Grundels

De grundel heeft zich ontwikkeld uit de Aalsmeerse punter, verwant aan de Overijsselse punters. Hij was het universele vervoermiddel te water op en om de voormalige Haarlemmermeer. Hij is van oorsprong 6-8m lang, heeft een plat vlak, vóór en achter oplopend tot bijna aan de waterlijn, rechte zijden, een rechte voorsteven met dezelfde helling van ongeveer 50° als de punter, de pluut en de schiokker. De achtersteven is vervangen door een platte spiegel. De mast staat, evenals bij de punter, nogal voorlijk. Vanouds werd een spriettuig gevoerd, soms zelfs een torentuig, later veelal een gaffeltuig. Het originele grundelzwaard is smaller dan een boeierzwaard doch breder dan een zeezwaard. In onze vloot domineren de verschillende Giponontwerpen, van 6,25-8,50m.

Waterkampioen september 1965 nr1158 - Schepenschouw De grundel

Bijna al de typen van onze oud-inheemse vaartuigen hebben een model, dat voor en achter scherp eindigt, dat zowel voor als achter op steven is gebouwd. Een van de weinige typen, die achter niet scherp zijn is de grundel. Het bekendste type grundel is de Aalsmeerse grundel, die voor wat betreft het voorschip sterk gelijkt op de - thans waarschijnlijk wel geheel uitgestorven - Aalsmeerse punter, maar waarbij het achterschip wordt afgesloten door een platte spiegel. Deze platte spiegel maakt een goedkopere bouw mogelijk. Het boekwerk Ronde en Platbodemjachten, uitgegeven onder auspiciën van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten zegt zelfs, dat de eenvoudige vorm van de grundel met zijn plat vlak en zijn rechte zijden deze mooie scheepjes met goed gevormde hoge boeg en tamelijk gestrekt achterschip geschikt doet zijn voor amateurbouw, al zal de sterke kromming van de huid in het voorschip wel enige moeite geven voor wie het „branden" van planken niet goed onder de knie heeft. Wij geloven niet direct in amateurbouw van houten grundels, eerder in amateurbouw van stalen grundels, want als jacht, en dan vaak met een naar verhouding iets grotere breedte en voorzien van een kajuitopbouw, werd menige grundel gebouwd. Soms ging men daarbij zo ver, dat men de zijzwaarden door een middenzwaard verving, iets waarvoor wij maar een matige waardering kunnen hebben; dan had men er ons inziens beter aan gedaan van meet af aan een breed en ruim en eenvoudig te bouwen „scherp" jachtje te ontwerpen. Evenals de oorspronkelijke Aalsmeerse punter werd de grundel als open werkvaartuig oorspronkelijk met een torentuig - welke benaming die van Bermudatuig of Marconituig bij scherpe jachten in ons land gelukkig geheel verdrongen heeft - of met een spriettuig getuigd. Op kajuitgrundels ziet men vrijwel algemeen het tjottertuig of zelden het boeiertuig, soms ook met een rechte gaffel, toegepast. 

pdf Waterkampioen 1965 nr1158 september - Schepenschouw De grundel

Terug naar vorige pagina