Froask

Froask

Pier Piersma, (toen nog) assistent op de werf van Berend de Jong uit Heeg, bouwde zijn tjotter, de 'Froask' in 457 vrije uren. Het scheepje is 5 meter lang en 1,80 m breed; het is getuigd met zestien vierkante meter zeil en gaat varen met zeilnummer 1 (ze is gemeten als RE86).

Eigenschappen

Plaquette nummer:528 Zeil nummer: 1 / RE86
Categorie:C Tekening nummer:
Type:Tjotter

Bouw

Bouwjaar:1967 Ontwerper:P.P. Piersma
Werf:P.P. Piersma Werf plaats:Heeg
Motor: Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:
Materiaal zeil:Katoen
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:4,95 m Breedte berghout:1,85 m
Diepgang:0,30 m Masthoogte water:7,35 m
Oppervlakte grootzeil:12,13 m2 Oppervlakte fok:6,83 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:18,96 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1979 – Nu (laatst bekend) P.P. Piersma, Heeg ( Froask)

Geschiedenis

1967

10 juli 1967

10 juli 1967: Tewaterlating tjotter 'Froask'

12 juli 1967

12 juli 1967: Leeuwarder Courant: Jonge tjotterbouwer laat eerste product te water

2005

juli 2005

juli 2005: SSRP bijlage Spiegel der Zeilvaart: Met een tjotter in 368 slagen door de Jeltesloot

Scheepsverhalen ter gelegenheid van het 50 jarig bestaan van de SSRP

In 2005 is bij de Spiegel der Zeilvaart van juli-augustus nummer 6 een Bijlage gepubliceerd met de titel "SSRP 50 jaar". In deze bijlage zijn tien verhalen "scheepsverhalen" opgenomen, handelend over een aantal in het Stamhoek geregistreerde schepen en hun eigenaren. Om u enig inzicht te geven in de veelheid en diversiteit van scheepstypen, die we kennen in deze behoudsorganisatie, hebben we een aantal veel op de Nederlandse wateren rondvarende voorbeelden daaruit gedestilleerd. Dit verhaal is er één van.

Zoon van Heit en Mem Piersma van de jeugdherberg op het Eiland in Heeg

Pier Piersma, scheepsbouwer uit Heeg en eigenaar/bouwer van tjotter met nummer 1 'Froask', glundert nog als hij vertelt over de belevenissen in zijn jeugd met tjotters. Die herinneringen gaan ver terug omdat hij als zoon van Heit en Mem Piersma van de jeugdherberg op het Eiland in Heeg al vroeg kennis maakte met deze wonderschone scheepjes. De tjotter was in vroeger tijden een gebruiksartikel in het Friese land. De kruidenier, de bakker, de veekoekenhandelaar brachten hun producten er mee naar hun klanten omdat dit over de weg nagenoeg onmogelijk was. Later nam het vervoer over betere en nieuwe wegen de taak van de fraaie schepen over. Ze kregen een andere functie en in Heeg werden en werden er zelfs zeilcursussen in gegeven. Op een gegeven moment beschikte de jeugdherberg zelfs over tien tjotters en een Fries jacht. Het verhaal gaat dat Pier op vierjarige leeftijd de tjotters al her¬kende aan de vorm van de zwaarden.
Als 7-jarige kreeg Pier van Heit een houten bak met een mastje erop als oefenvaartuigje in het haventje van de jeugdherberg. Hij zag de instructeurs met de tjotters komen en gaan. Toen hij tien jaar werd mocht hij zo nu en dan een overgebleven tjotter meenemen om een eindje te gaan zeilen. Dat lukte gaandeweg steeds beter. Het werd voor hem zaak om op te klimmen in de rangorde van de instructeurs. Vaak ging de club overdag halve wind weg uit Heeg naar Langweer om 's avonds tegen die wind terug te komen. De sport, eigenlijk een wedstrijd, was het dan wie als eerste bij de Jeugdherberg arriveerde. Toen Pier een keer als tweede in 368 slagen (serieus geteld) arriveerde, was het duidelijk dat men rekening met hem moest gaan houden.
Pier ging wedstrijdzeilen in tjotters. Eerst was het zaak om de grootste fok voor het wed-strijdschip te versieren, daarnaast was het vroeger al gebruikelijk het onderwaterschip nog gladder als glad te maken met grafiet. Maar allengs werden er minder wedstrijden voor ronde schepen georganiseerd. Toen zelfs tijdens de Sneekweek de ronde en platbodemschepen werden geweigerd, werd er uit protest door Heit Piersma en zijn bemanningen admiraalgezeild voor het starteiland. Na de technische school en MTS kwam Pier in Heeg bij Berend de Jong in de leer.

De eerste boot werd de 'Froask', een slanke, niet te brede tjotter.

Berend bouwde tjotters, Friese jachten en ook boeiers op zijn werf. Als klein jongetje was Pier er al vaak tussen de krullen te vinden, maar nu mocht hij het vak echt leren. Als loon mocht hij er zijn eigen boot bouwen. Bij het zeilen met de jeugdherberg tjotters had hij geleerd wat een tjotter snel kon maken. De eerste boot werd de 'Froask', een slanke, niet te brede tjotter.
Dat de 'Froask' met haar schipper Pier een geduchte tegenstander is op de wedstrijdbaan mag duidelijk zijn als je uitslagenlijsten van de wedstrijden doorloopt. Dat her er wel eens fel aan toe gaat, mag blijken uit de opmerking van een tegenstander, dat als zijn vader in de buurt was geweest met een jachtgeweer, er zeker geschoten zou zijn ..... Zeer regelmatig is Pier op de eerste plaats te vinden. Dat doet recht aan zijn zeilnummer 1. Toen een oude tjotter met dit nummer werd gesloopt, wist Heit Piersma van de Noord Nederlandse Watersport Bond gedaan te krijgen dat de 'Froask' met dit unieke nummer mocht gaan zeilen. Overigens is het balkje onder het cijfer kenmerkend voor de tjotters die maximaal 16 m2 zeil voerden vanwege een historische belastingmaatregel.
De 'Froask' is Pier's eerste tjotter van de lange lijst nieuwbouwtjotters uit latere jaren en de vele geslaagde restauraties die hij heeft uitgevoerd. Die lijst bestaat overigens naast de tjotters ook uit veel Friese jachten, boeiers en Staverse jollen. Zelfs in Duitsland, Japan en Amerika (en mogelijk binnenkort Moskou) heeft men kennis gemaakt met het vakmanschap van de scheepsbouwer en tevens geduchte wedstrijdzeiler uit Heeg.

pdf Spiegel der Zeilvaart: Bijlage in het kader van het 50 jarig bestaan van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht