Antwerpse knots

Dit is een oud scheepstype, maar dan geen binnenvaartuig maar een vissersschip. Een Mechels Reglement van 1711 spreekt van: 'een cleyn mosselschuit oft Cnotsbol'. Hier dus al het woord 'bol' en het is eigenaardig dat de knots 'ontegenzeggelijk' (aldus Petrejus) wonder veel verwantschap vertoont met het vroegere 'bolletje' van Urk en ook enigszins met het 'jacht' van Blokzijl. Een overeenkomst dus met bepaalde ronde schepen van het Friese type. Wellicht is hier enig verband te zoeken met de omstandigheid dat de bevolking langs de Schelde een Friese inslag schijnt te hebben en dat bij sommige oude Antwerpse plaatsnamen een Friese afkomst is te onderkennen.

De Knots had een bun met daarvoor nog een kleine laadruimte. Er werd gewoonlijk met een kop op bot en garnalen gevist. De tuigage bestond uit een gaffeltuig met een lange, zware gaffel. waarboven een gaffeltopzeil, een fok en een kluiver.

Groot is het aantal knotsen waarschijnlijk niet geweest. In 1912 werden te Zierikzee 7 visvergunningen verstrekt aan knotsen voor de visserij Benedenschelde. In 1920 worden er nog twee vermeld door Frans Blij in zijn werk 'Onze Zeilvischsloepen'. De lengte van de knots bedroeg 10 meter.

Terug naar vorige pagina