Gebroeders

Gebroeders

Berend de Jong in Heeg heeft deze tjotter gebouwd in opdracht van een burgemeester van ?. Tijdens de bouw gaf deze te kennen van de koop af te zien. Vanaf 1974 is de tjotter in eigendom van de familie van Zanten.

Alle houten onderdelen van het schip - dus inclusief rondhouten, blokken en snijwerk - zijn vervaardigd door B. de Jong zelf. Het ijzerbeslag is niet meer gemaakt door zijn broer Hendrik, maar door de schoonzoon van De Jong. Het schip is vervaardigd van massieve eiken onderdelen die zijn bevestigd met gegalvaniseerde spijkers; een uitzondering hierop vormen de vlakplanken die aan de leggers zijn bevestigd door middel van grenehouten pennen. De kokerwangen zijn aan de mastdoft bevestigd door middel van een geklonken ijzeren pen. Het schip heeft een kielplank, met aan weerszijden daarvan één brede vlakplank en vier huidgangen. De spantvorm ter hoogte van de hoofdspanten is vrijwel die van een platbodem.

Eigenschappen

Plaquette nummer:1011 Zeil nummer: RE98
Categorie:C Tekening nummer:
Type:Tjotter

Bouw

Bouwjaar:1974 Ontwerper:B. de Jong
Werf:B. de Jong Werf plaats:Heeg
Motor: Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip:Rond Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:5,08 m Breedte berghout:2,40 m
Diepgang:0,35 m Masthoogte water:8,06 m
Oppervlakte grootzeil:13,80 m2 Oppervlakte fok:7,40 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:21,20 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1974 – Nu (laatst bekend) H.J. van Zanten, Laren (NH) ( Gebroeders)

Geschiedenis

1994

17 november 1994

17 november 1994: Informatie uit een brief die eigenaar A.J. van Zanten heeft gestuurd aan Dr. Ir. J. Vermeer

De grote tjotter 'Gebroeders' is gebouwd door Berend de Jong. Wij (mijn broer en ik) zijn de eerste eigenaar van het schip, doch het schip is niet in onze opdracht gebouwd. Wij hebben het gekocht in het najaar van 1974, nadat wij het tijdens de zomervakantie voor de werf in Heeg hadden zien liggen met een aan de giek hangend bordje met daarop de tekst "te koop". De nu volgende informatie over de bouw heb ik dan ook vernomen uit de mond van B. de Jong.

Het schip is volgens de Jong gebouwd in opdracht van een burgemeester die tijdens de bouw te kennen heeft gegeven van de koop af te zien. De bouw heeft ongeveer een jaar geduurd, waar de Jong volgens eigen zeggen normaal een schip van deze afmetingen in ongeveer drie maanden zou hebben gebouwd. De Jong was toen echter al enige tijd gepensioneerd en er was geen opdrachtgever zodat er ook geen tijdsdruk was. Daarnaast was zijn vrouw in deze periode ernstig ziek en is kort daarna overleden.

In het voorjaar van 1974 is het schip te water gegaan. Volgens eigen zeggen heeft De Jong tijdens de Friese Reünie van 1974 zelf met het schip (buiten deelname) gezeild waarbij "het in snelheid goed met andere tjotters kon meekomen". Toen wij het schip kochten was het lofwerk in de hennebalk reeds aangebracht, doch middenin was nog een ruimte uitgespaard voor een naam. Wij hebben toen besloten om het schip "Gebroeders" te noemen als een eerbetoon aan de scheepswerf  "Gebroeders de Jong" waarvan dit de laatste grote tjotter was. Deze naam heeft de Jong vervolgens in de hennebalk aangebracht.

Het schip is opgeleverd met een bruin Dacron tuig. Hiermee is gevaren t/m het seizoen '93. Vanaf 1976 is er ook een wit katoenen tuig bij het schip; dit tuig is alleen gebruikt met mooi weer alsmede verschillende malen bij het admiraalzeilen tijdens Friese reünies. Vanaf het seizoen '94 is er een wit dacron tuig bij het schip.

In het voorjaar van 1975 hebben wij het schip opgehaald en over de weg naar onze toenmalige thuishaven Nederhorst Den Berg gebracht. De volgende (en huidige) thuishaven werd Kortenhoef, gelegen aan de plas de Wijde Blik. In 1975 is het schip ingeschreven in het Stamboek Ronde en Platbodemjachten. Hierbij is het plaquettenummer 1011 toegekend. In 1976 is het schip voor het eerst gemeten door het KNWV, waarbij het zeilnummer RE 98 is toegekend.

In '76 is voor het eerst een zeilvakantie in Friesland gehouden. Sindsdien heb ik de tocht naar Friesland en weer terug een keer of tien gemaakt, waarbij ik meestal heb deelgenomen aan tenminste de wedstrijden in Sloten en in Heeg. Tot op heden heeft er nog nooit een motor in of aan het schip gezeten. Derhalve leidde de route naar en van Friesland altijd ofwel over de randmeren ofwel over het IJsselmeer. Op het IJsselmeer gedraagt het schip zich bij ruime koersen uitstekend. Door de enigszins aakachtige rompvorm en de volle kop komt er, in tegenstelling tot bij de meeste gepiekte tjotters en jachten, nimmer water via de kop binnen.

Hoewel het schip nog betrekkelijk jong is, zijn er toch al verschillende reparaties uitgevoerd. Van de Jong heb ik vernomen dat het schip is gebouwd met hout dat hij nog in voorraad had liggen. Ik heb de indruk dat de Jong bij de bouw, met name voor de huid, hout heeft gebruikt dat om de een of andere reden niet goed was bevonden om te worden gebruikt bij de bouw van een ander schip. Van verschillende houtscheepsbouwers heb ik namelijk al eens de opmerking gehoord dat het hen verbaast, dat de Jong in staat was om hout dat zo ver door de draad heen is gezaagd toch zo sterk te buigen.

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht