Constanter

Constanter

Het werfboek van Eeltje Holtrop van der Zee vermeldt dat de boeier op 13 juni 1877 aan Tromp afgeleverd. Bij de tewaterlating werd hij gedoopt met de naam die hij nog steeds voert. De heer Tromp was een belezen man en een groot bewonderaar van Constantijn Huygens, die verschillende van zijn dichtwerken ondertekende met 'Constanter'. Ongeveer gelijktijdig werd aan de Ee in Woudsend ook een nieuw schiphuis voor de boeier in gebruik genomen.
Zoals wettelijk voorgeschreven, waren in de negentiende eeuw alle binnenvaartuigen, ook die bestemd voor de pleziervaart, belastingplichtig doordat ze waren onderworpen aan het recht van patent. Pleziervaartuigen waren 30 cent per ton laadvermogen verschuldigd, open vaartuigen beneden 4 ton waren hiervan vrijgesteld. Alle vaartuigen moesten gemeten worden door een rijksscheepsmeter, die ten bewijze hiervan brandmerken aanbracht. Bij de "Constanter" zijn die nog aanwezig in een spant onder de achterdoft. De patentrechtwetten werden in 1893 ingetrokken en vervangen door een directe belasting op inkomsten. Na dit jaar gebouwde plezierjachten hebben dus geen brandmerk meer.

In de beginjaren van het Stamboek is aan diverse jachtontwerpers gevraagd om (nog) bestaande schepen in tekening te brengen. Al deze tekeningen zijn opgenomen in de collectie van het Fries Scheepvaart Museum. L. Stelwagen uit Grouw heeft de 'Constanter' in tekening gebracht. Deze tekeningen staan afgedrukt in ons standaardwerk 'Ronde en Platbodemjachten van Mr. Dr. T. Huitema. Van deze tekening zijn diverse modellen gebouwd, waarbij in ieder geval een paar op ware grootte: De 'Otter' (hout) gebouwd in 1974/1976 in Eindhoven en de 'Ichtus' (staal) in 1985 in Lemmer.

De 'Constanter' in 2011
De 'Constanter' in 2011
Eigen website

Eigenschappen

Plaquette nummer:5 Zeil nummer: RC50
Categorie:A Tekening nummer:
Type:Boeier

Bouw

Bouwjaar:1877 Ontwerper:E. Holtrop van der Zee
Werf:E. Holtrop van der Zee Werf plaats:Joure
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:Eikenhout
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:8,06 m Breedte berghout:3,20 m
Diepgang:0,60 m Masthoogte water:13,85 m
Oppervlakte grootzeil:0,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:0,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Register Varend Erfgoed Nederland

Registratie nummer:703 Registratie datum:15-08-2016
Geregistreerd als:Varend Monument

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

Opdrachtgever 1877 - Tijdens bouw verkocht – 1877 mr J. Minnema Buma, Leeuwarden ( Constanter)
1877 – 1887 W.A. Tromp , Woudsend ( Constanter)
1887 – 1901 Jhr. A.J. van Sminia , Oenkerk ( Constanter)
1901 – 1925 P.G. Halbertsma, Grouw ( Constanter)
1925 – 1967 H.B. Halbertsma , Grouw ( Constanter)
1967 – 1970 N.V. Halbertsma, Grouw ( Constanter)
1970 – 1984 P.G. Halbertsma (zoon H.B. Halbertsma), Grouw ( Constanter)
1984 – Nu (laatst bekend) B.L. Halbertsma, Wilnis ( Constanter)

Geschiedenis

1877

1924

1955

1955

1955: Uit een fotoboek van een bijeenkomst in 1955

Afkomstig van Willem Jan Hoorn: zijn oude tante staat er op (een Blussé van Alblas)
Afkomstig van Willem Jan Hoorn: zijn oude tante staat er op (een Blussé van Alblas)

1956

maart 1956

maart 1956: Waterkampioen maart 1956: Constanter, een Friese Boeier

Monumenten van de Nederlandse jachtbouw zijn onze boeiers en een van de mooiste van deze monumenten is de 'Constanter'. Het is bijzonder verheugend, dat wij, dankzij de activiteit van de Stichting Stamboek van Ronde en Platbodemjachten, in staat zijn de tekeningen van dit bijzondere jacht weer te geven.

pdf Waterkampioen maart 1956 nr967 - Constanter een Friese Boeier.pdf

1959

maart 1959

maart 1959: Waterkampioen maart 1959 nr1018 - Het zeilen met de Constanter

Jan Loeff, eind-redacteur van de waterkampioen schrijft:
Tijdens de reünie van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten te Rotterdam, hield de heer H.B. Halbertsma uit Grouw een warm pleidooi voor het zeilen met ronde jachten, maar dan op de juiste manier! Iedereen uit de wereld der Ronde en Platbodemjachten kent de heer Halbertsma als een uitzonderlijk deskundig boeier-zeiler die uit zijn 'Constanter' grote snelheid weet te halen. Natuurlijk vroeg ik hem: schrijf daar nu eens over voor De Waterkampioen. Het blijkt, dat ook anderen de heer Halbertsma gevraagd hebben eens iets op papier te zetten over hetgeen hij weet van het „trimmen" van Ronde en Platbodemjachten en de heer Halbertsma is voor deze aandrang bezweken.

Wij mogen veilig aannemen, dat zijn grote liefde voor dit soort jachten en de wens het zeilen ermee aan te moedigen, zeker zwaar hebben meegewogen om hem de schroom te laten overwinnen zijn ervaringen aan het papier toe te vertrouwen. Wel schrijft hij mij, dat een paar glazen Haute Médoc A.C. bij een houtsnip met zuurkool en een scheut port bij de kaas nodig zijn geweest om hem de moed te geven voor zijn geschrift, maar dat neem ik met een korrel zout.

pdf Waterkampioen maart 1959 nr1018 - Het zeilen met de Constanter

1977

1977

1977: Waterkampioen: 'Constanter' 100 jaar en Boot van het jaar

De Boeier Constanter van de familie Halbertsma te Grouw beleefde onlangs het feit, dat dit prachtige, goed onderhouden schip 100 jaar geleden te water ging van de werf van de befaamde Eeltsje Holtrop van der Zee te Joure. Het feit van deze verjaardag heeft bij de opening van de Sneekweek geleid tot een manifestatie in Sneek, waar namens Sneek Promotion aan de eigenaar in een bijeenkomst in de raadzaal een anderhalve meter lange wimpel met Sneeker wapen en tekst benevens een oorkonde werd aangeboden. Een en ander hield verband met het feit, dat de Constanter benoemd werd tot 'Boot van het jaar', waarbij voorgingen de reddingsvlet Jansje Baart uit Lemmer (1974), Het jacht Elisabeth, waarmee Hoekmeyer om de wereld voer (1975), de Great Escape van watersportbedrijf Twellegea (1976).
Zowel van de zijde van Sneek Promotion als door de eigenaar, de heer P. G. Halbertsma, zijn bij deze feestelijke plechtigheid interessante gegevens over de Constanter meegedeeld, terwijl het Fries Scheepvaartmuseum te Sneek een kleine expositie kon inrichten met in het centrum een schitterend model van de Constanter (in particulier bezit), dat in drie jaar tijds werd gebouwd door de inmiddels overleden scheepsbouwer H. Hoogeveen, destijds te Balk, die in zijn jeugd bij het bedrijf van Holtrop van der Zee heeft gewerkt. Toen hij met pensioen ging, begon hij aan zijn model, waarbij hij gebruik maakte van de opmetingen vanwege het Stamboek Ronde en Platbodemjachten door de heer L. Stelwagen te Grouw (1955) en van eigen opmetingen.

pdf Waterkampioen 1977 - 'Constanter' boot van het jaar

1980

1980

1980: De 'Constanter' in de serie monografieën van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten

Het lijkt ons dan ook verantwoord eens wat dieper op de historie van dit schip in te gaan, te meer, daar het thans honderd jaar geleden is, dat het zijn vaart over de Friese wateren begon. Het was in de herfst van het jaar 1876 dat de toenmalige griffier van het Gerechtshof te Leeuwarden, mr. Jan Minnema Buma, aan Eeltje Holtrop van der Zee opdracht gaf tot de bouw van een boeier. Dat 'het Jagt van den Heer Minnema Buma' (afb. 2) zoals van der Zee in zijn werfboek schrijft, inderdaad een boeier was, blijkt duidelijk uit de vermelding 'roef 8 voet' (zie bijlage I). Trouwens in de werfboeken treft men meer schepen aan, aangeduid als 'jagt', die in feite door ons boeiers zouden worden genoemd. Dat Eeltjebaas wel de naam boeier kende, blijkt onder andere uit zijn dagboek in 1852, wanneer hij noteert: 'Een boeijer' gemaakt voor den heer A. Hulk van Amsterdam.

2005

2005

2005: Het boek 'De Boeier van Dr. Ir. J. Vermeer

Dr. Ir. J. Vermeer ​schrijft zijn standaardwerk 'De Boeier':
Opmerkelijk is dat Eeltje dit schip in zijn werfboek een jagt noemt. Dat het een boeier betreft, blijkt uit de vermelding van een roef in het bestek. Wij hebben eerder betoogd,dat het gebruik van het woord jagt door Eeltje van der Zee erop duidt dat het een vaartuig betreft uitsluitend bestemd om ermee te spelevaren, dus niet (mede) bestemd voor bedrijfsdoeleinden. Deze boeier was dus een echt pleziervaartuig. De oorspronkelijke opdrachtgever was mr J. Minnema Buma, griffier van het gerechtshof te Leeuwarden. Deze had al eerde, in 1868, een boot bij Eeltjebaas laten bouwen. namelijk het ook heden nog bestaande open jacht "Dolphijn", eertijds jarenlang eigendom van politiecommissaris Hendrik Voordewind te Amsterdam.
Waarom Buma van de opdracht af wilde, is niet bekend. Het gelukte Eeltjebaas de heer Wigle Ages Tromp, directeur van de Onderlinge Brandwaarborg Maatschappij Woudsend', voor de boeier te interesseren. Deze liet hem voor zijn rekening afbouwen. De "Constanter" is de oudste nog bestaande boeier die op de Jouster werf van stapel liep. De historie van dit schip is zeer uitvoerig beschreven in twee artikelen van de hand van H.G. van Slooten, destijds secretaris van de Koninklijke Zeilvereeniging 'Oostergoo'. Deze publicaties, respectievelijk getiteld De Friese boeier "Constanter" 1877-1977' en "'Constanter" semper constans', zijn ook uitgekomen in de serie monografieën van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten. Vooral in laatstgenoemd artikel wordt uitvoerig geciteerd uit brieven van Eeltje van der Zee aan Tromp, die in het familiearchief-Tromp bewaard bleken te zijn. Aan deze publicaties is, enigszins bekort, het volgende ontleend.

Eerste eigenaar Wigle Ages Tromp

Zoals het wert'boek vermeldt werd de boeier op 13 juni 1877 aan Tromp afgeleverd. Bij de tewaterlating werd hij gedoopt met de naam die hij nog steeds voert. De heer Tromp was een belezen man en een groot bewonderaar van Constantijn Huygens, die verschillende van zijn dichtwerken ondertekende met 'Constanter'. Ongeveer gelijktijdig werd aan de Ee in Woudsend ook een nieuw schiphuis voor de boeier in gebruik genomen. Zoals wettelijk voorgeschreven, waren in de negentiende eeuw alle binnenvaartuigen, ook die bestemd voor de pleziervaart, belastingplichtig doordat ze waren onderworpen aan het recht van patent. Pleziervaartuigen waren 30 cent per ton laadvermogen verschuldigd, open vaartuigen beneden 4 ton waren hiervan vrijgesteld.27 Alle vaartuigen moesten gemeten worden door een rijksscheepsmeter, die ten bewijze hiervan brandmerken aanbracht. Bij de "Constanter" zijn die nog aanwezig in een spant onder de achterdoft. De patentrechtwetten werden in 1893 ingetrokken en vervangen door een directe belasting op inkomsten. Na dit jaar gebouwde plezierjachten hebben dus geen brandmerk meer.
Zeker zal er veel met het schip zijn gezeild, want reeds vier jaar later werd bij zeilmaker Sikkema te Grouw een nieuw en groter tuig besteld, waarvoor ook een grotere gaffel nodig was. Toch zijn in de bewaard gebleven deelnemerslijsten van de zeilverenigingen 'Speek' en 'Oostergoo' in die jaren geen vermeldingen van deelname aan wedstrijden te vinden. In 1885 werden op de jouster werf nog onderhoudswerkzaamheden aan de boeier verricht volgens een door Van Slooten in het archief-Tromp teruggevonden kwitantie. De heer Tromp raakte langzamerhand op leeftijd en in 1887 besloot hij de boeier te verkopen.

Tweede eigenaar Arent Johannes van Sminia

De nieuwe eigenaar werd jonkheer Arent Johannes van Sminia, wonende op het landgoed De Klinze te Oudkerk in De Trijnwâlden. In dit gebied ten oosten van Leeuwarden, omvattende de dorpen Giekerk, Oudkerk en Oenkerk, woonden toentertijd verschillende adellijke families, zoals Van Wel-deren Rengers op Stania-state en Van Haersma de With op Heemstra-state. Toen Van Sminia de "Constanter" kocht was hij nog een jongeman van 21 jaar oud. Evenals Tromp was hij lid van de Zeilvereeniging 'Oostergoo' en in de periode 1896-1900 als commissaris ook bestuurslid. In 1894 trouwde hij met Berendina Johanna van Welderen Rengers. In dit verband is het aardig te vermelden dat de boeier "Constanter" in 1889 door Van Sminia ter beschikking werd gesteld voor een feestelijk zeiltochtje vanuit Oudkerk naar de Grote Wielen hij gelegenheid van het voorgenomen huwelijk van Willem van Welderen Rengers met Hermance van Heemstra. Aan deze tocht nam nog een tweede (ons helaas onbekende) boeier deel, alsmede een jacht van buurman Van Haersma de With. Bijgaande foto, ter beschikking gesteld door mevrouw gravin K.L. de Marchant et d'Ansembourg-van Harinxma thoe Slooten te Beetsterzwaag, geeft hier een beeld van.
Waarschijnlijk de eerste keer dat Van Sminia met de 'Constanter" aan een zeilwedstrijd deelnam, was op de Hardzeildag in 1890 op het Sneekermeer. Deze dag zal destijds velen en Van Sminia in het bijzonder, zeer lang in het geheugen gebleven zijn, want hij eindigde dramatisch. Doordat in een sleep achter de Drachtster stoomboot op de terugweg van het meer naar de stad Sneek met een halve storm tegen, de ondeugdelijke tros van de boeier "Constanter"afknapte, ontstond een enorme chaos. 

Sneeker Hardzeildag 1890 naar H. Halbertsma

Deze dag had eerst veel vreugde gebracht wegens de deelname van niet minder dan zeven, 'op bijzondere wijze getuigde' Engelse jachten - yawls, cutters en canoeyawls, merendeels afkomstig uit het bekende merengebied van Norfolk, van waaruit het in die jaren 'en vogue' was geworden avontuurlijke reizen naar de Friese meren te ondernemen, waarbij men de oversteek van de oordzee op de koop toe nam. Het onstuimige weer speelde het bestuur van de Zeilvereeniging evenwel paften zodat het programma niet kon worden aangehouden en veel te laat was afgewerkt. Intussen begon de schemering al te vallen en toonde de stormachtige westenwind niet de minste neiging af te nemen. Mede om deze reden bestond er veel meer liefhebberij voor een sleepje dan voorzien, ook al waren daartoe twee stoomboten beschikbaar - de Drachtster stoomboot en de "Barend Jan", welke tevens tot Directieschip diende. De eerste boot was al met veel moeite voor het Roekoegat geboegseerd toen de ondeugdelijk gebleken tros van de boeier "Constanter", het vierde schip in de rij, afknapte; de schipper had zijn nieuwe tros willen sparen. De stoomboot trachtte met de snel afdrijvende sleep weer vast te maken maar kwam daarbij zelf in moeilijkheden te verkeren, terwijl tot overmaat van ramp de eerste sleep in de tweede verward dreigde te geraken. Met veel inspanning, geroep en geraas werden de schepen herenigd en opnieuw ging het, zeer langzaam, voorwaarts, recht tegen de regenvlagen van de nog aanwakkerende zuidwesterstorm in. Bij het ronden van het baken op de hoek tussen Roekoe en Kruiswater bleek de Drachtster stoomboot niet langer het machinevermogen op te kunnen brengen er de vereiste gang in te houden, met het gevolg dat de gehele sleep stuurloos werd en aan lagerwal sloeg, de stoomboot incluis. De "Barend Jan" schoot te hulp en trok de ongelukkige vloot eindelijk vrij, maar ondertussen was het aardeduister geworden en scheen het de meesten een eeuwigheid te duren voor men tussen de beschutte wallen van Sneek voer, tot op de huid doorweekt en verkleumd. Van feestvieren kwam die avond weinig meer terecht en hoewel men het tegen half elf nog aan dorst, het vuurwerk in de Kolk te ontsteken dreven onophoudelijk aandrijvende plensbuien de toeschouwers ontijdig naar hun haardsteden en kajuiten. Men achtte deze dag dan ook danig mislukt.

Gunstiger verliep de wedstrijd die op maandag 20 juni 1892 werd gehouden op het Sneekermeer, althans wat de weersomstandigheden betreft. Deze wedstrijd was georganiseerd door de zeilverenigingen "Oostergoo" en "Sneek" ter gelegenheid van het vierdaagse bezoek dat de toen twaalfjarige toekomstige koningin Wilhelmina en haar moeder, de koningin-regentes Emma, aan Friesland brachten. Naast de door de vorstelijke personen uitgeloofde gouden, zilveren en bronzen medailles waren er bijzonder fraaie prijzen. Er werd gevaren in vier klassen (zie Bijlage E), onder andere die van de boeiers met acht deelnemers, en wel: "Standfries" van jhr mr C. van Eysinga uit Leeuwarden, "Fortuna" van Joh. Fortuin uit Sneek, "Bever" van de firma N.J. Wouda te Sneek, "Friesland" van G. Reitsma uit Sneek, "Constanter" van Jhr Aj. van Sminia uit Oudkerk, "De Zwijger" van F.O. Sleeswijk uit Lemmer, "Hermina" van G.H. ter Horst uit Sneek en "De Jonge Dirk" van D.J. Bakker te Sneek. De "Bever" won de prijs en de "Standfries" de premie, de "Constanter" viel buiten de prijzen. Over de derde prijs brak een heftig meningsverschil uit met Reitsma van de "Friesland", die meende recht te hebben op de premie.
Later verscheen Van Sminia nog twee keer op de Sneeker Hardzeildag, in 1894 en 1895. Er waren toen maar twee concurrenten en de "Constanter" won gemakkelijk. In de bewaard gebleven wedstrijdlijsten van "Oostergoo" vinden wij Van Sminia met de "Constanter" voor cie eerste keer vermeld als deelnemer aan de onderlinge wedstrijden voor leden die in 1894, 1896 en 1897 bij Wartena werden gehouden. Zoals we reeds zagen verflauwde tegen het einde van de jaren negentig, mede als nasleep van de economische crisis, de belangstelling voor wedstrijden met ronde jachten, zowel in Sneek als bij 'Oostergoo', met slechts een opleving in 1898. In dat jaar vierde namelijk de Zeilvereeniging "Oostergoo" haar 50-jarig bestaan. Aan de ter gelegenheid hiervan uitgeschreven wedstrijden deden 58 deelnemers mee, met name 12 beurtschepen, 10 vrachtschepen, 4 boeiers, 9 open jachten boven 4,80 in, 8 vischaken, 7 grote en 3 kleine schouwen en 5 zogenaamde sprietboten; voor die jaren een groot aantal deelnemers. In de klasse boeiers veroverde jhr A.J. van Sminia met de "Constanter" de prijs en J. Velsink uit Sneek met de "Bever" de premie.

Derde eigenaar Pieter Gaslik Halbertsma

Naast deze wedstrijdactiviteiten werd de "Constanter" echter in hoofdzaak gebruikt voor vaartochten met familie en vrienden, Van Sminia hield van het ruimere water; verschillende malen voer hij over de Zuiderzee naar Amsterdam. Ook werd een tocht gemaakt via Dordrecht over de Zeeuwse stromen naar Antwerpen, ditmaal in gezelschap van de grotere boeier "Noordster" van Baron van Pallandt. Daarbij bleek duidelijk dat de "Constanter" in feite niet gebouwd was voor het ruwe buitenwater. Van Sminia wilde een groter schip, daarom besloot hij in 1901 de boeier te verkopen en een grotere te laten bouwen. Uiteindelijk ging de opdracht hiervoor naar de Lantinga-werf in IJlst, waar in 1904 de "Catharina" van stapel liep. De "Constanter" ging voor een schappelijke prijs over in handen van Pieter Gaslik Halbertsma, oprichter-eigenaar van de bekende Grouwster houtfabrieken. De overdracht vond plaats in het voorjaar van 1901. Bijna was de koop weer ongedaan gemaakt; Van Sminia kreeg een jaar later spijt van zijn daad en bood aan de boeier voor duizend gulden meer terug te nemen. Halbertsma had daar wel oren naar, temeer omdat juist toen in Grou het Friese jacht "Frisia", dat de boterhandelaar L.K. de Vries in 1876 door Eeltjebaas had laten bouwen, voor een zeer aanlokkelijke prijs te koop werd aangeboden, waardoor Halbertsma hij deze transacties nog winst zou maken ook. Echter mevrouw Halbertsma kwam hier tussenbeide: zij vond het open jacht te ongeriefelijk, zodat een en ander op het laatste ogenblik niet doorging.

Op een korte onderbreking na in de familie Halbertsma

Sindsdien is deze fraaie boeier, op een korte onderbreking na. voortdurend eigendom van de familie Halbertsma gebleven, tot in de vierde generatie, bijna een eeuw lang. De eerste Halbertsma was een vrij fanatieke wedstrijdzeiler die elk jaar aan de start verscheen. In 1903 nam hij voor de eerste eerste deel aan de Sneeker Hardzeildag, maar won toen nog geen prijs; dat werd later wel anders. In de daar opvolgende jaren kwam het wedstrijdzeilen met ronde jachten weer geleidelijk op gang, nadat omstreeks 1900 de deelname een dieptepunt had bereikt. In de jaren rond 1910 kwamen bij Oostergoo en op Hardzeildag tot negen boeiers aan de start. In zijn artikel gaat van Slooten uitgebreid in op de wapenfeiten van de "Constanter" en zijn concurrenten in deze eerste twee decennia en weet allerlei incidenten en anekdotes op te diepen uit de bewaard gebleven notulen- en verslagenhoeken van Oostergoo. Het voert te ver om hem hierin volledig te volgen. Twee gebeurtenissen halen wij hier aan:

Hardzeildag 1912

De Zeilvereeniging 'Sneek' beleefde in 1912 een zeer gedenkwaardige Hardzeildag. Er kwamen maar liefst acht boeiers aan de start: "Albatros" van Plet uit Nijmegen, 'Agonisma" van Kievits uit Dordrecht, "Njord" van Boltjes uit Leeuwarden, "Enterprise" van Hoekstra uit Kolderwo lde, "Balder" van Wester en "Constanter' van Halbertsma, beide uit Grouw en "Hermina" van Andreae en "Johanna" van Visser, beide uit Sneek. Het was die dag bar en boos weer met een harde vlagerige wind. Van de acht boeiers passeerden slechts vier de eindstreep. De "Constanter" behaalde de premie.

Hardzeildag 1913

1913 bracht in Grouw acht boeiers aan de start, waaronder de reeds bekende "Standfries" van Wegener Sleeswijk uit Lemmer, verder de "Njord" en de "Mimi" en natuurlijk de "Constanter"; voorts de oude "Bever", nu van Kalt uit Leeuwarden, de "Kikker" van Olivier uit Amsterdam, de "Albatros II" van de KRZV 'De Maas' uit Rotterdam en de "Aaltje Johanna" van notaris Tadema uit Sint Jacobiparochie, die de prijs won. Boltjes met de "Njord" won de premie. In Sneek waren op de Hardzeildag zelfs negen deelnemers ingeschreven. Als nieuweling treffen we daar aan de "Noordster" van Crone uit Amsterdam, verder bekenden als "Agonisma", "Mimi', "Johanna", "Njord", "Enterprise", "Aaltje Johanna", "Standfries" en "Constanter".

Tegeltableau in 1938

Zoals we reeds zagen was de opleving van het wedstrijdzeilen in ronde jachten slechts van korte duur. De invoering van eenheidsklassen, bevorderd door nieuwe bouwmethoden, doet tegen het einde van de jaren tien de animo voor de traditionele schepen vrij snel afnemen. Nemen in 1919 aan de Sneeker Hardzeildag nog zes boeiers deel, daarna is het afgelopen. 'Oostergoo' tracht de traditie nog te handhaven, maar na 1924 was het hier vooreerst eveneens gedaan. De laatste boeierwedstrijd voor de Tweede Wereldoorlog hij de (sinds 1923 Koninklijke) Zeilvereeniging 'Oostergoo' was in 1938 ter gelegenheid van haar 90-jarig bestaan. Mede aangelokt door de zeer fraaie prijs, een antiek tegeltableau waarop een kofschip, verschenen vijf boeiers aan de start. De "Constanter" wist met ruime voorsprong te winnen en de familie Halbertsma houdt deze fraaie prijs nog steeds in hoge ere.

Vierde eigenaar Hidde Halbertsma

De eerste Halbertsma die eigenaar van de "Constanter" was, Pieter Goslik, overleed in 1925. De boeier ging toen over op zijn zoon en opvolger Hidde Binnen. Het is vooral deze Halbertsma die de "Constanter" de grote faam gaf. die hij tot op heden nog altijd geniet. Hidde Halbertsma was een zeiler in hart en nieren en had reeds onder zijn vader in wedstrijden vaak het commando over de boeier gehad. Ook in de jaren twintig en dertig, toen het houden van de kostbare boeiers niet eenvoudig was, bleef hij zijn geliefde schip zorg en aandacht geven. De volgende passages uit Van Slootens eerste publicaties laten zijn instelling duidelijk blijken: ..... Hij was de man die experimenteerde, de boeier trimde en ook als hij voor plezier met gasten voer; steeds een wedstrijd tegen zichzelf hield, om daardoor uit het schip te halen wat er te halen was. Reeds jong werd zijn kinderen gevoel voor het schip bijgebracht. Hidde zette ze aan het roer en als het dan niet helemaal goed ging stuurde hij ongemerkt wat hij: maar steeds vroeg hij 'voel je het wel?' Ja, het is dat gevoel, dat een rond jacht doet 'lopen'. ..... 
Nog herinneren wij ons zijn gezegde: ze danst vederlicht over de golven dan te bedenken dat de "Constanter" een zware eikenhouten boeier was en geen polyester racemachine! Hidde Halbertsma heeft zijn ervaringen met de boeier en niet het zeilen in het algemeen in een artikel in "De Waterkampioen" beschreven, waaruit wij met instemming het slot citeren: ..... Overigens meen ik, dat een boeier niet is om te wedstrijden, maar in de eerste plaats een schip om een prettige zeilsensatie te geven en om er gezellig met gelijkgestemde lieden mee uit te gaan; volgens ons geldt hetzelfde voor het Friese jacht. .....

Na de Tweede Wereldoorlog

Na de Tweede Wereldoorlog werd ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van `Oostergoo'. na tien jaar nog eenmaal een wedstrijd voor boeiers, Friese jachten, tjotters en grote en kleine schouwen uitgeschreven. In de klasse 'boeiers' verschenen vier schepen aan de start: de oude rivalen `Albatros' en 'Constanter' en verder de 'Vliegende Hollander' en de 'Oude IJssel', de laatste meer een beurtschip. De opleving van de belangstelling voor de vaderlandse schepen, die in de jaren vijftig leidde tot de oprichting van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten, had tot gevolg dat dit evenement gelukkig niet het laatste zou blijven. Hidde Halbertsma had als bestuurder en voorzitter van de KZV "Oostergoo" en door zijn kennis van zaken en inzet een grote inbreng in deze ontwikkeling. Tot het succes hiervan heeft zeker bijgedragen de reünie voor ronde jachten die "Oostergoo" in 1953 in Grouw organiseerde, met een veertigtal ronde jachten, niet alleen uit Friesland maar ook een vijftiental uit 'Holland'. Ook in de verwerving van de vroegere commissarisboeier "Friso" als Statenjacht van de Provincie Friesland had Hidde Halbertsma een actief aandeel. Terecht heeft het bestuur van de Stichting hem dan ook voor zijn verdiensten in 1960 de W.H. de Vos-prijs toegekend.

Vanaf 1953

Voor de naoorlogse geschiedenis volgen wij nu Van Slooten op de voet. Bij de reünie in 1953 was Hidde Halbertsma vice-admiraal en voerde met de "Constanter" hij het admiraalzeilen het tweede esk¬ader aan. De volgende dag won hij de eerste prijs en tegelijk de zilveren masttop, beschikbaar gesteld door de Leeuwarder Courant. Ook was hij in 1956 aanwezig bij de onthulling van de grafmonumenten voor Eeltje Holtrop van der Zee en zijn zoon Auke op de begraafplaats te Westermeer (Joure), terwijl in de namiddag van die dag de "Constanter" hij de wedstrijden op het Sneekermeer de prijs won, voor de "Friso" (ex "Semper Idem") van Van der Lande en de "Maartje" van Van Waning.
In 1959, tijdens de stamboekreünie in Den Helder, moest de stuurman van de "Constanter" wegens onbekendheid met de stromingen in de ex-marineman Van Waning met de "Maartje" zijn meerdere erkennen. Een jaar later volgde revanche tijdens de eerste lustrumreünie van de Stichting in Grouw door in een veld van elf deelnemers ver voor de "Maartje" de prijs te winnen. Bij het tweede lustrum in 1965, eveneens te Grouw, kon Hidde wegens organisatorische drukte niet zelf varen en stond zoon Pieter aan het roer van de 'Constanter'.

Vijfde eigenaar N.V. Halbertsma

In 1967 werd de boeier overgedragen aan de N.V. Halbertsma; de onderhoudskosten werden te hoog. Nog steeds had het schip geen hulpmotor, maar de steeds toenemende drukte op het water maakte dit noodzakelijk. In de winter 1967-68 werd een motor in de kajuit aangebracht. Hidde Halbertsma overleed in 1971 te Grouw op 83-jarige leeftijd, een groot schipper is met hem heengegaan.

Zesde eigenaar Pieter Gaslik Halbertsma

Toen in de zomer van 1970 de N.V. Halbertsma overgenomen werd door het Zweedse bedrijf Swedish Match, was dat voor Pieter Gaslik Halbertsma aanleiding de boeier terug te kopen en hem zo voor Friesland en de familie te bewaren. Nog vele over¬winningen in wedstrijden werden zijn deel. Ook hij de in 1968 gestarte 'kleine reünie' van ronde jachten in Heeg is de "Constanter" vaak als deelnemer ingeschreven. In 1972 fungeerde hij als admiraalsjacht met als commandant van de vloot mr dr T. Huitema, secretaris van de Stichting Stamboek Ronde en Plathodemjachten. Ook in 1972 werd meegedaan aan de zomerreünie van het stamboek in Zierikzee. Dat de "Constanter" een snelle zeiler is werd nog eens gedemonstreerd in de wedstrijd tijdens de reünie in Monnickendam in 1973, toen hij vijf minuten te laat startte en toch de eerste prijs won. Maar daar werd dan ook alles op alles gezet: op het voordewindse rak zaten zes van de zeven bemanningsleden achter de achterste overloop om de kop boven water te houden. De schipper/eigenaar moest het roer met een talie in bedwang houden.
Van Slooten weidt nog uit over de boeierknechten, die vroeger voor hun heren onmisbaar waren hij het onderhoud en vaak ook hij het zeilen. Eén van hen, Gerrit Wester, heeft in 1960 bij een grote brand op de houtwerf van de fabriek de boeier van de ondergang gered. Toen het dak van het schip-huis reeds had vlam gevat gooide hij de boeier los en liet hem voor de wind wegdrijven, terwijl voorts alles wat nog in het schiphuis was achtergebleven in het water werd gegooid en daardoor gered.

Nog enige bijzonderheden

  • Het Nederlandsch Jachtregister van 1924-25 vermeldt de boeier "Constanter", bouwer Holtrop van der Zee 1875(!), afmetingen 8,00 bij 3,30 meter, wedstrijdmaat WM 7,7 , registratienummer 6 OC.
  • In 1951 is de tot dan toe aanwezige loefbijter verwijderd en het roerblad enigszins vergroot ter wille van een grotere wendbaarheid.
  • In 1962 vond een grote renovatie plaats waarbij 70 procent van de huidplanken en veel inhouten vernieuwd werden. Ook in 1997 zijn huidplanken vervangen.
  • In 1978 is de achtersteven en in 1983 de voorsteven vervangen.

In opdracht van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten heeft de heer L. Stelwagen te Grouw in 1955 de boeier opgemeten en in tekening gebracht. Deze tekeningen zijn opgenomen in de zesde druk van het destijds bekende handboek "De Zeilsport" van H.C.A. van Kampen en natuurlijk ook in het standaardwerk van de Stichting Stamboek. De fraaie lijnen van deze boeier hebben verschillende modelbouwers uitgedaagd hun kundigheden hierop te beproeven. Een bijzonder mooi resultaat is het model op een schaal van 1:10, gebouwd door H. Hoogeveen te Balk. In zijn jonge jaren (1909-1912) was hij medewerker geweest van scheepsbouwer Auke van der Zee op de Jouster werf en had meegeholpen hij de bouw van de grote boeier "Almeri". Een minutieuze beschrijving van zijn hand van de bouw van een boeier op de Jouster werf is te vinden in het genoemde standaardwerk van de Stichting. Het door Hoogeveen gebouwde model, geheel conform de door Stelwagen gemaakte tekeningen, was is 1961 te zien op de winterreünie van het stamhoek in het Frans Halsmuseum in Haarlem en is sinds 1998 in bruikleen te zien in het Fries Scheepvaart Museum in Sneek.
Zelfs is er één man geweest die zich niet heeft beperkt tot een model, maar zich de enorme taak heeft gesteld de "Constanter" op ware grootte na te bouwen, en nog wel geheel alleen(!), de heer G. van Heyst te Eindhoven. Deze replica werd in 1981 voltooid en is thans onder de naam "Otter" eigendom van dr H.P. Nooteboom te Leiden.

Beschrijving van de boeier "Constanter"

In 1955 kreeg de heer L. Stelwagen te Grouw opdracht van de Stichting Stamboek Ronde en Plat-bodemjachten de boeier "Constanter" op te meten en in tekening te brengen. Deze zeer fraai gelijnde boeier werd in 1877 gebouwd door Eeltje Holtrop van der Zee op de Jouster werf. De tekeningen van Stelwagen zijn destijds opgenomen in de zesde druk (1956) van het toentertijd bekende handboek De Zeilsport' van H.C.A. van Kampen en natuurlijk in het standaardwerk van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten, waarvan de eerste druk in 1962 is verschenen. De (vrij summiere) beschrijving van Stelwagen zelf is opgenomen in een artikel van H.G. van Slooten, dat ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de boeier "Constanter" verscheen in een der jaarboeken van het Fries Scheepvaart Museum

Toelichting door L. Stelwagen

Stelwagen liet aan de beschrijving van de resultaten van zijn werk de volgende opmerking voorafgaan: De oorspronkelijke manier, van op het zicht bouwen, met behulp van steven en spant en enige geërfde gegevens kan, met alle respect voor de bouwers van vroeger, bij dit plan niet worden toegepast.
Deze mening is in strijd met de beschrijving die Harmen Hoogeveen geeft van de bouw van een boeier, zoals die nog in het begin van de twintigste eeuw op de Jouster werf bij Auke van der Zee tot stand kwam, namelijk nog geheel op de traditionele manier (zie par. 2.3). Wij hebben geen enkele aanwijzing dat Eeltje van der Zee in 1877 op andere wijze te werk zou zijn gegaan.
Hierna volgt de beschrijving die Stelwagen zijn tekeningen van de "Constanter" meegaf.

Constructie

De romp is karveel gebouwd van 2,5 cm dik eiken¬hout, behalve de boeisels of boorden, deze zijn 4 cm dik, de bochtstukken hiervan zijn echter weer 2,5 cm. De zandstrook of eerste boeg tegen de kiel en stevens is 3 cm dik. Het materiaal voor boegen dient, gezien de grote kromten waarin het moet worden aangebracht, taai en van prima kwaliteit te zijn; deze worden op spanten en leggers gespijkerd, bij voorkeur met gegalvaniseerde draadnagels*.
Spanten, inhouten en leggers zijn van eikenhout, dik 7,5 cm, gezaagd naar het vereiste model; voor deze spanten worden zogenaamde krommers gekozen, dit zijn zeer krom gegroeide stammen, gezaagd aan platen van 7,5 cm*. Evenals de leggers zijn de spanten 8 cm hoog, de leggers worden op de kiel zwaarder gemaakt, ongeveer 12 cm. Het zogenaamde zeilwerk vraagt speciale aandacht, daar bij de boeier de mast doorgaans zonder zijwanten wordt gevaren; de eiken mastkoker meet 8 x 20 cm en dient zeer solide op mastspoor en brede zeilwerk-dekbalk verkeept en verbonden te worden.
Het eikenhouten dek is 2,5 cm dik, hol op waterlijsten, langs kajuitopbouw en kokerlijst. De dekdelen evenals de delen van het kajuitdak worden uitgevoerd met persenningnaden, de persenningband wordt later geteerd met bruine teer*.
De betimmering is bij de boeier variërend uitgevoerd, naar verkiezing kan hiervoor mahonie- of eikenhout worden gebezigd. De vloeren zijn van grenen- of vurenhout.

Constanter Lijnen Schaal 1: 50
Constanter Lijnen Schaal 1: 50

Onderdelen en tuigage

Het eiken roer is 6 cm dik en wordt naar achteren (hak van het roer) tot op 3 cm bijgeschaafd. De eiken zwaarden zijn 4,5 cm dik. Mast en giek zijn gemaakt van Amerikaans of Noors grenen, de kromme gaffel van taai essenhout. De mast is totaal 13,80 m lang en meet 20 x 20 cm in de koker, de top is 1,50 m lang, van bout tot onder meet hij 1,75 m. De giek is totaal 6,00 m lang (met ijzeren zwanenhals), de grootste diameter heeft deze bij de schootoogbeugel, namelijk 14 cm, voor 7 cm en achter 6 cm.
Het smeedwerk is over het algemeen van zeer massieve uitvoering, de ijzeren botteloef bijvoorbeeld meet vlak voor de steven in doorsnede 5 x 7 cm, naar voren verjongd. Roerhaken met vingerlingen zijn eveneens zwaar. De sleepijzers of beslag om de zwaarden zijn van scherp profiel. De zijkanten der zwaardkoppen zijn met geel koper beslagen; dergelijk koperbeslag wordt eveneens toegepast op de achterkant van het roer, bovenkant van de hennebalk enzovoort. Dit beslag vraagt veel onderhoud, het ijzerwerk wordt namelijk blank en het koperwerk gepoetst gehouden

Constanter Aanzichten, doorsneden, details Schaal 1: 50
Constanter Aanzichten, doorsneden, details Schaal 1: 50

De "Constanter" vaart ongeveer 1000 kg binnenballast, waarvan 480 kg aan loodplaten aan de mastvoet is aangebracht, wat tevens ten doel heeft dat de mast gemakkelijk kan worden gestreken. Verdeeld over ongeveer twintig blokken, die passen tussen de inhouten en leggers, wordt ongeveer 520 kg ijzerballast op de vereiste plaatsen, onder de vloer aangebracht.
De zeilen worden gemaakt van zwaar Egyptisch of Amerikaans katoen, met smalle staande banen of kleden. Vallen en schoten zijn van manillatouw. Alle jachtblokken zijn uitgevoerd met buitenbeslag.
Oorspronkelijk werd bij de "Constanter" nog een kluiver op een losse houten boegspriet gevaren, bij vernieuwing der tuigage is deze vervallen; de afmetingen van het getekende tuig zijn toen dienovereenkomstig bepaald.

Constanter Zeilplan Schaal 1: 65
Constanter Zeilplan Schaal 1: 65

Afwerking

De boegnaden van de boeier worden na gebreeuwd te zijn van een peklaag voorzien*. De sierlijsten op het boord worden gemaakt van een zeer taaie hout­soort, bijvoorbeeld iepen of essen. Het houtsnijwerk ter versiering op kluisborden, lijst om kajuitopbouw van het achterschot, hennebalk, evenals de leeuw op het roer, worden verguld. De buitenkant der boorden (tot de onderste witte sierlijst) en de bui­tenkant der berghouten zijn zwart geverfd. Romp (tot de waterlijn), dek en opbouw, zwaarden en roer zijn blank gelakt.

* Stelwagen beschrijft de werkwijzen, -methoden en afwerkingsmiddelen zoals door de oorspronkelijke bouwmeesters toegepast. Van Slooten voegde in zijn beschrijving drie opmerkingen toe:

  1. Heden ten dage worden vaak roestvaste schroeven gebruikt in plaats van gegalvaniseerde spijkers of nagels voor de verbinding van houten onderdelen.
  2. In plaats van massieve krommers worden thans vaak gelamineerde spanten samengesteld, die veel sterker zouden zijn.
  3. Gebreeuwde naden worden tegenwoordig met een rubbercompound afgewerkt.

Voornaamste afmetingen

Lengte over de stevens    8,06 m
     overhang voor  0,66 m
     overhang achter 0,09 m
Lengte op de waterlijn inclusief stevens en scheg 7,31 m
Lengte van de romp op de waterlijn 6,55 m
Grootste breedte over de berghouten 3,36 m
     idem, buitenkant huid 3,18 m
     idem, op de waterlijn 2,94 m
     idem, over de boeiselrand 2,80 m
Plaats hart mastkoker vanaf voorste punt voorsteven 3,02 m
     idem, van de grootste breedte 3,02 m
Holte achter de mastkoker plm. 1,37 m
Diepgang 0,50 m
Vrijboord 0,93 m
Roef, breedte bij de ingang 1,60 m
     idem, voorin 1,80 m
     stahoogte bij de ingang 1,40 m
Mast, totale lengte 13,80 m
     tussen draaipunt en hommer 10,40 m
     beneden het draaipunt 1,70 m
     toplengte 1,70 m
     vierkant 0,20 m
Giek, lengte 6,00 m
     grootste diameter 0,14 m
Zwaarden, hoogte 2,35 m
     breedte 1,35 m
     dikte 0,045 m
Roer, totale hoogte 1,90 m
     dikte 0,06 m
Zeiloppervlak: grootzeil 39,5 m2
     grootste fok 19,5 m2

Model

Harmen Hoogeveen (1891-1970) heeft uitgaande van de tekeningen van Stelwagen een prachtig model van de "Constanter" gebouwd, waarbij zijn zoon Uilke (1924-1997) de complete tuigage voor zijn rekening nam. Met de eveneens door beiden gebouwde modellen van het Friese jacht "Neptunus" en de tjotter "Vrouwe Anna Beatrijs" is dit model sedert 1998 te bewonderen in het Fries Scheepvaart Museum in Sneek.

2010

2010

2010: Restauratie 'Constanter' door Martijn Perdijk - Wind & Water Heeg

In 2006 werd de 'Constanter' voor het eerst door Martijn Perdijk van Wind & Water onder handen genomen. Martijn houdt van elke restauratie een uitgebreid verslag bij in woord en beeld.

2011

maart 2011

maart 2011: SSRP Jaarverslag 2010 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 2010 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:

Enigszins opgehouden door de lange ijsperiode, is de boeier Constanter van de familie Halbertsma begin 2010 naar de werf van Wind en Water gebracht. Bij het kaalhalen van het onderwaterschip bleken een aantal vlakdelen aan vervanging toe te zijn. 


Ook is een stuk berghout vervangen ter plaatse van de las tussen de stuit en het middendeel. Tevens is een door witrot aangetaste strook van het berghout en boeisel vervangen ter voorkoming van verdere verspreiding van de witrot. 

Na het zeilseizoen is de Constanter eind 2010 weer naar de werf gebracht. Ditmaal om de kielgang en het teenstuk te vervangen. Bij het enorm geveegde onderwaterschip van de Constanter zit het voorste punt van het 3.5 m lange teenstuk maar liefst halverwege de roef. Vooraan is het teenstuk 30 cm breed en 0.5 cm hoog. Achteraan is het teenstuk tot 8 cm verjongd en 60 cm hoog. De vraag hoe dit teenstuk van oorsprong samengesteld was, kon worden beantwoord toen bij het omzichtig slopen van het oude teenstuk halverwege een stuik met keernagels gevonden werd. 


De kielgang bestond door gedeeltelijke vervanging inmiddels uit meerdere delen. Bij de restauratie is weer een kielgang uit één lengte gemaakt, die vooraan binnen langs de voorsteven oploopt. Dit is zowel stijf en duurzaam als authentiek.

mei 2011

mei 2011: Vervolg restauratie 'Constanter' door Martijn Perdijk - Wind & Water Heeg

2015

2016

2016

2016: Vervolg restauratie 'Constanter' door Martijn Perdijk - Wind & Water Heeg

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht