Hendrika

Hendrika

De boeier "Lutke" is 7,30 m lang, 2,68 m breed en heeft een diepgang van 0,52 m. Vermoedelijk is het jacht in 1850 in IJlst bij Lantinga gebouwd, maar er zijn geen harde bewijzen voor. Het zal rond 1910 geweest zijn dat er een kajuit op is gebouwd en daarna werd het jacht met de typenaam boeier aangeduid. Uit stukken kranten die achter de spanten vandaan kwamen kan worden afgeleid dat deze verbouwing zo'n tachtig jaar geleden heeft plaats gevonden. Hoewel het scheepje ongeveer 135 jaar oud is, zijn er nog maar weinig onderdelen die uit die tijd stammen. 

Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn boek "De Boeier":
De historie van dit ongetwijfeld zeer oude schip is in nevelen gehuld, aangezien geen mededelingen van vooroorlogse eigenaren meer konden worden achterhaald. In 1977 vonden wij het in zeer onttakelde toestand achter in de loods van jachtwerf Piersma in Heeg, alwaar wij een opmeting van de lijnen hebben kunnen uitvoeren. Dit lijnenplan diende in 1985 als illustratie bij een artikel over het opmeten van oude jachten in het tijdschrift "Spiegel der Zeilvaart' en is tevens opgenomen in het aanhangsel Scheepstekeningen achter in dit boek. De vorm van het schip en ook die van verschillende onderdelen, bijvoorbeeld van het smeedijzeren beslag, duiden op een bouwjaar dat waarschijnlijk in het midden van de negentiende eeuw gedateerd moet worden. Ook Piersma Sr was destijds die mening toegedaan.

Eigenschappen

Plaquette nummer:162 Zeil nummer:
Categorie:D Tekening nummer:
Type:Boeier

Bouw

Bouwjaar: Ontwerper:
Werf: Werf plaats:
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:Eikenhout
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:7,51 m Breedte berghout:2,85 m
Diepgang:0,50 m Masthoogte water:11,30 m
Oppervlakte grootzeil:26,00 m2 Oppervlakte fok:10,50 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:65,00 m2
Oppervlakte totaal:101,50 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

onbekend – onbekend J.C. Roelandse, Leiderdorp ( Hendrika (?))
1959 – 1972 J. van Riemsdijk, Ouderkerk a/d Amstel ( Lutke)
1972 – 1992 A. Dubbeld, Enkhuizen ( Hendrika)
1992 – 2006 A.E. Kruit, Leiden ( Hendrika)
2006 – Nu (laatst bekend) W. Visser, Vianen ( Hendrika)

Geschiedenis

1984

september 1984

september 1984: Spiegel der Zeilvaart September - Restauratie Boeier Hendrika

Op het terrein van de Enkhuizer Jachtwerf staat al jaren een oude boeier. Er naast ligt een massa blik en verrot hout. Berghout en boeisels en een aantal gangen zijn al vernieuwd. Nog vertoont de romp grote gaten en er zijn nog een aantal zwarte, half vergane vlakdelen zichtbaar. 
Ab Dubbeld woont met zijn vrouw naast de werf op de hoek aan de Spoorstraat en is na een prille start op de oude manier - gangen branden - al snel gaan zoeken naar nieuwe mogelijkheden om de ca. 135 jaar oude boeier te restaureren.
Er worden in ons land op heel wat plaatsen oude houten schepen gerestaureerd en als we alle restauraties zouden beschrijven dan zouden we een dik boek kunnen vullen. Deze restauratie willen we extra aandacht geven omdat de heer Dubbeld echt nieuwe mogelijkheden voor betaalbare restauratie gevonden heeft. Met deze publicatie willen we de mensen die aan het restaureren zijn op nieuwe ideeeen brengen. Zij die met restauratieplannen rondlopen en niet op klassieke manier willen of (financieel) kunnen werken geven we wellicht een aanzet tot de grote stap: een noodzakelijke volledige restauratie.

Note Criterium Commissie: Vanwege deze moderne, niet klassieke manier van restaureren is de Hendrika ingedeeld in Categorie D. Ondanks haar hoge leeftijd zal ze op deze manier nooit het predikaat 'Varend Monument' kunnen krijgen.

pdf SdZ September 1984 nr07 - Boeier Hendrika Restauratie met gelamineerde gangen in hout-epoxy

pdf Spiegel der Zeilvaart oktober 1984 - Restauratietechniek

1985

februari 1985

februari 1985: Spiegel der Zeilvaart nummer 1: Over het opmeten van oude jachten door Dr. Ir. J. Vermeer

Ruim dertig jaar geleden begon belang-stelling te ontstaan voor de traditionele Nederlandse zeilschepen. Het is ontegenzeggelijk de grote verdienste van de in 1955 opgerichte Stichting Stam-boek Ronde en Platbodemjachten, dat zij die belangstelling in georganiseerde banen heeft geleid en daardoor sterk gestimuleerd. De stichting kwam zelve weer voort uit de in april 1952 door het bestuur van het Fries Scheepvaart Museum te Sneek ingestelde Commissie Stamboek Friese Ronde Jachten. Een belangrijk doel van deze commissie was het verzamelen van zoveel mogelijk gegevens van nog bestaande „. . oud-Friese jachten, die door hun bouw en sierlijkheid als monument beschermd moeten worden . . .". De Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten heeft de doeleinden van de Commissie tot de hare gemaakt. 
Als uitvloeisel van deze doelstelling verscheen in 1962 onder redactie van de toenmalige secretaris Mr Dr T. Huitema het boek „Ronde en Platbodemjachten", waarin van alle typen oud-vaderlandse schepen een beschrijving van de kenmerken is opgenomen, alsmede een stel tekeningen van een specifiek exemplaar. 
Tijdens de 14e Regionale Reünie voor Friese Ronde Jachten en Schouwen begin augustus 1984 in Heeg ontmoette ik de heer W. de Bruijn, eindredacteur van de „Spiegel der Zeilvaart". Wij kwamen te spreken onder meer over de restauratie van de oude boeier 'Lutske'. Verscheidene jaren geleden had ik aan dit schip opmetingen verricht toen het tijdelijk verbleef in de loods van jachtwerf Piersma in Heeg en die opmetingen ook uitgewerkt tot een lijnenplan. Mijn toezegging aan dhr De Bruijn om voor zijn blad een artikel te schrijven over het opmeten van oude jachten doe ik hiermee gestand. 

pdf SdZ 1985 nr01 februari - Over het opmeten van oude jachten door J. Vermeer

2005

2005

2005: De Boeier 'Hendrika' in het boek "De Boeier" van Dr. Ir. J. Vermeer

Vanaf 1959 tot en met 1977 komt deze boeier voor in de schepenlijst van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten onder de naam "Lutke" zonder vermelding van bouwer of bouwjaar, plaquettenummer 162. Van 1959 tot en met 1972 staat als eigenaar vermeld J. van Riemsdijk, aanvankelijk woonachtig in Ouderkerk a/d Amstel, later in Estoril, Portugal. Het is niet bekend wanneer en van wie Van Riemsdijk; destijds piloot bij de KLM, de boeier kocht. In 1972 kwam het schip in handen van A. Dubbeld, toentertijd havenmeester van de jachthaven in Hoorn. Hij trof het aldaar aan in zeer slechte toestand, de huid in het blik gezet en de bodem geheel in het stort. De heer Dubbeld kocht de boeier met de intentie het schip te restaureren.
Het was aanvankelijk de bedoeling dat Pier Piersma de restauratie zou uitvoeren; zo kwam het schip dus in Heeg terecht. Aangezien de kosten voor de familie echter te hoog bleken, vatte de heer Dubbeld het plan op de restauratie zelf ter hand te nemen, geassisteerd door zijn vrouw. De "Lutke", intussen omgedoopt in "Hendrika", werd overgebracht naar Enkhuizen, waarheen de familie inmiddels was verhuisd.

Over deze restauratie, die vele jaren in beslag nam, verscheen in 1984 een arti­kel in het blad "Spiegel der Zeilvaart". In dit arti­kel wordt gesuggereerd dat het schip in 1850 op de werf van Lantinga zou zijn gebouwd, maar dit blijft vooralsnog een speculatie zonder goede argumenten. Overigens vond de heer Dubbeld bij de restauratie sporen van een oorspronkelijk los voordek en een staande mast. Ook bleek uit overblijfselen van houten pennen en van latere gesmede ijzeren nagels in nog aanwezige oude inhouten, dat reeds meermalen eerder een nieuwe huid moet zijn aangebracht. Onder de oude kluisborden kwamen stukken van kranten uit het jaar 1910 tevoorschrijn. 

