Tjotter

De tjotter heeft veel van de boeier en het Fries jacht, maar er zijn belangrijke verschillen. Heeft de boeier altijd een kajuit, het Fries jacht heeft slechts een klein voorplechtje vόόr de mast. De tjotter vaak ook. De naam tjotter komt reeds voor bij een wedstrijd in 1848 in Amsterdam, doch lijkt in Friesland pas rond 1900 te zijn ingeburgerd. Eeltje Holterop van der Zee (Eeltjebaas) in Joure bouwde in de 2e helft van de 19e eeuw enkele siertjottertjes ook wel boeierkes genoemd ('Aurelia' van 1883, 'Wilhelmina').

Friesch bootje

In 1909 heeft W.K. Versteeg een gouache gemaakt van een 'Friesch bootje', met op de achterzijde een aantekening van Nanne Ottema: 'Zie catalogus Tentoonstelling Scheepsbouw Delft 1907 (E. v. Konijnenburg - De Nederlandse Scheepsbouw). Een bootje als dit lag vroeger in den vijver in den Prinsen Tuin te Leeuwarden'.

Afbeelding van een tjotter, waarschijnlijk het Wilhelminabootje. Gouache W.K. Versteeg, assistent E. van Konijnenburg.
Afbeelding van een tjotter, waarschijnlijk het Wilhelminabootje. Gouache W.K. Versteeg, assistent E. van Konijnenburg.

De benaming 'tjotter' lijkt in Friesland pas rond 1900 te zijn ingeburgerd

Een tjotter heeft naar binnen vallend boeisel, zonder berghout, beretanden of kluisborden en de zeeg is hol. De forse stevenbalk is sterk gebogen, Het achterschip is ook bol, met scheg met aangehangen roer en dat is breed en meestal voorzien van fraai beeldhouwwerk. Zij hebben brede ondiep water zwaarden en een vrij hoge ongestaagde, strijkbare mast. Het bezaantuig heeft een losse broek en gebogen gaffel. De fok staat op een kleine gesmede boegspriet (botteloef) soms is er ook nog een inschuifbare kluiverboom voor een kluiverfok.

De lengte van de tjotter kan variëren 3,8 – 5 meter. De brede en ronde uitvoering is 2,2 - 2,4 meter, de slanke uitvoering is 1,35 - 1,8 meter breed. Het heeft een plat vlak met afgeronde kniklijnen. De tjotter is nu een typisch plezierjachtje, maar in den beginne werd het ook gebruikt door neringdoenden die hun waren er mee aan de man brachten. Vooral Friesland is het gebied waar de tjotter is ontstaan en wordt gebruikt. 
 


 

Beschouwing over de typering Tjotter of Fries jacht

In 2012 heeft Gerard ten Cate een beschouwing geschreven over de typering Tjotter of Fries jacht. Uiteraard weten we allemaal dat er discussie mogelijk is over de tjotters en Friese jachten, ook is er vaak discussie mogelijk of een schip te het ene of het andere type behoort. Dat maakt het juist leuk en interessant. In het begin van de twintigste eeuw lag dit allemaal makkelijker. Je had toen grote- en kleine tjotters. Pas met het oprichten van het Stamboek is de typering "Fries jacht" algemeen bekend geworden. Bij het nazoeken (begin 2012) van de definities die het Stamboek geeft voor een tjotter en een Fries jacht, moet je vooral tussen de regels door lezen schrijft Gerard. De type aanduidingen/definities zijn "niet sluitend". Lees daarvoor het verhaal van Gerard.

Literatuur

Kramer en de Bruijn, Plezierig varen, ronde en platbodemjachten
Ronde en platbodems, schepen en jachten, Jan Lunenburg en  W. Haentjes
Vracht- en visserijschepen van Eeltjebaas en Aukebaas, U.E.E. Vroom, overdruk uit het "Peperhuis”, datum onbekend.
Ronde en platbodemjachten, T.Huitema
Tjotters en boatsjes, Dr. Ir. J. vermeer

Terug naar vorige pagina