Hengsten

De hengst is als houten platbodem specifiek gebouwd voor de Scheldedelta met haar vele zandbanken en droogvallende haventjes, en is zeer kenmerkend erfgoed voor zijn vaargebied. Het zeilschip werd in de Ooster- en Westerschelde vooral gebruikt voor de botvisserij en de mosselvangst.
Jammer genoeg is het varend erfgoed van nature zeer vergankelijk, en ook de historische en technische kennis over de hengst en de traditionele visserij ging stilaan helemaal verloren. 

Het boek "De Hengst" van Jules van Beylen

Na zijn dood in 2000 is door de medewerking van zijn vrouw en vele anderen in 2007 alsnog het standaardwerk 'De Hengst' verschenen. Jules van Beylen liet het boek als manuscript na. "Hij wist dat hij zou overlijden en heeft tot op het laatst samen met zijn vrouw aan het manuscript gewerkt".

Spiegel der Zeilvaart 1997 november nummer 9 - Hengsten niet alleen in Zeeland

Gerrit Schutten schrijft:
Hengsten staan bekend als een Zeeuws scheepstype. Daarbij wordt dan gedacht aan de mosselhengst van Zeeuws-Vlaanderen. Er waren ook andere hengst-typen, ooit te vinden bij 's-Hertogenbosch, ten zuiden van de Biesbosch en aan de Brielse Maas. Bij Mosselhengsten spreekt men in het algemeen van een Zeeuwse hengst. Hengsten waren vooral in Zeeuws-Vlaanderen te vinden. 
Mosselhengsten (ca. 11 x 4 meter) hadden een recht vlak waarvan de achterpunt een weinig en de voorpunt heel sterk was opgebrand. Vanwege het overhangend voorschip lag ook bij dit type het voorschip dieper. Op deze einden stonden rechte vallende stevens. Ook de mosselhengsten waren gebouwd volgens het bouwpatroon van de hengsten. In de jaren tachtig van de vorige eeuw (voor 1900) werden bij de werf Verras in Paal enkele grote hengsten gebouwd bestemd voor de garnalenvisserij . In de werfboeken is ook een blazerhengst te vinden. In het algemeen is hij gebouwd als een mosselhengst, alleen zijn de afmetingen (12,65 x 4,2 meter) en het vlak anders. 
Vele Zeeuwse mosseltelers haalden ook mosselzaad op van de Waddenzee. Daar maakten ze kennis met de snelle Lemmeraken. Omstreeks de eeuwwisseling begon men ook Lemmerhengsten te bouwen; dat wil zeggen een hengst met het ronde achterschip van een Lemmeraak.

pdf Spiegel der Zeilvaart 1997 november nummer 9 - Hengsten niet alleen in Zeeland

Waterkampioen maart 1966 nr1169 - Schepenschouw De Hengst

Men zegt dat de hengst het voor de Westerschelde meest typische type vaartuig is geweest. Evenmin als het andere bekende type Zeeuws vissersvaartuig, de hoogaars, kan met nauwkeurigheid worden bepaald wanneer het type hengst is ontstaan. Stellig bestond het omstreeks het jaar 1700 reeds, want het wordt genoemd in het procesverbaal over de dood van Johan Willem Friso, die in 1711 in het Hollandsch Diep verdronk. In „Schepen die voorbijgaan", het onder auspiciën van de ANWB uitgegeven boekwerk, vonden wij jackijst als andere naam voor het type hengst; elders echter lazen wij, dat deze twee type-namen elkaar echter niet zouden dekken. Hoe het precies zit, weten wij niet.
Hengst en hoogaars hebben voor de oppervlakkige beschouwer en op het eerste gezicht veel gemeen. In de eerste plaats zijn het beide platboomde schepen. Dan hebben zij beide een rechte en sterk vallende - bij de hoogaars echter sterker dan bij de hengst - voorsteven. Maar bij de hengst, zo zegt J. van Beylen in zijn boekje „Zeeuwse vissersschepen van Ooster- en Westerschelde", is de voorsteven bovendien aan de bovenkant verhoogd door een zogenaamde kluit, waardoor dit deel aanzienlijk verbreed wordt, zodat voldoende ruimte voorhanden is om het breed boeisel te bevestigen. Wij hebben deze voorsteven altijd gemakkelijk gevonden om op het eerste gezicht .!en hengst van een hoogaars te onder-scheiden. Verder valt het boeisel bij een hengst veel minder naar binnen dan dat bij een hoogaars, en geeft de hengst een veel gedrongener, minder sierlijker indruk dan een hoogaars; wij zouden zeggen meer de indruk van een stoere zwoeger, een werkschip.
Zoals het met vele typen schepen is gegaan zijn er bij de hengst ook varianten ontstaan. Bij een werkschip telt efficiency zwaar. Zo is waarschijnlijk de Lemsterhengst als variant ontstaan uit de wens naar groter snelheid, door de hengst min of meer het achterschip van de Lemsteraak te geven. Volgens Van Beylen, hierboven reeds genoemd, werd de Lemsterhengst ook wel als „jachthengst" aangesproken.

pdf Waterkampioen maart 1966 nr1169 - Schepenschouw De Hengst