d'Ouwe Tjebbe

d'Ouwe Tjebbe Verdwenen

In het Overzicht van in het Stamboek ingeschreven jachten, die nooit een plaquette hebben gekregen staat het volgende:
79. Lemsteraak (Wieringeraak) 'd'Ouwe Tjebbe',12,80m Eikenhout, U. Zwolsman, Workum, 1901, eig. J. Blanken, Laren (NH),1967;J. Zijlstra, Den Dolder,'68-‘71

Eigenschappen

Plaquette nummer:9064 Zeil nummer:
Categorie:V Tekening nummer:
Type:Wieringer aak

Bouw

Bouwjaar:1901 Ontwerper:U. Zwolsman
Werf:U. Zwolsman Werf plaats:Workum
Motor: Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:12,80 m Breedte berghout:0,00 m
Diepgang:0,00 m Masthoogte water:0,00 m
Oppervlakte grootzeil:0,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:0,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

rond 1967 – onbekend J. Blanken , Laren (NH) ( d'Ouwe Tjebbe)
1968 – 1971 J. Zijlstra, Den Dolder ( d'Ouwe Tjebbe)

Geschiedenis

2007

2007

2007: Wieringen, de Afsluitdijk en de Wieringeraak

In 1905 telde de Wieringer vloot 202 schepen, bijna net zoveel als Urk (228 schepen) en Volendam (213 schepen) en zelfs meer dan Marken (162 schepen). De Wieringers maakten over het algemeen gebruik van kleinere schepen. Dit had te maken met het gebied waar gevist werd. Van de Wieringer schepen voeren er vijf alleen op de Noordzee, vijftien zowel op de Noordzee als op de Zuiderzee en 182 alleen op de Zuiderzee. Het geringe aantal Noordzeevissers op Wieringen vloeit voort uit de vele visserijmogelijkheden rond het eiland, de noodzaak en de animo om op de Noordzee te gaan vissen was daardoor minder groot.
Wat het scheepstype betreft zien we dat in 1866 de vloot van in totaal 69 schepen grotendeels bestaat uit haringschuiten. Rond 1880 ging men over op het gebruik van blazers. Toch waren beide scheepstypen niet echt geschikt voor de ondiepe platen en het snel manoeuvreren in de geulen. Daarom verruilde men reeds rond de eeuwwisseling dit scheepstype weer voor aken. De Wieringeraak had een plat vlak en zwaarden en kon dus droogvallen. Doordat de fok op een overloop voor de mast stond, was het schip snel wendbaar en makkelijk te zeilen met een kleine bemanning. Het was echter geen snelle zeiler en moest wat dat betreft de botter voor laten gaan.
Het kenmerkende voor een Wieringer aak zijn de lage boorden waardoor het goed geschikt is voor de visserij met staand want en het wiermaaien. Als de bun werd dichtgemaakt en leeggepompt staken de aken minder dan twee voet diep. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, is de Wieringeraak nooit op Wieringen zelf gebouwd. De meeste zijn afkomstig van werven te Makkum, Hindeloopen en vooral Workum. De meest bekende en karakteristieke aken kwamen van de werf van Zwolsman in Workum. Het hellingen en reparaties werden uitgevoerd op de kleine helling vlakbij den Oever, in Van Ewijcksluis of op Texel. In 1917 werden voor het eerst twee schepen van de Wieringer vloot van een motor voorzien. Wieringen liep wat de motorisering betreft voorop vergeleken bij andere vissersplaatsen langs de Zuiderzee.

In 2007 heeft de Spiegel der Zeilvaart een reeks van drie artikelen geplaatst in het kader van het 75-jarig jubileum van de Afsluitdijk.

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht