Zoektocht naar de Schokker 'Watergeus' van Prins Hendrik "de Zeevaarder"

Aanleiding: Een intrigerend schilderij van de schilder Francois Carlebur

Uit het Stamboek 2016 Nr 3 - Behou(d)t het Goede: Ton den Boon zond ons het volgende verhaal met de nodige vragen:
In het museum Het Hof van Nederland in Dordrecht is tot 11 september 2016 een tentoonstelling te zien over de bouw van de Kayio Maru, een houten oorlogsschip gebouwd op de werf van C. Gips en Zn. in Dordrecht voor de Japanse Marine. Het schip loopt van stapel in 1865. Op deze tentoonstelling hangt een groot schilderij van Francois Carlebur. Omdat de kunstenaar mij volslagen onbekend was ben ik (Ton den Boon) op het Internet gaan zoeken naar achtergronden en andere werken van deze Dordtse schilder. Tijdens deze zoektocht kwam ik ook dit schilderij van zijn hand tegen.
De voorstelling is intrigerend. De schokker is groot en het blauwe jacht zal in 1869 zeker bijzonder geweest zijn. Welke schepen zijn dit, van wie en door wie gebouwd? De wimpels die beide schepen voeren zijn die van de KNZ&RV. Mijn eerste zoekrichting betrof de schokker. Daarbij dacht ik aan de 'Margaretha'. De 'Margaretha' werd gebouwd op de werf van Duivendijk in Willemstad in 1895. Met afmetingen 23.70 x 6.00 m en 75 ton lijkt deze schokker veel op het model van de reddingschokker no 2, zoals die nu staat in het reddingsmuseum Dorus Rijkers in Den Helder. Ik heb niet kunnen achterhalen waar die gebouwd is. In de Dordrechtse Courant zijn berichten verschenen over de reddingschokker no 1 en no 2 en de 'Zierikzee' vanaf 1850. 

De vragen

  • Is er een relatie tussen beide schepen van het schilderij en de Dordtenaar J.A. Vos van Hagestein? Hij was “President” en later Ere-Voorzitter van de (toen nog niet) Koninklijke Dordrechtse Roei- en Zeilvereeniging.
    De vader van JAVvanH was Adrianus Vos, die na het verwerven van de heerlijkheid Hagestein in 1854 zich tooide met de naam Vos van Hagestein. Hij was handelaar in granen, oliën en zaden. JAVvanH was eerst getrouwd met Henrriëtte Elisabeth Bever, daarna met Française Margueritte Marthe Hainaut. Op deze manier had hij in ieder geval namen voor twee van zijn boten. Hij woonde in Dordrecht in het huidige Rijksmonument op de Binnen Kalkhaven 35.
    Francois Carlebur en J.A. Vos van Hagestein kenden elkaar ongetwijfeld. Ze waren leeftijdgenoten en beiden lid van de loge La Flamboyante.
     
  • Klopt het vermoeden dat op het schilderij de schokker 'Henriëtte Elisabeth' en de centreboarder 'Undine' (af te leiden uit krantenbericht uit 1871) staan?

Een eerste reactie van Derck Steenstra ('De Maze')

Met plezier heb ik van de SSRP over uw zoektocht naar info vernomen over het schilderij anno 1869. De standaard in top van de schokker is overigens van de Koninklijke Nederlandsche Yachtclub te Rotterdam van 1846 – 1882 en niet van de een jaar later opgerichte N.Z & R. V (sedert 1851 Koninklijk) te Amsterdam. De locatie van de afbeelding zou heel goed de uitgang van De Kil op het Hollands Diep bij Willemsdorp kunnen zijn. Op de achtergrond zien we het baken voor de ingang, vanaf toen open water. Dit staat er (nu wel) “gedooft” nog altijd bij Strijen-Sas, waar de vuurtorenwachter woonde.

Aanvulling van Ton den Boon nav een bezoek aan het Scheepvaartmuseum in Amsterdam

Gisteren heb ik in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam een groot aantal microfiches bestudeerd. Hierbij zaten 39 tekeningen van de werf van Thomas Pauw uit Muiden. En daarbij waren er een aantal van een jachtschokker. Gedateerd 1865. J.A. Vos van Hagestein heeft vanaf 1866 havengeld betaald voor een schokker van ca 65 ton. Ik moet zeggen, dat ik een vreugdekreet slaakte toen ik die zag, want dat lijkt wel 100% de 'Henriëtte Elisabeth'. Scans van de originele tekeningen worden me opgestuurd, zodat ik ze beter kan bekijken. De werf van Pauw is in 1902 over gegaan in handen van Schouten.
 
Tevens heb ik gekeken in jaarboekjes van de KNYC en daarin vond ik dat Prins Hendrik "de Zeevaarder" een jachtschokker heeft gehad, de 'Watergeus'. De 'Watergeus' en de 'Henriëtte Elisabeth' hebben in 1865 zelfs tegen elkaar gevaren! De Watergeus was volgens krantenberichten 15.2 x 3.48 x 1.65 m met een tonnage van 39. Het schip is na het overlijden van Prins Hendrik in 1879 te koop aangeboden en naar België verkocht. Volgens Crone heeft het daar tot onlangs (1937) nog gevaren. Een model van de 'Watergeus' hangt in het Scheepvaartmuseum (nr 61).

Ik dacht dat in eerste instantie dat de centreboarder, de 'Catharina' was, maar een krantenbericht uit 1871 doet vermoeden dat het om de 'Undine' gaat.

Ik zocht informatie van één schokker en vond er twee. Ik ben benieuwd of er bij iemand belletjes zijn gaan rinkelen? 

Deze Schokker heeft de deklichten/koepeltje op een andere plaats. Zou geen tekening van Pauw zijn. Mogelijk 'Watergeus'. (Eén van de 39 tekeningen van een schokkerjacht uit het Scheepvaartmuseum Amsterdam)
Deze Schokker heeft de deklichten/koepeltje op een andere plaats. Zou geen tekening van Pauw zijn. Mogelijk 'Watergeus'. (Eén van de 39 tekeningen van een schokkerjacht uit het Scheepvaartmuseum Amsterdam)
Deze Schokker zou de 'Henriëtte' kunnen zijn. Zeker als ik deze vergelijk met tekeningen van de latere 'Margaretha'. Er lijkt een overeenkomst in idee. (Eén van de 39 tekeningen van een schokkerjacht uit het Scheepvaartmuseum Amsterdam)
Deze Schokker zou de 'Henriëtte' kunnen zijn. Zeker als ik deze vergelijk met tekeningen van de latere 'Margaretha'. Er lijkt een overeenkomst in idee. (Eén van de 39 tekeningen van een schokkerjacht uit het Scheepvaartmuseum Amsterdam)
Deze Schokker is een jacht van 66 voet, mogelijk de 'Henriëtte'. (Eén van de 39 tekeningen van een schokkerjacht uit het Scheepvaartmuseum Amsterdam)
Deze Schokker is een jacht van 66 voet, mogelijk de 'Henriëtte'. (Eén van de 39 tekeningen van een schokkerjacht uit het Scheepvaartmuseum Amsterdam)
Model van de schokker 'Watergeus' in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam
Model van de schokker 'Watergeus' in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam

Dagblad De Tijd 5 september 1871

Zaterdag jl. werd op het IJ de door de Koninklijke Nederlandsche Zeil- en Roeivereeniging uitgeschreven wedstrijd gehouden. Bij prachtig zomer weder en een frisschen zuidwesten wind werd ten 10 ure de wedstrijd onder het bulderen van het geschut en het spelen van het Wien Neêrlandsch bloed geopend. Het terrein was fraai met de vlaggen van alle natiën versierd. Het IJ was bedekt met zeilen roeivaartuigen, zoowel van partikulieren als mededingers, en in de omstreken bewogen zich digte drommen van belangstellenden en nieuwsgierigen. Prins Hendrik had in een telegram kennis geven, dat hij verhinderd was den wedstrijd bij te wonen.  
Jagten, boeijers enz. (pleiziervaartuigen.) 10 meters en daarboven. Twee mededingers. Prijs, aangeboden door de stad Amsterdam; een kassette met 12 zilveren lepels, vorken en messen, behaald door Henriëtte (schokker - jagt), van den heer J. A. Vos te Dordrecht; premie, de inleggelden: behaald door Watergeus (idem), van Z. K. H. prins Hendrik. 

Het Stamboekarchief

Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn boek "De Boeier" over de Boeier 'Henriette Elisabeth':
Van Waning vermeldt als oorspronkelijke naam van deze boeier "Henriette Elisabeth", terwijl wij de boeier ook een aantal malen teruggevonden hebben onder de naam "Henriette". In het jubileumboekje van de KNZ&RV ter gelegenheid van haar 125-jarig bestaan staan op bladzijde 77 de boeiers vermeld die deelnamen aan de zeilwedstrijd in 1861 in de klasse 'Jachten, Boeijers, enz. van meer dan 10 el' (10 meter): "Henriette Elisabeth" van J.A. Vos uit Dordrecht, "Volhouder" van Jhr M. van Weede uit 's-Graveland, "Batavier" van J.S. Kistemaker uit Amsterdam, alsmede de schokker "Watergeus" van ZKH Prins Hendrik der Nederlanden, met de opmerking dat de "Henriette Elisabeth" het jaar tevoren was gebouwd door Eeltje Holtrop van der Zee te Joure en de "Volhouder" door Eeltje Teadzes Holtrop te IJlst in 1825.
In de bewaard gebleven deelnemerslijsten uit 1880, 1881 en 1883 van de wedstrijden van de KNZ&RV op de Zuiderzee komt de boeier "Henriette" van J.A. Vos van Hagestein uit Dordrecht voor in dezelfde klasse. 
Ton den Boon komt nu in zijn onderzoek tot de conclusie dat de vermeldingen van na 1865 over een 'Henriëtte Elisabeth' de schokker betreffen. Waarschijnlijk is de boeier verkocht in 1866. In dat jaar is er een laatste vermelding bij de havengeldenlijst in Dordrecht.
De schokker 'Henriëtte Elisabeth' stond te koop in 1884. (advertentie 25 mei 1884) Tot 1887 is er voor dit schip door VvH havengeld betaald.

J.A. Vos van Hagestein laat de Schokker 'Margaretha' bouwen in 1895

Het gedenkboek 1851-1951 van de KRZV `De Maas' vermeldt dat J.A. Vos van Hagestein in 1895 op de werf van D. van Duivendijk te Willemstad een grote schokker liet bouwen van 23,9 meter lang bij 5,9 meter breed, genaamd "Margaretha". Het voert te ver hier in te gaan op de sterke verhalen die over dit schip de ronde doen. De boeier zal toen, of kort daarvoor, zijn verkocht, aan wie weten we niet.

De Schokker 'Escargot' ex-'Henriëtte' in Lloyds Register of Yachts 1902/3

Ton den Boon stuit in het Lloyds Register of Yachts 1902/3 op de 'Escargot'. Met als omschrijving: ex Henriëtte  Sloop, gebouwd bij Pauw in Muiden in 1865. Afm: 53 x 17.6 x 4.7, 58 ton. Eigenaar René Bellotte , thuishaven Meulan.
Wetende dat de schokker 'Henriëtte Elisabeth' te koop werd aangeboden in 1884 en dat er havengeld is betaald in Dordrecht tot en met 1887 en tevens dat Vos van Hagestein in 1884 in Parijs woonde en daar in 1887 trouwde met een Francaise kan het niet verwonderen, dat de schokker in Frankrijk terecht kwam. Meulan ligt aan de Seine west van Parijs.

Lloyds Register of Yachts 1902/3
Lloyds Register of Yachts 1902/3

Prins Hendrik “De Zeevaarder” eigenaar van de Schokker 'Watergeus'

Het online geschiedenismagazine Historiek schrijft:
Prins Hendrik was de derde zoon van prins Willem, de latere koning Willem II en Anna Paulowna, groot hertogin van Rusland. Hij werd geboren op 13 juni 1820 in het paleis Soestdijk en had twee oudere broers, Willem en Alexander, een jonger zusje genaamd Sophia en een jonger broertje genaamd Ernst-Casimir, die helaas met vijf maanden al het leven liet. De kinderen werden niet verwend of op handen gedragen; zij moesten leren wennen aan een eenvoudige levenswijze.
Jonge liefde voor de zee
De kleine prins Hendrik had al jong belangstelling voor de zee. Er is een brief aan zijn vader bewaard waarin hij met zijn kinderlijk handschrift schrijft dat hij een boek over De Ruyter aan het lezen is. Op zijn tiende verjaardag stelde koning Willem I hem aan als adelborst der eerste klasse. In de jaren die volgden werd prins Hendrik opgeleid door Pieter Arriëns, zijn leermeester.
Zeemannen worden niet aan wal gemaakt. Daarom drong hij erop aan dat prins Hendrik al vroeg naar zee zou gaan. Hij stelde een programma op van 1832 tot 1838 waar hij reizen zou maken naar de Middellandse Zee, West-Indië en Brazilië. Ook leerde hij het leven aan boord op een oorlogsschip kennen: in 1833 maakte hij een reis naar Galicia aan boord van korvet Zr. Ms. Nehalennia. Hier kweekte hij zeebenen en kon hij wennen aan het gescheiden zijn van zijn familie.
Op jonge leeftijd, in 1836, werd hij bevorderd tot luitenant-ter-zee der 2e klasse en twee jaar later klom hij wederom een stapje hoger op de ladder: hij werd kapitein-ter-zee. In 1843 voer hij uit met zijn eigen eerste eskader (een vloot), waar hij de leiding over had. Zijn bijnaam: ‘De Zeevaarder’ had hij dus al op jonge leeftijd verdiend. 

Recensie in 1937 ter gelegenheid van de stapelloop van de 'Piet Hein'
Recensie in 1937 ter gelegenheid van de stapelloop van de 'Piet Hein'

De jachten van Prins Hendrik

Prins Hendrik, de broer van Willem II. de zeevaarder onder de Oranjes, evenwel heeft verscheidene Jachten gehad: In 1846 de Schoener 'no I' en de kotter 'Parel' In 1850 de schokker 'Watergeus'. in 1875 het schroefstoomjachtje 'Ibis' en deze groote liefhebber en bevorderaar der zeilsport is er telkens mede uitgekomen in wedstrijden. En dan als laatste, de al circa 120 jaar oude. want uit 1818 dateerende koninklijke sloep, welke nog pas dienst heeft gedaan bij den stapelloop van Hr Ms Tromp.

Prins Hendrik beschermheer van de "Koninklijke Nederlandsche Yachtclub" in Rotterdam

Waterkampioen december 1950 nummer 881:
Wij worden gevoerd naar Rotterdam, dat in Maart 1841 Z.M. Koning Willem II op feestelijke wijze ontving voor het eerste bezoek na diens inhuldiging. De koning was vergezeld van H.M. Koningin Anna Paulowna, de beide prinsen Alexander en Hendrik en prinses Sophia. Tot het feestprogramma behoorde een tocht op de rivier, waarbij het hoge gezelschap werd geroeid in de fraaie en rijk gebeeldhouwde koninklijke sloep, die door twintig jongemannen in zeemansgewaad gestoken, werd geroeid. Deze roeitocht is voor de watersport van ons land van historische betekenis geworden.
De roeiers van de sloep zijn prins Hendrik niet weer uit de gedachten gegaan, doch het werd het einde van 1845 alvorens hij aan hen zijn voornemen liet overbrengen om te Rotterdam een roei- en zeilclub op te richten. De gedachte vond instemming. Besloten werd Z.K.H. voor te stellen levenslang de functie van voorzitter op zich te nemen. Spoedig daarop woonde de prins als zodanig een vergadering bij, waarin de door hem ontworpen statuten ter tafel werden gebracht. Nog voor het jaar ten einde was (30 December 1845) nam Z.M. een Koninklijk Besluit, waarin Z.M. op het verzoek van onzen beminden zoon Prins Hendrik der Nederlanden de oprichting van een "Roei- en Zeilgezelschap" goedkeurde, daarvan het beschermheerschap aannam en het recht verleende, dat dit den titel zou voeren van "Koninklijke Nederlandsche Yachtclub" (zie opmerking Derck Steenstra).
Prins Hendrik is de ziel van de Yachtclub gebleven. Toen de zeer geziene voorzitter in 1879 overleed en rouw intrad in de wereld der watersport is die vereniging uiteengevallen en geliquideerd. Het schone clubgebouw aan de Willems-kade te Rotterdam, waar officiële ontvangsten hadden plaatsgevonden en de watersport hoogtij vierde, is verkocht. 

Sneeker Hardzeildag 1865

Hardzeildag 1865 is wel zeer bijzonder geweest. Volgens de Sneeker Courant tenminste 'de luisterrijkste welke tot dusverre heeft plaats gehad'. Hiertoe droeg het voornemen van Z.K.H. Prins Hendrik - inmiddels Beschermheer van de Zeilvereniging Sneek geworden - bij, in eigen persoon naar Sneek te komen. De Prins zeilde daartoe met zijn schokkerjacht 'Watergeus' over Lemmer naar Friesland en werd op de ochtend van Hardzeildag op het stadhuis te Sneek ontvangen, om zich vervolgens aan boord van de Amsterdamse beurtman te begeven, het veerschip van Sneek op Amsterdam, dat oudergewoonte tot directieschip placht te dienen. Een danig verbleekte foto heeft het ogenblik vastgelegd waarop dit vaartuig op het punt stond naar het Snekermeer te vertrekken, liggende aan de vaste steiger in de Kolk voor de - Hoogendster - Waterpoort. Aan boord de Prins, mitsgaders het voltallige bestuur van de zeilvereniging en het muziekkorps van de Sneker Schutterij, dat ter opluistering steevast meevoer. De Prins poseerde welwillend naast de schipper - Sipke de Vries -, gestoken in witte broek en blauwe trui. Het verhaal gaat dat deze schipper geruime tijd de hand niet wenste te wassen, welke de Prins bij zijn inscheping had gedrukt.
De bestuurderen van de Sneker Zeilvereniging waren zich hun waardigheid in deze tijd intussen ter dege bewust en stelden er een eer in gekleed te gaan als gezagvoerders van de grote vaart. Kennelijk wensten zij, zeker in 1865 niet, in geen enkel opzicht onder te doen voor de bestuursleden van de Amsterdamse en Rotterdamse zeilverenigingen, welke Z.K.H. al eens vaker in hun midden hadden mogen begroeten. De Prins zeilde zelf ook mee in de Watergeus: in de '2de Klasse' - 'Boeijers en Jagten, lengte 6.20 el en daarboven, met vast overdek' -, tezamen met de 'Jonge Pieter' van H. Kuipers de Vries uit Leeuwarden en de 'Hermina' van G. H. ter Horst uit Sneek. De laatste won de prijs, de `Jonge Pieter' de premie. 

Algemeen Handelsblad 31-08-1874: Overlijdensadvertentie Schipper François Rijnberg van de 'Watergeus'

Nieuwe Amsterdamsche Courant zaterdag 17 mei 1879: Veiling 'Watergeus

Leeuwarder Courant 10 augustus 1880: De 'Watergeus' heeft een Belgische eigenaar

In Jaarboekjes van de Belgische YCA (Yacht Club d'Anseremme) uit 1894, 1898, 1902, van de SRNA (Koninklijke Antwerpse Watersportvereniging) uit 1904/5 en RYCB (Royal Yacht Club Belgique) uit 1904 en 1925 tm 1932 staat geen schokkerjacht 'Watergeus' zien. Een zeker meneer de Bock heeft in 1957 een foto van de 'Watergeus' geschonken, aan wat nu het MAS (Scheepvaartmuseum Antwerpen) is. Het is dezelfde foto die wij ook op de pagina van de 'Margaretha' tonen. Daarnaast is er in het museum nog een (helaas wat wazige) foto beschikbaar met de vermelding "uit het album van Fons Waterkeyn". De originele roerkop van het schokkerjacht behoort tot de collectie van het MAS.

De schokker "Watergeus" voor de rede van Antwerpen. (foto MAS, uit album Fons Waterkeyn)
De schokker "Watergeus" voor de rede van Antwerpen. (foto MAS, uit album Fons Waterkeyn)
Roerversiering van het schokkerjacht "Watergeus", met voorstelling van een zeepaardje.
Roerversiering van het schokkerjacht "Watergeus", met voorstelling van een zeepaardje.

Aanwezig in het MAS: Roerversiering in eiken, met de voorstelling van een zeepaardje. Het yacht werd gebouwd in de 1e helft van de 19e eeuw in Muiden, bij Amsterdam. Hoogte: 39 cm, breedte: 69 cm, diepte: 46 cm. Schenking in 1974 door de Vrienden van het Nationaal Scheepvaartmuseum (Antwerpen).

 


 

Verder onderzoek Ton de Boon

In het Maritiem Museum Rotterdam vindt Ton het volgende:
Metingsbewijs no 770 betreffende het vaartuig 'Lina', een houten schokker gebouwd in Amsterdam, bouwjaar onbekend, eigenaar Eugénius Boute uit Brussel. Metingsbewijs is afgegeven op 20 april 1910 te Brussel.

Vaarttuigmetingsbewijs 20 april 1910
Vaarttuigmetingsbewijs 20 april 1910

Op de ledenlijsten van de RYCB (collectie Gerard ten Cate) van 1894 staat geen 'Lina', op die van 1898 en 1902 wel. Met als eigenaren Dervaux en Kemna. 41 ton.

Op bijgaande foto staat de of een tewaterlating van de Lina op de werf van Maes Frères in Steenrode in 1911. (Collectie MAS Antwerpen). Het schip zal ook wel eens geteerd zijn.

 


 

Ons Element "„Het water is ons element, De zee bruist onze glorie", 2e Jaargang 1921 nr. 29

In Ons Element "„Het water is ons element, De zee bruist onze glorie", 2e Jaargang 1921 nr. 29 en nr. 30 schrijft Eindredacteur A.L.E. Rambonnet het verslag van de zeiltocht van drie platbodemjachten, met name de botters „Brandaris" en „Dolphijn" van de Heeren Lucassen en van Vollenhoven, en het schokkerjacht „Watergeus" van den Heer Mohr van Delfzijl naar Texel, via alle Waddeneilanden. Aan de tocht doet ook Z.K.H. Prins Hendrik (gemaal koningin Wilhelmina) mee aan boord van de botter „Brandaris". De tocht wordt geheel zeilend in 5 dagen afgelegd, van Oost naar West. 
In 1921 was de 'Watergeus' dus eigendom van de heer Mohr uit Hilversum.

 


 

Herkenning afbeelding roerkop 'Watergeus' René van der Have in een Waterkampioen uit 1938

In een artikel over "De nieuwe Schollevaer" een Lemsteraak, is ingesloten een foto van ir. J. Loeff met de roerkop van De Watergeus. Het artikel dateert uit 1938. Ik vermoed dat de 'ingesloten foto' bij het aangrenzende artikel hoort. Weet jij misschien welk artikel?  Het lijkt mij dat de foto in Nederland is genomen??? 

Reactie van Jan Paul Loeff, zoon van Ir. J. Loeff, de hoofdredacteur van de Waterkampioen in 1938

De vraag van Gerard ten Cate aan Jan Paul Loeff of hij de bewuste foto in zijn archief kan vinden, levert het volgende, verrassende resultaat op:
...... De foto's niet, of eigenlijk, dat is me teveel zoekwerk. Wel de negatieven. Ik stuur ze je. Het zijn er drie: de kop van het roer, het achterschip en de achterkant van de kajuit. Het zijn de eerste drie negatieven van een filmpje dat de titel Holland Week III, Muiden 3 aug. 1938 draagt. Omdat ik per 6 negatieven in één houder kan zetten om te scannen heb ik de volgende drie ook gedaan en toegevoegd. Er is geen artikel bij de foto in de Waterkampioen en dat was in die tijd heel gebruikelijk. Ieder vlak werd gebruikt. Het is dus gewoon illustratie. Plaats van handeling zal zeker Nederland zijn en ik denk in de Vecht ergens gezien het feit dat de negatieven deel van een filmpje "Holland Week III" uitmaken. (Holland Week II is een dag eerder opgenomen en bevat geen informatie over de roerkop of waar de foto genomen is). De drie latere foto's zijn duidelijk in Muiden genomen aan de werf op de achtergrond in negatief 8 te zien. Let ook op het hakenkruis vlag van de Duitse deelnemers in negatief 6. Ik hoop jullie hiermee een beetje verder geholpen te hebben. Hij was duidelijk zeer gecharmeerd van die roerkop want hij heeft hem duidelijk als inspiratie gebruikt voor degene die hij voor de 'Goetzee' sneed in de eerste Oorlogswinter......

Negatief 3
Negatief 3
Negatief 4
Negatief 4
Negatief 5
Negatief 5
Negatief 6
Negatief 6
Negatief 7
Negatief 7
Negatief 8
Negatief 8

Aanvulling van Jan Paul Loeff

Aangaande de plek waar de foto's van de Watergeus gemaakt zijn het volgende. Een goede vriend van me, die in Muiden woont, heeft de puzzel opgelost. 

Dag Jan Paul,
We hebben je foto's op de Facebookpagina 'inwoners van Muiden' gezet en kregen zo'n 20 reacties, ook van de plaatselijke historicus. De schokker ligt inderdaad aan de Herengracht in Muiden en op de achtergrond, benoorden de sluis en aan de westkant van de Vecht, zien we de loodsen van de voormalige scheepswerf Schouten. Hoop dat je er wat aan hebt!
Groet, Frank

De foto's zijn gemaakt door mijn vader Ir. J. Loeff, vermoedelijk in de ochtend van 3 augustus 1938. Deze files zijn scans van de originele negatieven. Hij voer in die tijd met een stel vrienden met een Star genaamd Goetzee (II). Dit syndicaat heette later 'syndicaat Loosdrecht' nadat mijn vader eruit gestapt is omdat hij de, nu nog in mijn bezit zijnde, Vollenhovense Bol 'Goetzee' liet bouwen. (Goetzee I was een Scheldejol). Wie de andere leden van het syndicaat waren weet ik eigenlijk niet.  (René van der Have vindt later het krantenartikel rechts uit 1934, waarin de namen worden genoemd.)
De Holland Week is reeds jaren een gezamenlijke wedstrijd van de KNZRV en KWVL ( 'de Koninklijke' en 'de Vereniging' voor insiders). Ik wist niet dat deze traditie in 1936 begonnen is. Beide verenigingen hebben een zeer nauw verweven ledenbestand uit het Gooi en Amsterdam (gehad). Er bestond ook een soort 'ruillidmaatschap' waarbij leden van de ene vereniging toegang tot de sociëteit van de andere vereniging hadden. 

Met vriendelijke groet
Jan Paul Loeff

Reactie van René van der Have

De Koninklijke  Nederlandse Zeil en Roeivereeniging organiseert al vanaf de periode voor WO I (internationale) zeilwedstrijden in de zomer vaak op het Buiten IJ bij Amsterdam.  In 1936 hebben de KNZR en KWV Loosdrecht gezamenlijk de Holland-week georganiseerd vanwege het 25 jarige jubileum van KWV Loosdrecht
Ik heb de opname van de roerkop uit het MAS België en de opname van Ir. J. Loeff naast elkaar gelegd en deze zijn volgens mij identiek. Zelfs de plaats van de schroefgaten voor bevestiging aan de helmstok stemt overeen. De schokker ziet er uitgeleefd en verwaarloosd uit. Toch kun je in de schoonheid van het snijwerk  zien dat het ooit een dure en rijk versierde boot was. 
Op de achtergrond van Neg 3 zie je wat loodsen en werkplaatsen voor scheepsbouw. Boven de loodsen zie je een woonhuis of kantoor met een topje van een schoorsteen. De loodsen staan niet kops op de waterkant maar lopen evenwijdig mee met de waterloop. 

Neg 4 is interessant omdat de achtergrond rijk is aan details. Aan de overzijde van waar “De Watergeus” ligt zie je een boot  en kun je met enige moeite de naam “Scheepswerf Schouten Muiden” ontcijferen. In het water ligt een soort vaarbak (of pontje) met opbouw?? Op de wal staat een huis en is er een vreemd werktuig/pomp/oven??  Rechts in het water zie je de achterkant van een witte zeilboot. Als je de foto’s in deze volgorde (zie hieronder) op groot formaat naast elkaar legt dan zie dat je één doorlopende achtergrond krijgt. De witte boot (rechter foto) kun je dan linken aan de achterkant witte boot middelste foto en het huis op de middelste foto aan het huis op de linker foto.

Foto’s Neg. 6, 7 en 8 laten een jachthaven zien met boten met hakenkruisvlaggen. 



De afgebeelde Duitse boten  behoren waarschijnlijk tot de de Starklasse. De Duitse Starzeilers waren officier bij de Kriegsmarine. 


Op Neg 6 zie je een dijk met muur en op de achtergrond een huis met 4 ramen met een deur  in een nis  waarvan 1 raam ter linker en de andere 3 ter rechterzijde. Ook is de op de gevel (c. 2 meter hoog) een band in  een contrasterende kleur te zien . 
De opname van Streetview op Google maps laat zien, dat het huis er nog staat. Het ligt aan de Herengracht in Muiden. Het huis is naar de details te zien nauwelijks veranderd. 

Als je in Streetview voor het huis aan de Herengracht staat en je zwenkt met de camera naar de overzijde van het water dan zie je dat er op dezelfde plaats nog steeds werven zijn. Alleen de eigenaren zijn veranderd. Zo is de werf Dolman overgegaan naar Lengers Yachts en de werf van Kok naar Dufour. Voor de oude industriële werf Schouten zijn er plannen voor het realiseren van luxe woonappartementen met zicht op haven en Muiderslot. 

Op Neg 4  staan op de achterboeisel van de "Watergeus" de letters C.R.V. Het is niet duidelijk welke naam er achter deze afkorting schuil gaat. Zou het bezit kunnen zijn van de Cadetten Roei Vereniging van Dudok Heel, die later tot CR&ZV werd omgedoopt toen het zeilend deel van de vereniging ook in de naam tot uitdrukking kwam? Waarschijnlijk niet, want hun thuishaven is Breda, maar het is een mogelijkheid die we niet onvermeld willen laten. 

Uitkomst van een laatste bezoek van Ton den Boon aan het Maritiem Museum prins hendrik in Rotterdam

Het begon met uitleg over stuk H1854. Dat blijken diverse stukken te zijn waarvan één over de 'Lina', de scheepsmetingsbrief. Opmerkelijk is dat de maten afwijken van die ik eerder zag. Het bewijs is de eerste keer uitgegeven in 1910 maar de tweede keer in 1924!
 
Hieronder de vermeldingen in het Lloyds Yacht Register (LYR) en de jaarboekjes van de KNZ&RV. In het begin werd de LYR niet elk jaar uitgegegeven.
 
Gevonden over de 'Watergeus':

'Watergeus' LYR 1883/1884 Eigenaren Nijssens en Keune
  LYR 1897 'Watergeus' wordt 'Lina'
'Lina' LYR 1899/90 Eigenaren Dervaux en Kemna
  LYR 1915 Eigenaar Boute
  LYR 1919 Geen eigenaar genoemd. Thuishaven Amsterdam.
'Watergeus' KNZ&RV 1919 Eigenaar Mohr
  Ons Element 1921 Foto's + Reisverslag 'Watergeus'', 'Dolphijn'' en 'Brandaris'
  KNZ&RV tot en met 1923/4 Eigenaar Mohr



(Vanaf 1925 verschijnt de 'Lina' weer als schip van Boute (informatie Gerard ten Cate uit RYCB)

Gevonden over de 'Lina' (ex 'Henriëtte Elisabeth')

'Henriëtte Elisabeth' LYR 1883/84 Vos van Hagestein
'Escargot' LYR 1897/98  J. Valton, Meulan
  LYR 1899/1900 Réné Bellotte, Meulan
  LYR 1905 Réné Belotte, Meulan
  LYR 1906 Eigenaar niet genoemd. Thuishaven Meulan.

Veronderstelling: Het oude Antwerpse schokkerjacht 'Watergeus' is mogelijk tijdens WO II gesloopt.

Na de foto in 1938 in de Waterkampioen zijn er geen afbeeldingen van de 'Watergeus' meer gepubliceerd. De roerkop en een paar foto's blijken in het bezit te zijn van het MAS in Antwerpen. Datering is vooralsnog onbekend. Het schip heeft in ieder geval in 1938 in Muiden gelegen. Mogelijk zijn er mensen die het schip toen hebben gezien of zelfs hebben gefotografeerd. Als iemand weet waar het schip vervolgens is gebleven, willen we dat ook graag weten. Het vermoeden bestaat dat de sloop ergens in België is gebeurd.

Conclusie Ton den Boon

Uit alle informatie maak ik op dat de geschiedenis van de 'Watergeus' lang niet volledig is. Bij mij tot voor kort helemaal niet. Het is “bijvangst” in mijn onderzoek naar de schokker 'Henriëtte Elisabeth' van J.A. Vos van Hagestein, waarvan de geschiedenis na 1906 in België ook onduidelijk is.

Een aanvullende vraag

Is er iemand in Belgie die specifieke kennis heeft van de watersport aan het einde van de 19e en begin van de 20e eeuw. We lopen regelmatig aan tegen vragen over Ronde en Platbodemjachten, die onder Belgische vlag hebben gevaren. Vaak moeten we dan het antwoord schuldig blijven. Wie kan ons helpen?

Terug naar vorige pagina