Experimenteel plezierjacht 'Bruinvis', gebouwd in 1937

Marco en Marloes Muller-de Vries schrijven op 17 oktober 2016: De grootvader (Ing. Jan de Vries) van mijn vrouw heeft bijgaand schip laten bouwen, ongeveer in 1938 in Monnickendam.

Marco en Marloes Muller-de Vries schrijven het volgende:
L.S. De grootvader (Ing. Jan de Vries) van mijn vrouw heeft bijgaand schip laten bouwen, ongeveer in 1938 in Monnickendam. Het schip was ongeveer 11 meter lang, was vrij bijzonder getuigd vanwege het torentuig, is destijds gedoopt als Bruinvis. Er waren maar liefst 11 slaapplaatsen (twee kleintjes in de voorpiek en verder allemaal mans-groot) Er zijn heel veel verhalen over in de familie en ook is er nog veel fotomateriaal. Onder andere is het schip gebruikt om vanuit bezet gebied in de tweede wereldoorlog het hele gezin over te varen naar het toen al bevrijdde gedeelte in Brabant, onderweg zijn ze zelfs beschoten. Voor de oorlog is hij ook met het hele gezin naar Londen gevaren, mogelijk om te "oefenen" voor eventuele ontvluchtingspogingen. Het schip is later verkocht aan Ing. Bergsma. Deze heer kwam mogelijk uit de buurt van Breda.
Nu de laatste kinderen uit het gezin (waaronder mijn schoonvader, inmiddels bijna 85 jaar) nog leven, willen wij voor hun, maar ook uit eigen interesse proberen te achterhalen wat er verder met het schip gebeurd is. Bestaat het nog ? Verder weten wij als "leek" niet echt waar we naar moeten zoeken. Het type schip is ons onbekend. We weten wel dat het schip van ijzer of van staal was, want het was een geklonken schip.

De vraag is natuurlijk of u ons kan en wilt helpen bij de opsporing?
Al vast vriendelijk dank,
Fam. Muller-de Vries

We stelden de vraag via onze maandelijkse publicatie van het Stamboek in de Spiegel der Zeilvaart

Het Stamboek in de Spiegel der Zeilvaart nummer 10 2016: Experimentele platbodems

Op de oproep hoorden we bijna twee jaar niets, totdat Klaus Roding ons op 15 augustus j.l. belde met de mededeling dat hij in Gaastmeer een schip had bekeken, wat sprekend leek op het schip uit de Spiegel van 2016. Hij meldt:

Enige tijd geleden werd ik gebeld door Maarten Hemmes uit IJlst die mijn mening vroeg over een vreemde geklonken platbodem op de werf van Wildschut in Gaastmeer die hij daar gezien had. Mijn bezoek aan de werf leverde geen klaarheid op. Een romp, die doet denken aan die van een schokker en een kop die lijkt op de die van een vlet. Opvallend was ook de extreem lange mast. De naam was 'Bruinvis'. Weer thuis ontdekte ik in de Spiegel der Zeilvaart van 2016 nr.10 een stukje over een onbekende experimentele platbodem en met ook een foto. Ongetwijfeld gaat het hier om hetzelfde schip. We zijn erg benieuwd naar de vaareigenschappen en de vaar-ervaringen met dit schip.

DIt hebben we natuurlijk gemeld aan de fam. Muller-de Vries en direct daarna hebben zij contact opgenomen met jachtwerf Wildschut in Gaastmeer, de huidige eigenaar van het schip.
 

De volgende berichten volgden heel snel:

De Bruinvis is weer terecht! Eerste fotos! 22 augustus 2019

Hierbij de eerste foto’s gemaakt door Age Wildschut, eigenaar van de jachtwerf Wildschut in Gaastmeer. De familie Wildschut is in de lijn familie van de oude werfeigenaren van scheepswerf Wildschut. Age is zeer geïnteresseerd in de historie van het schip. Het schip is momenteel in eigendom van de werf en er is veel onderhoud aan gedaan. Wij gaan binnenkort op bezoek.
Zoals u kunt zien is het schip al zo goed als klaar, helemaal opgeknapt en gaat binnenkort weer te water. Met het tuig erop zal het er nog heel wat imposanter uitzien. Overigens is mijn eerste verheugde indruk dat het schip nog in goede en vrijwel originele staat verkeert. Ook het interieur moet volgens Age nog origineel zijn. In de kajuit zijn naar zijn zeggen koperen plaatjes geschroefd waarop tochten worden gemeld, onder andere naar de Biesbosch. Echt heel erg leuk! En dat na 82 jaar in gebruik!
Hierbij tevens een foto van de opdrachtgever en ontwerper van de bouw van de Bruinvis, Jan de Vries, staande bij een “pierement” op de Haarlemse Zeilvereniging op het zomerfeest in 1936 .

Haarlemmer Zeil Vereniging Zomerfeest 1936 met links van het pierement de bouwer Jan de Vries
Haarlemmer Zeil Vereniging Zomerfeest 1936 met links van het pierement de bouwer Jan de Vries

Bezoek aan de 'Bruinvis' op jachtwerf Wildschut 24 augustus 2019

Gisteren zijn mijn vrouw, ik en haar ouders al vast even op de Bruinvis wezen kijken en allerhartelijkst ontvangen door familie Wildschut. Mijn schoonvader ofwel de zoon van Jan de Vries is natuurlijk mee geweest Op één van de foto’s zie je ze herenigd met de 'Bruinvis' aan de scheepstafel in de buik van het schip.

De zoon van Jan de Vries en zijn dochter aan de originele scheepstafel
De zoon van Jan de Vries en zijn dochter aan de originele scheepstafel
In de kajuit zijn diverse koperen plaatjes geschroefd waarop tochten worden gemeld, onder andere naar de Biesbosch
In de kajuit zijn diverse koperen plaatjes geschroefd waarop tochten worden gemeld, onder andere naar de Biesbosch

Bijna onvoorstelbaar maar het interieur is nog grotendeels authentiek. Er is nu alleen een echt toilet gemonteerd in de voormalige hangkast aan stuurboord. De diabolo op de kajuit is de ontluchting. Maar de klep van de oude doos in het vooronder bestaat nog. De 10pk Albin is vervangen voor een 45pk Peugeot diesel. Wat ook bijzonder prettig is, is dat na ruim 60 jaar uit beeld te zijn geweest, het schip nog altijd dezelfde naam draagt! Binnenkort gaat het inmiddels geheel gerenoveerde schip dat strak in de verf staat, weer te water en wordt dan weer getuigd. Wij hopen daar bij te zijn.

De gemaakte foto's hebben we verzameld in een album, een aantal foto's zijn van Age Wildschut, de rest van de familie Muller-De Vries zelf

Bekijk het hele album

Meer reacties en informatie:

Reactie van Robert van Heyst op 20 augustus 2019

Zou zo maar kunnen dat dit schip ook heeft gelegen bij de Haarlemse Zeilvereniging. De familie De Graaff uit Haarlem was daar ook lid van. Bram de Graaff kende ik vrij goed en hij was net als zijn vader loodgieter. Hij bouwde ook fraaie scheepsmodellen van zink. Hij kende Jan de Vries en heeft van de 'Bruinvis' een scheepsmodel gemaakt. Wellicht staat dat nog bij zijn vrouw. Zij woont nu in Borssele.

Reactie van Gerard ten Cate in 2016

Zo'n schip heb ik gekend. Het was of de 'Bruinvis' of één van de twee genoemde zusterschepen. Ze was toen wit geschilderd en heeft een aantal jaren bij de Bloemert in Midlaren (Dr) gelegen. Het schip was toen van Bertus Spanhoff uit Noordlaren. Datums ontbreken, maar hij wist het volgende te vertellen: Hij had het schip ergens in het westen gekocht. Hij had het te koop zien liggen en gelijk maar een bod gedaan. Was toen op slag eigenaar. Het schip werd op dat moment bewoond door een student. Er zijn na de koop wel de nodige kosten aan geweest. Het vlak was slecht. Het heeft gelegen in Jachthaven "De Bloemert" aan het Zuidlaardermeer. Daar heb ik het gefotografeerd rond 1985. Ik herinner me nog dat op het kajuitdak een symetrisch diagonaal teak dek lag. In die jaren is er door George Heller een teakdek over heen gelegd met kantstukken zoals gebruikelijk. Of het de 'Bruinvis' inderdaad is, is mogelijk te controleren aan de hand van het teakdek. Toen dochter en schoonzoon van Spanhoff er mee op vakantie waren hebben ze de mast kapot gevaren. Met de restanten ervan hebben ze er op de een of andere manier een gaffelgetuigd schip van gemaakt. Vrij snel daarna is het verkocht aan een gepensioneerde straaljagerpiloot uit Wilhelmshafen (Dld). Er werd bijverteld dat er waarschijnlijk 3 zusterschepen van dit ontwerp zijn gebouwd.

Op het Zuidlaardermeer rond 1985
Op het Zuidlaardermeer rond 1985

Aanvullende informatie van fam. Muller-de Vries in 2016

Zoals u kunt zien zijn de meeste foto’s rond de tweede wereldoorlog gemaakt, en eigenlijk is het al al een wonder dat deze nog zo scherp zijn. Het is goed mogelijk dat het schip gebouwd is bij van Goor. Op een van de foto’s van het schip in aanbouw is een klein stukje van de naam op het gebouw te zien, en al zoekende naar werven in Monnickendam uit die tijd die W.v.G… aan het begin van hun naam hadden, was ikzelf ook bij van Goor uitgekomen.
De bepaling van het type schip zal nog veel vragen op kunnen leveren, daar onze grootvader werktuigbouwkundig ingenieur was, maar daarnaast ook een groot zeilliefhebber. Het eerste schip van 9 meter bouwde hij zelf in zijn achtertuin. Dit was een scherp plezierjachtje. Maar het gezin breidde steeds verder uit en er moest dus een schip komen dat 7 kinderen kon bergen, en liefst nog wat gasten. Hij was zeer eigenwijs wanneer het ging om scheepsontwerpen, vandaar is het torentuig ook zeer goed mogelijk zijn eigen idee geweest. Hij kan ook beïnvloed geweest zijn vanwege het eerder varen vanuit de Biesbosch naar Zeeland, waar men in die tijd nog wel eens een Scheldeschouw voorbij zag komen (uit de omgeving van Terneuzen). Maar dat is mijn idee. 

Ook bouwde hij een roei/zeiljol van eikenhout boven op de slaapkamer in zijn woonhuis, die na voltooiing met een zeer ingenieus takelwerk door het raam naar buiten gehesen werd, zoals alleen een werktuigkundige dat zou kunnen bedenken. (zie bijlage)
Er zijn ook verhalen dat hij zelf de motor uit het schip takelde voor reparatie met een zesschijfsjijn en de giek van het schip.
Zoals aan de foto’s zichtbaar is, werd er zeer veel gebruik gemaakt van het schip, wat best bijzonder is in een tumultueuze tijd rond de oorlog. Binnen de familie- en vriendenkringen zijn er dan ook heel wat verhalen bekend over de Bruinvis.

Nog enige aanvullingen namens mijn echtgenote...
Het schip is met zekerheid ontworpen door grootvader zelf. Zijn naam was J.E. De Vries uit Haarlem, wonende  aan de Kleverlaan 113. Er is een bouwplan, schaal 1:50 door hem gemaakt, op 31 maart 1937. Waarschijnlijk ligt het bouwplan nog bij een familielid. Ik ga proberen het bouwplan te bemachtigen, zodat we meer weten. Het schip liep van de helling in november 1937. De eerste reis werd gemaakt op 23 februari 1938. Het schip werd gebouwd voor een bedrag van maar liefst 3000 gulden.

De beschrijving van de 'Bruinvis' in De Waterkampioen 19 november 1938 nr. 620 - Oud-Vaderlansche schepen

Op onze zoektocht kwamen we ook een artikel tegen in De Waterkampioen van 1938, waar in het kader van een thema-nummer over Oud-Vaderlandse schepen, de 'Bruinvis' als "Gemoderniseerd Platbodemjacht" uitgebreid wordt besproken  en er ook tekeningen van het schip zijn opgenomen. 

Den eigenaar van zelfs het snelste en modernste scherpe jacht bekruipt een zeker gevoel van afgunst als hij in zijn zeilersloopbaan eens gast is aan boord van een rond- of platbodemjacht. Hoe groot zou zijn scherpe schip wel moeten zijn, om evenveel ruimte, een even geriefelijke accomodatie te bieden als dit stoere schip van oud-vaderlandsche makelij, dat toch heusch niet zooveel langzamer is dan het zijne en dat minstens even gemakkelijk behandeld kan worden! En dat bovendien nog allerlei andere voordeelen heeft. Het vaart rechtop; het moet al héél hard waaien, als men zich zorg gaat maken of de inventaris wel zeevast verstuwd is. Het heeft een zeer geringen diepgang en kan allerlei haventjes bereiken, die voor het scherpe jacht ontoegankelijk zijn. Het kan zonder eenig bezwaar droogvallen; voor een tocht op de Zeeuwsche wateren is een hoogaarts of een Lemmeraak heel wat geschikter dan een scherp jacht en een reisje via de Waddenzee tot Norderney, een altijd ietwat hachelijke geschiedenis met een scherp jacht, kan voor een jacht met zijzwaarden een genoeglijke en interessante tocht worden.
Ietwat conservatisme is noodig, om deze schepen te waardeeren en ook om ze te bouwen. Bepaald noodig is 't heusch niet, dat een gaffel van een boeier gebogen is. Maar 't behoort nu eenmaal bij het type en dus maakt men ze krom. Bij de tjalken is dat al bijna „vieux jeu" geworden — een rechte gaffel is goedkooper, ligt ook beter onder de huik. Maar bij den bouw van een pleziervaartuig mogen die enkele guldens meer niet tellen en dat wordt gelukkig algemeen ingezien. Zoo blijft het oude type behouden. En dan is 't heelemaal niet erg als iemand eens een platbodemer bouwt, die geheel en al afwijkt van de bestaande vormen.
Een schip met zijzwaarden, maar met een torentuig bij voorbeeld, als de „Bruinvis", waarvan de teekeningen in dit nummer van De Waterkampioen gereproduceerd zijn. De bouw van zulk een vaartuig is een experiment, dat belangstelling verdient en dat wij gaarne kunnen toejuichen, zoolang er ook nog menschen zijn, die ernaar streven schepen te bouwen, waarin de oude vormen vol piëteit worden nagevolgd. En die zijn er nog steeds en het komt ons voor, dat in de laatste jaren meer goede botters en Lemmeraken gebouwd werden dan eenigen tijd geleden. Ook in het buitenland interesseert men zich ervoor en heel wat houten en stalen ronde en platbodem-jachten varen thans, als Britsch eigendom, aan de Engelsche kusten.

't Is geen hoogaarts en geen hengst, geen botter en geen schokker......
't Is geen hoogaarts en geen hengst, geen botter en geen schokker......

Een gemoderniseerd platbodemjacht

Een heel merkwaardig schip is het, dat Ir. J. E. de Vries te Haarlem voor zichzelf ontwierp en liet bouwen. Het is een stalen platbodemer, waarvan het onderwaterschip met het smalle vlak het meest doet denken aan een schokker. Het achterschip en het roer geven de gedachte aan een hoogaarts of een botter, en het voorschip dat zulk een schip wel het meeste karakteriseert, is iets geheel nieuws. 't Is geen hoogaarts en geen hengst, geen botter en geen schokker, maar 't heeft van alles iets weg. En het tuig .. .. is een modern torentuig, zooals men het op een scherp jacht zou verwachten!
Met dat al voldoet de „Bruinvis" volkomen aan de verwachtingen en de wenschen van zijn eigenaar. Waarom ook niet? Is het van zoo heel veel belang dat men kan zeggen: mijn schip is een boeier, of een Lemmeraak, of een botter, of wat ook? Bij de vele typen, die er bestaan, en de vaak voorkomende bastaardvormen daartusschen, is het maar al te dikwijls moeilijk een jacht met zijzwaarden met zekerheid te determineeren. De heer de Vries ging nog wat verder van het oorspronkelijke voorbeeld af, maar het verschil is slechts gradueel. Bestaat er één hoogaartsj acht, dat het oude traditioneele spriettuig van de visschermans-hoogaarts behouden heeft? Hoe weinig botterjachten voeren de groote „visschermansfok" die toch zulk een typeerend kenmerk van de soort vormt! En gaat men nu eenmaal veranderen, is het dan eigenlijk niet logisch, dat men meteen overgaat tot de meest werkzame vormen die er bestaan, in plaats van halverwege te blijven staan en halve maatregelen te nemen?
Het casco werd in hoofdzaak geklonken, op enkele `plaatsen werd laschwerk toegepast. De bouw geschiedde op de werf Van W. van Goor te Monnikendam, die ook den motor leverde en inbouwde. De Betimmering geschiedde daarna aan de werf Alvaro, A. van Roode te Haarlem. De tuigage en de zeilen werden gemaakt door J. K. de Vries te Spaarndam, den hollen mast van oregonpine leverde de firma v. d. Neut te Alphen. Reeds werden in het afgeloopen seizoen vele tochten met de „Bruinvis" volbracht en de eigenaar is uitermate tevreden over de prestaties van het schip.

pdf Waterkampioen 1938 nr620 november - Een gemoderniseerd platbodemjacht

pdf SdZ 2016 nr10 december - Experimentele platbodems

Opgemerkt: Reactie op deze pagina
  • ?
  • (jpg,jpeg,bmp,tiff,zip,pdf,rar)
  • In ons Privacystatement kunt u nalezen hoe de SSRP met de op dit formulier verstrekte, privacygevoelige gegevens omgaat.

Terug naar overzicht