Tjalk

Het voorschip van de tjalk is hoger dan het achterschip en heeft een volle ronde vorm. De gangen lopen rond naar de zware kromme steven toe. Bij de oudere ijzeren tjalken ziet men, dat toen men het materiaal nog niet zo goed kon bewerken, gewoon de houten tjalken in ijzer na bouwde. De koppen zijn dan vaak uit hele smalle ijzeren gangen gebouwd waarvan er dan twee smalle in een bredere gang in het langsscheepse boord verder lopen.

De zwaarden van de tjalk zijn vrij lang en breed, min of meer eivormig. Het tuig bestaat uit een gaffelzeil met een grote kromme of rechte gaffel en een lange giek. Evenals de meeste ronde en platbodem schepen heeft het grootzeil een losse broek en is niet op de giek bevestigd. De fok is vrij hoog en smal. De Friese binnentjalken hebben vaak een ijzeren botteloef met een waterstag en zijstagen.

De mast van de tjalken is strijkbaar en vaak dubbel gestaagd, soms met bakstagen om de mast bij achterlijke wind naar voren steun te geven. Van onderen heeft de mast een zwaar contragewicht om het strijken te vergemakkelijken. Opmerkelijk is het dat het berghout van de tjalken in de zijden verdwijnt en is vervangen door een ijzeren band.

Tjalken komen in vele afmetingen voor en zijn gebouwd met een laadvermogen van enkele tientallen tot enkele honderden tonnen.

Terug naar vorige pagina