Voorstel Reglement Ronde en Platbodemjachten 1921

Ons Element 1921: Klasse-indeeling voor de open jachten niet meer volgens Wedstrijd Maat

Veranderd voorstel der Technische Commissie voor het nieuwe Reglement der klassen van Ronde & en Platbodemjachten

Toelichting - Bij nader inzien kwam het de Technische Commissie gewenscht voor, nog eenige veranderingen in het concept-voorstel (zie hiervoor "Ons Element" 1921 Nr. 34) aan te brengen. Deze komen daarop neer, dat de klasse-indeeling voor de open jachten niet meer volgens Wedstrijd Maat zal plaats vinden, doch naar vastgestelde maximum-afmetingen en dat de jachten met kajuit in drie klassen verdeeld blijven (het concept voorstel had dit in twee veranderd). Van deze drie zullen de twee grootste met, de kleinste tijdvergoeding varen. Ten slotte werden nog eenige kleinigheden opnieuw vastgesteld. 

Na deze veranderingen in het concept luidt het voorstel aldus

Het Reglement voor Zeilwedstrijden te veranderen als volgt:

Artikel 3 (blz. 28 van het "Handboekje"): 
De indeeling onder E worde:
I. Vaartuigen met vaste roef of vast dek boven 1,5 W.M.
II. Vaartuigen met vaste roef of vast dek boven 8.5 tot en met 11.5 W.M.
III. Vaartuigen met vaste roef of vast dek tot en met 8.5 W.M.
IV. Tjotters (waarbij ook z.g. Friesche jachten") tot 7m.
V. Tjotters (waarbij ook z.g. Friesche jachten") tot 5.60m.
VI. Tjotters tot 4,80m.
VII. Schouwen tot 6m,
VIII. Schouwen tot 5.50m.
IX. Schouwen tot 4.75m.

Artikel 18 (blz. 61 van het Handboekje"):
§1. laatste regel, worde: "dan 2% van de lengte op de waterlijn, tenzij de Technische Commissie van deze bepaling dispensatie verleent."
§3. 1e alinea worde: "Vernieuwing of verandering van onderdeelen, die van invloed kunnen zijn op de meting, moeten aan de "Technische Commissie" medegedeeld worden."
§3. 2e alinea, regel 314, "twee woorden bijvoegen moet dit "door dezen" medegedeeld worden enz."
§5. worde aldus: De klasse-indeeling geschiedt als volgt:

Vaartuigen met vaste roef of vast dek :
Klasse OA. Boven 11.5 W.M.
Klasse OB. Boven 8.5 tot en met 11.5 W.M.
Klasse OC. Tot en met 8.5 W.M.

Vaartuigen zonder vaste roef of vast dek:
Klasse OD. Tjotters (waarbij ook z.g. Friesche jachten") tot 7 M.
Klasse OE. Tjotters (waarbij ook z.g. Friesche jachten") tot 5.60 M.
Klasse OF. Tjotters tot 4.80 M.
Klasse OD. Schouwen tot 6 M.
Klasse OE. Schouwen tot 5.50 M.
Klasse OF. Schouwen tot 4.75 M.

§6. Bijvoegen: "Dikte van de streep onder de letters voor de klassen van schouwen 7.5 cm., lengte gelijk aan de breedte der beide letters tezamen."

Artikel 19 tot en met Artikel 21 worden:

Bijzonder reglement voor de klassen van ronde en platbodemjachten met vaste roef of vast dek OA en OB.

Artikel 19.
§ 1. De wedstrijdmaat W.M. wordt berekend naar de formule:

Hierin vertegenwoordigt:
L = de grootste lengte van het schip over stevens gemeten, in of onder de waterlijn, uitgedrukt in meters. Wanneer de grootste lengte van het vaartuig boven de waterlijn deze lengte met meer dan 1/3 overtreft, dan wordt het meerdere bij L opgeteld.
Z = het zeiloppervlak, berekend volgens het reglement voor meting van het zeiloppervlak (zie blz. 89 van dit "Handboekje"), met dien verstande, · dat als onderlijk van het grootzeil beschouwd wordt de bovenkant van den zeilsboom tot den uitersten stand waarop het grootzeil kan uitgehaald worden, dat de ronding der gaffel verwaarloosd wordt, dat bij het meten het grootzeil op normale hoogte naar genoegen van den meter moet geheschen worden, en dat als onderkant van de maat I beschouwd wordt een punt, even hoog als het hart van den zeilsboom bij den mast.
Indien, onder welke omstandigheden ook, in den wedstrijd een kluiver gevoerd wordt, dan moet deze in aanmerking genomen worden bij de meting van den voor-driehoek.
De jagerboom mag in geen geval langer zijn dan de basis van den voor-driehoek.
Alle vaartuigen worden zonder bemanning gemeten, met tuigage en ballast ten genoege der meters en geheel voor den wedstrijd uitgerust.
§2. Alle bijzeilen, behalve halfwinders en jagers, zijn verboden. Ieder jacht mag in den wedstrijd alleen zeilen met het laatst gemeten tuig.
§3. Alle maten worden genomen in meters. Onderdeelen van M. en M2. worden met slechts 2 decimalen ingevuld, met dien verstande dat de derde decimaal beneden 5 als 0, daarentegen 0.005 en daarboven als 0.01 telt. Hetzelfde geschiedt bij alle berekeningen. De aldus verkregen W.M. wordt op tiende deelen afgerond als volgt : 0.05 en daarboven  =  0.1, beneden 0.05 = 0. 
§4. Samenvoeging der klassen is niet geoorloofd ; echter mag elke klasse bij de aankondiging in afdeelingen, naar verkiezing gesplitst, worden uitgeschreven. Indien echter in zulk een afdeeling slechts een of twee jachten worden ingeschreven, dan heeft het Wedstrijd-Comité de vrijheid de splitsing op te heffen. 
§5. Het aantal personen der bemanning is on beperkt, echter mogen bij jachten der klasse OA in den wedstrijd hoogstens 5 betaalde lieden, bij jachten der klasse OB hoogstens 4 betaalde lieden aan boord zijn. 
§6. Gedurende den wedstrijd moet dezelfde hoeveelheid ballast aanwezig zijn. Deze moet, op dezelfde wijze als bij de laatste officieele meting behoorlijk weggestuwd zijn onder de buikdenning of in vaste banken of vaste kasten, Derhalve mag ballast of eenig ander zwaar voorwerp op geenerlei wijze gedurende den wedstrijd verplaatst worden. Grint, zand, kogels, ponsdoppen en dergelijke mogen niet aan boord zijn. Gedurende den wed strijd mogen slechts de gebruikelijke ankers en kettingen aan boord zijn en deze niet als verplaats bare ballast gebruikt worden en geen water uit de tanks gelaten, noch daarin opgenomen worden. 
§7. De tijdvergoeding bedraagt voor elke 0.10 W.M. 3 seconden per uur zeilen.

Bijzonder reglement voor de klasse van ronde en platbodemjachten met vaste roef of vast dek OC

Artikel 20.
§1. Voor deze klasse zijn de par. 1, 2 en 3 van Artikel 19 van kracht.
§2. In deze klassen worden opgenomen alle ronde en platbodemjachten, waarvan de Wedstrijd Maat niet grooter is dan 8.5.
§3. Bemanning in wedstrijden hoogstens 5 personen, waarbij hoogstens 3 betaalde lieden.
§4. De ballast, voor zoover die opgeborgen is in zakken, die met hun inhoud juist 25kg. wegen en die bij de laatste officieele meting aan boord was, mag gedurende den wedstrijd binnenboord verplaatst worden. Grint, zand, kogels, ponsdoppen, enz. zijn toegelaten. Het aantal der zakken wordt in den meetbrief vermeld. Bij naweging ter controle mag het gewichtsverschil ten hoogste 5% bedragen. Het Wedstrijd-Comité heeft de vrijheid onmiddellijk na afloop van den wedstrijd een controle-meting te doen plaats vinden.
§5. Tijdvergoeding wordt niet gegeven.

Bijzonder reglement voor de klassen van ronde en platbodemjachten zonder vaste roef of vast dek

Artikel 21.
§1. In de klassen OD, OE en OF worden alleen opgenomen tjotters (waarbij ook z.g. „Friesche jachten"), in de klassen OD, OE en OF alleen schouwen, die voldoen aan de volgende maximum-afmetingen:

§2. Alle bijzeilen, behalve halfwinders en jagers, zijn verbonden. De jagerspier mag in geen geval langer zijn dan de basis van den voor-driehoek. Desverlangd kunnen de klassen zonder bijzeilen uitgeschreven worden.
§3. Bemanning in wedstrijden voor de klassen OD en OE hoogstens 5 personen, waarbij hoogstens 3 betaalde lieden, voor de overige klassen hoogstens 4 personen, waarbij hoogstens 2 betaalde lieden.
§4. Ballast wordt geheel vrijgelaten.

Centraal Bureau voor de Watersport: Vaartuigen afgevoerd uit de wedstrijdregisters over 1920

De volgende vaartuigen moesten wegens het niet voldoen van het over 1920 verschuldigde bedrag (f 1,-) voor administratie-kosten worden afgevoerd uit de wedstrijdregisters:

Boeiers, enz. boven 7,5 tot en met 9,5  W.M.
10 OB Lavinia (Lemsteraak)
17 OB Alk (Boeíer)

Tjotters en Schouwen tot en met 5 W.M.
3 OF Lethe (schouw)
9 OF Spiering (schouw)
14 OF Aeolus (tjotter)
15 OF Louise (schouw)
16 OF Flying Fish (schouw)
19 OF Nalette Charlotte (tjotter)
20 OF Zaannimf (tjotter)
22 OF Désiré (tjotter)
25 OF De Trouwe Hand (tjotter)
29 OF Sjoukje (tjotter)
30 OF (Wagermeer (schouw)
31 OF Gustaaf (tjotter)

Tjotters en Schouwen boven 5 tot en met 6 W.M.
2 OE Helna (tjotter)
15 OE Viking II (tjotter)
20 OE Anna Agatha (tjotter)
22 OE Wetterfügel (tjotter)
26 OE Grietje (schouw)
28 OE Vrouwe Johanna II (schouw)
29 OE Schuiver (schouw)
31 OE Stern (tjotter)
13 OE Marie Anne (tjotter)

Tjotters en Schouwen boven 6 W.M.
8 OD Romkje (tjotter)
9 OD Dubbeltje (tiotter)


Losse gelegenheidsnummers

Sinds 1916 kunnen Ronde en Platbodemjachten een zeilnummer hebben dat we nu nog herkennen. Daarvoor werden losse gelegenheidsnummers gebruikt. Zeilnummers zijn onlosmakelijk gekoppeld aan meetbrieven en wedstrijdreglementen. Gerard ten Cate heeft in april 2015 een uitgebreid verhaal gepubliceerd, waarin hij probeert duidelijkheid te brengen in de ontstaansgeschiedenis van de gevoerde zeilnummers vanaf begin 1900. Maar er blijven nog vragen over!
Zeilnummers, een verzameling van onduidelijkheden door Gerard ten Cate

Registratietekens

De klassenvoorschriften voor Ronde- en Platbodemjachten zijn vastgesteld door het Watersportverbond. Een onderdeel van dit reglement is dat de schepen moeten voldoen aan de Criteria van het Stamboek van de Stichting Ronde en Platbodemjachten. Bij het verkrijgen van een Meetbrief wordt een Zeilteken met uniek Zeilnummer toegekend.
Door de jaren heen zijn er diverse series Zeiltekens uitgegeven.

Terug naar vorige pagina