De Dankbaarheid

De Dankbaarheid Niet actief

Dit schip heeft een plaquette van de SSRP aan boord van een eerdere inschrijving, maar staat nu "geregistreerd" in Categorie X in het Stamboek en wordt dus gekenmerkt als 'Inactief'. Schip en eigenaar zijn op dit moment NIET "actief" aangesloten bij de SSRP als Behoudsorganisatie. De huidige eigenaar is (nog) niet in onze administratie opgenomen. Deelname aan Evenementen waarbij de eis wordt gesteld, dat het schip en de eigenaar zijn aangesloten bij dezelfde Behoudsorganisatie als onderdeel van de FVEN, is vanuit de SSRP daarom NIET mogelijk.

Dit betekent dat het schip nog onderdeel is van de Aanmeldingsprocedure (her-inschrijving) of, en dat geldt voor de meeste schepen, de eigenaar heeft het schip niet her-aangemeld en betaalt dus ook geen jaarlijkse bijdrage aan de SSRP voor Inschrijving in het Stamboek. Eventueel vermelde gegevens van schip en oud-eigenaren dateren meestal uit de periode van eerdere 'actieve' Inschrijvingen en zijn waarschijnlijk niet volledig en mogelijk niet correct. Voor dit schip kan, omdat het niet aantoonbaar voldoet aan de Criteria van de SSRP, geen Meetbrief door de KNWV worden afgegeven.
Vanwege de doelstelling van de SSRP om alle historie van de in het Stamboek opgenomen schepen vast te leggen, worden in de Schepenlijst wel de in het stamboekarchief beschikbare gegevens van dit ooit geregistreerde schip en summiere gegevens van de (oud-)eigenaren getoond.
Heeft u informatie over dit schip of bent u eigenaar en wilt u het graag weer 'activeren'? Laat het ons weten!

Petrejus schrijft in zijn boek "Oude Zeilschepen en hun modellen" dat naast de tjalk, de poon vroeger een van onze meest verbreide scheepstypen was. Zij kwam het meest voor in de provincies Zuid-Holland, Zeeland en Brabant. De grootte van de poon liep van 16 tot 60 ton, De kleine soorten deden dienst als markt­schuit, de grotere als beurt- of vrachtschip. De Poon 'De Dankbaarheid' is in 1894 gebouwd op de werf van Wed. Joh. van Duyvendijk in Krimpen a.d. IJssel. In 1972 was de verbouwing afgerond.

Renger Kremer vond in 1966 het verwaarloosde scheepje, dat bij Uithoorn in de Amstel lag. Het begin van een nieuw leven. De poon werd gekocht en een vijfjarenplan opgesteld. Eén van de eerste werkzaamheden was het repareren van de romp. Voor het overige ijzerwerk en de kajuitopbouw ging het schip vervolgens naar een werf in Ter Aar. Toen kon de eigenlijke bouw pas beginnen. In overleg met een jachtarchitect en iemand die verstand had van het tuigen van oud-Hollandse scheepstypen kreeg de poon zijn nieuwe uiterlijk.

Eigenschappen

Plaquette nummer:1060 Zeil nummer: VA61
Categorie:X Tekening nummer:
Type:Poon

Bouw

Bouwjaar:1894 Ontwerper:Van Duyvendijk
Werf:Wed. Joh. van Duyvendijk Werf plaats:Krimpen a/d IJssel
Motor:Inbouw Motor type: Dieselmotor: MAN/Nanni, type 6.660E (120 pk/2000 toeren)
Materiaal romp:Staal Materiaal kajuit:Staal
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip:Rond Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:15,28 m Breedte berghout:4,34 m
Diepgang:0,70 m Masthoogte water:14,00 m
Oppervlakte grootzeil:68,00 m2 Oppervlakte fok:30,00 m2
Oppervlakte botterfok:45,00 m2 Oppervlakte kluiver:20,00 m2
Oppervlakte totaal:163,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1894 – onbekend Beurtschippers Keemink, Pernis ( Dankbaarheid)
1984 – onbekend Notaris Kooiman, Rotterdam ( De Dankbaarheid)
1966 – 1979 R. Kremer, Belves ( De Dankbaarheid)
1979 – 1997 Sigma Coatings BV, Uithoorn ( De Dankbaarheid)

Geschiedenis

1972

1972

1972: Het verhaal van de Zeeuwse Poon 'De Dankbaarheid'

Anno 1894 werd te Krimpen aan de IJssel te water gelaten het schip Dankbaarheid, lang 15 meter en 28 centimeter, breed vier meter en 34 centimeter, met een gemiddelde inzinking van 58 centimeter en een laadvermogen van 50,136 ton. Een schip zoals zoveel zeilschepen in die dagen, bestemd om vracht te varen.
Op 25 maart 1972 wordt te Nieuwersluis opnieuw te water gelaten het schip Dankbaarheid, tot jacht verbouwd. Volgens de gegevens de laatste ijzeren Zeeuwse Poon, een uitgestorven geslacht binnenschepen. Petrejus schrijft in zijn boek "Oude Zeilschepen en hun modellen", dat naast de tjalk, de poon vroeger een van onze meest verbreide scheepstypen was. Zij kwam het meest voor in de provincies Zuid-Holland, Zeeland en Brabant. Ponen werden vooral gebouwd in IJsselmonde, aan de Hollandse IJssel, in Alblasserdam, Dordrecht, Kapelle en aan de Willemstad, maar toch ook in Boskoop en andere plaatsen. De grootte van de poon liep van 16 tot 60 ton, De kleine soorten deden dienst als marktschuit, de grotere als beurt- of vrachtschip.
Een der meest opvallende kenmerken van de poon was wel de gebogen, van boven sterk naar binnen vallende puntige voorsteven. Als we in de tijd van de opstand tegen Spanje lezen over „kromstevens" in de smalle vlote van de Prins, dan twijfelen we niet aan de verwant-schap tussen die kromstevens en de latere poon. De poon was verhoudingsgewijs korter dan de tjalk en ook veel sterker gezeegd dan deze; zij had een wijde platte bodem, de boorden vielen enigszins in en de boegen waren van een goed-Zeeuwse rondheid. Het schip was hecht gebouwd, met forse zaadhouten. Door zijn wijde bodem lag her vast op het water, waardoor het bij een aanwinnende koelte lang van top kon zeilen en bij harde wind een weerbaarheid bezat welke die van de meeste schepen overtrof. Vlot te gaan en weer-baar te zijn bij harde wind en stroom: dit waren de eigenschappen waarnaar bij de bouw van de poon gestreefd was. Daarop wezen ook de kort-gebogen, hoekige klimmen, de invallende boorden, die het schip op zijn berghout smaller maakten dan op het vlak. Om aan de wijde, hoekige bodem toch de nodige bezeildheid te geven lichtte men deze aan de einden plat naar de stevens op, zoals men deed bij een Boskoper boot of een Dordtse schietschouw. Van Loon (Handleiding burgerlijken scheepsbouw, 1838) had voor deze manier van bouwen weinig bewondering. Zij kon nooit een snel schip geven, zegt hij; beter was het in de uiteinden vier boegen meer te branden. Dan zou het verplaatste water de gelegenheid krijgen ook langs de zijden weg te vloeien; nu perste zich dit onder de bodem door en wat niet snel genoeg weg kon stapelde zich voor de boeg op".

1972

Tussen beide tewaterlatingen liggen 78 jaren. Een lang scheepsleven dat misschien is begonnen met beurt- of vrachtvaart en dat leek te eindigen als roestig overslagschip als Renger Kremer in 1966 niet werd getroffen door het mooie model van het verwaarloosde scheepje dat bij Uithoorn in de Amstel lag. Het begin van een nieuw leven.
De poon werd gekocht en een vijfjarenplan opgesteld. Een van de eerste werkzaamheden was het repareren van de romp. Op een werf in Vinkeveen beek dat grote delen van de romp moesten worden overgeklonken omdat de koppen van de nagels waren afgesleten. Na enig zoeken vond men de juiste maat nagels. 2200 klinknagels werden vernieuwd, Voor het overige ijzerwerk en de kajuitopbouw ging het schip vervolgens naar een werf in Ter Aar. Toen kon de eigenlijke bouw pas beginnen. In overleg met een jachtarchitect en iemand die verstand had van het tuigen van oud-Hollandse scheepstypen kreeg de poon zijn nieuwe uiterlijk. gevaar Kremer kon nu zelf aan het werk op het terrein achter zijn huis in Loenersloot.
Hij moest zijn ongeduld echter nog even bedwingen want een ziekte stelde hem voorlopig nog buiten bedrijf. Daarna kon hij zich echter naar hartelust in zijn liefhebberij uitleven met als gevolg dat een bijzonder jacht tot stand is gekomen. Onder het werk deed de heer Kremer vele ideeën op die de Dankbaarheid tot een zeer modern, klassiek schip hebben gemaakt zonder dat je dat direct ziet. Het is de enige Zeeuwse Poon - en waarschijnlijk het enige ronde platbodem jacht - met hydraulisch bediende zwaarden en ook het anker wordt hydraulisch gehieuwd. De motor is onder het achterdek in het paviljoen ondergebracht en ook de overige techniek zoals een hydrofoor, verwarming en generatorset .hebben daar een ruime plaats gevonden. Nagenoeg al het houtwerk kreeg onder de handen van de heer Kremer vorm, terwijl ook vaak achter de draaibank was te vinden, koper dreef of wat laswerk verrichtte. Wat dat betreft werd er door de directie op Kremers aannemingsbedrijf veel overgewerkt.
Het is een schoonheid geworden vindt ook mevrouw Kremer die binnen al het gerief vindt dat een vrouw aan boord zich maar kan wensen. Een stijlvolle salon, een ruime keuken, flinke hutten en een zee van bergruimte. Alles ingericht voor een langduriger verblijf aan boord. En toen was het schip opeens klaar na vijf lange jaren werk. Het tijdelijke bouwloodsje moest worden ondergraven om een geweldige dieplader de ruimte te geven waarop de poon naar de plaats van tewaterlating zou worden gebracht. En toen het spectaculaire transport achter de rug was en het schip veilig door de reusachtige mobiele kraan in zijn element was getild lag daar de Dankbaarheid, zeilteken VA61 Zeeuwse poon, een opmerkelijke verschijning op het water.

pdf Artikel Restauratie 1972

1980

1980

1980: Brochure van oud-eigenaar Sigma Coatings

'De Dankbaarheid' heeft een kleurrijke tweede jeugd gekregen en is ze het vlaggeschip van Sigma Coatings geworden. Haar taak is om als plezierjacht de passagiers op een heerlijk dagje 'buitengaats' te trakteren. Elk jaar gaat het schip op de helling voor controle en onderhoud om het in een optimale conditie te houden. Daarbij wordt ook de bescherming steeds aan de actuele milieu-eisen aangepast. Kortom, die tweede jeugd van de Dankbaarheid kan nog wel een tijdje duren!

'De Dankbaarheid'

Platbodem. Type: Zeeuwse Paviljoen Poon
Gebouwd in 1894 te Krimpen a/d IJssel.
Waterlijn: 15.28 meter.
Totale lengte met boegspriet en roer: 21 meter.
Breedte: 4.35 meter
Diepgang 1.05 (met zwaarden ± 2.5 meter)
Lengte mast: 18 meter
Gewicht: 35 ton
Zeilen: grootzeil, fok en kluiver
Totaal zeil-oppervlak: 130 m2 (Grootzeil 85 m2)
Dieselmotor: MAN/Nanni, type 6.660E (120 pk/2000 toeren).

2017

maart 2017

maart 2017: Reactie van Mw. van Ekris-Kremer

Mijn schoonvader de heer Renger Kremer toen wonende te Loenersloot heeft de platbodem 'De Dankbaarheid' destijds helemaal gerenoveerd. Ik weet niet uit welke krant of tijdschrift het vermelde artikel gestaan heeft. Bijgaand nog wat privé foto's van het varen op 'De Dankbaarheid'. Helaas zijn deze niet al te best van kwaliteit.

4 juni 2017

4 juni 2017: Reactie van Marijke Keemink

Naar alle waarschijnlijkheid is dit het schip dat van mijn grootvader en zijn broer geweest. Zij waren beurtschipper te Pernis. Bij mijn weten hebben hun vaders het schip laten bouwen. Daarvoor hadden zij een houten poon. Mijn vader heeft er als jongen op mee gevaren en later, toen het schip in de haven lag en mijn grootvader ondertussen een vrachtauto had, maakte hij zijn huiswerk in de roef. Het schip is door mijn grootvader verkocht terwijl mijn vader op zee was (hij was machinist).
Na de renovatie, in de jaren 70, lag het schip eens in Bergum. Mijn vader herkende het schip en we zijn toen aan boord geweest.

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht