De Wulp

De Wulp

Nog voor de "Salamander" geheel gereed is wordt er bij de Gebr. de Boer in Lemmer al weer een grote Lemsteraak op stapel gezet. Nu voor de heer Willy Vastenagel te Antwerpen. In de werfboeken van de Gebr. de Boer genoteerd onder nummer 13 van het jaar 1912. Deze werf- en rekeningenboeken werden door Dirk de Boer nauwkeurig bijgehouden. Alles werd genoteerd zoals hoeveelheid ijzer aantal kilogrammen klinknagels aantal spanten en natuurlijk de onderlinge afstanden van die spanten, het aantal uren dat er aan een schip gewerkt werd enz. De juiste maten van deze aak zijn 14.85 meter over de stevens en 4.50 meter op het grootste spant.

foto uit 1913
foto uit 1913

Ook Willy Vastenagel vluchte met zijn Lemsteraakjacht in 1914 naar Nederland. Door geld gebrek in 1917 werd het schip verkocht aan de toenmalige voorzitter van "de Maas" de heer L.M.A. Hoffman de naam werd "Wulp" het zeilnummer OA13. Door Hoffman werden vele wedstrijden met de aak gezeild. Ook was hij met de aak op de vlootschouw in 1923 te Amsterdam aanwezig. In 1931 gaat de aak over aan de heer N. van der Walle te Mechelen. De naam verandert weer en wordt dan "Georgette". In 1962 kocht de veearts Bron uit Sneek het nagenoeg originele schip.
Tijdens wedstrijden voerde deze aak ongeveer 120 m2 zeil. Een zijden halfwinder behoorde in die tijd tot de uitrusting. Op 19 september 1970 verkoopt Bron de aak aan een Amerikaan. Deze heer Fryer was piloot bij de American Airlines en woonde in de wintertijd op het eiland St. Croix in de Caraibische Zee. De aak werd overgebracht naar Amsterdam om aldaar als deklading naar St. Croix vervoerd te worden. Onder de aak werden kimkielen gelast en later van een dubbele bodem voorzien. In 1950 werd de aak overgezeild van de Virgin eilanden naar Galveston in de staat Florida, vandaar per dieplader naar San Diego in de staat Californië waar het ligplaats vindt in een baai in de nabijheid van Jamaica Village. In 1981 brandde het gehele interieur uit.

Eind 1987 koopt de heer M. Dekker te Velp de "Georgette" en laat de aak weer als deklading overbrengen naar Rotterdam. Na enkele weken te Schiedam wordt de aak overgebracht naar een museum werf te Hoogezand. De aak verkeerd in een zeer slechte staat. Mede door drukke werkzaamheden besluit de heer Dekker de aak in december 1989 te verkopen aan J.B.J.Geise te Amsterdam die aan Jachtwerf Stofberg in Leimuiden de opdracht geeft om de aak te restaureren. De heer Geise geeft de aak de naam 'De Wulp'.

Eigenschappen

Plaquette nummer:360 Zeil nummer: VA13
Categorie:A Tekening nummer:
Type:Lemsteraak

Bouw

Bouwjaar:1912 Ontwerper:H. de Boer
Werf:Gebr. de Boer Werf plaats:Lemmer
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:Staal Materiaal kajuit:Staal
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:Kielbalk

Afmetingen

Lengte stevens:15,02 m Breedte berghout:4,60 m
Diepgang:0,90 m Masthoogte water:17,50 m
Oppervlakte grootzeil:70,00 m2 Oppervlakte fok:30,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:30,00 m2
Oppervlakte totaal:130,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Register Varend Erfgoed Nederland

Registratie nummer:687 Registratie datum:13-11-2012
Geregistreerd als:Varend Monument

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1912 – 1916 W. Fastenakel / Ant. Franck, Antwerpen ( Primrose)
1917 – 1930 L.M.A. Hoffman, Rotterdam ( Wulp)
1930 – 1962 W. van de Walle, Antwerpen ( Georgette)
1962 – 1968 E.J.S. Bron, Sneek ( Georgette)
1968 – 1987 R. Fryer, San Diego ( Georgette)
1987 – 1989 M. Dekker, Sappemeer ( Georgette)
1989 – Nu (laatst bekend) J.B.J. Geise, Amsterdam ( De Wulp)

Geschiedenis

1924

12 september 1924

12 september 1924: Illustratie in "de Watersport"

1925

1988

1988

1988: Advertentie 'Georgette' in 1988

1989

november 1989

november 1989: Spiegel der Zeilvaart: De vier 15-meter Lemsteraakjachten van de Gebr. de Boer

Nog vóór de „Salamander" gereed is, wordt er al weer een grote Lemsteraak op stapel gezet. Nu voor de heer Willy Vastenagel, ook uit Antwerpen. In de werfboeken is deze aak genoteerd als nummer 13 van het jaar 1912. Deze werf- en rekeningenhoeken werden door Dirk de Boer nauwkeurig bijgehouden. Alles werd genoteerd, zoals bijvoorbeeld de hoeveelheid verwerkt ijzer, de kilogrammen klinknagels, het aantal spanten en natuurlijk de onderlinge afstand van die spanten, het aantal uren dat er aan het schip werd gewerkt, enz. De juiste maten van deze aak. die „Primrose" werd gedoopt, zijn 14.85 m over de stevens cn 4,50 m op het grootste spant.

pdf SdZ 1989 nr09 november - De vier 15-meter Lemsteraakjachten van de Gebr. de Boer

1990

1990

1990: Maasnieuws 1990 (Koninklijke Roei- en Zeilvereeniging De Maas in Rotterdam) nummer 2

In 1931 nam een van onze meest markante voorzitters van "De Maas", L.M.A. Hoffman, na een veelbewogen periode afscheid van het bestuur. Ongeveer tezelfder lijd nam hij ook afscheid van zijn Lernsteraak 'Georgette', waarmee hij sedert 1916 intensief had gevaren en aan vele wedstrijden met succes had deelgenomen. De aak heeft sedertdien, op een periode van ca. acht jaar na, onder buitenlandse vlag gevaren, waarvan de laatste twintig jaar in de Verenigde Staten. Twee jaar geleden keerde het schip in sterk verwaarloosde staat naar Nederland terug en bleek vervolgens vrijwel rijp voor de sloop. Getroffen door lijn en historie besloot J.B.J. Geise desondanks het schip te restaureren. Deze zomer zal, als alles voorspoedig verloopt, de aak weer onder zeil zijn en in augustus / september voor het eerst na 60 jaar afwezigheid weer onder Maasvlag In de Veerhaven afmeren.

pdf 0360 Maasnieuws VA13 Lemsteraak De Wulp 1990.pdf

2012

2012

2012: Honderd jaar 'De Wulp' ex 'Georgette'

Eigenaar-schrijver J.B.J. Geise vertelt in de inleiding van het boek Honderd jaar 'De Wulp' ex 'Georgette':

De Wulp heeft in juni van 2012 haar Eeuwfeest. Maar het had weinig gescheeld of zij was door interne aftakeling al een kwart eeuw geleden ten onder gegaan. Getroffen door de schoonheid en door de historie van De Wulp als één van de vier tussen 1912 en 1915 rechtstreeks als jacht gebouwde 15 meter Lemsteraken van de vermaarde werf Gebr. De Boer in Lemmer heb ik, na ampele overwegingen vanwege die desolate staat, eind 1988 toch besloten over te gaan tot aankoop, en daarmee tot een totale restauratie, van De Wulp.

Dit eeuwfeest is voor mij de aansporing geweest in de vorm van een boek aandacht te geven aan de historie, de teloorgang en de wederopstanding van 'De Wulp' ex 'Georgette'. Dit is deels gedaan om de redenen te beschrijven waarom iemand aan een dergelijk omvangrijk restauratieproces begint, hoe zo'n proces in de praktijk is verlopen en aan te geven met welk genoegen je, zeker na afloop, tegen een restauratie kunt aankijken. Maar vooral ook om de geschiedenis van 'De Wulp' te beschrijven. Platbodems in het algemeen en Lemsteraken zijn daarop zeker geen uitzondering, zijn immers een belangrijk deel van het Maritiem Cultureel Erfgoed van Nederland. En dat Erfgoed verdient behoud van de geschiedenis door vastlegging en verspreiding.

2013

2016

april 2016

april 2016: Boeier 'Lethe', Botter 'Scaldis' en Lemsteraak 'Wulp' op weg naar België in 1922

Een drietal platbodems, met alle drie een ligplaats in de Veerhaven van de Koninklijke Roei- en Zeilvereniging "De Maas", besluiten om in 1922 gezamenlijk een zomerreis te ondernemen naar de Schelde. Doel is Terneuzen om via het kanaal het ook toen al toeristisch interessante Gent te bereiken. Het zijn de boeier 'Lethe' van W.J. van Alphen, het botterjacht 'Scaldis' van A.M. van Dusseldorp en L.M.A. Hoffman's Lemsteraak 'Wulp'. Wat we weten over deze reis is ontleend aan de logboeken van de 'Lethe' en de 'Wulp'. Daarnaast is gebruik gemaakt van een tekst van Michiel van Alphen. Hij was als twaalfjarige aan boord van de 'Lethe', zestig jaar later zette hij zijn vroege jeugdherinneringen aan de Koninklijke Roei- en Zeilvereeniging "De Maas" op papier. Ook de zomerreis van 1922 komt in dit verhaal voor.
Geen van de drie platbodems was gemotoriseerd, wel voeren ze alle drie met een betaalde bemanning. Op de negen meter lange boeier van de familie Van Alphen was schipper Leen aan boord. Voordat hij jachtschipper werd voer hij 12 jaar bij de Marine. De meeste andere schippers waren vooral afkomstig uit de binnenvaart. Michiel van Alphen schrijft daar in zijn herinneringen over: 'Ze hadden het harde bestaan van beurtschipper ingeruild voor een baantje als jachtschipper voor een beloning van 30 á 35 gulden per week. De meesten waren bekwaam, maar hadden meestal geen haast. Op het lage binnenvlot in de Veerhaven werden eindeloos veel cigaretjes gedraaid en werden uitvoerig ervaringen uitgewisseld. [...] Sommige schippers waren bepaald lui geworden in dit luxueuze bestaan, een bekende uitdrukking van deze groep was: "Meneer, gaan we op de motor of maken we de zeilen nat?"'

pdf SdZ 2016 nr03 april - Boeier 'Lethe', Botter 'Scaldis' en Lemsteraak 'Wulp' op weg naar België in 1922

september 2016

september 2016: Reacties op het artikel in de Spiegel der Zeilvaart over de restauratie van zusterschip 'Salamander'

Eigenaar Joost Geise schrijft:
In het jongste nummer van de Spiegel der Zeilvaart (nr 8, oktober 2016) staat op pag 59 een kort en lezenswaardig berichtje over de begonnen restauratie van de 'Salamander'. Daarbij wordt 1911 als bouwjaar vermeld en iets verder, dat de 'Salamander' als 1e van de 4 De Boer aken zou zijn gebouwd. Vergelijkbare informatie staat in de SdZ van april (nr 3 2016), waarbij op pag 29 als bijschrift van de 'Wulp' ook hier de 'Salamander' als 1e schip met bouwjaar 1911 staat genoemd.
In beide gevallen wordt hierbij verwezen naar het artikel van Jan Brilleman van de SdZ in 1989.9, maar ook naar de website van de SSRP.
Echter, naar mijn informatie is de 'Salamander' niet in 1911, maar in 1912 gebouwd en bovendien iets later gebouwd en geleverd dan de 'Primrose'/'Wulp'. Want bij het schrijven van mijn boekje "Honderd Jaar De Wulp ex Georgette" in 2012 ben ik uitvoerig gedoken in de archieven van Gebr. De Boer, die in het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek worden bewaard. Daar kwam ik onder meer tegen dat 'De Wulp', toen nog onder de naam 'Primrose', tegelijk met de 'Salamander' op dezelfde dag (14 november 1911) is gecontracteerd. Het Bestek van de 'Salamander', met die datum, is opgenomen in het Salamander-deel van het Stamboek (hierboven). Dat bestek ben ik ook tegengekomen bij mijn archiefonderzoek, evenals het vrijwel gelijkluidende Bestek voor de 'Primrose'. Maar ik vond daar ook een overzicht van de fasen van de bouw van deze beide aken (bijlage, regel 8 en 9). Daarin is te zien dat de kiellegging (“Op stapel gezet”) voor de de 'Primrose' op 12 januari 1912 plaats vond en die van de 'Salamander' pas op 18 januari. Daarna volgen de Tewaterlating (7 juni resp 27 juni) en Geleverd (19 juli resp. 30 juli 1912). De 'Primrose'/'De Wulp' is daarmee de 1e aak, en niet de 2e van de vier 15 meter lemsteraakjachten Gebr. De Boer!

Jan Brilleman schrijft in zijn artikel uit 1989 dat de 'Salamander' in eerste instantie door De Boer voor eigen rekening op stapel is gezet en later door Herfurth als opdrachtgever is gekocht. Diezelfde informatie staat ook op de 'Salamander' pagina van het Stamboek. Dit lijkt echter niet consistent met de informatie van de fasen die De Boer zelf heeft opgeschreven. Ik heb in de archieven in Sneek ook nergens iets kunnen vinden dat wijst op een eerdere Op Stapel Zetting van de 'Salamander'. Misschien dat De Boer wel al in 1911 uitgewerkte tekeningen heeft gemaakt, die voor beide aken zijn gebruikt. Maar het lijkt me niet logisch te veronderstellen dat de 'Salamander' al in 1911 op stapel zou zijn gezet en dat De Boer vervolgens zelf 18 januari 1912 als datum daarvoor vermeldt.

Ik weet dus niet waar de vermelding van het bouwjaar 1911 voor de 'Salamander' op berust. Ik ben bezig met een artikeltje voor de SdZ om e.e.a. toe te lichten. 

Werfboek 'De Wulp' (ex 'Primrose') en 'Salamander'
Werfboek 'De Wulp' (ex 'Primrose') en 'Salamander'

pdf Werfboek 'De Wulp' (ex 'Primrose') en 'Salamander'

Het antwoord van Dirk Huizinga

Dirk Huizinga, o.a. auteur van het boek "Lemsteraken voor de recreatie" geeft als antwoord:
Vanaf mijn vakantieadres, dus zonder documentatie, denk ik dat Joost Geise gelijk heeft. Ik was indertijd ook wat verrast door de info van Jan Brilleman dat de 'Salamander' in 1911 reeds op stapel was gezet. Overigens zijn de vier 15-meter aken niet vier van eenzelfde ontwerp. De maten van deze aken verschillen. Het zijn vier verschillende aken die alle vier bijna 15 meter lang zijn.
Bij 'De Wulp' wordt als eerst gegeven naam 'Primrose' genoemd. Dat staat ietwat onduidelijk in de werfboeken. Ik betwijfel of dat de goede schrijfwijze van De Boer is geweest. 'Primrose' is de naam van een bekende Engelse familie en de naam van een plantje, een sleutelbloem. Wie geeft zo'n aak nu zo'n naam! Volgens mij had De Boer bedoeld 'Primerose' te schrijven. De 'Eerste roos', wat m.i. veel beter past bij zo'n schip. De Boer schreef vaker met spelfouten en de naam 'Primerose' komt ook in de werfboeken voor.

Bij de werfdocumenten van de Gebroeders De Boer zoals die bewaard worden in het FSM behoort ook een schepenlijst, waar ik de volgende gegevens aan ontleen: De 'Salamander' is op 11 november 1911 als opdracht aangenomen en de 'Primrose' op 10 december 1911. Vervolgens is met de bouw van de 'Primrose' begonnen op 12 januari 1912, terwijl de Salamander op 18 januari 1912 op stapel is gezet. De naam 'Primrose' vond ik altijd ietwat onbegrijpelijk. In dit overzicht staat echter de naam 'Primerose', een naam die ik wel kan plaatsen. Dat vervolgens de naam 'Primrose' gemeengoed is geworden, maakt het echter ingewikkeld.
 

Joost Geise reageert:

Uit mijn archiefonderzoek bleek me bijvoorbeeld ook dat niet W. Fastenakel de opdrachtgever was voor de 'Primrose', maar ene Aug. van Vlijmen, eveneens uit Antwerpen. Diens naam en handtekening staan op het Bestek d.d. 14 november 1911. Fastenakel komt pas (al??) een maand later in beeld, en blijkt vervolgens de (nieuwe) opdrachtgever en verschijnt daarna ook in de werfboeken van De Boer. Mogelijk is Van Vlijmen een tussenpersoon, die al dan niet in opdracht deze overeenkomst met De Boer heeft aangegaan, en e.e.a. vervolgens heeft overgedragen aan stadgenoot Fastenakel. Want Van Vlijmen bestelt een half jaar later een identiek schip, waarvan ik ook het Bestek in het archief heb gevonden. Maar uiteindelijk ontbreekt zijn handtekening (De Boer had wel al getekend!) en wordt dat schip niet gebouwd.

Ik begrijp de opmerking over de naam 'Primrose'. Het heeft ook mij steeds verbaasd dat een Belgische eigenaar een dergelijke Engelse naam voor een Nederlandse platbodem zou kiezen. Maar ik vrees dat deze schrijfwijze toch correct is. In bijlage stuur ik een pagina uit het Jaarboekje 1913 van de KNMC/De Watersport waarin 'Primrose' als zodanig is geschreven. En ook een foto van de 'Salamander' uit datzelfde jaar/zelfde boekje, waar in het onderschrift ook weer 'Primrose' staat. Ik moet dus aannemen dat die naam in deze schrijfwijze correct is.

Jaarboekje 1913 van de KNMC/De Watersport
Jaarboekje 1913 van de KNMC/De Watersport

2017

maart 2017

maart 2017: Spiegel der Zeilvaart maart 2017 nummer 2 - De 4 Plezieraaken van De Boer

Alweer bijna dertig jaar geleden beschreef Jan Brilleman in de Spiegel de bouw en historie van de vier vermaarde 15 meter lemsteraakjachten van de werf Gebr. De Boer: Salamander, Primrose/ Wulp/Georgette/De Wulp, Thistle/Distel en Onrust/De Onrust. Regelmatig wordt naar dit artikel verwezen, recent nog in een bijdrage van Frits van der Mark over een vaartocht in 1922 van onder meer de Wulp. En recent aangevangen restauratie van de Salamander. Echter, een gedetailleerde bestudering van de werfboeken van Gebr. De Boer, die in het Fries Scheepvaart Museum zijn gearchiveerd, levert nieuwe, verrassende informatie op over deze vier jachten.
Als eerste blijkt dat de Salamander en Primrose vrijwel identiek zijn gebouwd; Primrose blijkt het eerste schip. De bouwopdracht "voor een Pleziervaartuig model Lemmerjacht" voor deze eerste twee aken werd op precies dezelfde dag gegeven: op 14 november 1911 wordt voor beide jachten het Bestek getekend. Eén voor de Primrose, op naam van Aug. Van Vijlen, en een vrijwel identiek Bestek voor de Salamander, met opdrachtgever L. Herfurth. De namen en handtekeningen van Van Vijlen resp. Herfurth, beiden "gedomicilieerd te Antwerpen", staan op de betreffende contracten: In beide Bestekken is 11 november 1911 als datum voor "Aangenomen" vermeld, met een gevraagde aflevering in maart 1912. Ook de gevraagde aanbetalingen met bijbehorend tijdschema zijn identiek.

pdf SdZ 2017 nr02 maart - De 4 Plezieraaken van De Boer

23 juli 2017

23 juli 2017: Reactie van Tim Collord uit Alkmaar

Ik ben van Amerikaanse afkomst en woon al 20 jaar in Nederland. Ik was de stiefzoon van de heer Bob (Robert) Fryer, eigenaar van 1968 tot 1987, met wie mijn moeder was getrouwd. Als kind woonde ik 1 1/2 jaar op de jacht 'Georgette' (nu 'De Wulp') in de havens van Christiansted, St. Croix USVI en West End, Tortola BVI. We hebben daarna in Coronado (San Diego) de boot gehad achter ons huis en af en toe gingen we varen. Na een echtscheiding ca. 1978-9 zagen mijn moeder en ik, Fryer en de boot niet meer. Ik heb twee kleine voorwerpen van de boot. Ook weet ik waar de tafel van de grootste kamer (salonkamer?) is: bij mijn moeder in Pennsylvania VS.
Ik zocht af en toe naar informatie over de jacht sinds in Nederland. Jaren geleden vertelde iemand aan mijn moeder dat 'Georgette' in Australië was (niet waar dus). Eureka, eindelijk gevonden en heel dichtbij. Voor mij is het fascinerend om de geschiedenis van het jacht te lezen, hoewel triest over brand en schade. Ik vind het mooi wat de heer J.B.J. Geise met 'De Wulp' heeft gedaan.
 

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht