Friso

Friso

Fryslân bezit als één van de weinige van de twaalf Nederlandse provincies een Statenjacht, de boeier 'Friso'. Het fraaie schip speelt sinds 1954 een belangrijke rol in de promotieactiviteiten van de provincie. De 'Friso' (genoemd naar de stamvader der Friezen, de legendarische koning Friso) is een van de bekendste ronde (platbodem)jachten in Nederland. Het schip, dat in 1954 een officiële functie kreeg in het kader van de representatie van het Provinciaal Bestuur, heeft een boeiende historie. Sinds de bouw (in 1894) op de werf van de befaamde boeierbouwer Eeltje Holtrop van der Zee ('Eeltsjebaas') in Joure, heeft de boeier veel omzwevingen gemaakt. Zestig jaar daarna werd de 'Friso' naar Fryslân teruggehaald, nu als Statenjacht.

Eigenschappen

Plaquette nummer:2 Zeil nummer: RB18
Categorie:A Tekening nummer:
Type:Boeier

Bouw

Bouwjaar:1894 Ontwerper:E. Holtrop van der Zee
Werf:E. Holtrop van der Zee Werf plaats:Joure
Motor:Inbouw Motor type:Peugeot 1975
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:Eikenhout
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:10,55 m Breedte berghout:3,72 m
Diepgang:0,85 m Masthoogte water:15,10 m
Oppervlakte grootzeil:0,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:0,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1894 – 1937 Baron van Harinxma thoe Slooten ( Friso)
1937 – 1944 Gebroeders Hamstra, Weesp ( Lydianna)
1944 – 1953 J.S van Mesdag, Hilversum ( Jean Bart)
1954 – Nu (laatst bekend) College van Gedeputeerde Staten van Friesland, Leeuwarden ( Friso)

Geschiedenis

1893

1893

1893: De geboorte van de 'Friso' (uit een publicatie van de Provincie Friesland)

1894

1925

1939

januari 1939

januari 1939: "De Golfslag" 27 januari 1939: Over oude schepen en een vernieuwde boeier

 ....... Het is daarom, waar ook de meeste soorten jachten en binnenschepen, zoals die in van Kampen's „Schepen die voorbijgaan" worden beschreven, hard aan het verdwijnen zijn, voor mij een genoegen een daad te kunnen vermelden, een feit te kunnen signaleren, dat enig is in onze watersport.....

Hiermede bedoel ik de aankoop door Gebr. Hamstra te Weesp van de bekende boeier, de „Friso", vóór dezen eigendom van de familie van Harinxma thoe Sloten, benevens de algehele kostbare restauratie van dit jacht op een wijze, die van veel piëteit en van grote liefde voor het zeilen getuigt. De kopers, wetende dat het jacht een geduchte herstelling zou moeten ondergaan, alvorens het weer zeewaardig zou zijn, wendden zich tot Gebr. Kok, scheepsbouwers te Muiden. Van hen bevaren verschillende fraaie, soliede. nieuwgebouwde jachten onze wateren, terwijl de branche die ze oorspronkelijk beoefenden, de bouw van Zuiderzeebotters, hen tot de aangewezen personen maakte voor de restauratie van een rond jacht.
Deze restauratie bleek geen peuleschilletje te zijn. De huid onder het berghout moest geheel worden vernieuwd en de meeste kromhouten door nieuwe vervangen. Het hiervoor benodigde materiaal machtig te worden, kostte veel moeite, want eikenhout geschikt voor huidgangen en kromhouten voor een boeier van 10.35 Meter lengte en 4.10 Meter ,breedte is niet op elke houtwerf voorradig.
Om het juiste model van het vaartuig te behouden, moest eerst de nieuwe huid om de oude krommers worden gelegd. Eerst daarna konden deze worden verwijderd en de nieuwe gesteld. Voor de bevestiging van de huid werden nu koperen nagels gebruikt van de soort als de goudvisserij op de „Lutine" boven water heeft gebracht, in de décadente 19e eeuw waren voor dit doel ijzeren spijkers gebezigd.
Het schip, dat 80 M2. zeil „aan de wind" voert, zal een holle mast krijgen, terwijl voor het staande want op de oude wijze touw zal worden gebruikt. Aan één anachronisme, als ik het zo noemen mag, is men niet ontkomen. Hoewel de trekzelen nog bij de inventaris zijn en de namen der hoge gasten in het gastenboek vertellen, wie eenmaal de lijn getrokken hebben, konden de nieuwe eigenaars niet besluiten dit illustere voorbeeld te volgen en plaatsten een 20 P.K. 4 cylinder Pentamotor.
Toen de vernieuwing van het eigenlijke schip zijn beslag had gekregen, moest de binnenbetimmering onder handen worden genomen. Waar geen genoegen kon worden genomen met de inrichting van een jacht, zoals die meer dan een halve eeuw geleden was, werd het advies ingewonnen van den bekenden Bussumer architect O. Dusschoten, die, zelf zeiler en aan het ronde vaartuig verkleefd, er in slaagde tal van practische vindingen in toepassing te brengen, zonder het cachet, dat een vaartuig als het onderhavige nu eenmaal heeft geweld aan te doen.
Als ik alleen vermeld, dat de kajuit van het vooronder gescheiden wordt door drie panelen met glas in lood. voorstellende: 1e „De Zeven Provinciën" van adm. De Ruyter, 2e. het „Kanonschot;' van v. d. Velde en 3e. een familiewapen, dan kan men zich de sfeer indenken.
Een volledige beschrijving van het jacht geef ik niet, omdat mijn doel enkel is, er de aandacht op te vestigen, dat de heren Hamstra met hun bekwame medewerkers de Gebr. Kok er in geslaagd zijn een van ouds bekende boeier, die het slopen nabij was, niet alleen te behouden, maar in een toestand te brengen, dat hij nog tientallen jaren een sieraad van de Nederlandse jachtvloot zal kunnen zijn. 

Een daad die in onze gehele zeilerswereld, maar vooral in het „heitelân" zal worden gewaardeerd. Een daad, die voor Nederland enig is en die zeker verdient, dat de aandacht er op gevestigd wordt.

1953

januari 1953

januari 1953: De Boeier 'Jean Bart' te koop in januari 1953

augustus 1953

augustus 1953: Waterkampioen half augustus 1953: Een Fries Statenjacht

Het is verheugend, dat de belangstelling voor de oud-Friese ronde jachten groeiende is. Daarvoor is alle reden en wij moeten de mannen, die veel hebben gedaan om deze belangstelling aan te wakkeren, dankbaar zijn. Het begon met het oprichten van het Stamboek en de bijeenkomst van Grouw was tot nu toe het hoogtepunt. Men streefde ernaar de jachten, die verloren dreigden te gaan, aan goede eigenaren te helpen, die van zins waren zo'n jacht op een waardige wijze te houden.
Zo is men gekomen tot een denkbeeld, dat grote aantrekkelijkheid heeft. Waarom zou het Provinciaal Bestuur van Friesland niet als in oude tijd over zo'n prachtig monumentaal boeierjacht mogen beschikken. Voor representatief doel kan moeilijk een beter schip te vinden zijn en een water-provincie bij uitstek moet toch over een representatief vaartuig beschikken. Dat daarmee tevens zo'n monument van zuiver-gewestelijke oorsprong behouden zou blijven, lijkt een bijzonder aantrekkelijk vooruitzicht.
Er is bij dit plan reeds aan een bepaald jacht gedacht en wel aan de boeier, die destijds onder de naam „Friso" eigendom was van Friesland's Commissaris der Koningin Baron van Harinxma thoe Slooten. Dit is inderdaad een prachtig schip. Mij speelt echter nog een ander boeierjacht door het hoofd en wel het grootste, dat ooit door de Jouster werf werd afgeleverd, de "Almeri". Dit schip zou voor het doel door zijn afmetingen, vooral ook door de hoogte onder dek, bijzonder geschikt zijn, terwijl de wijze, waarop het werd afgetimmerd met medewerking van bekende kunstenaars de aantrekkelijkheid verhoogt. Aankoop van de "Almeri" door het Zuiderzee Museum schijnt te zijn afgesprongen. Dit is jammer, maar dit trotse schip als Statenjacht zou een veel mooier toekomst zijn dan als museumschip.Ik kan mij indenken, dat het voor een provincie geen gemakkelijk besluit is zo'n Statenjacht aan te schaffen. Maar het doel is zo prachtig, dat ik mij voorstel, dat er in Friesland het geld te vinden moet zijn om het te verwezenlijken. Van ganser harte hoop ik dat het ervan zal komen.

december 1953

december 1953: Waterkampioen december 1953

Het was gelukt! Dank zij de spontane medewerking van het Friese bedrijfsleven, was het initiatief van de Koninklijke Zeilvereniging „Oostergoo" en het Departement Leeuwarden van de Ned. Maatschappij voor Nijverheid en Handel, om te trachten de boeier „Jean Bart", ex „Friso" voor Friesland terug te kopen, volledig geslaagd. En nu was zij van haar thuishaven te Muiden door de schipper Jarig Roode en diens zoon naar Lemmer gebracht en zag ik haar in de nevelige morgen van 5 Nov. daar liggen volledig getuigd. Wat een jacht! De vlag van de Koninklijke Ned. Zeil- en Roeivereniging hing roerloos aan de vlaggestok op het roer, bewaakt door de gouden leeuw, die zich schuchter koesterde in de eerste zonnestralen.

1954

februari 1954

februari 1954: Reactie Gebr. Kok in Muiden op de berichtgeving in de Waterkampioen

15 mei 1954

15 mei 1954: Waterkampioen half Mei 1954: Tekening Boeier 'Friso' door Rudolf Das

22 mei 1954

22 mei 1954: Waterkampioen mei 1954: De overdracht van het Friese Statenjacht 'Friso'

Waterkampioen begin juni 1954 - Friesland kreeg zijn Statenjacht

Wij hebben reeds aangekondigd, dat 22 Mei te Grouw het Statenjacht „Friso" aan het Provinciale bestuur van Friesland zal worden overgedragen. De Boeier-commissie, samengesteld uit de Kon. Z.V. „Oostergoo" en het Dep. Leeuwarden van de Ned. Mij voor Nijverheid en Handel kan thans over de plannen voor die Zaterdag het volgende mededelen: „De gang van zaken is als volgt gedacht: om 14 uur verzamelen zich een duizendtal genodigden bij het Theehuis, waar aan de steiger het Statenjacht gemeerd zal liggen met de vlag der Kon. Zeilvereniging „Oostergoo" in top. De „Friso" zal geflankeerd worden door 6 vertegenwoordigers der Friese ronde schepen en wel 2 boeiers, 2 jachten en 2 tjotters. Na de overdracht en het spelen der volksliederen zal de Commissaris der Koningin het schip officieel betreden en zal zijn standaard in de mast worden gehesen, waarbij de aanwezige marinevaartuigen saluutschoten zullen afgeven.

pdf Waterkampioen begin mei 1954 nr935 - Overdracht van het Friese Statenjacht Friso.pdf

juni 1954

juni 1954: Waterkampioen half juni 1954: Friesland kreeg zijn Statenjacht

22 Mei 1954 zal een gedenkwaardige dag blijven voor Friesland, voor zijn Provinciaal bestuur, voor het bedrijfsleven en voor zijn watersport. Ook een gedenkwaardige dag voor de gehele Nederlandse watersport. Want daar in Grouw stond onze oud-nationale sport als een gelijkwaardig deelgenoot naast het bedrijfsleven. Hier hoorden wij een officiële erkenning, niet alleen van de schoonheid van de zeilsport, maar ook van de waarde, die de watersport voor Friesland heeft. En het was de zeilerij, die bij de overdracht van het boeierjacht „Friso" als Statenjacht aan het Provinciaal bestuur, zijn stempel drukte op deze merkwaardige gebeurtenis.
Als er ooit een Friese boeier goed voor de dag is gekomen, dan is dat de „Friso" bij deze gelegenheid. Smetteloos glanzend was het lak- en schilderwerk, prachtig glimmend al het gepoetste koperbeslag om door een ringetje te halen! De ronde jachten van het escorte, de boeiers „Constanter" en „Albatros", de Friese Jachten „Mercurius" en „Argo" en de Tjotters „Jonge Durk" (nu 'Nieuwerhoek') en „Tsjibbe Gearts" wedijverden in pronk met het toekomstige Statenjacht.

pdf Waterkampioen begin juni 1954 nr937 - Friesland kreeg zijn Statenjacht.pdf

1955

1955

1955: Documentatie Stamboek

1969

1969

1969: Het archief van M. (Marchienus) de Jonge

Marchienus de Jonge was van 1947 tot 1948 inwonend conciërge / beheerder en restaurateur van het Fries Scheepvaart Museum te Sneek. Daarna van 1949 - 1969 Technisch Assistent A bij het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen, 1 maart 1969 ging hij met pensioen. In zijn vrije tijd heeft hij vele scheepsmodellen gebouwd. Zij kleinzoon Willem de Jonge kwam enige tijd geleden in het bezit van de persoonlijke archieven van zijn grootvader, waarin nogal wat fotomateriaal in zit van schepen, waar hij o.a. modellen van heeft gebouwd, maar ook van schepen waar hij als restaurateur aan heeft gewerkt en tevens enkele die hij volledig heeft herbouwd. Willem de Jonge heeft ons een aantal foto's uit dit archief voor publicatie ter beschikking gesteld.

1974

1974

1974: De Boeier Friso - Fries Statenjacht 1894 - 1954 - 1994

In 1974 heeft het Provinciaal Bestuur van Friesland een brochure onder de titel 'Het Statenjacht Friso' het licht doen zien. Deze brochure was geschreven door de heren H.G. van Slooten en A.J. Wijnsma en bedoeld als relatiegeschenkje voor gasten op de Friso (ook in de handel gebracht door P. N. van Kampen en Zn. B.V. te Amsterdam). 

Het eerste hoofdstuk:
Het Statenjacht draagt de naam van de stamvader der Friezen. Met recht, want het is een puur Fries schip. Gebouwd op een Friese werf in opdracht van de eerste burger van Friesland. We schrijven voorjaar 1893. Op de Jouster werf heerst grote bedrijvigheid. De knechten onder leiding van de zoon van de ouwe baas zijn druk aan het werk, want het seizoen begint weer te naderen, de schepen moeten klaar. Bovendien zijn er enige belangrijke reparaties te verrichten aan één der paling-aken uit Heeg. Er wordt gezaagd, geschaafd, geklopt, gehamerd dat het een lieve lust is.
Dan gaat plotseling de kleine schuurdeur open en verschijnt in zijn zondagse lakense jas de ouwe baas Eeltje Holtrop van der Zee zelf. Iedereen kijkt op: zo maar door de week en dan in de „sneinske klean" (zondagse kleren), dat gebeurt nooit. Er moet dus wel iets bijzonders zijn. Eeltsje-baas met zijn kromme pijpje, loopt verder en zijn zoon Auke ziende zegt hij: „Roep het volk bij elkaar, ik heb wat te zeggen". 
Als allen verzameld zijn, tot de spijkerjongen toe, neemt Eeltje het woord en hoewel hij geen redenaar is en gewoonlijk weinig zegt, maar des te meer ziet, neemt hij zijn pijpje uit de mond en zegt: „Mannen, ik ben vandaag in Leeuwarden geweest bij de Commissaris der Koningin, baron Van Harinxma en deze heeft mij opdracht gegeven een boeier voor hem te bouwen, groter dan de boeiers welke wij tot nu toe hebben gemaakt en natuurlijk niet minder mooi. Volgend voorjaar moet ze klaar zijn. Ik ben trots op deze opdracht en ik verwacht, dat jullie allen, jij in de eerste plaats Auke, Pybe en Hylke en ook lytse Jan mee zullen werken, opdat wij deze vererende opdracht tot een goed einde brengen. Wij zullen voor Friesland een Commissarisjacht bouwen!". Eeltje zwijgt en kijkt de schare langs. Hij kent hen allen. Velen zijn al jaren op zijn werf werkzaam en hij weet, dat het bekwame vakmensen zijn, die reeds menige boeier en Fries jacht hebben gebouwd en hoe gebouwd! Dan treedt Pybe, de oudste knecht naar voren. Hij neemt zijn pruimpje uit de mond en zegt: „Baes, Jo kinne op us rekkenje" (baas, u kunt op ons rekenen), stapt terug en pruimt verder.
Eeltje draait zich om en samen met zoon Auke verlaat hij de schuur, waar ieder weer aan het werk gaat. Hij gaat aan de kant van de vaart naast de helling staan, achter de schuur, op de zijkant waarvan veel naambordjes staan met de namen van de schepen, die reeds op deze werf (het oude bedrijf van de familie Geerts, dat Eeltje in 1857 overnam) zijn gebouwd. Hij staart over het water en zoon Auke weet, dat er nu niet gesproken moet worden. Eeltje peinst lang, maar uiteindelijk draait hij zich om, kijkt Auke aan en zegt: „Ik sjoch 'm lizzen" (ik zie hem liggen) en verdwijnt in de kleine woning naast de werf.
Zo was de grote bouwmeester, die op 12 september 1823 te IJlst was geboren en op jeugdige leeftijd in de leer kwam bij zijn grootvader Eeltje Teadzes Holtrop, de bouwmeester van de thans nog bestaande boeier „Hilda", eigendom van het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen. Een man van spaarzame woorden, maar een scheepsbouwer, zoals weinig anderen. Van zijn kunnen leggen vele boeiers en Friese jachten getuigenis af.
Wij denken aan de boeiers „Constanter" eigendom van de familie Halbertsma te Grouw, „Albatros" van N.V. Philips te Drachten en aan de Friese jachten „Mercurius", van Kingma's Bank N.V. te Leeuwarden en „Argo" van de heer J. W. Tuininga te Helmond, om maar enkele pronkstukken te noemen. Waarbij wij toch ook eigenlijk niet de „Dolfijn" van oud-commissaris Voordewind, thans eigendom van de heer F. G. Spits te Groningen, mogen vergeten, al was het alleen maar omdat dit schip uit 1868 eigenlijk het prototype in overgangsvorm is van de latere Friese jachten.
In 1893 had hij de dagelijkse leiding van de werf overgedragen aan zijn zoon Auke, maar hij hield het opper-toezicht tot zijn dood in 1901 toe. Dat hij werkelijk op zijn „volk" kon rekenen, blijkt wel uit de bewaard gebleven werfboeken, thans eigendom van de Ottema-Kingma Stichting te Leeuwarden.
Het zal een grote dag zijn geweest voor Joure, toen het Commissaris-jacht te water werd gelaten en „Friso" gedoopt werd.

pdf Brochure Statenjacht Friso

1978

1978

1978: Stichtingsmonografiën: Nummer 01 - De onverwachte gevolgen van een ondoordacht idee

De boeier 'Jean Bart' van eigenaar J.S. van Mesdag uit Hilversum was een prominent deelnemer van de eerste reünie van Friese Ronde Jachten die in 1953 in Grouw werd georganiseerd. De geschiedenis daarvan is bekend en staat uitgebreid beschreven in Stichtingsmonografie nummer 01 - De onverwachte gevolgen van een ondoordacht idee.

Een citaat uit deze monografie:

Het grootste schip van de reünie was de boeier 'Jean Bart' eigendom van de heer J.S. van Mesdag te Hilversum. Dit schip trok aller aandacht, niet alleen omdat het gebouwd was te Joure in 1894 voor de toenmalige Commissaris der Koningin, mr. B. Ph. baron van Harinxma thoe Slooten, maar vooral omdat er geruchten de ronde deden, dat het verkocht zou worden naar Frankrijk. Hoe dit monument veilig te stellen? In vorige eeuwen had Friesland zijn Statenjacht gehad en zo ontwikkelde zich de gedachte, waaraan gestalte gegeven werd door drs. Herre Halbertsma, om wederom te trachten een Statenjacht voor Friesland te verwerven. Ernstige pogingen werden aangewend om dit schip door de Provincie te laten kopen, maar deze mislukten. Het was de voorzitter van 'Oostergoo', de heer R. Buisman, die het initiatief nam tot de vorming van een z.g. 'Boeiercommissie', bestaande uit bestuursleden van 'Oostergoo' en het 'Departement Leeuwarden van de Nederlandse Maatschappij voor Nijverheid en Handel'. Deze commissie nu, en met name haar voorzitter Buisman, wist in korte tijd voldoende middelen te verzamelen, waardoor het mogelijk werd de 'Jean Bart' aan te kopen en reeds in november 1953 naar Friesland terug te voeren. Nadat deze boeier in de winter was opgeknapt en van een nieuw tuig was voorzien, vond op 22 mei 1954 de luisterrijke overdracht aan het Provinciaal Bestuur plaats te Grouw, waarbij ook een groot aantal ronde jachten acte de présence gaf. De oude naam 'Friso' werd in ere hersteld en sedertdien vaart dit schip als Statenjacht op de Friese wateren. 

1980

1980

1980: Tijdschrift "Watersport": 71 jarige Gerben Ferwerda uit Sneek bouwt model van 'Friso''

1985

februari 1985

februari 1985: Tijdschrift "Watersport" - Het Statenjacht 'Friso' op de Hiswa

In het kader van het dertigjarig jubileum van de HISWA-tentoonstelling heeft de tentoonstellingscommissie het initiatief genomen om voortaan een van de Nederlandse provincies uit te nodigen. De uitverkoren provincie verzorgt dan een gastpresentatie. Dit jaar staat de HISWA in het teken van Friesland. De Friese inzending wordt gecoördineerd door de Provinciale VVV Friesland en zal bestaan uit een informatiecentrum waar men inlichtingen kan krijgen over de vele recreatiemogelijkheden die deze waterrijke provincie biedt. In aparte stands presenteren vele Friese bedrijven zich individueel. Jachthavens, verhuur- en charterbedrijven, jachtmakelaars, zeilscholen en surfscholen, enz.
De grootste publiekstrekker voor de Friese presentatie zal het statenjacht „Friso" zijn. Het is eigendom van de Provinciale Staten van Friesland en wordt voor deze gelegenheid naar Amsterdam gebracht.

pdf Watersport februari 1985 Statenjacht Friso

1990

1990

1990: In de winter van 1990/1991 is de 'Friso' duchtig onder handen genomen door Van der Meulen in Sneek

1992

1 juli 1992

1 juli 1992: De 'Friso' als aandachtstrekker in de Hofvijver in Den haag

1994

1994

1994: De monografie 'De Boeier Friso'

In 1974 heeft het Provinciaal Bestuur van Friesland een brochure onder de titel 'Het Statenjacht Friso' het licht doen zien. Al geruime tijd is dit twintig jaar oude werkje niet meer verkrijgbaar. Met de sterk gegroeide belangstelling voor ronde en platbodemschepen en de nationale bekendheid van de Friso als Statenjacht van Friesland deed zich langzamerhand de behoefte gevoelen een nieuwe aan dit schip gewijde monografie te doen verschijnen. De viering van de beide jubilea van de Friso, te weten de honderdste geboortedag en veertigjarige hoedanigheid van Statenjacht, bleek de perfecte aanleiding om daartoe over te gaan. In 1994 verscheen daarom de monografie 'De Boeier Friso'.

juni 1994

juni 1994: De 'Friso' in de Spiegel der Zeilvaart juni 1994

De restauratie van de 'Friso'

De 'Friso' wordt als Statenjacht zeer intensief gebruikt. Vier vaartochten per week in het hoofdseizoen vormen geen uitzondering. De provincie Friesland heeft de in 1894 gebouwde boeier in onderhoud en daar kleven nog wel eens problemen aan. Deze liggen vaak in het vlak van hoe en met welke materialen het schip gerepareerd moet worden. Verschillende belangen spelen hierbij een rol. Aan de ene kant het praktisch hanteerbaar zijn van de boeier en aan de andere kant het belang van het behoud van de traditionele bouwwijze. De Boeier-commissie, die in opdracht van het bedrijfsleven de boeier in 1953 heeft aangekocht, is één van de groepen die zeer sterk de vinger aan de pols houdt om te kijken of de provincie het schip wel goed onderhoudt. 

pdf SdZ 1994 mei nr05 - De restauratie van de 'Friso'

Het geheim van de 'Friso'

Het is duidelijk dat het schip een jacht is. Het heeft weinig met een traditioneel beroepsvaartuig te maken. Hij heeft iets hooghartigs, maar hij laat je gelukkig niet voelen dat je een mindere bent. Het is wel zo dat als je aan boord stapt je je schoenen uit wil trekken, maar het dweiltje op de kuipbank geeft echter aan dat dat niet hoeft. Ik ga de bewerkte kajuitdeurtjes door en kijk verbaasd naar de glas in looddeurtjes in de salon. Het geheel straalt een sfeer uit van een goed glas wijn bij de open haard. Pieter vertelt dat er met heel veel mensen gevaren wordt, die in Nederland behoorlijke posities innemen. Wiegel, onze vorige Commissaris van de Koningin, gebruikte de 'Friso' heel veel. Hij maakte er gemiddeld vijftien tochten per jaar mee. Als we met industriëlen voeren waren de voorbesprekingen al achter de rug, maar op de boeier werden nog eventjes de puntjes op de i gezet en moeilijke compromissen gesloten. Ik denk dat de Friese bevolking aan de `Friso' behoorlijk wat werkgelegenheid heeft te danken.' 

pdf SdZ 1994 mei nr05 - Het geheim van de 'Friso'

2013

2015

mei 2015

mei 2015: Brochure/paspoort Statenjacht 'Friso'

20 juni 2015

20 juni 2015: Volgschip Jubileum SSRP 60 jaar Behoud(t) het Goede en Zevenwolden 150 jier Foar de Wyn in Lemmer

Het Statenjacht 'Friso' was het eerste volgschip van Lemsteraak 'De Groene Draeck' van Admiraal HKH Prinses Beatrix tijdens Vlootschouw en Admiraalzeilen bij het grote Jubileumevenement van de SSRP en De Zevenwolden in Lemmer. Aan boord een aantal gasten van de provincie Fryslân, en bestuursleden van SSRP en De Zevenwolden.

2015: SSRP 60 jaar Behoud(t) het Goede en Zevenwolden 150 jier Foar de Wyn

De beide voorzitters
De beide voorzitters

oktober 2015

oktober 2015: Visitekaartje Boeier 'Friso' al 35 jaar in onderhoud bij Van der Meulen in Sneek

Het Statenjacht Friso is het fraaiste varende visitekaartje dat Fryslân zich kan wensen,' meent Commissaris van de Koning John Jorritsma. 'Door de jaren heen hebben we duizenden prominente gasten aan boord gehad uit binnen- en buitenland, waarbij één doel voorop stond: samen Fryslán verder helpen. Dat was precies de reden waarom het Friese bedrijfsleven het Statenjacht ruim zestig jaar geleden aan de provincie schonk. Op zo'n scheepje, in zo'n fraai decor, bereik je meer voor Fryslán dan in een kille vergaderkamer drie hoog achter.' Natuurlijk moet een dergelijk representatief schip altijd in een perfecte staat van onderhoud verkeren. Sinds 1980 is Jachtwerf Joh. van der Meulen in Sneek het vaste adres van het Friese Statenjacht voor restauraties en onderhoud. Aan de keuze voor Van der Meulen ging een uitgebreide selectie vooraf. Vanaf 1954 deed eerst jachtwerf 'De Kille' van R. Wester & Zn. in Grou het onderhoud. Deze werf werd gesplitst, wat voor de provincie aanleiding was om te zien naar een andere. De keus viel op Van der Meulen in Sneek omdat die een uitstekende reputatie had opgebouwd op het gebied van bouwen, restaureren en repareren van houten ronde en platbodems.

pdf Spiegel der Zeilvaart 2015 Oktober nummer 8 - Visitekaartje Boeier Friso al 35 jaar in onderhoud bij Van der Meulen in Sneek

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht