Mijn vader had ooit de tjotter 'Frithjof' en daarna de Staverse jol ''t Vrouwtje van Stavoren'

Marco Leeflang schrijft in een brief: Is er met de volgende, magere informatie iets meer over deze schepen bekend?

Mijn vader had ooit een tjotter en later een Staverse jol. Ik ben benieuwd of er bij uw Stichting iets bekend is over de geschiedenis van deze schepen. De tjotter werd door mijn vader omstreeks 1938 gekocht, had OF26 in het zeil, en heeft vanaf mei 1940 een poosje als onze woning gediend nadat ons huis door het bombardement getroffen was. De naam van de tjotter was 'Frithjof'. Omstreeks 1945 heeft de tjotter plaats gemaakt voor een stalen Staverse jol, ''t Vrouwtje van Stavoren'. Het schip is wit begonnen en zwart geëindigd. Mijn vader vond dat het schip te moeilijk op koers bleef en hij heeft geëxperimenteerd met zwaarden en later met een scheg. Er werd ook een motor ingebouwd. Omstreeks 1952 werd het schip verkocht aan een Amsterdammer (ik improviseer de naam) Stassen / Sassen?

De vader van Marco Leeflang, Aat Leeflang was kunstenaar en leefde in Rotterdam

Aat Leeflang is geboren in Rotterdam op 25.02.1906 overleden op 12.02.1956. Veel werken van hem zijn op diverse exposities tentoongesteld. In mei 1940 hangen er twee schilderijen in Museum Boymans. Die hadden geluk want zij ontkwamen aan de oorlogsvlammen.

Door het dubbele onderwijzers inkomen, goede verkoop van schilderijen, en de prijzen die Aat won was er wat geld beschikbaar voor een luxe aankoop. Een zeilbootje, een tjottertje met 26OF in het zeil, werd gekocht. Het was bedoeld voor spelevaren op de Kralingse Plas en de Rottemeren.
Weldra zou blijken dat het open bootje een veel gewichtiger rol zou krijgen: die van reddingsboot...

De Tweede Wereldoorlog

"Nu gaat het slagen regenen - schreef echtgenote Cornelia jaren later - Op een morgen in mei worden we heel vroeg wakker. Er is motorgeronk, er wordt geschoten. Het is oorlog. Een paar weken later staan we berooid op straat. In de nacht dat we bij de ouders van Aat logeerden is ons hele huis met alles wat er in was aan lieve en dierbare en mooie dingen door een bom getroffen en verbrand.
Ik huilde onbedaarlijk. Aat nam mij bij de arm en zegt alleen: 'Kom mee'.
Geen klacht, geen traan. Een koude onverschilligheid heeft zich over zijn wezen gelegd, die pas vele weken later hem weer verlaat. Op een open boot, die we ons pas gekocht hadden, zwierven we over het water".

De brand, op 26 mei 1940 ontstaan door een Engelse bom op een opslag van vaten benzine en spiritus op het terrein van de entrepot haven, vlak tegenover hun huis, greep snel om zich heen. Een ooggetuige meldt dat in twintig minuten de huizen geheel in de as gelegd waren.
Kennelijk wilden of konden (vader Cor stierf enkele maanden later) Aat en Cornelia niet lang in het huis van Aat's ouders blijven. Zij kozen voor een verblijf op het enige stukje bezit dat hen was overgebleven: het tjottertje, een open bootje met een summiere kampeerinrichting en een huik tegen de regen.

"Na lange regendagen spoelden we aan (in Reeuwijk) bij het Hezenhuis (huis van C.A. van Hees, huisarts in ruste) wat ons liefderijk ontvangt en ons nieuwe moed en vertrouwen in de toekomst schenkt. We ondervonden daar de meest onbaatzuchtige liefde en voelden ons zeer thuis in het mooi ingerichte merendeels 17de eeuwse huis. De eerste dag dat we daar waren vroeg ik: 'zeg, Aat, gaat je hart niet open?' Zijn typische antwoord komt onverbiddelijk: 'Ik hou het mijne stijf dicht'. Als we hier wekenlang gastvrijheid hebben gevonden met de boot liggende aan het kleine steigertje, is de vakantie voorbij. We hebben nog geen huis, maar de school begint."

Aat Leeflang (l) en de tjotter 'Frithjof' (r)
Aat Leeflang (l) en de tjotter 'Frithjof' (r)

"Er wordt in Kralingen een kleine houten noodwoning gebouwd aan 's Gravenweg 180. In oktober betrokken we dat huisje. Het is of we opnieuw pas getrouwd zijn. Zo heerlijk is het weer met zijn drietjes onder een eigen dak te wonen. Soms rumoert het oorlogsgeweld vlak over ons dak. Dat bederft heel veel van ons geluk. Altijd is er de zorg voor het naakte leven, hoe aan eten te komen en hoe aan kleren. Van de Hezen hebben we heel veel oude tegels gekregen en wat oud eikenhout. Daar is een mooie schouw van gemaakt. Het middelpunt van ons huis."

Marco Leeflang slaapt op de tjotter 'Frithjof' (aug. 1940)
Marco Leeflang slaapt op de tjotter 'Frithjof' (aug. 1940)

De tjotter 'Frithjof' later 'Haliotis' en 'Kloekie' in het Stamboek

De vraag over de tjotter 'Frithjof' is niet zo moeilijk te beantwoorden: Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn boek "Tjotters en Boatsjes": Deze Van der Zee tjotter is door brand verwoest.
Het tijdschrift "De Waterkampioen" jrg 32 (1960) p. 668 bevatte het volgende bericht:
In de nacht van 15 op 16 juni 1960 verbrandde een botenloods in Nieuwkoop. Daardoor kwam helaas ook een einde aan het bestaan van een van de mooiste tjotters. die Eeltje Holtrop van der Zee heeft gebouwd. Het was de "Kloekie" van B.P. Visser, arts te Noorden, een scheepje van 4,75 x 2,10 m. De eerste eigenaar, die van deze tjotter bekend is, was Mr van Welderen baron Rengers, die misschien wel opdracht heeft gegeven tot de bouw. Daarna kwam hij onder de naam "Frithjof' in handen van de heer D. Zwart te Leeuwarden, die hem in april 1916 verkocht aan de heer WA. Boogaerdt te Dordrecht. Deze deed hem weer over aan de heer Murk Lels Pzn., die toen in Alblasserdam woonde. Toen deze het scheepje in 1919 liet meten kreeg het zeilnummer OF26. De laatste meetbrief, nog steeds onder de naam "Frithjof', werd in 1929 afgegeven aan de heer A. Blom te Rotterdam. Deze deed de boot over aan de heer Mulder te Nieuwkoop, die hem voer onder de naam "Haliotis". Daarna zeilde dokter Visser er mee op de Nieuwkoopse plassen. Dankzij dit bericht zijn we alsnog ingelicht over een grote reeks van eigenaren. De opsomming is echter niet geheel volledig. 
De tjotter 'Kloekie' in het Stamboek in de Categorie V(erdwenen schepen).


De Staverse jol ''t Vrouwtje van Stavoren'

Toen mijn vader Aat Leeflang de jol kocht was ze wit. Hij vond dat ze te traag draaide en experimenteerde met zwaarden. Later (het schip was inmiddels zwart geteerd) gingen de zwaarden er weer af en werd er met een scheg gewerkt, die, denk ik, goed beviel.
De naamplaat die ik nog heb (maar zonder schip dus ...), vertelt de legende van de Vrouwe van Stavoren. het graan boven de letters en de door vissen opgebrachte ring aan de onderkant.

De jol kocht was eerst wit en er werd geëxperimenteerd met zwaarden
De jol kocht was eerst wit en er werd geëxperimenteerd met zwaarden
Daarna werd ze zwart geteerd en .....
Daarna werd ze zwart geteerd en .....
De zwaarden gingen er weer af en werd er met een scheg gewerkt
De zwaarden gingen er weer af en werd er met een scheg gewerkt

De Staverse jol ''t Vrouwtje van Stavoren' in het Stamboek

In de Schepenlijsten van het Stamboek wordt deze Staverse jol genoemd van 1956 tm 1975 (dus 20 jaar!). De daarbij genoemde eigenaar is steeds J.H.A. Sassen in Amsterdam. De jol, met een lengte van 6.25 meter en gebouwd van staal, is door hem ingeschreven in het Stamboek en heeft plaquettenummer 42 gekregen. In de schepenlijst van 1976 is ze doorgestreept. Verder wordt er niets over de jol vermeld.

De Waterkampioen 1954 nr944 half september - Staverse jollen in de wedstrijd op de Westeinder

Dirk Huizinga, onder andere bekend van het boek "Staverse jollen overzicht", kent de jol niet, maar maakt er ons er op attent dat op de voorplaat van de Waterkampioen nummer 944 van september 1954 en foto stond, met daarop twee Staverse jollen afgebeeld tijdens een wedstrijd op de Westeinder, waarvan de voorste waarschijnlijk ''t Vrouwtje van Stavoren' is. Overigens nu zonder zwaarden. In het nummer staat verder een pagina met kleine foto's van deze wedstrijd, waaronder nog één waar de jol op te zien is met twee schouwen. Er wordt helaas verder niet naar de omslagfoto verwezen. Verder zoeken heeft helaas nog geen verdere aanknopingspunten opgeleverd. Dus of de Staverse jol nog ergens bestaat weten we niet.

Links op de afbeelding de voorplaat van De Waterkampioen en helemaal rechts de Staverse jol in de wedstrijd
Links op de afbeelding de voorplaat van De Waterkampioen en helemaal rechts de Staverse jol in de wedstrijd
''t Vrouwtje van Stavoren' uitvergroot van de voorplaat
''t Vrouwtje van Stavoren' uitvergroot van de voorplaat

Dirk Huizinga heeft de vraag doorgestuurd naar Wim Tasseron, die vele jollen kent en er meerdere heeft gerestaureerd. Deze weet te vertellen dat er in de Spiegel der Zeilvaart een artikel over een jol met zijzwaarden heeft gestaan, die later naar Canada is gegaan. In dat bewuste artikel wordt de geschiedenis beschreven van de Staverse jol 'Scagon', gebouwd in 1909 in Urk en gevist heeft met visserijnummer UK52. Maar hier gaat het om een houten jol, waarvan het verhaal zo interessant is dat we het hier toch vermelden.

pdf SdZ november 1998 nummer 8 - De Staverse jol 'Scagon' (ex UK52) in Canada

Opgemerkt: Reactie op deze pagina
  • ?
  • (jpg,jpeg,bmp,tiff,zip,pdf,rar)
  • In ons Privacystatement kunt u nalezen hoe de SSRP met de op dit formulier verstrekte, privacygevoelige gegevens omgaat.

Terug naar overzicht