Mogelijk is het schip omstreeks die tijd van vrachtvaarder tot plezierboeier getransformeerd. Deze veronderstelling wordt ondersteund door het feit dat het bijzonder fraaie en fijn uitgewerkte houtsnijwerk dat toen moet zijn aangebracht, een stijl verraadt die in het begin van de twintigste eeuw enige tijd in zwang is geweest (regencystijl). Andere details, zoals het gebruik van bladgoud bij de binneninrichting van de kajuit en de koperen roostertjes op de roefdeuren, wijzen erop dat die verbouwing uit een ruime beurs gefinancierd werd.

Bij zijn restauratie, die meer dan tien jaar in beslag nam, ging de heer Dubbeld nogal onconventioneel te werk. Omdat het benodigde 3 cm dikke eikenhout duur was en moeilijk te krijgen, werden de gangen volgens het West-systeem door lamineren uit drie lagen samengesteld; twee lagen iroko en een laag Frans eiken, alledrie 9 mm dik, werden in een verwarmde ruimte verlijmd. Met behulp van mallen werd de juiste kromming ingesteld. Ook nieuwe inhouten werden door lamineren tot stand gebracht. Het spreekt wel vanzelf dat deze wijze van werken aanvankelijk niet de goedkeuring van de Criteriumcommissie van het Stamboek kon wegdragen. Toch werd na voltooiing van de restauratie de boeier onder de nieuwe naam "Hendrika" in 1990 opnieuw in de schepenlijst van het Stamboek opgenomen, doch niet in het stamboek zelf. 

Pas in 2003 werd de boeier, na het versoepelen van de criteria en de toezegging van de eigenaar dat hij het schip zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat zou terugbrengen, weer in categorie D van het stamboek opgenomen. De toeschrijving aan Eeltje Holtrop van der Zee met bouwjaar 1892, zoals sindsdien in de schepenlijst van het stamboek vermeld, is echter volslagen uit de lucht gegrepen en nergens op gebaseerd. In 1990 nam de familie Dubbeld met de vernieuwde boeier deel aan Sail-Amsterdam. Lang heeft zij niet van het gerestaureerde schip genoten. Als gevolg van financiële moeilijkheden in zijn bedrijf moest de heer Dubbeld afstand doen van de boeier. Voor zichzelf behield hij echter verschillende delen van het bovengenoemde houtsnijwerk. Alleen de originele beretanden bleven op hun plaats.

In 1994 verwierf de heer A.E. Kruit te Leiden de "Hendrika". Achter zijn woning in de Merenwijk heeft de boeier ligplaats met open verbinding naar de Kagerplassen, die dus het normale vaargebied vormen. De boeier kreeg een nieuw tuig, nieuwe mast en rondhouten. Wegens verblijf van de eigenaar in het buitenland van 1995 tot 1998 lag de boeier toen in opslag op de werf van Brandsma te Rohel. Daar werden in die tijd toch weer vrij ingrijpende herstelwerkzaamheden uitgevoerd. De huidige eigenaar heeft nieuw snijwerk laten maken op een nieuwe bedelbalk, hennebalk en kajuitrand.

Technische gegevens

Hoofdafmetingen

  • Lengte over de stevens    7,51 m
  • Grootste breedte over de berghouten 2,85 m
  • Holte op het grootspant    1,31 m
  • Diepgang    0,50 m
  • Zeiloppervlak: grootzeil + fok    36,5 m2
  • Kluiver    6,5 m2

Bijzonderheden

  • kielbalk 8 x 10 cm
  • rond grootspant
  • vlaktilling 0°
  • 2 verloren gangen naast de vlakgang
  • 6 doorlopende huidgangen
  • snijwerk op beretanden, kluisborden en kajuitrand
  • roer krijgt nieuwe bekroning

Opmerkingen

Dit schip zal, zoals reeds opgemerkt, waarschijnlijk als vracht- of beurtschip zijn gebouwd, wat ook duidelijk blijkt uit de tekeningen. Het spantenplan laat een vrij breed plat vlak met vrij ver naar buiten liggende ronde kimmen en steil vallende zijden zien. De zeeg is vrij gering en het schip is ook wat slanker dan de meeste plezierboeiers. Waarschijnlijk is de boordlijn gewijzigd bij de verbouwing tot plezierjacht, met name in het voorschip.

2009

2009

2009: Restauratie boeisel door Martijn Perdijk in Heeg

Eind jaren zeventig kwam de 'Hendrika' in handen van de heer Dubbeld die het schip grotendeels gerestaureerd heeft. Uit kostenoverweging heeft hij het boeisel opgebouwd uit verschillende lagen triplex, afgewerkt met een 5 mm laag eikenhout. De staat hiervan is inmiddels dermate slecht dat de huidige eigenaren Wiebe en Marianne Visser, Martijn Perdijk van Wind&Water opdracht geven de boeiseldelen rondom te vervangen.

De restauratie en het verhaal van Martijn Perdijk:

2010

maart 2010

maart 2010: SSRP Jaarverslag 2009 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 2009 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:
De boeier 'Hendrika' (ex 'Kleine Beer') van de familie Visser is door Wind & Water voorzien van nieuwe boeisels in het voor- en achterschip. Hierbij is aan de hand van foto's van de 'Kleine Beer' uit de veertiger jaren de oude verdeling van 4 de biezen weer in ere hersteld. Het schip is zodoende niet alleen weer gezond geworden, maar tegelijk authentieker en mooier! Constructief is aan de 'Hendrika' goed te zien dat het van oorsprong een open schip is geweest. Dit houdt onder andere in dat de gangboorden (legwarings} niet doorlopen tot de buitenzijde maar dat de zeer brede boeisels de gang-boorden omsluiten.

Na de restauratie werd met de Hendrika een tocht gemaakt met oude eigenaren aan boord: de heer en mevrouw Dubbeld die het schip in de zeventiger en tachtiger jaren in bezit hadden en de in Canada woonachtige heer Jan de Haan, wiens vader het schip van 1939 tot en met 1944 in bezit had. Zeer bij toeval werd eind 2009 een schilderij van de hand van J.C. Roelandse ontdekt, waarop de 'Hendrika' / 'Kleine Beer' te zien is. Leidse school schilder J.C. Roelandse is zelf eigenaar geweest van het Friese jacht 'Roeland'. De vraag is of Roelandse de 'Kleine Beer' ook in eigendom heeft gehad.

2017

31 januari 2017

31 januari 2017: Mail van Nico Roelandse, familie van oud-eigenaar J.C. Roelandse

Bijgaand twee foto's. De man aan het roer is mijn vader A. Roelandse.

Familiealbum fam. Roelandse
Familiealbum fam. Roelandse
Familiealbum fam. Roelandse
Familiealbum fam. Roelandse

Mijn vader dateerde de laatste 2 boten van J.C.R. plusminus 1932 tot 1936 in het album., waarbij hij schreef dat de boeier de laatste boot was. Hoewel hij de losse foto 's (uit de erfenis van J.C. 1978 ) pas in 1981 heeft ingeplakt, is het denk ik wel redelijk aannemelijk dat de datering correct is. Zeker omdat ik uit het jaar 1939 ook advertenties vind in de Leidse kranten van zijn broer Piet Roelandse, die toen in boten enz. handelde. Hoe lang broer Piet die botenhandel had, heb ik nog niet uitgezocht, maar het is mogelijk, dat hij die ook voor die tijd al had. Het zou kunnen kloppen met het verhaal in de familie, dat J.C. boten kocht, opknapte en weer verkocht (via zijn broer?).

Uit 1936 vind ik ook, in het krantenarchief, een advertentie, waarin een buitenboordmotor te koop aangeboden wordt op het adres van J.C. in Leiderdorp. Naam Roelandse staat er niet bij. Een Lockwood, het model lijkt wel enigszins te kloppen, als ik het vergelijk met een foto op het Internet van een Lockwood bbmotor uit 1926, met de buitenboordmotor die op de Hendrika zat.
Die verkoop kan dan inhouden dat ook de boeier in die tijd verkocht is, wat dan overeenkomt met de datum in het album.

Museum J.C. Roelandse

Schilder J.C. Roelandse is eigenaar geweest van meerdere houten jachten. Onder andere van het Friese jacht 'Roeland'. Deze schepen heeft hij ook geschilderd. U kunt een groot deel van zijn oeuvre in het Virtuele Museum J.C. Roelandse.

Te zien in het Virtuele Museum J.C. Roelandse
Te zien in het Virtuele Museum J.C. Roelandse

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht