Albert en Nelly

Albert en Nelly Niet actief

Dit schip heeft een plaquette van de SSRP aan boord van een eerdere inschrijving, maar staat nu "geregistreerd" in Categorie X in het Stamboek en wordt dus gekenmerkt als 'Inactief'. Schip en eigenaar zijn op dit moment NIET "actief" aangesloten bij de SSRP als Behoudsorganisatie. De huidige eigenaar is (nog) niet in onze administratie opgenomen. Deelname aan Evenementen waarbij de eis wordt gesteld, dat het schip en de eigenaar zijn aangesloten bij dezelfde Behoudsorganisatie als onderdeel van de FVEN, is vanuit de SSRP daarom NIET mogelijk.

Dit betekent dat het schip nog onderdeel is van de Aanmeldingsprocedure (her-inschrijving) of, en dat geldt voor de meeste schepen, de eigenaar heeft het schip niet her-aangemeld en betaalt dus ook geen jaarlijkse bijdrage aan de SSRP voor Inschrijving in het Stamboek. Eventueel vermelde gegevens van schip en oud-eigenaren dateren meestal uit de periode van eerdere 'actieve' Inschrijvingen en zijn waarschijnlijk niet volledig en mogelijk niet correct. Voor dit schip kan, omdat het niet aantoonbaar voldoet aan de Criteria van de SSRP, geen Meetbrief door de KNWV worden afgegeven.
Vanwege de doelstelling van de SSRP om alle historie van de in het Stamboek opgenomen schepen vast te leggen, worden in de Schepenlijst wel de in het stamboekarchief beschikbare gegevens van dit ooit geregistreerde schip en summiere gegevens van de (oud-)eigenaren getoond.
Heeft u informatie over dit schip of bent u eigenaar en wilt u het graag weer 'activeren'? Laat het ons weten!

Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn boek 'Tjotters en Boatsjes':
Opdrachtgever tot de bouw van deze tjotter was de Hilversumse commissionair in effecten K.A. Wassenaar. Naar zijn twee (eerste) kinderen Albertus en Petronella werd de tjotter "Albert en Nelly" gedoopt, onder welke naam zij als snel wedstrijdschip grote bekendheid zou krijgen. Alleen werfboek VI bevat een korte notitie betreffende het maken van een nieuwe boot voor de heer Wassenaar voor de prijs van f 723,- inclusief zeilen, mast, mastgewicht en verven; geen enkele afmeting staat erbij vermeld.

In 1962 komt de tjotter in handen van J. Vermeer te Arnhem (als 12e eigenaar), die reeds eigenaar is van het Friese jacht "De Rode Leeuw". Na aankomst in Sneek krijgt de tjotter bij Van der Meulen opnieuw een flinke opknapbeurt, waarbij zoveel mogelijk de zichtbare sporen van het verblijf in het ruwe Canadese landklimaat worden verwijderd. Vijfentwintig jaar blijft deze tjotter in het bezit van de familie Vermeer; na 1976 is de zoon J.F.M. Vermeer te Utrecht eigenaar. Met beide boten werden vele jaren de vakanties doorgebracht zwervend door Friesland. Een grote verrassing werd het eerste bezoek aan Langweer in 1963: De heren W.T. van der Leij en zijn zwager W. Hepkema (oliefabrikant, respectievelijk eigenaar van het logement "De Drie Zwaantjes" in die plaats) herkenden direct de tjotter van Ten Cate, die in 1909 de medaille van de koningin had gewonnen! Bij een bezoek aan Hindelopen in 1968 vond nog een aardige ontmoeting plaats met de inmiddels tachtigjarige Wiggert Amsterdam, die eveneens spontaan de tjotter herkende als de vroegere "Albert en Nelly" van Ten Cate, waarin hij in zijn jonge jaren als opstapper aan menige hardzeilpartij had deelgenomen. De oorspronkelijke naam kon dus in ere worden hersteld. 

Eigenschappen

Plaquette nummer:321 Zeil nummer: RE83
Categorie:X Tekening nummer:
Type:Tjotter

Bouw

Bouwjaar:1891 Ontwerper:E. Holtrop van der Zee
Werf:E. Holtrop van der Zee Werf plaats:Joure
Motor:Buitenboord Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip:Gepiekt Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:4,87 m Breedte berghout:2,40 m
Diepgang:0,30 m Masthoogte water:9,20 m
Oppervlakte grootzeil:17,70 m2 Oppervlakte fok:8,70 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:26,40 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1891 – 1892 K.A. Wassenaar, Hilversum ( De Jonge Wouter)
1892 – 1901 Th.W. Zandstra, Sneek ( De Jonge Wouter)
1901 – 1903 S. Hiemstra, Warns
1903 – 1907 J. Zwart, Sneek
1907 – 1913 A. ten Cate, Sneek ( Albert en Nelly)
1913 – 1936 F.H. Pijttersen, Sneek ( Marnocht)
1936 – 1937 J. Kuipers, Castricum
1937 – 1938 A. Taconis, Sneek
1938 – 1948 J. Bechtle, Amsterdam ( Tromp)
1948 – 1955 R. Dragt, Aalsmeer ( Tromp)
1955 – 1962 F. Schoch, Montreal ( Fryslân)
1962 – 1976 J. Vermeer, Bunschoten ( Albert en Nelly)
1976 – 1987 J.F.M. Vermeer, Utrecht ( Albert en Nelly / Tromp)
1987 – 1995 D. Brouwer, Leeuwarden ( Albert en Nelly)
1995 – onbekend P. Kok, Bronkhorst (Gld) ( Albert en Nelly)

Geschiedenis

1925

1955

1955

1955: Documentatie SSRP Stamboekarchief

1971

4 februari 1971

4 februari 1971: Brief J. Vermeer aan Secretaris Stamboek

1980

1980

1980: De 'Albert en Nelly' in de SSRP Monografieën

Monografie 02 - De 'Fjouwerachten' van Eeltje Holtrop van der Zee en Auke van der Zee

Als men in Friesland het kleinere ronde open schip met een lengtemaat van 5 meter of korter wilde aanduiden, dan sprak men in de vorige eeuw steeds van een 'boat' of 'boatsje'. Het woord 'tjotter' is daar pas ná 1900 ingeburgerd. Het werd in Friesland voor het eerst gebruikt in het wedstrijdprogramma van de Sneker zeilwedstrijden in 1882 en wel voor de klasse 'open booten, geen scherpe vaartuigen'. In de werfboeken van E.H. van der Zee zal men dit woord tevergeefs zoeken, Eeltje baas gebruikte nimmer de aanduiding 'tjotter'. De grote tjotter heette bij hem in de boeken steeds 'boot'.

De schepen die wij in dit artikel in het bijzonder willen bespreken hebben alle de afmeting: lang 4.80 meter en breed aanvankelijk (1856) 2.10 meter, drie jaar later 2.30 meter en vanaf 1874 2.40 meter, de typische latere breedtemaat van dit soort schepen.

SSRP Monografie 02 - De 'Fjouwerachten' van Eeltje Holtrop van der Zee en Auke van der Zee

SSRP Monografie 03 - Beschrijving van de tjotter 'Albert en Nelly’

Dr. Ir. J. vermeer schrijft:
Spoedig nadat dit jacht in 1962 ons eigendom was geworden vatten wij het plan op om de lijnen van dit mooie schip in een tekening vast te leggen. Een opmeting zou moeten gebeuren in de winterstalling van de heer Jos. Martens aan het Looveer bij Huissen, alwaar een groot deel van de jachtvloot van de Roei & Zeilver. 'Jason' te Arnhem in een loods van een voormalige Riethandel des  Winters onderdak vond. Een en ander werd zeer vergemakkelijkt, doordat de heer Martens omstreeks 1968 een cementen vloer in de loods aanbracht, die als referentievlak voor de opmeting kon dienen. Nadat de nodige gereedschappen meetlint, duimstuk, waterpas, schuifmaat, schietlood, blokhaak e.d. waren aangeschaft, werd in de winter van 1970/1971 met de opmeting begonnen, allereerst met het oog op de vaststelling van het lijnenplan van de romp. Nadat dit was voltooid en in tekening gebracht, werd vervolgens de gehele constructie opgemeten. Daarvoor behoefde het schip niet op het droge te staan. Het uitwerken in gedetailleerde constructietekeningen heeft nog heel wat tijd gekost. Tenslotte kwamen de naar deze tekeningen vervaardigde transparante clichétekeningen in september 1973 gereed.

SSRP Monografie 03 - Beschrijving van de tjotter 'Albert en Nelly’

1997

1997

1997: De 'Abert en Nelly' in het boek "Tjotters en Boatsjes" van Dr. Ir. J. Vermeer

Karel Adriaan Wassenaar moet zich al vroeg deskundigheid op financieel gebied hebben verworven en een goede naam in financiële kringen hebben opgebouwd, want reeds op 25-jarige leeftijd werd hij in 1890 door de Lessepsmaatschappij als verificateur uitgezonden naar Panama. Blijkbaar hadden zijn financiële bekwaamheden hem toen al een fortuin opgeleverd, want de bouw van deze tjotter was niet zijn eerste opdracht aan Van der Zee. In april 1890 liep van de helling in Joure een reeds eerder bestelde boeier te water, de latere "Semper Idem" (ex "Friso"), een van de mooiste door Eeltjebaas gebouwde boeiers. En nog kon het blijkbaar niet op; in hetzelfde jaar 1891 waarin de tjotter werd afgeleverd bestelde Wassenaar een tweede, nog grotere boeier van bijna 12 meter lengte. Evenwel, reeds een jaar later, nog voordat deze boeier was afgebouwd, ging Wassenaar failliet, mogelijk als gevolg van de financiële schandalen rondom genoemde kanaalmaatschappij, en moest zijn nieuwverworven bezit worden verkocht. In 1896 emigreerde hij naar Argentinië waar hij het tot een hoge post bij de Argentijnse spoorwegen bracht'''.

De boeier "Semper Idem" kwam in handen van G.W. Lans te Capelle a/d IJssel, terwijl de tweede boeier (later bekend onder de naam "Wilhelmina") werd afgebouwd voor rekening van Mr W. Bakker te Amsterdam. De tjotter "Albert en Nelly" werd gekocht door de touwslager-zeilmaker Th. Zandstra te Sneek, die de naam veranderde in "De Jonge Wouter". Deelname aan de Hardzeildagen van de Z.V."Sneek" blijkt uit bewaard gebleven deelnemerslijsten van de latere jaren negentig.

pdf Boek Vermeer "Tjotters en Boatsjes" - Tjotter Albert en Nelly

maart 1997

maart 1997: SSRP Jaarverslag 1996 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 1996 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:
Tenslotte het verhaal van de Fjouweracht "Albert & Nelly" door Paul en Leontine Kok-Mackaay te Steenderen. Op 28 april 1995 verkregen wij een der mooiste door Eeltje Holtrop van der Zee gebouwde tjotters, de "Albert & Nelly" uit 1891. Het bekende ronde jacht, dat pakweg een kwart eeuw in goede handen was van de familie Vermeer. De zomer van 1995 hebben wij met veel hooswerk en een mosselkwekerij onder de waterlijn doorgezeild. Aansluitend een trailer voor deze tjotter ontworpen en laten bouwen, want in het najaar moest dit schip over de weg van Friesland naar de Achterhoek. Het is onze derde tjotter tevens de laatste en met een beetje weemoed hebben wij afscheid genomen van onze "Salamander", welke in onberispelijke staat naar een nieuwe enthousiaste eigenaar ging. In autotermen stap je over van een mooie klassieker naar een Bugatti, nietwaar? Alleen zoals dat in nette termen heet ...ongerestaureerd, want koper en blik en veel gummi hielden het schip 'dicht'. 

De laatste tien jaar was het onderhoud op zijn zachts gezegd wat sober geweest. Winter 1995/96 hebben wij met behulp van vele adviseurs een uitvoerig restauratieplan opgesteld en konden wij rond de twee m3 inlands eiken (Quercus Robur) voor de restauratie bemachtigen. Pakweg een m3 prachtige zware delen - 14 jaar droogtijd voor de restauratie van het complete zeilwerk en acht delen prachtige gangen- en bankenhout met 4 jaar droogtijd. Het zeilwerk was compleet verspocht en weggerot, voorts werd een "zandstrook" door de aangroei dichtgehouden en nog vier gangen met veel inwateringsplekken moesten eruit. Ook veel restauratiewerk nabij de waterlijn aan de achterzijde van het schip. Aldus een nog grotere restauratieklus, dan wij aanvankelijk dachten en daar 'zeilde' onze zomer 1996 voorbij. Doorzetten en je krijgt er wat voor terug, nietwaar? 

Uiteindelijk is gerestaureerd c.q. 'historisch' vernieuwd: 

  1. Vijf gangen en vele delen van gangen, m.n. rond de waterlijn. Het goede eiken is behouden gebleven. 
  2. Nagenoeg het complete zeilwerk is vernieuwd; mastspoor, mastkoker, de middengedeelten van de hoofdspanten ingelast en de nog in goede staat verkerende leggers zijn teruggeplaatst en met zware RVS draadeinden aan de oude en nieuwe zeilwerkspanten verbonden. De mastbank was rond 5 jaar geleden vervangen voor een 80 mm dik exemplaar. 
  3. Nieuwe kistbanken, als kopie van de bestaande compleet verrotte exemplaren doch thans van eiken, zo ook de nieuwe vlonders. 
  4. Nieuwe zwaarden met overgezet historisch beslag, ingezet in boeisel en gerestaureerde helmstok
  5. Vier blokken gerestaureerd. 
  6. Nieuw breeuwwerk, vulling van de naden, oude stand kleuren en ouderwetse lak. 

Wij willen alle betrokkenen bij deze restauratie hartelijk danken voor hun vele adviezen en niet te vergeten... zweetdruppels. Deze schepping van Eeltje Holtrop van der Zee is voor het nageslacht te behouden. Zonder anderen tekort te doen willen wij Dr. Ir. J. Vermeer - die toch een kwart eeuw de conservator van dit mooie schip was - hartelijk bedanken voor zijn deskundige adviezen; evenzo, de heer J. Brillernan, restauratieadviseur van de SSRP en FONV.

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht