De Halve Maan

De Halve Maan

Het begrip 'eigenbouw' wekt nogal eens fronsende wenkbrauwen op, maar dat geldt allerminst voor de fraaie lijnen en traditionele scheepssier van 'De Halve Maan'. De geschiedenis van dit stalen scheepje - waaraan ir. Vermeer in zijn onlangs verschenen boeierboek terecht twee pagina's wijdde - begint in 1968. Toen kocht de Meppeler timmerman Bart Schut voor f 75,- een uit 1942 daterende set bouwtekeningen van de jachtontwerper G. van Schaick Zillesen. Deze ontwerper leverde destijds via de firma Eduard & Co aan de Kromme Waal in Amsterdam. In de huiskamer begon het met het 1-op-1 tekenen van de spanten. Als ook de wrangen, schotten en krommers gereed waren, verhuisde alles naar de bouwplaats op een braakliggend veldje achter de tuin.

 "Ik maakte lange dagen in de woningbouw en was op de avonduren aangewezen", herinnert Schut zich na al die jaren. "Al te lang kon ik zo niet doorgaan wegens de overlast voor de buurt, want kloppen, slijpen en lassen gaat niet bepaald geruisloos. Omdat de boeier dus vrijwel bij maanlicht is gebouwd, hadden we haar al snel de naam 'De Halve Maan' toebedeeld."

Eigenschappen

Plaquette nummer:1578 Zeil nummer: RC111
Categorie:D Tekening nummer:
Type:Boeier

Bouw

Bouwjaar:1972 Ontwerper:G. van Schaik Zillesen (tekening via Eduard & Co. Amsterdam)
Werf:Eigen bouw G. Schut Werf plaats:Meppel
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:Staal Materiaal kajuit:Staal
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:Kielbalk

Afmetingen

Lengte stevens:7,40 m Breedte berghout:3,00 m
Diepgang:0,52 m Masthoogte water:11,80 m
Oppervlakte grootzeil:25,40 m2 Oppervlakte fok:15,80 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:41,20 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1971 – 1978 G. Schut (bouwer en 1e eigenaar), Meppel ( Halve Maan)
1978 – 2000 H.M.J. Veringa, Dordrecht ( Halve Maan)
2000 – 2001 H. Schwarz, Spaarndam ( Halve Maan)
2001 – Nu (laatst bekend) J.H.M. Burgers en G.W.R.M. van Rijckevorsel, Amsterdam ( De Halve Maan)

Geschiedenis

1971

1971

1971: Eduard & Co (Amsterdam) in scheepsbenodigdheden

Honderd jaar geleden al was de Gelderse Kade in Amsterdam het erkende bolwerk van de handelaren in scheepsbenodigdheden. In het gebied rond de Schreierstoren werden tal van zaken gevestigd, die scheepswaren leverden aan de voor de kade afgemeerde zee- en binnenschepen. Nu nog zijn er in dit gedeelte van Amsterdam vele zaken te vinden, waar het binnen nog gezellig naar touwwerk ruikt, waar de scheepse sfeer als het ware te proeven is. In het jaar 1882 dreef Hein Tiggers een bloeiende zaak in scheepsbenodigdheden, aan de befaamde Gelderse Kade. Zijn twee oudste zoons namen in 1917 het bedrijf over. Eduard Tiggers, de vader van de tegenwoordige zaak aan de Kromme Waal, zag in de dertiger jaren steeds meer brood in de jachtsector. Er was veel vraag naar speciale beslagen voor jachten en jachtjes. Tot dan moest men zulk beslag laten maken door een smid of een bankwerker. Het beslag, dat in de scheepsbenodigdhedenzaken gekocht kon worden, was duidelijk voor de beroepsvaart bestemd: te zwaar en esthetisch op laag niveau. Tiggers Sr. kreeg wel mooi beslag onder ogen. In de toenmalige Sixhaven lag de crème de la crème op het gebied van jachtbouw. Op die schepen was nogal eens Engels en Amerikaans beslag gemonteerd en juist die (voor die tijd uiterst progressieve) pronkstukjes interesseerden Tiggers in hoge mate. Hij maakte er copiën van, bracht zelfs verbeteringen aan en kreeg al spoedig naam in de jachtwereld. Anno 1971 is er wel veel veranderd in de zaak aan de Kromme Waal, die de naam Eduard & Co draagt. (De zaak draagt de voornaam van Tiggers Sr.).

Tekeningen

Een dubbeldikke catalogus komt op tafel. Vol trots bladert Tiggers door het boekwerk, af en toe een bladzijde aanstippend: mooi scheepje, veel verkocht of: volgend-jaar brengen we een wat modernere versie uit. Tiggers doelt op de tekeningen-catalogus, waarin ongeveer 250 ontwerpen zijn opgenomen. „We zijn er voor de oorlog eigenlijk al mee gestart", zegt Tiggers. „Bijna alle ontwerpen stammen van de tekentafel van Gijsbregt van Schaick Zillesen. Men kan tekeningen bestellen voor een bijbootje van 2,35 m, maar ook voor een kruiser van 18,00 m. Bij vrijwel alle ontwerpen is een bouwhandleiding geschreven, om het de zelfbouwer gemakkelijker te maken. Ook in die ontwerpen signaleren we een zekere evolutie. We proberen aan de vraag van het publiek te voldoen, door ieder jaar een 10 tot 15 ontwerpen aan de collectie toe te voegen, terwijl dan tevens verouderde ontwerpen uit de lijst worden geschrapt. Tekenend voor het tegenwoordige comfortbesef is de vraag naar schepen met stahoogte. Ook moet er, als de binnenruimte dat maar even toelaat, een gesepareerd toilet aan boord zijn. Het leuke is, dat we door die ontwerpen vaak een fijne klantenbinding krijgen. Het gebeurt vaak, dat iemand uit b.v. het zuiden tijdens een bezoek aan Amsterdam even bij ons binnenwipt om te vertellen over zijn afbouw project en je kunt er verzekerd van zijn, dat hij en passant een stukje beslag aankoopt. Ook met de jeugd hebben we goed contact. Voor de heel kleinen hebben we achter de toonbank altijd lollies klaarstaan . . ."

Opzet van Eduard & Co

Al met al vergt een bedrijf - in de opzet van Eduard & Co - enorme investeringen. In de magazijnen onder de verkoopruimte treffen we een extra voorraad artikelen aan, zodat men ook op topdagen niet „zonder" komt te zitten. Het kan erg druk worden in de nieuwe showroom (geopend op 16 februari 1970), maar altijd kunnen de verkopers het bijbenen. „Watersporters zijn geduldige mensen, ze wachten rustig hun beurt af. Ze vinden dat echt niet erg, er is in de zaak immers zoveel te zien . . ." 

2005

2005

2005: De Boeier 'De Halve Maan' in het boek 'De Boeier' van Dr. Ir. J. Vermeer

Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn boek 'De Boeier' het volgende over 'De Halve Maan':
De boeier is gebaseerd op tekeningen van Van Schaik Zillisen uit 1942 (ontwerp onder de naam "Boeier Joseph"). De tekeningen waren gekocht bij de firma Eduard & Co aan de Kromme Waal in Amsterdam. De bouwer G. Schut (1933) te Meppel, scheepstimmerman van beroep met grote interesse voor schepen, bouwde de boeier als liefhebberij in drie jaar tijd in zijn achtertuin. Elektrisch lassen leerde hij zich al doende bij het opzetten van de spanten, wrangen en schotten. Teneinde boven het hoofd lassen te vermijden werden aan de voor- en achtersteven flinke pijpen gelast; na het in wording zijnde schip om een horizontale as 180° gedraaid te hebben konden toen de bodemplaten gewoon onderhands gelast worden.

Alle beslag, zoals vingerlingen, zwaardbeslag, helmstok, puttings en mastkoker, evenals de blokken, kluisborden, beretanden, mastplank en roerleeuw zijn door de bouwer zelf gemaakt. De rondhouten zijn van Van der Neut, de zeilen van De Vries, beiden in Lemmer. De tewaterlating vond plaats in 1972.
De thuishaven van "De Halve Maan" was Mep-pel. Hij werd uitsluitend voor pleziervaart gebruikt, niet voor wedstrijden. Het vaargebied was de Kop van Overijssel en in vakantietijd het IJsselmeer en Friesland; vanwege het beperkte motorvermogen werden de grote rivieren gemeden. Aan evenementen of zeilwedstrijden werd niet deelgenomen.

In 1989 werd "De Halve Maan" eigendom van H.M.J. Veringa te Dordrecht. Deze voer er normali-ter mee op de grote rivieren en de Brabantse Bies-bos. Tijdens vakanties doorkruiste "De Halve Maan" het hele land, van de Wadden tot Zeeland. De heer Veringa meldde ons de tuigage te hebben vereenvoudigd: de Huiver werd verwijderd en met een iets langere botteloef en grotere fok is de boeier goed te zeilen door één persoon. Ook werd een krachtiger motor ingebouwd, wat voor de vaart op de benedenrivieren een noodzakelijkheid is. De heer Veringa nam met "De Halve Maan" deel aan de zomerreünies van het stamboek in 1991 in Dordrecht, in 1992 in Warmond en 1993 in Den Briel, alsook aan SAIL-Amsterdam in 1995. Door ziekte gedwongen moest de heer Veringa de boeier eind 2000 van de hand doen. De nieuwe eigenaar werd de heer H. Schwarz te Spaarndam. Deze deed hem in 2002 over aan de heer en mevrouw Van Rijckevorsel-Burgers te Amsterdam.

Technische gegevens

Hoofdafmetingen

  • Lengte over de stevens    7,35 m
  • Grootste breedte over de berghouten 3,17 m
  • Holte op het grootspant    1,20 m
  • Diepgang    0,52 m
  • Zeiloppervlak: grootzeil + fok    41,2 m2
  • Kluiver    n.a.

Bijzonderheden

  • kiel 7,5 bij 7,5 cm
  • licht gepiekt in voor- en achterschip
  • V-vormig grootspant
  • vlaktilling 5°
  • vrij ver naar buiten liggende ronde kimmen
  • houtsnijwerk op kluisborden en beretanden
  • spreuk op bovenrand kajuit
  • roer bekroond met leeuw

Opmerkingen

Een fraai gelijnd schip, betrekkelijk breed, mooie zeeg.

2005

2005: Spiegel der Zeilvaart februari 2005 nummer 1 - Boeier 'De Halve Maan'

Werkelijk vernuftig was hoe Schut op de voor- en achtersteven in de hartlijn kokers had gelast. Deze rustten op de bouwstelling, zodat de romp in elke gewenst stand in zijn stelling kon draaien! In 1972 ging het strak gelaste scheepje met een hijskraan hoog over de huizen te water. Van der Neut leverde de rondhouten, daarna volgden nog vijf jaren voor het uit eikenhout vervaardigen van het roer en de zwaarden. De essen blokken met gesmeed buitenbeslag kwamen evenmin uit het winkelschap. Schut vervaardigde alle twintig stuks eigenhandig, inclusief de gebeeldhouwde kluisborden en het mastbord, waarin hij de symboliek van zijn achternaam en die van zijn vrouw kunstig verwerkte! Voor het achterbeschot van de kajuit en de koekoek diende een partij oude, eikenhouten karnvaten van een opgedoekte melkfabriek. De massief bronzen patrijspoorten kwamen voor een zacht prijsje van een sloperij van binnenvaartschepen.
In 1977 was De Halve Maan dan toch eindelijk zeilklaar en trok de familie Schut er met hun vier kinderen twaalf seizoenen op uit in Overijssel en Friesland.

pdf SdZ Februari 2005 nr01 - Boeier de Halve Maan.pdf

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht