De Jonge Minne

De Jonge Minne

Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn boek "Tjotters en Boatsjes":
De boot voor Rosier is de oudste fjouweracht van de Van der Zee's, die bewaard gebleven is (als we de tjotter "Wilhelmina" van 1883 buiten beschouwing laten, omdat deze als werkboot voor de Friese Provinciale Waterstaat is gebouwd). In het dagboek van de werf staan de maten zeer uitvoerig genoteerd, uitgebreider den bij menige eerder gebouwde boot. Opmerkelijk is de vermelding berghout in het bestek. We hebben eerder uiteengezet dat deze tjotter waarschijnlijk oorspronkelijk is uitgevoerd met een houten stootrand, die later door een metalen moet zijn vervangen. Zoals wij zullen zien, heeft zij, met inachtneming van kleine wijzigingen, voor latere fjouwerachten tot voorbeeld gediend.

Bij ons weten is het artikel van E.G. Duyvis getiteld "De fjouwerachten van Eeltje Holtrop van der Zee en Auke van der Zee", verschenen als een der eerste monografieën van het Stamboek en ook opgenomen in het jaarboek over 1973/74 van het Fries Scheepvaart Museum, de eerste verantwoorde publicatie over dit onderwerp. De schrijver was enkele jaren tevoren eigenaar geworden van een fraaie tjotter, die door alle deskundigen op grond van bouwkenmerken en de vorm van het houtsnijwerk als onmiskenbaar afkomstig van de Jouwster helling was gekarakteriseerd. Omdat de directe aansluiting naar vooroorlogse eigenaren niet meer te achterhalen was, heeft de nieuwe eigenaar toch lang geaarzeld zijn tjotter te identificeren als "De Jonge Minne" van Rosier. Door zorgvuldig wegstrepen van alle andere mogelijkheden bleef echter geen andere keuze over! Schrijver dezes kan zich met deze identificatie geheel verenigen.

Eigenschappen

Plaquette nummer:276 Zeil nummer: RE5
Categorie:A Tekening nummer:
Type:Tjotter

Bouw

Bouwjaar:1887 Ontwerper:E. Holtrop van der Zee
Werf:E. Holtrop van der Zee Werf plaats:Joure
Motor:Buitenboord Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:4,90 m Breedte berghout:2,41 m
Diepgang:0,40 m Masthoogte water:9,15 m
Oppervlakte grootzeil:27,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:27,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1887 – 1909 I. Rosier, Warga ( De Jonge Minne)
1909 – 1922 C.J. Doude van Troostwijk, Loenen a/d Vecht ( Wolja)
1922 – 1935 Dhr. Schneider, Bussum ( Molle)
1950 – 1956 A.C. van Beugen, Utrecht ( Marjan)
1956 – 1957 G.Th. Kortbeek, Utrecht ( Marjan)
1957 – 1960 J. Krijgsman, Aalsmeer ( Jan)
1960 – 1963 J. van der Sloot, Amsterdam ( Jan)
1963 – 1970 Ph.A.M. Heukensfeldt Jansen, Amsterdam ( Jan)
1970 – 1989 E.G. Duyvis, Koog a/d Zaan/Heiloo ( De Jonge Minne)
1989 – Nu (laatst bekend) D.G. Bleeker - Duyvis en J.C. Bleeker, Wormer ( De Jonge Minne)

Geschiedenis

1925

1955

1955

1955: 'De Jonge Minne' in het Stamboekarchief

1997

1997

1997: De 'Jonge Minne' in het boek "Tjotters en Boatsjes" van Dr. Ir. J. Vermeer

Opdrachtgever Ids Rosier

Ids Rosier, de eerste eigenaar, was bakker te Warga en, zoals verschillende van zijn beroepsgenoten, een fervente wedstrijdzeiler. In zijn boekje over Sneeker Hardzeildag voert Halbertsma als verklaring aan, dat de beoefenaren van het bakkersberoep na hun vroeg aangevangen arbeid, elke dag 's-middags enige vrije uren aan hun hobby konden besteden. Met name in Sneek waren destijds verschillende broodbakkers onder de bekende wedstrijdzeilers. Zo ook Ids Rosier: De bewaard gebleven deelnemerslijsten van de zeilverenigingen "Oostergoo" en "Sneek" getuigen hiervan. Reeds in 1887 zeilt Rosier met "De Jonge Minne" zijn eerste wedstrijd in Grouw en komt daar met tussenpozen terug tot 1905. Sneeker Hardzeildag bezoekt hij regelmatig gedurende een periode van 18 jaar, in 1906 voor het laatst. In deze wedstrijden behaalde hij vele prijzen. Enige jaren later blijkt "De Jonge Minne" te zijn verkocht naar Holland, op welke wijze weten wij niet. De hierna beschreven lotgevallen zijn ontleend aan de monografie van Duyvis en aan de correspondentie die wij aantroffen in het dossier, dat wij van zijn zoon ter inzage mochten ontvangen.

De 'Jonge Minne' in Holland: eigenaar C.J. Doude van Troostwijk in Loenen a/d Vecht

"De Jonge Minne" werd in 1909 eigendom van de burgemeester van Abcoude/Baambrugge, C.J. Doude van Troostwijk te Loenen a/d Vecht, een van de op­richters en eerste voorzitter van de Koninklijke Water­sport Vereniging "Loosdrecht" (1912). De Loosdrecht­se Plassen werden nu haar vaargebied. De nieuwe eigenaar veranderde de naam in "Wolja" en liet haar als wedstrijdjacht registreren bij het watersportverbond, waarbij zij het zeilnummer 5OF toegewezen kreeg. In wijde omtrek werd aan zeilwedstrijden deelgeno­men, zoals blijkt uit verslagen in het in 1912 nieuw-opgerichte tijdschrift "De Watersport" en uit bewaard gebleven deelnemerslijsten van de betreffende zeil­verenigingen; wij vermelden hier de wedstrijden van de Kon. Ned. Zeil- en Roeivereeniging op het IJ voor Amsterdam in 191210 en 1916, van de Zeilvereeniging "Hollandia" op de Braassemermeer in 1913" en 1914, voorts die van Watersportver. "Westend" op de West­einderplas in 1918. Dit waren de jaren, toen ook in Holland nog vrij veel tjotters in wedstrijden aan de start verschenen. In het blad "De Watersport" van 1922 komt een foto voor van de "Wolja" zeilend op de Loosdrechtse Plassen.

Dhr. Schneider uit Bussum wordt eigenaar. Tussen 1935 en 1950 zijn de eigenaar nog niet bekend.

Na het overlijden van de heer Doude van Troost-wijk in 1921 verkopen de erfgenamen de tjotter aan de heer Schneider, accufabrikant te Bussum, volgens een brief in bovengenoemd dossier in 1922. De naam zou toen zijn veranderd in "Molle". Echter, het Nederlandsch Jachtregister van 1924-1925 vermeldt als eigenaar van de "Wolja" C.J.B. Doude van Troostwijk te Rotterdam. Hoe dit zij, het is zeker, dat de tjotter in 1935 op de werf van Dubbeld te Knollendam weer een nieuwe eigenaar kreeg; diens naam heeft Duyvis niet kunnen achterhalen. Hierna volgt dus het hiaat, waardoor de identificatie aanvankelijk bemoeilijkt werd, zoals hierboven uiteengezet.

Rij van opeenvolgende naoorlogse eigenaren

De vroegste in de rij van opeenvolgende naoorlogse eigenaren, die Duyvis heeft kunnen achterhalen, was A.C. van Beugen, woonachtig te Utrecht. Deze zou de tjotter omstreeks 1950 hebben gekocht. Na zijn overlijden in 1956 verkocht zijn weduwe de toen "Marjan" geheten tjotter aan G.Th. Kortbeek, eveneens te Utrecht, die haar echter het volgende jaar reeds weer overdeed aan J. Krijgsman te Aalsmeer. Zij kreeg nu de naam "Jan". In 1960 komt de "Jan" in goede handen. De nieuwe eigenaar is J. van der Sloot te Amsterdam, die de in slechte staat verkerende tjotter laat restaureren door vakmensen van de scheepswerf G. de Vries Lentsch in Amsterdam. Zij wordt dan onder plaquettenummer 276 opgenomen in de schepenlijst van het Stamboek. Waarom in 1963 de "Jan" weer wordt verkocht, weten we niet. 

De 'Jonge Minne' in 1963 op de Hiswa

Eigenaar is nu Ph.A.M. Heukensfeldt Jansen, directeur van de verzekeringsmaatschappij "Diligentia". Op de HISWA-tentoonstelling van 1963 wordt de pas gerestaureerde tjotter als blikvanger in de stand van deze maatschappij geëxposeerd en trekt daar veel belangstelling. In een brief aan de secretaris van het Stamboek" oppert de eigenaar de mogelijkheid dat zijn tjotter zou kunnen zijn gebouwd door Eeltje Holtrop van der Zee.

De pas gerestaureerde tjotter als blikvanger op de Hiswa
De pas gerestaureerde tjotter als blikvanger op de Hiswa

De 'Jan' in de Waterkampioen van april 1963 nummer 1098

Wat verleden jaar node werd gemist, was nu op de Hiswa te vinden: op verschillende plaatsen zagen wij de groot-zeilen met hun gebogen gaffels en de spitse trommelstokken met de lange wimpels aan de masten van jachten van oud-Nederlandse types. Dat zal zeker velen deugd hebben gedaan, al hadden wij graag het mooie Friese jacht willen zien, dat het Stamboek beschikbaar had, maar waarvoor de tentoonstellingscommissie geen plaats schijnt te hebben kunnen vinden. Maar nu waren wij dankbaar voor de aanwezigheid van een mooie 4,80 meter tjotter op de stand van de Verzekerings Maatschappij Diligentia. Deze boot was blijkbaar met liefde gerestaureerd en trok terecht veel belangstelling. 

De familie Duyvis eigenaar van de 'Jonge Minne'

Tenslotte wordt E.G. Duyvis te Koog a/d Zaan in 1970 eigenaar van de "Jan". Na veel speurwerk komt hij tot de overtuiging, dat deze tjotter geen andere kan zijn dan "De Jonge Minne", gebouwd voor Ids Rosier. De oude naam wordt dan ook in ere hersteld. De familie Duyvis bezit een zomerwoning annex botenhuis aan de Vliet nabij Workum, zodat de tjotter terugkeert naar haar geboorteland Friesland. Vanaf 1972 neemt "De Jonge Minne" elk jaar deel aan de Regionale Reünie van ronde jachten en schouwen in Heeg. De eigenaar heeft van haar een fraai model laten bouwen. Na het overlijden van de heer Duyvis blijft de tjotter in het bezit van de familie.

Het model
Het model

Technische gegevens

Hoofdafmetingen

  • Lengte over de stevens    4,90 m
  • Grootste breedte buitenkant huid    2,41 m
  • Holte op het grootspant    1,00 m
  • Zeiloppervlak: grootzeil + fok    27,0 m2

Bijzonderheden

  • kielbalk
  • over de gehele lengte gepiekte bodem
  • vlaktilling 8,5°
  • kielgang + 7 huidgangen
  • laag voordek van geverfde losse delen
  • fraai snijwerk op boeisels en bedelbalk; de hand 
  • greep van de helmstok heeft de vorm van een druiventros
  • naam geschilderd op de hennebalk
  • breed roer met gesneden vogel
  • veel koperbeslag

Opmerkingen

Deze tjotter heeft tot voorbeeld gediend voor latere door Eeltjebaas gebouwde fjouwerachten. In de werfboeken wordt namelijk enige malen uitdrukkelijk naar de boot van Rosier verwezen (zie bij "De Twa Sisters" en bij "Triton"). Blijkbaar was voor volgende opdrachtgevers de boot van Rosier een nastrevenswaardig voorbeeld. De enige afwijking is, dat de latere tjotters iets sterker zijn gepiekt: vlaktilling ca. 14° tegen 8,5° bij "De Jonge Minne". Het in het bestek vermelde berghout is sinds lang vervangen door een metalen stootrand, zoals de andere Van der Zee-tjotters ook hebben. Wanneer en waar dat is gebeurd weten we niet. Duyvis zegt daar niets over; hij vermeldt zelfs niet dat in het bestek een berghout wordt genoemd. De sporen ervan dat het eens aanwezig was zijn echter nog altijd zichtbaar. Het liggende vlak van de huidige stootlijst is in vergelijking met de zusterschepen buitenproportioneel breed. Dit lijkt een extra argument - voorzover nog twijfel zou bestaan - dat "De Jonge Minne" inderdaad het schip van Ids Rosier is.

2000

2000

2000: Fotoalbum

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht