Argo LE75

Argo LE75

In 1899 door Croles, IJlst gebouwd als visaak LE171, na hernummering LE71. Het was een zusterschip van de LE170, later 'Murnzer Klif'. De naam van de LE171 was 'De Jonge Schelte' en opdrachtgever Anne S. Rottinee, bij opdracht gefinancierd door T. Rook. Deze verkoopt het schip twee jaren na de omnummering in 1913 aan Hermanus Wouda, die ermee gaat vissen onder nummer LE75. De vissersfamilie Wouda verhuist in 1928 naar Medemblik. De aak vaart daar tot ca. 1950 onder nummer ME6. Rond 1950 werd de aak verkocht naar Wieringen waar die voer onder de nummers WR24 en WR27.

Dirk Huizinga schrijft in zijn boek 'Lemsteraken voor de recreatie':
Volgens Jan Wouda, de zoon van schipper Hermanus, zeilde de aak slecht. Dat verbeterde, toen er een nieuwe mast op werd gezet die een meter langer was. Met een wat groter tuig liep de aak veel beter en werd er ook meegedaan met de wedstrijden voor vissersvaartuigen die de Koninklijke Nederlandse Zeil- en Roeivereniging vanuit Muiden organiseerde. 

De twee aken die Croles in 1899 bouwde, bleken in de praktijk geen opvallend goede zeilers te zijn. Ze waren wat zwaar gebouwd. Men wist nog niet precies met welke dikte van staalplaat een dergelijk schip voldoende sterk was. Ook waren de eerste aken ondertuigd. Voor een dergelijk schip met dat gewicht voeren ze te weinig zeil. Ze gingen pas zeilen als het harder woei, maar bij een matige koelte waren ze niet vooruit te branden. Hermanus Wouda ervoer dit, toen er een langere mast op de aak werd geplaatst en hij meer zeil kon voeren. Toen zeilde de aak ook behoorlijk bij weinig wind. Voor de zeileigenschappen was naruurlijk ook de vorm van het (onderwater)schip van belang. De heel smalle kont met het geringe draagvermogen, als bij een botter,  werkte bij hogere snelheden in het nadeel. Dan heb je juist draagvermogen in de kont nodig, anders zuigt het schip zich vast.

Eigenschappen

Plaquette nummer:17 Zeil nummer: VB59
Categorie:D Tekening nummer:
Type:Lemsteraak

Bouw

Bouwjaar:1899 Ontwerper:J.J. Croles
Werf:J.J. Croles Werf plaats:IJlst
Motor:Inbouw Motor type:Nanni N4.85 4-cilinder turbo 85 pk
Materiaal romp: Materiaal kajuit:Mahonie
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:11,60 m Breedte berghout:4,00 m
Diepgang:0,85 m Masthoogte water:15,80 m
Oppervlakte grootzeil:95,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:16,00 m2
Oppervlakte totaal:111,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1964 – 1967 Stofberg en zn BV, Enkhuizen
1967 – 1989 J.R. Carp, Aerdenhout ( Breehorn)
1989 – 1997 A.B. Kale , Wezep ( Breehorn)
1997 – 1998 Plint, Den Haag ( Breehorn)
1998 – 2008 P.W. Boonstra , Groningen ( Breehorn)
2008 – Nu (laatst bekend) A.J. van Zanten, Voorburg ( Argo LE75)

Geschiedenis

1913

1913

1913: In 1913 wordt het gekocht door H. Wouda ('Man us van Mette') voor f 1.250,- en krijgt het no. LE75

De zoon van Wouda uit Medemblik, een man met een onvoorstelbaar geheugen die heel wat informatie voor dit artikel heeft aangedragen, vertelt dat de aak slecht zeilde en laveerde. Vader Manus liet er daarom een 1 meter langere mast opzetten, de fok vergroten en een scheg van 15 cm aanbrengen. Toen zeilde de aak goed en de kop viel bij het laveren ook niet meer weg. Dus ging men ook meedoen aan de wedstrijden voor vissersvaartuigen die ieder jaar door de 'Koninklijke' voor Amsterdam werden georganiseerd.

'De Jonge Schelte' was altijd makkelijk te herkennen aan twee ogen voorop waaraan de netten werden vastgemaakt.

Hardzeilen in Amsterdam

'In 1913 gingen we er mee te hardzeilen naar Amsterdam. Er was een dikke topskoelte. Toen we in de Oranjesluizen lagen hoor ik de oude nog zeggen: 'Maar ik zeil er de mast niet af'. Want zo'n Amerikaanse grenen mast was niet goedkoop. Maar toen we in de wedstrijd lagen en het maar net ging voor de volle zeilen dacht hij niet meer aan de mast, maar moest een beetje 'vlokesgud', dat was een borrel. Want we lagen voor. We lagen in het lange rak van de Knar bij de wind op Marken aan en 0, wee, daar brak het voorste ijzerwerk van de gaffel en het zeil zakte tot de blokken in de mast tegen elkaar kwamen. Ome Liekele de mast in met een stuk ketting, een sluiting en een takelt je en hij kon het zeil weer zo hoog krijgen en dat we met de giek op het boord verder konden zeilen. Maar de tweede ging ons mooi voorbij, maar we werden toch tweede. Dat was niet slecht voor zowat de slechtste zeiler van de Lemster vloot'.

1920

1920

1920: Lemmer, ca. 1920

Lemmer, ca. 1920. De LE 75 van Hermanus Wouda zeilt met ruime wind de haven binnen. (Foto: collectie Dick van Dijk, Lemmer)
Lemmer, ca. 1920. De LE 75 van Hermanus Wouda zeilt met ruime wind de haven binnen. (Foto: collectie Dick van Dijk, Lemmer)

1964

1964

1964: Begin jaren zestig neemt scheepsbouwer W. Stofberg uit Leimuiden de aak over

Begin jaren zestig nam scheepsbouwer  W. Stofberg uit Leimuiden de aak over van Fred Fogertij in Den Oever, die een café had en de aak gebruikte om met sportvissers te varen. Stofberg bouwt het vissersschip om tot Lemsteraakjacht, dat vervolgens in 1967 verkocht wordt aan Mr. J.R. Carp uit Aerdenhout. Die geeft zijn aak de naam ‘Breehorn’.  Latere eigenaren zijn Kale uit Kampen en Plint uit den Haag.

1980

28 februari 1980

28 februari 1980: Lemsteraken: van visserman tot jacht

Lijnentekening van de LE170 zoals opgenomen in Monografie 15
Lijnentekening van de LE170 zoals opgenomen in Monografie 15

De Stichtingsmonografieën: 'Waar zijn onze aken gebleven?

Deze vraag van de oud-Lemster Jan Wouda in 'Zuid-Friesland' van 28 februari 1980 vormde de aanleiding tot een tweetal Monofrafieën. Maar nu luidt de vraag: Wáár zijn de in de zeiltijd gebouwde vissermansaken die nu nog als jacht in Nederland varen? In de volgende twee Monografieën kunt u een aantal antwoorden vinden.

1988

1988

1988: De Breehorn onder zeil in tegenlicht

1997

1997

1997: De 'Breehorn' brandt uit in de winterberging

Op weg naar Stofber na de brand
Op weg naar Stofber na de brand

In de winter van 1997-1998 brandt de aak uit in de winterberging in Aalsmeer. Stofberg koopt het geblakerde casco en wil het schip weer opknappen. In 1999 koopt Boonstra het geblakerde casco van Stofberg en laat hem de aak niet alleen opknappen, maar ook verbouwen tot een fraai jacht. De naam Breehorn wordt veranderd in Argo. Het visserijnummer LE75 siert echter nog steeds het boeisel.

1999

2008

2008

2008: In 2008 wordt de familie van Zanten de nieuwe eigenaar van de 'LE75 Argo'

Heeft u vragen en/of opmerkingen?

Terug naar het overzicht