De Vlieger HK6

De Vlieger HK6

Eigenaar Evert van der Meer schrijft:
In het voorjaar van 2013 werd een 'Hollandse boot' op marktplaats aangeboden. Ik was op dat moment op zoek naar een geklonken open boot om te restaureren. Hoewel enigszins sceptisch vanwege het aantal weggerotte spanten werd de koop gesloten en was ik de trotse eigenaar. Mij was bekend dat de boot jarenlang had gelegen bij de Museumhaven in Woudrichem. Ik zocht contact met de havenmeester Koos Persoon, deze vertelde dat de Hollandse boot (zoals ik toen nog dacht) ooit, volgens de dorpelingen, was komen aandrijven bij Woudrichem, later als voetveer had gediend om tenslotte bij de museumhaven te belanden. 

Daarna kreeg ik tijd om de boot uitvoeriger te bekijken. De meeste dwarsspanten op de bodem waren over de gehele boot weggerot of in zeer slechte staat. Onder het geklonken potdeksel en bij de kniespanten zat op sommige plaatsen een centimeter roest en de boot was aan de onderzijde gedubbeld. Maar er waren ook een paar mooie bijzondere kenmerken. Het geklonken potdeksel was van halfrond ijzer in plaats van het later bij Hollandse boten gebruikte hoekijzer, dit duidde op een zeer oud type. Tevens waren er interessante sporen zoals een rechthoekige uitsparing in één van de voorste dwarsspanten en resten van een hooggeplaatst gelast dwarsspant die zouden kunnen duiden op een later geplaatste mastbank. Ook een kleine oude motorfundatie en een vervangen deel in de scheepshuid in de achtersteven liet raden dat het scheepje meerdere functies had gehad. 

Eigenschappen

Plaquette nummer:2243 Zeil nummer:
Categorie:B Tekening nummer:
Type:Vlieger

Bouw

Bouwjaar:1900 <> Ontwerper:
Werf: Werf plaats:
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:IJzer Materiaal kajuit:
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip:Knikspant Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:5,75 m Breedte berghout:1,75 m
Diepgang:0,60 m Masthoogte water:4,65 m
Oppervlakte grootzeil:14,00 m2 Oppervlakte fok:6,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:20,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

2013 – Nu (laatst bekend) E.J. van der Meer, Harderwijk ( De Vlieger HK6)

Geschiedenis

2015

april 2015

april 2015: Het verhaal van 'De Vlieger HK6'

De aankoop

Na contact met een botenliefhebber, een neef van mijn vrouw, bevestigde deze mijn vermoeden. De ranke en aparte vorm van het 5.75 meter lange en 1.75 meter brede scheepje was uniek. Dezelfde week was de afspraak gemaakt en ging ik samen met mijn vrouw naar Dalfsen om het bootje te bekijken. De boot was volgens de handelaar in een redelijke staat. Een likje verf en het vervangen van een aantal spanten zou volstaan. De oude eigenaar zorgde voor het transport en al snel stond de boot in Harderwijk achter de school waar ik werk.

Discussie over het scheepstype

Een bezoeker van de schoolsite, die het restauratieproject van mij en de leerlingen volgde, zette mij op het goede spoor. Hij berichtte mij dat het om een 'Vlieger" in plaats van een "Hollandse boot" zou gaan. Een kenner mailde dat de 80-jarige Maurice Kaak, scheepskenner en schrijver van talrijke artikelen, wellicht meer informatie over dit type boot zou kunnen geven. Via het scheepsmuseum in Baasrode (België) kwam ik achter het telefoonnummer. Dhr. Kaak verzekerde mij dat als ik enkele foto's zou sturen hij zou kunnen aangeven of het om een Hollandse boot of een Vlieger zou gaan.

Het eerste contact met Maurice Kaak in januari 2014

Geachte heer van der Meer,
Proficiat voor het initiatief deze klassieke werkboot op te knappen met jongeren. Als we het vakmanschap van vroeger willen behouden Is het inderdaad nodig dc huidige jonge generatie erbij te betrekken. De boot in kwestie is geen Hollandse boot, maar zoals U terecht veronderstelde een vlieger. Hoewel beide de aakachtige opbouw van voor- en achterboeg gemeen hebben. zijn de verschillen wel duidelijk, ook wat de aakvorm aangaat. Dc Hollandse boot is voorzien van een breed vlak dat eindigt met kort op buigende boegen, hetgeen hem een stoer uiterlijk geeft. De vlieger daarentegen heeft een smaller vlak en lange overhangen, wat hem sierlijker maakt. Het zijboord van de Hollandse boot staat bol, terwijl dat van de vlieger bestaat uit een platte, schuin staande plank. De holle zeeg van de vlieger trekt voor en achter de overhangen sterk omhoog, zodat een banaanachtig profiel ontstaat; zeer kenmerkend voor deze soort. De Hollandse boot heeft altijd een zetboord boven het boeisel, bij de vlieger is dit toevoegsel eerder een uitzondering. Uw boot beschikt ook over een zetboord. Het is uit de boeiselplaat gesneden en voorzien van een lichte binnenwaartse knik. In de tijd van de houtbouw waren beide types nog beter van elkaar te onderscheiden door de specifieke afwijkingen van de houtconstructies.
Toen ik in Uw schrijven een lengte van 5,75 m. zag staan, wist ik al meteen dat het geen schippersboot kon zijn. Schippers kozen voor een kleinere maat. De afmetingen lagen tussen de 3.50 m. en 4,50 m. Een schipper moest al een zeer bijzondere reden hebben om zich een boot van 5 m. aan te schaffen. Het relaas in de streekkrant betreffende de verschillende bestemmingen die de boot in zijn bestaan heeft gehad, bevestigt deze vaststelling.
In hoofdzaak de vlieger. en ook wel in zekere mate de Hollandse boot behoort tot de kleine verwanten van de Duitse Rijnschepen, zoals de Rijnaak, de Keen de Moezelschepen en veel vroeger de beitelschepen. De lange overhangen van de vlieger waren zeer praktisch, naar men beweerd, om kops op zandige oevers aan te leggen en droogvoets op- en af  te stappen. De vlieger was in Nederland sterk vertegenwoordigd langs de armen van de Rijn en in België op de Maas. In andere delen van beide landen kwam de vlieger ook wel voor, maar was daar meer een vreemde eend in de bijt. Andere, plaatselijke types overheersten. Op oude prentkaarten van de Belgische Maas ziet men steevast binnenvaartschepen met een kleine vlieger op sleeptouw en op prentkaarten met zicht op de Duitse en Nederlandse Rijn, zijn de grote aken altijd vergezeld van een vlieger of soortgelijke bootjes.
Meer informatie vindt U in het welgekende boek "Schepen die verdwijnen" van P.J.V.M. Sopers op blz.134-158, en in het boek "Verdwenen schepen" van G.J. Schutten op blz. 316.
Ik hoop U hiermee van dienst te zijn geweest,
Vriendelijke groeten,

Maurice Kaak

Na het sturen van foto's een handgeschreven brief

Dhr. Kaak stuurde naar aanleiding van de foto's een ouderwets getypte brief met informatie over de boot. Het ging inderdaad om een Vlieger. De Vlieger behoort tot de kleine verwanten van de Duitse Rijnschepen, zoals de Rijnaak, de keen en veel vroeger de beitelschepen. Het verschil met de Hollandse boot was volgens dhr. Kaak met name de banaanachtige vorm, de lange overhangen, de geringe breedte en de lengte boven de 5 meter. Door de lange overhangen was de vlieger geschikt om aan te leggen bij zandige rivieroevers en kon men daardoor gemakkelijk op- en afstappen. 

pdf Een ouderwets getypte brief met informatie over de boot van Maurice Kaak

Vlieger i.p.v. Hollandse boot

De Hollandse boot daarentegen had een breed vlak met kort opbuigende boeien en een zetboord boven het boeisel. De vlieger had in principe geen zetboord. Echter heeft, volgens dhr. Kaak, mijn vlieger een uit boeiselplaat gesneden zetboord met lichte binnenwaartse knik. Iets wat niet gewoon was voor een vlieger. Deze nieuwe informatie gaf voldoende aanknopingspunten om nog eens verder te zoeken.

Op de site van 'Goedespoorwaspik' over verdwenen scheepstimmerwerven staat een foto van een houten vlieger ook wel vliegert genoemd. De site gaf de volgende aanvullende informatie. De naam Vlieger is ontstaan, omdat het scheepje door zijn bouw als het ware over het water vloog. Het was een bijboot voor de grotere Maas- en Rijnschepen, die ook de Zeeuwse stromen bevoeren. De vlieger werd vaak gebruikt voor het vrijhouden van de jaaglijn van het struikgewas aan de oever. Ook was de vlieger als bijboot geschikt om te 'stevelen'. Deze techniek bestaat uit het eenvoudig 'kop voor nemen' en laten drijven. 'Kop voor nemen' werd gedaan door, het voor anker liggende schip, met de vlieger met meestal twee man aan de riemen kop 'over stroom' te roeien. Dat wil zeggen dat de kop van het schip zodanig werd rondgetrokken, dat het schip geheel in de lengterichting stroomafwaarts dreef. Het grote schip kon dan optimaal gebruik maken van de stroming. 

Maar met sommige vliegers kon ook worden gezeild. Typerend is dat de zeilende uitvoering ook uitsparingen voor roeiriemen had. De oorsprong van de vlieger ligt waarschijnlijk in Dorsten, een plaats aan de Lippe in Duitsland. De getoonde vlieger, daar aak genoemd, had een lengte had van 5 tot 9 meter, een sprietzeil, fok en zijzwaarden. 

Vlieger in Duitsland
Vlieger in Duitsland

Het restauratieproject

De zeilende uitvoering had mijn aandacht en gaf richting aan het restauratieproject. Maar hoe verder?  Na het wegslijpen van de halfvergane dwarsspanten twijfelde ik steeds meer. De geklonken ijzeren huid toonde hier en daar behoorlijke putcorrosie. 

Advies was gewenst. De eigenaar van de plaatselijke scheepswerf en de eigenaar van het plaatselijke straalbedrijf kwamen kijken. Beiden gaven aan dat er voldoende huiddikte was. De boot werd opgeladen, gestraald en in de epoxyprimer gezet. 

De gedubbelde bodem bleek dunner dan verwacht. Opnieuw een tegenvaller en een lastige keuze. Investeren of oplappen. Ik besloot tot het eerste. Het totale onderwaterschip werd door de werf bekleed met 4mm dikke plaat. 

De nieuwe mastvoet
De nieuwe mastvoet

Lassen of klinken

Sommige liefhebbers zouden wellicht gekozen hebben voor het opnieuw klinken van nieuwe platen. Echter om de binnenkant van het schip volledig in tact te houden besloot ik voor dubbelen. Hiermee wilde ik voorkomen dat alle sporen grotendeels zouden verdwijnen. Het snijden van de platen voor de huid en het daarna lassen van het 100 jaar oude zogenaamde 'puddelijzer' nam een week in beslag. Het viel tegen, door het hoge koolstofgehalte in het oude ijzer vroeg het lassen om extra aandacht.

Nu nog het roer, op de oude foto van de houten vlieger is geen roer te zien. Om de karakteristieke sterk oplopende zeeglijn zichtbaar te behouden werd op advies van de werfbaas een roerkoning en een scheg in de achtersteven geplaatst. Het roerblad bevindt zich hierdoor geheel onder water. De oude motorfundatie werd weggeslepen en maakte plaats voor een stevige fundatie. Een kleine 1 cilinder Ruggerini werd geplaatst. De eigenaar van het straalbedrijf raakte enthousiast over de restauratie en zette de boot kosteloos in de zwarte tweecomponenten DTM verf.Een bevriende timmerman maakte de banken, vlonders en motorkist.

Mastvoet en tuigen

Ondertussen vond ik in een oude Bokkepoot (nr. 62) een mooie bouwtekening van houten zwaarden. De tekening werd aangepast en de zwaarden inclusief zwaardklampen werden van Frans eikenhout vervaardigd. De plaatselijke smid smeedde twee authentieke haken voor de ophanging. Het bepalen van de plaats van de mastbank was moeilijker. Ter hoogte van de oude sporen en rekeninghoudend met het onderlijk van het grootzeil werd een eigen ontworpen mastkoker en mastbank geplaatst. Van een bekende nam ik namelijk een puntermast met bruine zeilen over. Dit paste goed in het restauratieplan. De zeilende vlieger had immers ook een ongestaagde mast en een sprietzeil. 

De tewaterlating

De eerste te waterlading was spannend, de aanpassingen hadden voor een behoorlijke gewichtstoename gezorgd. Het viel mee, 4 volwassenen aan boord blijkt geen probleem. Een historische ligplaats in de oude haven van Harderwijk was ondertussen geregeld. Na anderhalf jaar was de restauratie voltooid. Ik vergeet nooit het spannende moment waarop ik de mast plaatste en de spriet in het zeil stak. Bij windkracht 2-3 zeilden we voor het eerst met losse broek op het Wolderwijd. De opgestoken duim van een andere zeiler was het eerbetoon aan de 'Vliegert'.

pdf Het verhaal van Evert van der Meer in de Bokkepoot, maart 2015

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht