Van Visserman tot Pleziervaartuig

Uit het Jaarboek 2013 van de Vereniging van Vrienden van het Zuiderzeemuseum

De vereniging Vrienden van het Zuiderzeemuseum heeft jarenlang (vanaf 1952) ieder jaar een jaarboek uitgegeven. Deze boeken 1984 werden dit een soort Thema nummers per jaar. Dit leidde tot prachtige boeken die nog steeds lezenswaard zijn. Ook het Jaarboek 2013 bevaat een aantal zeer lezenswaardige artkelen, zoals "Van Visserman tot Pleziervaartuig. In moderne terminologie zouden wij deze ontwikkeling de interface visserman - pleziervaarder kunnen noemen. Maar, is die interface er in het verleden ooit geweest?

Op het eerste gezicht hebben die twee werelden niets met elkaar te maken, vinden elkaar meer dan eens lastig, maar toch komen ze hier en daar bij elkaar. Ter illustratie zou ik daar een voorbeeld van moeten geven en die zijn er inderdaad te vinden. Zo was er destijds de bekende visserman Jan Goos (1877-1950) die de visserij bedreef vanuit Enkhuizen. Hij bezat de Lemsteraak 'Drie Gezusters' (EH 64), waarmee vanaf 1909 zowel werd gevist als met passagiers gevaren.

 

Gave der Natuur

In de vijftiger jaren kenden vrijwel alle vissersplaatsen een dergelijk kerkhof. Voor de nieuwsgierige buitenstaander was zo'n kerkhof een uitstekende plek om de anatomie van de botter eens goed te bestuderen en het bleef niet bij onderzoek alleen. In het verlengde van deze ontwikkeling ontstond het fenomeen ',studentenbotter'. Menig student die van zeilen hield, ontdekte de mogelijkheden van zo'n afgedankte botter. Die verhuisde dan niet naar zo'n scheepskerkhof, maar ging een nieuw leven tegemoet als pleziervaartuig voor een studentenvereniging. De instandhouding van zo'n historisch schip had geen prioriteit. Varen en plezier maken des te meer.
In 1954 kocht de Leidse Jaarclub `Mabole (1953) de botter BU180, 'Gave der Natuur'. In de zomer van 1958 huurde een stel studenten deze botter en met dit schip beleefden ze een schitterende vaarvakantie. Het schip verkeerde inmiddels in een abominabele staat van onderhoud, maar dat kon de pret niet bederven. Volgens overlevering is het schip omstreeks 1960 ergens op het Buiten U definitief afgeborreld'. Gezien de staat van onderhoud een waardig einde voor een schip met zo'n lange en afwisselende staat van dienst. Voor alle romantische zielen die ooit met dit schip voeren, blijven de herinneringen springlevend, hetgeen nog eens wordt bevestigd door de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten (SSRP) die dit schip nog steeds - weliswaar met de nodige vraagtekens, maar toch - in haar schepenlijst heeft staan.

Tholen en de 'Eudia' op de Loosdrechtse plassen (Cornelis Vreedenburgh (1880-1946), K. Callens)
Tholen en de 'Eudia' op de Loosdrechtse plassen (Cornelis Vreedenburgh (1880-1946), K. Callens)

Kunstenaars

Behalve studenten maakten ook beeldende kunstenaars gebruik van deze klassieke schepen. Talloze havengezichten en landschappen zijn vastgelegd vanaf traditionele vissersschepen. Kunstschilders kozen deze schepen uit omdat ze relatief goedkoop en dus betaalbaar waren, maar vooral om de sfeer en de ruimte die men aan boord had. Van twee kunstschilders is bekend dat ze zo werkten. Willem Bastiaan Tholen (1860 - 1931) voer met de Wieringer bol 'Eudia' en Jos Lussenburg (1889 - 1975) met de hoogaars 'Sjemonov'.
De 'Eudia' is een bijzondere representant van deze groep. Het schip werd in 1901 bij de werf Lastdrager in Enkhuizen voor een visserman gebouwd, maar tijdens de bouw verkocht aan de hiervoor genoemde Willem Tholen en als jacht uitgerust. Dit schip werd in de jaren vijftig gekocht door Mr. Dr. T. Huitema, één van de grondleggers van de huidige Stichting SSRP. Huitema is redacteur van het standaardwerk "Ronde en Platbodemjachten". De in Enkhuizen geboren musicus en kunstschilder Lussenburg is vooral bekend geworden door zijn boek 'Stervende Zee'.

Het Peperhuis - Jaarboek 2013

pdf Het Peperhuis - Jaarboek 2013.pdf

Terug naar vorige pagina