De Witte Olifant

De Witte Olifant Niet actief

Dit schip heeft een plaquette van de SSRP aan boord van een eerdere inschrijving, maar staat nu "geregistreerd" in Categorie X in het Stamboek en wordt dus gekenmerkt als 'Inactief'. Schip en eigenaar zijn op dit moment NIET "actief" aangesloten bij de SSRP als Behoudsorganisatie. De huidige eigenaar is (nog) niet in onze administratie opgenomen. Deelname aan Evenementen waarbij de eis wordt gesteld, dat het schip en de eigenaar zijn aangesloten bij dezelfde Behoudsorganisatie als onderdeel van de FVEN, is vanuit de SSRP daarom NIET mogelijk.

Dit betekent dat het schip nog onderdeel is van de Aanmeldingsprocedure (her-inschrijving) of, en dat geldt voor de meeste schepen, de eigenaar heeft het schip niet her-aangemeld en betaalt dus ook geen jaarlijkse bijdrage aan de SSRP voor Inschrijving in het Stamboek. Eventueel vermelde gegevens van schip en oud-eigenaren dateren meestal uit de periode van eerdere 'actieve' Inschrijvingen en zijn waarschijnlijk niet volledig en mogelijk niet correct. Voor dit schip kan, omdat het niet aantoonbaar voldoet aan de Criteria van de SSRP, geen Meetbrief door de KNWV worden afgegeven.
Vanwege de doelstelling van de SSRP om alle historie van de in het Stamboek opgenomen schepen vast te leggen, worden in de Schepenlijst wel de in het stamboekarchief beschikbare gegevens van dit ooit geregistreerde schip en summiere gegevens van de (oud-)eigenaren getoond.
Heeft u informatie over dit schip of bent u eigenaar en wilt u het graag weer 'activeren'? Laat het ons weten!

De marine heeft voor de Eerste Wereldoorlog vier rondspantschokkers laten bouwen op de werf van J. en K. Smit in Kinderdijk. De schepen waren bedoeld om als mijnentransportschepen ofwel torpedistenschokkers in de Zeeuwse wateren te gebruiken. Alle vier de schokkers zijn behouden gebleven, drie ervan zijn nog in de vaart als charterschip. De 'Witte Olifant' is gebouwd in 1908 als Rijksvaartuig 87, vroeger gestationeerd in Brielle.

Plaatje van de Witte Olifant in Defensie kleuren
Plaatje van de Witte Olifant in Defensie kleuren

Eigenschappen

Plaquette nummer:389 Zeil nummer: VA31
Categorie:X Tekening nummer:
Type:Schokker

Bouw

Bouwjaar:1908 Ontwerper:De Vries Lentsch
Werf:J. en K. Smit Werf plaats:Kinderdijk
Motor: Motor type:
Materiaal romp:Staal Materiaal kajuit:Staal
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:15,60 m Breedte berghout:0,00 m
Diepgang:0,00 m Masthoogte water:0,00 m
Oppervlakte grootzeil:0,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:0,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

onbekend – onbekend Stichting VaFaMil, 's Gravenhage ( De Witte Olifant)
onbekend – onbekend Jan Schoen, Buchillon ( De Witte Olifant)
1972 – onbekend KNZ&RV Muiden, Muiden ( De Witte Olifant)

Geschiedenis

1994

mei 1994

mei 1994: Mr. A. W. Thöne uit Epe schrijft in mei 1994 in Spiegel der Zeilvaart nummer 4 het volgende:

Met heel veel plezier las ik het artikel over de Lemsteraak "Nettie" in uw nr. 2 van deze jaargang. (Overigens: ik ben altijd blij als uw blad weer met de post binnenkomt.) Maar het stuk over de "Nettie" riep ineens een hele oude herinnering in me op die ik aan u mee wil delen, naar aanleiding van een aan het eind van mijn brief te doen verzoek.
In 1947 was ik als jurist voor civiele zaken werkzaam op het Ministerie van Oorlog, nu departement van defensie. Op een dag in het voorjaar of de zomer van dat jaar verscheen aan mijn bureau een majoor van de genie. Hij vertelde, dat hij voor de oorlog officier was geweest van het toenmalige corps pontonniers en torpedisten (na de bevrijding opgegaan in de genie) en dat tot zijn materieel twee grote zeilende schokkers hadden behoord. Die waren natuurlijk in handen van de bezetters gevallen. Nu was hem ter ore gekomen dat die schokkers in het bezit waren geraakt van vissers aan de Moerdijk en hij vroeg zich af of daar niet een onrechtmatige transactie met de bezetters aan ten grondslag zou liggen, zodat de schokkers waar hij blijkbaar erg op gesteld was geweest, teruggevorderd konden worden.
Wel, dat was iets wat me heel erg aansprak Ik heb van jonge leeftijd af gezeild en was erg épris geraakt van ronde en platbodemschepen. Ik heb dadelijk een zgn. staffcar gerequireerd, a.h.w. een bestelauto ingericht als een kantoortje, met tafel, stoelen, kastje en een klein tafeltje met stoel voor een typist. Ik nam een sergeant-schrijver mee die ook de auto bestuurde. Zo ben ik langs de havens aan het Hollands Diep gaan rijden op zoek naar de schokkers van de majoor. Er waren meer schokkers in gebruik bij vissers, maar op aanwijzing van Moerdijkers en Lage Zwaluwers „vond" ik de schepen die ik hebben moest. Ik was verschillende „instanties" afgegaan en ik hoorde inwoners, vissers, die me konden vertellen in mijn rijdende kantoortje wat ze van de transacties met de bezetter wisten en dat was nogal wat. Men wist in die dorpen alles van elkaar en wie in de oorlog goed geweest was, zoals we dat noemden, wilde anderen die zich met de bezetter hadden ingelaten en als dubieus werden beschouwd niet dekken.
Ik heb alle verklaringen behoorlijk laten opschrijven en ondertekenen. De bezitters van de schokkers kreeg ik niet te pakken, die waren aan het vissen. Maar ik had genoeg en ben met alles naar mijn bureau teruggekeerd. Vervolgens heb ik voor de Staat een verzoek ingediend bij het toentertijd bevoegde gerecht om teruggave van de schokkers. Ik kon dat zelf doen, voor een procedure van dien aard was een procureur niet vereist. Zelf was ik een tijd advocaat en procureur geweest, maar in die tijd was ik niet als zodanig ingeschreven. De vissers voerden verweer, door middel van een advocaat. Tot pleidooien toe. Ik deed alles met buitengewoon veel plezier, omdat ik graag de schokkers wilde redden voor de majoor, nog afgezien van het rijksbelang. Dadelijk na de pleidooien verliet ik het ministerie om een andere betrekking te aanvaarden. Maar toen ik daar een week of zes bezig was, verscheen een briefkaart van mijn oude ministeriecolle ga's met de tekst: „Je hebt je schokkers terug!" Enorm plezier, dus.
Nu, na het lezen over de 'Nettie' en de torpedisten, ben ik nieuwsgierig geworden naar de verdere lotgevallen van mijn schokkers. Er zijn bijna 50 jaar verstreken. Zou er iemand zijn, die het weet? Zouden er lezers van uw blad zijn die weten waar twee zeilende schokkers van de genie die in 1947 nog aanwezig waren, gebleven zijn? Een recherche, beginnend bij het departement van defensie en dan verder lijkt mij wat boven mijn krachten te gaan. Welke namen de schokkers droegen weet ik niet meer.

Mr. A. W. Thöne uit Epe

juni 1994

juni 1994: L. Kooijman uit Den Oever reageert in Spiegel der Zeilvaart van juni nummer 5

In antwoord op de brief in SdZ 1994 nr. 4 reageer ik op de brief van mr. A.W. Thöne te Epe.
Er zijn vier schokkers geweest.

  • De eerste is door mijn opa gekocht in 1922 en had als nummer KL6. Het schip is later in de Bruine Vloot terecht gekomen als MD3 in Enkhuizen. Op de KL6 heb ik van mijn 15 tot 25ste jaar gevaren.
  • De tweede schokker is de KL23 en is bergingsvaartuig op het kanaal van Eindhoven.
  • De derde was de KL26 en de laatste thuishaven was Lauwersoog.
  • De laatste was de "Witte Olifant" en had het nummer KL11.

De andere schokkers waren Urker schokkers, ze waren van hout. 

Tot slot heeft de heer Frits Loomeijer een paar jaar geleden in Schuttevaer een artikel over de vier schepen geschreven.

L. Kooijman, Den Oever

september 1994

september 1994: Jan Schoen, voormalig eigenaar van de „Witte Olifant", reageert in Spiegel der Zeilvaart nummer 7

Ik kan het niet nalaten te reageren op de brief van mr. A.W. Thöne over de Lemsteraak „Nettie" in samenhang met de „Torpedisten schokkers".
Er is zo hier en daar in den lande verspreid inmiddels veel bekend over de geschiedenis van deze verzameling bijzondere schepen. Oorspronkelijk zijn in opdracht van het ministerie van Defensie rond de eeuwwisseling bij Smit in Kinderdijk vier grote ijzer geklonken schokkers gebouwd naar voorbeeld van de aan het eind der vorige eeuw in gebruik zijnde grote houten loodsschokkers. L.o.a. ca. 17,50 meter.
Eigenlijk waren het geen zuivere schokkers, hoewel ze boven water met hun zware stevenbalk en „snoes" er wel het uiterlijk van hadden. In tegenstelling met de visschokkers van de Zuiderzee, die op vlak gebouwd zijn, zijn ze op kiel gebouwd met een aanzienlijke vlaktilling, een bijna S-spant-vorm met een stevig gepiekt achterschip. Een onderwaterschip waarvoor recent gebouwde wedstrijd Lemsteraken zich niet hoeven te schamen; er is niets nieuws onder de zon!
De schepen zijn merkwaardigerwijs voor de landmacht en niet voor de marine gebouwd zoals wel wordt aangenomen. Het doel van de schepen was om in de zeegaten van ons land - Zeeland dus - elektrisch bediende mijnen neer te laten die van de wal af bediend werden. De 'Nettie' was als officiersschip aan dit vlootje toegevoegd. Na de eerste wereldoorlog werden de schepen afgestoten naar de visserij met uitzondering van de jongste. Dit schip ging als instructieschip naar de vaar- en duikersschool van de Genie en werd de „Witte Olifant" genoemd. Twee werden verkocht aan de visserij en hebben als laatste registratienummers KL26 en MD3.
Van de vier schokkers zijn thans de boven genoemde drie in blakende welstand en varen als zeilcharterschip vanuit Enkhuizen. Ook de vierde schokker is opgespoord. Van dit schip is het casco bewaard gebleven en hoewel verminkt nog als zodanig herkenbaar. Getransformeerd tot pomp-schip doet het dienst bij een bergingsbedrijf in het zuiden des lands. We mogen hopen, dat de eigenaar weet wat voor een historisch goed hij in zijn handen heeft.
Het is wellicht een idee voor de redactie van "de Spiegel" om een wat uitgebreider artikel aan deze prachtschepen te wijden, waarbij ik graag de gegevens die wij verzameld hebben weer zou kunnen opspitten. Ook de latere eigenaar van de Witte Olifant, Jos Scholten, heeft veel historisch onderzoek gedaan.

Met vriendelijke groet,
Jan Schoen, voormalig eigenaar van de 'Witte Olifant'

november 1994

november 1994: De laatste reactie komt van Willem de Vries Lentsch, voormalig zeilinstructeur op de R.P.87, in Spiegel der Zeilvaart nummer 9

Jan Schoen kon het niet nalaten te reageren op de brief van mr. A. W. Thöne over de Torpedisten schokkers.  Hij gaf daarmee, op blz. 21 van nr. 7, het stootje dat ik nodig had om ook nog een duit in het zakje te doen.

De schokker Witte Olifant, ex R.P. 87, is in opdracht van het toenmalige Korps Pontonniers & Torpedisten gebouwd en was in gebruik bij de Torpedisten in Gorkum. Dit onderdeel maakte tot WO11 onderwater-versperringen met mijnen in de grote rivieren. Deze werden met de bakstagen van de schokker tewater gelaten, op afstand met slagkoord aan elkaar verbonden en vanaf de wal tot explosie gebracht. Ik heb voor de oorlog bij dit korps gediend en na de oorlog nog eens drie jaar bij de Pontonniers (ponton- en schipbruggenbouw) te Dordrecht. In 1948 werd de schokker gevonden te Klundert bij de Moerdijk, waar het verwaarloosde schip min of meer verstopt was door een visser. Hij had hem van de Duitsers gekaapt na de bevrijding in 1944.

De Torpedisten bestonden niet meer, maar wel het Regiment Pontonniers met daaraan verbonden een uitgebreide vaartuigendienst (meer dan 100 vaartuigen voor munitievervoer, sleepboten, aken, vrachtschepen enz.). Als jachtenbouwer en ontwerper bij de firma G. de Vries Lentsch, Wed. Het Fort te Nieuwendam en met de rang van reserve 1e luitenant der Genie kreeg ik opdracht om de schokker op te knappen en opnieuw van zeilen te voorzien; mast, giek en gaffel waren nog aanwezig. Er waren geen tekeningen meer te vinden, zodat ik aan de hand van oude foto's het zeilplan heb gemaakt. De zeilen zijn door de Dordtse zeilmaker Hageman in de grote kerk - na verwijdering van de kerkbanken - op de grafstenen uitgelegd en gesneden.

Het schip is in het voorjaar 1949 in gebruik genomen ter opleiding van onderofficieren, schippers en officieren in het zeilen, manoeuvreren, kaartlezen, stroomvaren enz. Ik werd benoemd tot luitenant-zeilinstructeur en maakte het hele seizoen '49 zeiltochen op de Zeeuwse wateren en de Noordzee. De bemanning bestond uit een sergeant-majoor (militair beroeps-sleepbootkapitein, een uitstekend kenner van de Zeeuwse stromen), 2 matrozen en een kok. Er was geen motor en elektra aan boord. De verlichting bestond uit petroleumlampen, het fornuis werd met kolen gestookt. Per man werd een toelage verstrekt, welke samen met die voor de 8-10 passagiers ruim voldoende was voor de proviandering inclusief het apéritief. We hebben nog meegedaan aan een wedstrijd van de Moerdijk naar Zierikzee ter gelegenheid van het 1100-jarige bestaan van die stad.

Er werden meestal vierdaagse tochten mee gemaakt, op de dinsdagen met een sleepboot van Dordrecht naar het Hollands Diep gesleept, daar losgelaten en op de vrijdagen weer terug naar moeders. Op een der tochten van Zierikzee naar Vlissingen werd voor West-Kapelle een 12 cm dik eiken zwaard doormidden gebroken toen we van een golf vielen nadat we overstag waren gegaan. In 1950 werd het vaartuig ingedeeld bij de juist opgerichte Vaar- en Duikerschool van de Pontonniers onder leiding van de Majoor C. A. Brugma (in augustus jl. overleden).

Gelukkig heeft het schip in Jos Scholten een goede eigenaar; in de Sp. der Z. plaatste hij in 1986 een oproep om nadere bijzonderheden van de schokker. Die heb ik hem toen in bovenstaande bewoordingen gegeven.

Met vriendelijke groeten,
Willem de Vries Lentsch voormalig zeilinstructeur op de R.P.87

2010

3 juli 2010

3 juli 2010: Weekblad Schuttevaer: Torpedistenschokker 'Witte Olifant'

2015

5 januari 2015

5 januari 2015: Herinneringen van Jan Mosterd, bemanningslid RV93 (?) 'De Witte Olifant'

Het verhaal van de nummering is lastig. Volgens mij is men rond 1900 begonnen met een aantal hoge nummers. Dit heb ik vernomen van Willem de Vries Lentsch, die ook vertelde dat zijn vader voor Defensie 4 Schokkers getekend heeft waarvan hij dacht er twee 2 bij J. en K. Smit in Kinderdijk gebouwd zijn. Wim is een paar jaar geleden overleden. Hij was erelid van de vereniging Oud Torpedisten en Pontonniers (VOPET). 
Ik heb zelf in Militaire Dienst mijn opleiding tot Sergeant Schipper afgerond op de 93. Ik heb een half jaar geleden met iemand contact gehad in Brielle en daar foto's van gekregen en dat materiaal wordt dit voorjaar in een Blad gezet van het Regiment Genietroepen.
Brielle is al van heel vroeger Garnizoensstad geweest ter beveiliging van de Zeegaten. De Schokkers werden gebruikt om Mijnnetten te zetten en Torpedo's te verankeren. Ik weet niet hoe dat werkte, maar ze waren denk slim genoeg.
Op de foto ben ik degene die wil gaan roken, dat mocht toen nog..... Foei !! Met de 93 toen zeilde je nog in 1 keer van Hardewijk naar Enkhuizen. We hebben een keer een hele nacht in de mist naar een vervelende Bel boei liggen luisteren.
Nu stop ik echt met mn ouwe verhalen,anders word ik vervelend .........

Met Nautische Groet Jan Mosterd.

2016

12 februari 2016

12 februari 2016: Herinneringen van Ad Durinck, soldaat stoker op de RV6 'De Witte Olifant'

Ad Durinck was soldaat stoker op de RV6 in Gorinchem. Schipper op de RV 6 was Maasbommel en de Machinist Zoet.
De Schokker lag toen weleens in Gorinchem. Op het IJsselmeer hebben we weleens een opdracht uitgevoerd met de schokker.
Groet Ad Durinck 

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht