen bij het schrijven van zijn boek De Boeier. We hebben na veel speurwerk naar de herkomst van boeiers soms moeten besluiten niet verder te zoeken. De reden daarvoor was dat verdere duidelijkheid op dat moment uit bleef. Op de pagina's 126 en 127 van het boek staat in de beschrijving van de boeier 'Jan Spanjaard' over de brief, die Eeltje Romkema schreef aan de heer van Waning in 1952.

Het Loodswezen heeft twee schepen nodig

Uit deze regels blijkt dat er destijds twee loodsschepen nodig waren, maar dat slechts één ervan, die de naam 'Jan Spanjaard' kreeg, aan de Jouster werf werd gegund. De andere loodsboeier bleef een beetje een raadsel. Ten tijde van het schrijven van het boek, hebben we gepoogd te achterhalen wat er van deze loodsboeiers, maar ook van andere, verloren gegane (Water)Staatsboeiers is geworden. Noch via het Loodswezen, noch via Rijkswaterstaat was veel informatie te achterhalen. We hebben toen besloten een aantal zaken maar niet verder uit te zoeken. Het boek moest immers af. 

Nieuwe feiten

Groot was mijn verassing toen ik onlangs een brief mocht ontvangen van de heer J.M. van der Esch uit Papendrecht: `Veel van mijn voorouders waren riviervisser of scheepmaker. De werf van Willem van der Esch heeft van 1721 tot 1906 bestaan en er zijn uitsluitend houten schepen gebouwd. De bewuste boeier die op 7 april 1900 te water ging, was waarschijnlijk één van de laatste grote, houten schepen die daar gebouwd is. Via de heer Frans de Boer uit Den Haag kreeg ik de volgende gegevens over dit schip door: de lengte was 16m, de breedte 4,8., de holte 1,85m en de diepgang 0,88m. Volgens hem is het schip op 1 april (?) 1900 te Harlingen gekeurd en daarna gebruikt als loodsvaartuig op de Waddenzee. Van 1918 tot 1921 werd het gebruikt als opleidingsschip voor de marine. De ligplaats was Hoorn. In 1921 werd deze boeier opgelegd te Amsterdam en in 1923 werd het afgekeurd. Verdere gegevens ont­breken. De naam werd gemakshalve 'Noord Nederland'.

De Scheepswerf Willem van der Esch in Papendrecht
De Scheepswerf Willem van der Esch in Papendrecht

Scheepswerf Willem van der Esch

De mededeling van Eeltje Romkema dat de tweede loodsboeier was gegund aan een scheepsbouwer in Papendrecht blijkt dus te kloppen. Al met al kunnen we aannemen dat we hier over hetzelfde schip praten en dat dit inderdaad de tweede genoemde loodsboeier moet zijn geweest, waarover Romkema schreef. En we kennen nu ook de werf waar het schip is gebouwd: Scheepswerf Willem van der Esch. Deze werf was in het centrum van Papendrecht gelegen naast de plek waar in vroeger tijden de veerboot naar Dordrecht vertrok. Bij de splitsing van de Veerweg en het Westeinde van de Dijk. Het was een flinke werf met drie sleephellingen en rond 1890 zo'n twintig man personeel. De werkzaamheden betroffen met name de reparatie en nieuwbouw van tjalken en Zeeuwsche ponen.

De Boeier Noord Nederland in Hoorn (1912?)
De Boeier Noord Nederland in Hoorn (1912?)

Spiegel der Zeilvaart februari 2008 nummer 1 - Twee Loodsboeiers door Peter Tolsma

Peter Tolsma heeft naar aanleding van de nieuwe feiten die dankzij Jan. M. van der Esch naar boven zijn gekomen, en verdere naspeuringen in diverse archieven in de Spiegel der Zeilvaart van januari 2008 een poging gedaan om alle beschikbare informatie rond de twee Loodsboeiers overzichtelijk in een boeiend verhaal samen te brengen. Naast de twee Loodsboeiers die een centrale rol in dit verhaal spelen, worden ook nog andere genoemd, zoals de boeier 'Noord Holland', gebouwd door Eeltje Holtrop van der Zee in 1978. Het verhaal begint met één van de weinige foto's van de 'Noord Holland'.
Bijzondere passages uit het verhaal van Peter:

Bemoeienis van Dirk de Boer
Blijft nog het heikele punt dat het schip ten tijde van de bouw weer deels zou zijn afgebroken en onder toezicht van één van de Gebr. De Boer uit Lemmer zou zijn afgebouwd. Het lijkt wat bijzonder dat een gerenommeerde scheepswerf als Willem van der Esch zoiets zou overkomen. De overschrijding van de opgegeven bouwtijd is echter een aanduiding dat het mogelijk minder vlot is verlopen dan door de bouwer vooraf werd ingeschat.

Lemsteraak, tjalk of boeier
Het bestek vermeldt de aanbesteding van een Inspectievaartuig (boeier), maar de Merwede-bode spreekt van de tewaterlating van een boeier-tjalk! Zelfs de inhoudsmaat wordt genoemd: 50 ton. Me dunkt dat in die tijd een behoorlijke tjalk ook zo'n laadvermogen moet hebben gehad. 

Het hele verhaal van Peter Tolsma in de Spiegel der Zeilvaart

pdf SdZ februari 2008 nr01 - Twee Loodsboeiers


 

Spiegel der Zeilvaart maart 2008 nummer 2 - Een oude scheepswerf in Papendrecht door Jan M. van der Esch

Jan M. van der Esch heeft in de Spiegel der Zeilvaart van maart 2008 de geschiedenis van de scheepsbouwers in Papendrecht gepubliceerd. Het is een aanvulling op het verhaal van Peter Tolsma een maand eerder. Diverse werven komen aan bod. Vanaf 1721 volgt hij de werf van Bastiaan de Jongh in het centrum van Papendrecht.  De laatste eigenaar is Willem van der Esch, die in 1854 werfbaas wordt. Vanaf dat jaar tot aan de sluiting in 1906 leidde hij het bedrijf. Uit deze periode zijn wat meer gegevens van nieuwgebouwde schepen terug te vinden. Bovendien weten we uit een aantal schaarse krantenberichten dat hij ook wel op andere locaties onderhoudswerk aan schepen verrichtte. Op 3 december 1887, bijvoorbeeld, had men de driemastbark 'Loining' op de sleephelling aan de Veerdam getrokken. Hier toog Willem van der Esch met zijn manschappen aan het werk voor een grote onderhoudsbeurt. Dit schip kreeg onder andere een nieuwe, koperen beplating op de huid. Omstreeks deze tijd had men bij deze werf ongeveer twintig man in dienst.

De Boeier Zeeland van Rijkswaterstaat geeft een indruk van de boeier die op de werf van van der Esch is gebouwd (archief Frans de Boer)
De Boeier Zeeland van Rijkswaterstaat geeft een indruk van de boeier die op de werf van van der Esch is gebouwd (archief Frans de Boer)

Inspectievaartuig voor het loodswezen in het 2e district (Terschelling en het Vlie)

Van een ander schip zijn in de archieven meer gegevens terug te vinden. Het betreft een boeier van 16 m., die gebouwd werd als inspectievaartuig voor het loodswezen in het 2e district (Terschelling en het Vlie). Het Gouvernement had twee grote boeiers nodig. De bouw van de eerste werd (kennelijk zonder aanbesteding) opgedragen aan de bekende Friese scheepsbouwer Eeltje Holtrop van der Zee in Joure. De tweede werd wel landelijk aanbesteed. Dat de concurrentie hevig was, mag wel blijken uit de gegevens van het bouwbestek dat aanwezig is in het Nationaal Archief in Den Haag. Terwijl de begroting voor de bouw fl 13.000,- bedroeg, schreef Willem van der Esch in voor een bedrag van fl. 9.335,-. Na de opdracht kreeg de bouwer acht maanden de gelegenheid om het schip te bouwen. Op 31 maart 1900 liep het schip van stapel in Papendrecht en werd direct meegenomen door de Marine (of misschien door een marineschip) voor een overzeese reis naar Harlingen. 

Bestek verkregen van het Nationaal Archief te Den Haag; 4.MST hfdst. 1.1.1g blz. 146
Bestek verkregen van het Nationaal Archief te Den Haag; 4.MST hfdst. 1.1.1g blz. 146

Het hele verhaal van Jan M. van der Esch in de Spiegel der Zeilvaart

pdf SdZ maart 2008 nr02 - Een oude scheepswerf in Papendrecht

Terug naar vorige pagina