Aken

De benaming aak is evenals tjalk zo ongeveer een soortnaam geworden, waarmee onderling zeer verschillende schepen worden aangeduid. Constructief is het meest opvallende bij een aak het verloop van het vlak en het ontbreken van de voorsteven. Het vlak is in het voorschip en achterschip omhooggebogen en verloopt in berghout en huidgangen. De plaats waar dit vlak buigt is de 'heve' en men spreekt ook van hevenaken. Dit is overigens een minder gelukkige naam omdat iedere aak een heve heeft.

Voorsteven

De voorsteven ontbreekt bij een aak. Sopers stelt dat de functie van de voorsteven - het bevestigen van de huidgangen - bij het steeds ronder worden van de schepen eigenlijk was vervallen en dat bij de aakconstructie deze ontwikkeling consequent is doorgetrokken. De achtersteven is gewoonlijk wel aanwezig en dient ter ophanging van het roer. In sommige gevallen is ook vóór een steven aangebracht, die echter tegen de gesloten oplopende vlakplaat is geklonken, en als een imitatie van de oorspronkelijke (tjalk-) steven kan worden gezien. Men spreekt in zo'n geval van een stevenaak.

Boeisel

Het boeisel van een aak en de huid onder het berghout vormen in dwarsdoorsnede een rechte lijn. Zulks in tegenstelling met een tjalk, waar deze twee onder een duidelijke hoek staan. De in tekening gebrachte IJsselaak, met voorgezette steven, De Vrouwe Petronella, is in 1908 te Raamsdonksveer gebouwd. Dit scheepstype van de Hollandse IJssel stamt af van een oudere sprietaak en werd vooral gebruikt voor het baggeren van zand en grint. Het spriettuig is omstreeks 1860 vervangen door een bezaantuig met rechte gaffel, doch kwam tot ongeveer 1910 bij de kleinere IJsselaakjes voor.
De IJsselaak wordt ten onrechte ook wel als boeieraak aangeduid. Deze benaming is op de Hollandse IJssel zelf voor dit scheepstype onbekend. Hoewel bij een gecombineerde scheepsnaam het eerste deel van de naam gewoonlijk op de vorm van het voorschip betrekking heeft, is dat hier zeker niet het geval en wil de toevoeging 'boeier' waarschijnlijk slechts aangeven dat we met een als jacht gebruikt schip te doen hebben. 
Ook de als jacht gebruikte of als jacht gebouwde Lemsteraken werden wel als boeieraak aangeduid. De naam boeieraak wordt ten slotte nog gebezigd voor een nauwelijks meer bestaande Brabantse, houten kromstevens, gebruikt door de oesterkwekers van Yerseke. De Hasselteraak De Koning Radboud behoort tot een scheepstype dat uit de kop van Overijssel afkomstig is en hoofdzakelijk voor turfvervoer werd gebruikt.

Friese visserschepen

De aangegeven kenmerken van een aak gelden niet voor Friesland, waar de naam aak vaak betrekking heeft op vissersschepen. De Lemsteraak, Wieringer aak en Workumer aak zijn op steven gebouwde schepen zonder het opgebogen vlak dat als een der meest typische kenmerken van een 'aak' kan worden beschouwd.

Scheepstypologieën: Spiegel der Zeilvaart maart 1986 nummer 2 - Scheepstypologie Aken deel 2

Als we over aken spreken kunnen we daarmee drie verschillende typen schepen aanduiden:

  1. Rijnaak: een motorloon schip bedoeld om op de rivieren gesleept te worden.
  2. Lemster- of Wieringeraak: zeilende vissersschepen van de Zuiderzee en/of Wadden.
  3. Niet op steven gebouwde zeilende vrachtschepen van de Nederlandse binnenwateren.

De laatste categorie zullen we in dit hoofdstuk nader bekijken.
Bij de aak loopt de kielplaat, die zich in het midden van het casco van voor naar achter uitstrekt, in voor- en achterschip op tot aan het boeisel; de huidgangen sluiten hier op aan. En niet op een steven zoals meestal het geval is. De rijnaak, Lemster- en Wieringer aak zijn echter wel op steven gebouwd. De kielplaat neemt ook de constructieve functie van de stevens over; namelijk de verbinding tussen bak- en stuurboord helften van het schip. De omhooglopende kielplaat heet in het voor- en achterschip de Heve.
De aak kan wel voorzien zijn van stevens, die tegen de oplopende, „opgeheven", kielplaat zijn aangebracht. De achtersteven is altijd aanwezig om het roer aan te hangen. De voorsteven kan geplaatst zijn voor meer koersvastheid. Om deze reden werd er ook wel alleen een loefbijter geplaatst; (dit is een stukje steven gedeeltelijk onder en boven water.
De geplaatste stevens zijn apart tegen het schip, de heve, bevestigd. Zij kunnen geconstrueerd zijn als een plaatsteven of een doossteven.

Zie ook de beschrijving van het boek Scheepstypologieën.

pdf SdZ 1986 nr02 maart - Scheepstypologie Aken deel 2

Waterkampioen november 1965 nr1162 - Schepenschouw De aak

Een „aak", het staat er in het enkelvoud, maar het aantal vaartuigtypen waarvoor de benaming aak wordt gebruikt, is groot. Onder deze typen kan men twee groepen onderscheiden: de aken, die geen aken zijn en de aken, die wel aken zijn. Tot de eerste groep behoren - in Friesland duidt de naam aak dikwijls op een vissersschip - vissersvaartuigen van Friese komaf als de Lemsteraak en de Wieringeraak, op steven gebouwde schepen, en ook een riviersleepschip als de Rijnaak, dat zijn naam dankt aan het oorspronkelijke Rijnschip, dat wel een aak was. Kenmerkend voor de echte aken zijn namelijk vooral het in het voorschip en het achterschip omhooggebogen vlak de plaats waar dit buigt noemt men de heve en het ontbreken van een steven. De vaartuigen van de tweede groep bezitten deze kenmerken en hiertoe behoren onder andere de - uitgestorven - Dorstense aak, 's-Gravenmoerse aak, Hollandse slechtaak en turfkijker en de nog voorkomende Hagenaar, IJsselaak en Zandaak. Deze „echte" aken zijn rivierschepen, zeer lang in verhouding tot hun breedte, die niet uit ons land maar uit streken over onze grenzen stamden of hier te lande van deze buitenlandse typen werden afgeleid. Bij de zuivere aken ontbrak ook de achtersteven; bij de afgeleide typen vindt men deze, omdat hij van gemak is voor de ophanging van het roer wel. Van de vele typen aak is de IJsselaak in de rij der pleziervaartuigen doorgedrongen, hetzij verbouwd tot zeiljacht, hetzij vaker verbouwd tot varend motorwoonjacht. IJsselaken werden vaak gebouwd voor het „mooi" met een voorsteven, die constructief gezien, eigenlijk overbodig is. Dergelijke aken worden vaak aangeduid als stevenaken, terwijl zij, indien zij als jacht werden gebruikt, soms ook boeieraken werden genoemd.

pdf Waterkampioen 1965 nr1162 november - Schepenschouw De aak

Terug naar vorige pagina