De Vriendschap

De Vriendschap

Dit schip vertoont de kenmerken van een vroeg negentiende-eeuws vrachtscheepje bestemd voor de Friese binnenwateren. Het is zeer slank. De kop is wat de Friezen slûch noemen, betrekkelijk laag. De zeeg is gering. De schepenlijst van 1997 van het stamboek schrijft dit schip toe aan Eeltje Holtrop, bouwjaar 1832. De toeschrijving is volgens ons een niet-onderbouwde veronderstelling, het bouwjaar daarentegen staat wel vast.

Een in 1992 gestuurde brandbrief aan het bestuur van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten leidde er toe dat het schip in eigendom kwam van de heer Kees Hos te Westerland. Onder diens handen heeft het schip in de afgelopen jaren een totale vernieuwing ondergaan, waarbij de roef werd verwijderd en de oorspronkelijke toe stand van open Fries jacht hersteld. Op zaterdag 17 juni 2000 werd het gerestaureerde jacht feestelijk te water gelaten. Terecht kende het bestuur van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten de heer Hos de W.H. de Vos-prijs toe.

pdf WH de Vosprijs voor Kees Hos in 2001

Foto gerestaureerd in het water na de tewaterlating in juni 2000
Foto gerestaureerd in het water na de tewaterlating in juni 2000
Overzicht bekende eigenaren tot 1990
Overzicht bekende eigenaren tot 1990

Eigenschappen

Plaquette nummer:134 Zeil nummer: RD88
Categorie:A Tekening nummer:
Type:Fries jacht

Bouw

Bouwjaar:1832 Ontwerper:Eeltje Taedzes Holtrop (?)
Werf:Eeltje Taedzes Holtrop (?) Werf plaats:IJlst
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:Kielbalk

Afmetingen

Lengte stevens:6,85 m Breedte berghout:2,45 m
Diepgang:0,40 m Masthoogte water:10,50 m
Oppervlakte grootzeil:21,09 m2 Oppervlakte fok:11,57 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:32,66 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1887 – onbekend P. Schenkius, Sneek ( Meeuw)
onbekend – 1893 H. van der Werff, Leeuwarden ( De Vriendschap)
1893 – 1905 G. Appeldoorn, Leeuwarden ( De Vriendschap)
1905 – 1910 A.D. Terwee, K. Bakker, Y. van Slooten en J. Marcus, Leeuwarden ( Meeuw)
1910 – 1916 Fa. Wester, Grouw ( Meeuw)
1916 – onbekend H.L. Morra, Leeuwarden ( Louise)
onbekend – 1952 J. Morra, Den Haag ( Louise)
1952 – 1959 W. Nieuwpoort, Sliedrecht ( De Vriendschap)
1959 – 1966 A.J. Mol, Rotterdam ( De Vriendschap)
1966 – 1970 F. Marckmann, Delft ( De Vriendschap)
1970 – 1979 F. en M.J. Marckmann, Delft/Utrecht ( De Vriendschap)
1979 – 1990 E. Pott, Utrecht ( De Vriendschap)
1990 – 1991 O.B. de Kriek, Utrecht ( De Vriendschap)
1991 – 1994 G. de Rooy, Utrecht ( De Vriendschap)
1994 – 1996 J.J. Sambrink, Lekkum ( De Vriendschap)
1996 – onbekend C.P. Hos, Westerland ( De Vriendschap)
2009 – Nu (laatst bekend) F.H. van Breest Smallenburg, Hemelum ( De Vriendschap)

Geschiedenis

1910

1910

1910: Afdruk van glasplaatnegatief foto van De Vriendschap met aan boord Y. van Slooten en verloofde.

De foto is gemaakt tussen 1905 en 1910. Negatieven afkomstig van Sietske van Slooten, Harkstede, dochter van Herman van Slooten.
De foto is gemaakt tussen 1905 en 1910. Negatieven afkomstig van Sietske van Slooten, Harkstede, dochter van Herman van Slooten.

1925

1952

17 november 1952

17 november 1952: Brief van C.J.W. van Waning aan eigenaar W. Nieuwpoort

1953

1953

1953: Foto uit de jaren-50

1953

1953: Het Fries jacht 'De Meeuw' in de Waterkampioen

Waterkampioen Geschiedenis Fries jacht De Meeuw 1953

Ik zal dit verhaal besluiten met een nog onopgelost raadsel van een scheepje, dat mogelijk Nederlands oudste jacht is en wel het Friese jacht "Meeuw". De heer W. Nieuw­poort te Sliedrecht schreef mij, dat hij in de zomer van 1952 een Fries jacht met de naam "Louise" kocht van de heer J. Morra te Den Haag.Zijn vader, de nota­ris H.L.Morra en lange jaren bestuurslid van "de Kaag", kocht dit scheepje, dat hij een tjotter noemde, in 1916 van R. Wester te Grouw. De naamplaat tegen de achterkant van de stuurstelling (hakkebord) vermeldde slechts de naam "Louise", doch haar oorspronkelijke naam zou "Meeuw" zijn geweest. Gevraagd: "Haar geschiedenis".

Het jachtregister 1924-1925 vermeldt de "Louise" als tjotter, lang 6,50 en breed 2,25 en als bouwjaar staat in extra dikke cijfers vermeld 1832. U begrijpt, dat ik hiervan opkeek; een tjotter van 120 jaar oud, komt men niet elke dag tegen en men zou geneigd zijn aan fantasie te - denken, ware het niet, dat dit jaartal destijds werd opgeschreven door de heer H.L.Morra, die als notaris uiteraard niet op ijdele gronden een geboortedatum zou opgeven.

pdf 0134 Waterkampioen Geschiedenis RD88 Fries jacht De Meeuw 1953.pdf

22 januari 1953

22 januari 1953: Briefkaart van H. Halbertsma aan eigenaar

1971

11 september 1971

11 september 1971: Pier Piersma restaureert Fries jacht van 1835

1995

1995

1995: Foto gemaakt in Leeuwarden 1995

1996

12 juni 1996

12 juni 1996: Van Leeuwarden naar Noord Holland

Het Brandmerk
Het Brandmerk
De uitleg van Het Fries Scheepvaart Museum in Sneek
De uitleg van Het Fries Scheepvaart Museum in Sneek

1997

maart 1997

maart 1997: SSRP Jaarverslag 1996 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 1996 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:
Na enkele omzwervingen kwam het jacht, door bemiddeling van het Stichtingsbestuur, in handen van de heer Hos in Westerland (Wieringen). Het schip is in zodanig slechte staat dat restauratie zal neerkomen op herbouw. Het schip was na verscheidene transporten behoorlijk scheef en dit wordt geleidelijk gecorrigeerd. Romp dus weer in de goede vorm gebracht en op stoppingen gezet. Gesloopt werden de voor- en achtersteven, de kielbalk en de vlakgangen. Er zijn inmiddels een nieuwe kielbalk en nieuwe voor en achterstevens geplaatst. De helft van de vlakliggers is vervangen door nieuwe. Er worden vervolgens enkele nieuwe vlakgangen aangebracht waarna de rest van de liggers vervangen zal worden. 
De totale restauratie zal enkele jaren vergen. 

1998

maart 1998

maart 1998: SSRP Jaarverslag 1997 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 1997 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:
Over deze restauratie werd ook al in het jaarverslag 1996 bericht. Het schip, een in het verleden tot boeier verbouwd Fries jacht, zal in meerdere jaren worden teruggebracht in de oorspronkelijke staat. Dit jaar moest eikenhout voor de krommers worden gezocht en deze winter wordt het vervangen van inhouten en huidgangen voortgezet.

De heer Hos vond in het Fries Scheepvaart Museum een spant uit het achterschip van "De Vriendschap"; tijdens een eerdere restauratie vervangen, waarop duidelijk brandmerken van de belastingdienst uit het midden van de 19e eeuw zijn te zien. 

26 maart 1998

26 maart 1998: In de Wieringer pers: Wieringer redt historisch jacht uit de kachel

WIERINGEN - De liefde voor schepen zat er al vroeg in bij Kees Hos, Als jongetje liet hij klompjes met een zeil te water, op latere leeftijd bouwde hij eigenhandig een schip. Toen twee jaar geleden het uit 1832 daterende jacht De Vriendschap verloren dreigde te gaan, bracht Hos het naar Wieringen. "Niemand durfde er aan te beginnen. Ik dacht: dat is een mooi klusje voor als ik met de vut ben", vertelt Hos. Schuin achter Hos' woning te Westerland staat een houten loods. Bovenop prijkt een windwijzer, in de vorm van een rank zeilbootje. Tot het de wateren weer kan bevaren, is dit de behuizing van het Friese jacht De Vriendschap. De deur van de loods zwaait open. "Dit is het wrak", spot Hos met warme ondertoon. Bijna alle plek wordt ingenomen door De Vriendschap, of liever gezegd: wat daarvan over is. Veel is dat niet. Des te groter de bewondering voor de man die uit het niets weer het fiere jacht van weleer op wil bouwen. Zijn stoere taalgebruik verhult zijn liefde voor het bejaarde schip niet. Want in gedachten ziet hij uit de as van dat 'wrak' een prachtig nieuw exemplaar verrijzen. Bijna was De Vriendschap, een van de oudste schepen in het land, verleden tijd geweest. Het lag bij een beginnend jachtbouwer, wie het aan geld en tijd ontbrak om het schip te restaureren. "Er waren woeste plannen, maar er gebeurde niets", vertelt Hos. "Uiteindelijk werd besloten: we meten hem op en dan gaat ie de kachel in. Toen heb ik gezegd: Ben je helemaal mal geworden?"

1999

1999

1999: De verdere opbouw en de presentatie op de Klassieke Schepenbeurs in Spakenburg

maart 1999

maart 1999: SSRP Jaarverslag 1998 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 1998 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:
Dit jacht was bij de aanvang van de restauratie in 1996 in zo'n slechte staat, dat eerder van herbouw kan worden gesproken. De heer Hos verricht deze klus in eigen beheer. In dit verslagjaar heeft hij kans gezien, de romp tot de berg houten te vervangen. Daarbij is het vlak onder water volgens de traditionele bouwwijze met behulp van meer dan 700 vurenhouten pennen en 1400 eikenhouten deuvels, die allemaal met de hand moesten worden gesneden, resp. gestoken, vastgezet. Tevens werden een nieuw mastspoor, mastbank en mastkoker aangebracht. Naar het zich laat aanzien zal de restauratie in 1999 kunnen worden voltooid. 

2000

maart 2000

maart 2000: SSRP Jaarverslag 1999 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 1999 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:
Ook de meerjarige herbouw van het Friese jacht ‘de Vriendschap’ leidde in 1999 tot een grand finale. Op de klassieke schepen beurs in Spakenburg, waar de Vriendschap als blikvanger bij de ingang lag te pronken, konden de bezoekers aanschouwen hoe dit schip, dat een paar jaar terug nog in haveloze toestand verkeerde, nu in volle glorie als open jacht is herrezen.

 

 

Eigenaar Kees Hos heeft zelfs nieuwe brandijzers gemaakt teneinde in de nieuwe spanten weer dezelfde brandmerken aan te brengen als in de oude. Op een informatiezuil konden de beursbezoekers lezen over de betekenis en de achtergrond van deze merken, die in het kader van het recht van patent werden aangebracht. 

17 juni 2000

17 juni 2000: Na 3 jaar noeste arbeid de tewaterlating

In de baai van Brest op 15 juli 2000
In de baai van Brest op 15 juli 2000

2004

2004

2004: 'De Vriendschap', intussen teruggerestaureerd naar Fries jacht, in boek 'De Boeier' van Dr. Ir. J. Vermeer

De schepenlijst van 1997 van het stamboek schrijft dit schip toe aan Eeltje Holtrop, bouwjaar 1832. De toeschrijving is volgens ons een niet-onderbouwde veronderstelling, het bouwjaar daarentegen staat wel vast. Het Nederlandsch Jachtregister van 1924-25 vermeldt de 'tjotter' "Louise", eigendom van H.L. Morra te 's-Gravenhage, met als bouwjaar 1832. Dat dit toen inderdaad bekend kon zijn blijkt uit wat C.J.W. van Waning, de toenmalige secretaris van de Commissie Stamboek Friese Ronde jachten, in 1953 in een van zijn artikelen in "De Waterkampioen" onder meer schreef. Hij doet daarin verslag van een mondelinge mededeling aan hem van de heer Hein Appeldoorn te Leeuwarden, met wie hij via de heer Voordewind in contact kwam: De heer H. Appeldoorn herinnert zich nl. met grote stelligheid dat het jaartal 1832 gebrand of gesneden stond op de achterzijde van de bedelbalk van de tjotter "De Vriendschap", welke tjotter reeds voor 1893 door zijn vader was gekocht van de Leeuwarder 'walgeldophaalder', Herre van der Werff. Helaas is deze bedelbalk verdwenen bij de inbouw van het vaste voordek, welke verbouwing plaats had in de tijd dat E. Wester eigenaar was (ca. 1910-1916).
Hieruit blijkt dat notaris Morra, die het schip van Wester overnam, het bouwjaar kon weten. Diens zoon, de heer J. Morra, die het schip tot 1952 in bezit had, berichtte aan Van Waning, dat hij nog een oud stuk spant bezat met de volgende brandmerken (4 1 een leeuwtje k p 5):

Dit wrangetje heeft de heer Morra aan Van Waning afgestaan. Na diens overlijden kwam het in het bezit van het Fries Scheepvaart Museum. Na de recente restauratie van het schip heeft de huidige eigenaar deze brandmerken opnieuw aangebracht.
Voor wie en door wie "De Vriendschap" is gebouwd is niet meer te achterhalen. Terecht wijst Van Waning erop dat het model afwijkt van dat van de latere jachten en tjotters, zeker van die van Van der Zee. Waarschijnlijk is zij ontstaan als vrachtscheepje_ In de al eerder aangehaalde studie van W. Dolk naar de plezierjachten van Leeuwarder ingezetenen in de negentiende eeuw vonden we de bovenaangehaalde mededeling van de heer Appeldoorn bevestigd: In het door Dolk onderzochte patentregister was ingeschreven: (1892-1893) "De Vriendschap", open boot 5 ton, geen meetbrief, eigenaar Herre van der Werff (Lwd 1829-1899) koopman en pachter der kaai-, wal- en marktgelden. Al voor deze Herre van der Werff was het als verhuur-schip in gebruik. Uit een brief van S.J. Olij aan Van Waning blijkt dat deze in 1887 als veertienjarige jongeling een wedstrijd bijwoonde waaraan behalve het toen net van stapel gelopen jacht "Maria" van Hendrik Vrolijk, ook het jacht "Meeuw" deelnam, toen eigendom van P. Schenkius, koffiehuishouder en bootverhuurder aan het Kleinzand te Sneek. Ook een aantekening in het archief van de heer H.G. van Slooten bevestigt dit. Schenkius is dus de oudst bekende eigenaar. Korte tijd later kwam de "Meeuw", dan onder de naam "De Vriendschap" in handen van Herre van der Werff, die haar, naar we al zagen, weer overdeed aan Gerrit Appeldoorn. Deze oefende zijn botenverhuurbedrijf uit aan het Noordvliet in Leeuwarden (toen nog niet gedempt). Bij deze verbleef de boot twaalf jaar, tot zij in 1905 in handen kwam van een aantal Leeuwarder jongelui onder leiding van A.D. Terwee, waartoe verder behoorden Klaas Bakker, Jac. Marcus en Ype van Slooten (de vader van H.G.); de vriendengroep werd de `Ljouwener Club' genoemd. Volgens een telefonische mededeling van Terwee in 1952 aan Van Waning werd met het jacht, nu weer onder de naam "Meeuw", deelgenomen aan wedstrijden van `Oostergoo' en van `Frisia' in Grauw, waarbij we de bekende namen van de jachten "Mercurius", "Frisia", "Hou Moed" en "Vrouw Rotukje" tegenkomen.

Een en ander blijkt ook uit het bekende verslagen-boek van de Koninklijke Zeilvereeniging <Oostergoo'. Er werd zelfs een nieuw wedstrijdtuig aangeschaft. Deze periode duurde echter slechts vijf jaar. Het jacht werd in 1910 verkocht aan E. Wester te Grauw; het nieuwe wig werd door R. Buisman overgenomen als stormtuig voor zijn "Mercurius".
Bij Wester belandde het schip weer in de verhuur (voor de jachtwerf Wester verwijzen wij naar par. 4.10). Na een zestal jaren kwam het jacht in de goede particuliere handen van de heer H.L. Morra, notaris te 's-Gravenhage en lange jaren bestuurslid van de Watersportvereeniging 'De Kaag'. Waarom deze juist dit scheepje kocht weten we niet. De zoons van Wester brachten de "Meeuw" naar de nieuwe thuishaven Warmond, waar zij ligplaats kreeg in een overdekt schiphuis.231 De naam werd gewijzigd in "Louise". Omdat bij het zeilen op de Kaag een kluiver te lastig was, werd die verwijderd. Tot 1952 bleef de 'tjotter' zoals hij genoemd werd, eigendom van de familie Morra. Volgens de heer J. Morra is er omstreeks 1940 op de werf Schalkenbosch te Warmond een nieuwe bodem ingebracht. Verder is van deze periode niet veel te vertellen.

De volgende eigenaar was de timmerman-aannemer W. Nieuwpoort te Sliedrecht. Naar aanleiding van het eerste artikel van Van Waning in het oktobernummer van 1952 van 'De Walerkampioen, schreef hij sinds enige maanden eigenaar te zijn van de tjotter die hij had gekocht van de heer j. Morra, hij wiens familie deze 36 jaar in bezit was geweest. Hij kondigde aan een kajuitje op het schip te bouwen om meer accommodatie te krijgen. De roef, die pas weer door de huidige eigenaar bij een grondige restauratie is verwijderd, stamt dus pas uit de jaren vijftig. In de al eerder aangehaalde brief aan de heer Marckmann uit 1971 vermeldde de heer Nieuwpoort dat door de nieuwe opbouw de mast niet helemaal gestreken kon worden vanwege het te laag gelegen draaipunt. Om dit euvel te ondervangen had hij een bijzondere strijkinrichting ontworpen (vergelijkbaar met die welke nu nog aanwezig is bij de boeier "De Hekse"), Zelf heeft Nieuwpoort als timmerman verschillende reparaties uitgevoerd, maar toen die hem hoven het hoofd dreigden te groeien, verkocht hij in 1959 de "Meeuw". De nieuwe eigenaar was Aj. Mol te Rotterdam. Deze, stammende uit een watersportfamilie in Dordrecht, was werkzaam hij scheepsbouwer Verolme. Toen hij in 1966 voor het bedrijf naar Brazilië werd uitgezonden en afstand moest doen van het schip, verkocht hij het aan zijn neef Frits Marckmann, toen nog student in Delft. Enkele jaren later kocht zijn eveneens in Delft studerende broer Chiel zich in en samen lieten zij in 1971 Pier Piersma, die zich in het jaar daarvoor als zelfstandig houten-jachtbouwer in Heeg gevestigd had, uitgebreide herstellingen uitvoeren. Na de restauratie kreeg de boeier de naam "De Vriendschap", omdat uit het reeds eerder aangehaalde artikel van Van Waning uit 1953 in De Waterkampioen, zou blijken dat dit de oudste naam geweest moet zijn. "De Vriendschap" kreeg ligplaats in Vinkeveen, maar de gebroeders Marckmann maakten grote tochten over de grote rivieren en door Friesland, waarbij enige malen deelgenomen werd aan de Regionale Reünie in Heeg.
In 1979 werd de boeier verkocht aan Erik Pott, scheepstimmerman bij de werf Kramer in Oud Zuylen. Deze heeft in zijn tijd enige onderdelen vervangen en onder andere het roer vernieuwd. Na 1990 raakte het schip onder de volgende eigenaren door verwaarlozing zeer ernstig in verval zoals wij in 1992 constateerden toen wij bij de voorbereiding van het boek Het Friese Jacht' in overleg met de toenmalige eigenaar G. de Rooij de boeier in Nieuwegein bezochten om afmetingen vast te stellen. Een brandbrief aan het bestuur van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten leidde er uiteindelijk heer Kees Hos te Westerland. Onder diens handen heeft het schip in de afgelopen jaren een totale vernieuwing ondergaan, waarbij de roef werd verwijderd en de oorspronkelijke toestand van open Fries jacht hersteld. Op zaterdag 17 juni 2000 werd het gerestaureerde jacht feestelijk te water gelaten. Terecht kende het bestuur van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten de heer Hos de W.H. de Vos-prijs toe.

Technische gegevens

Hoofdafmetingen

  • Lengte over de stevens   6,96 m
  • Grootste breedte over de berghouten   2,49 m
  • Holte op het grootspant   1,15 m
  • Diepgang   0,42 m
  • Zeiloppervlak: grootzeil + fok   32,0 m2
  • Kluiver   n.a.

Bijzonderheden

  • kielbalk, hoog 6 cm dik 8 cm, met enige zeeg
  • plat vlak, hoekige kimmen
  • 6 van steven tot steven doorlopende gangen
  • kleine plecht onder de bedelbalk
  • (nieuw) snijwerk op beretanden, boeisels, bedel­balk, hennepalk (stuurboogje) en naambordje
  • breed tjotterroer met traditioneel snijwerk in de kop

Opmerkingen

Dit schip vertoont de kenmerken van een vroeg negentiende-eeuws vrachtscheepje bestemd voor de Friese binnenwateren. Het is zeer slank. De kop is wat de Friezen sluch noemen, betrekkelijk laag. De zeeg is gering.

2014

2014

2014: Foto's van eigenaar F.H. van Breest Smallenburg

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht