Hommel

Hommel

Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn boek 'Het Friese jacht":
Dat het huidige jacht "Hommel" identiek is met de vroegere "Aegir", menen wij te mogen concluderen op grond van wat de huidige eigenaren ons nog wisten te vertellen. De vader van mevrouw Patist, de heer J.P. de Neve, destijds woonachtig in Rijpwetering, kocht het jacht in 1946 in Hillegersberg. Het was toen eigendom van een Rotterdammer; diens naam en ook de toenmalige naam van het schip zijn helaas niet meer bekend. Belangrijk echter is de mededeling, dat het grootzeil het wedstrijdteken 42OF droeg. In het oud-archief van de KVNWV komt namelijk een `tjotter' voor met de naam "Aegir", eigendom van de heer J.L.J.M. Maas te Rotterdam, die in 1920 als wedstrijdjacht was ingeschreven onder het nummer 42OF; lengte over de stevens 5,20 meter.

In het Overzicht van in het Stamboek ingeschreven jachten, die nooit een plaquette hebben gekregen staat het volgende:
24. Tjotter 'Hommel', 4,80m, bouwer en bouwjaar onbekend, Eikenhout, eigenaar J.P. de Neve, Rijswijk, in schepenlijsten 1954 t/m 1977. Het jacht heeft later plaquettenummer 154 gekregen.

De 'Aegir' in 1942
De 'Aegir' in 1942

Deze 'tjotter' vinden wij terug in het Nederlandsch Jachtregister van 1925, waarbij als thuishaven staat vermeld de Zeilvereeniging "Hillegersberg"! Ongetwijfeld is dit hetzelfde jacht als de tegenwoordige "Hommel". In het Jachtregister staat de lengte foutief vermeld als 4,80 meter, welke fout later is overgenomen in de eerste schepenlijst van het Stamboek uit 1956. De in het KVNWV-register vermelde lengte van 5,20 meter komt goed overeen met de door ons vastgestelde lengte.

Lesboot van de voormalige Nederlandse Zeilschool aan de Balgerij op de Kaag (foto Cees van der Meulen Heemstede)
Lesboot van de voormalige Nederlandse Zeilschool aan de Balgerij op de Kaag (foto Cees van der Meulen Heemstede)

Eigenschappen

Plaquette nummer:154 Zeil nummer: OF42
Categorie:A Tekening nummer:
Type:Fries jacht

Bouw

Bouwjaar: Ontwerper:L. Lantinga (?)
Werf:L. Lantinga (?) Werf plaats:IJlst
Motor: Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:5,26 m Breedte berghout:2,25 m
Diepgang:0,28 m Masthoogte water:9,00 m
Oppervlakte grootzeil:22,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:22,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

onbekend – onbekend J.L.J.M. Maas, Rotterdam ( Aegir)
onbekend – onbekend G.Th. Vollebregt Jr., Rotterdam ( Aegir)
1946 – 1976 J.P. de Neve (Nederlandse Zeilschool), Kaag ( Hommel)
1996 – 2014 W.I. Patist - de Neve, Kaag ( Hommel)
2014 – Nu (laatst bekend) D.J. Slijper, Zoetermeer ( Hommel)

Geschiedenis

1925

1946

1946

1946: Nederlandse Zeilschool

1950

1950

1950: Twee Ansichtkaarten van de 'Hommel'

1992

1992

1992: De 'Hommel' in het boek "Het Friese jacht' van Dr. Ir. J. Vermeer

De heer Maas was een actieve wedstrijdzeiler. Tot ver in de jaren dertig komt hij uit in de Hillegersbergsche Zeilweek, georganiseerd door de samenwerkende plaatselijke zeilverenigingen; "Aegir" is dan onder meer tegenstandster van het destijds bekende jacht "Piet Hein" (ex "Wielewaal"). De laatste vermelding vonden wij in "De Waterkampioen" van 1936. Wie in 1946 eigenaar van het jacht was, is onbekend; althans de heer De Neve, die het toen kocht, herinnert zich de naam Maas pertinent niet.

De heer De Neve exploiteerde na de oorlog de bekende "Nederlandse Zeilschool" op het Kaageiland. Het jacht "Hommel" heeft hier veertig jaar trouw dienst gedaan als instructievaartuig. Vele leerlingen van deze school, waaronder verschillende huidige platbodembezitters, denken met plezier aan hun lessen in dit scheepje terug. De technische staat ervan werd echter op den duur te slecht. De "Hommel" moest uit de vaart worden genomen. Sinds 1990 ligt zij opgeborgen in een loods van de firma Van Asselt te wachten op volledige restauratie.
Wat de werf van herkomst betreft, noch in het KVNWV-archief, noch in het Nederlandsch Jachtregister staat de bouwer van de "Aegir" vermeld. Bouwwijze en constructiedetails, zoals bijvoorbeeld de ondersteuning van de mastbout door middel van in de kokerwangen ingelaten ijzeren plaatjes, wijzen onmiskenbaar in de richting van Lantinga. Zoals reeds eerder betoogd, zijn deze typerend voor deze werf. Onbekend blijven bouwjaar en opdrachtgever.

Werfboeken van Lantinga

De werfboeken vermelden drie jachten met ongeveer dezelfde lengte, namelijk:

  • no. 15, bouwjaar 1913 voor W.H. Brandsma te Amsterdam
  • no. 19, bouwjaar 1917 voor H. van der Zee te Sneek
  • no. 21, bouwjaar 1918 voor C Zaal te Rotterdam.

Hoewel, zoals hierboven reeds betoogd, het jacht zeer waarschijnlijk door Lantinga is gebouwd, wijkt het in zover van de andere Lantinga-jachten af, dat de stevens betrekkelijk laag zijn en daardoor de zeeg betrekkelijk gering. Dat kluisborden en beretanden ontbreken, komt bij jachten van Lantinga meer voor.

 

Bijzonderheden

  • kielbalk, ca 5 cm hoog en dik; mogelijk later aangebracht
  • zeer licht gebogen vlak
  • vlaktilling 0°
  • hoekige kimmen
  • kielgang, zandstrook + verloren gang
  • 3 brede huidgangen boven de kimmen (met schijnnaden)
  • laag voordek van losse delen, bedelbalk geen kluisborden en beretanden
  • breed tjotterroer
  • snijwerk op bedelbalk, hennebalk, boeisels en roerklik.

1995

4 september 1995

4 september 1995: Leidsch Dagblad pagina 9: Ik heb er krom voor gelegen

Tijdens de tewaterlating van het ruim tachtig jaar oude Friese jacht 'Hommel' op de gagelplassen werden gistermiddag heel wat herinneringen opgehaald. Niet alleen door de voormalige eigenaar, de 100-jarige heer De Neve, maar ook door de aanwezige oud-zeilinstructeurs van de voormalige De Nederlandse Zeilschool. Zij hebben het afgelopen jaar onder leiding van Wim Patist, schoonzoon van het hoogbejaarde echtpaar De Neve en directeur van de motorbootvaarschool NZS (het vervolg van De Nederlandse Zeilschool) hard gewerkt om de Hommel weer vaarklaar te krijgen. De boot zal geen meer dienst doen als lesboot, maar wordt alleen nog bevaren door familie en vrienden. „Mijn schoonvader zegt altijd: 'traditie is iets wat je hebt of niet'. Wij kunnen zeggen dat we 'm zeker hebben", vertelt een trotse Wim Patist.
Het echtpaar De Neve vertegenwoordigde de fifties en vertellen nog betrekkelijk monter over de tijd dat zij de Hommel kochten en De Nederlandse Zeilschool oprichtten in 1946. De Neve: „Ik kreeg van iemand uit Hillegersberg een prent, briefkaart waar de Hommel op was afgebeeld', met alleen de vraag erop: is dit iets voor U? Ik was meteen gek op de boot. Er zijn er van dit soort nog maar een paar in Nederland, maar ook in die dagen was het al een hele bijzondere boot. Vooral de ligging in het water en de vorm zijn uniek. Dat bleek ook wel uit de prijs, want ook in die jaren was twaalfhonderd gulden, echt veel geld. We hebben daar krom voor moeten liggen."

pdf Leidsch Dagblad 4 september 1995 pagina 9: Ik heb er krom voor gelegen

2007

maart 2007

maart 2007: SSRP Jaarverslag 2006 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 2006 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:
Het Friese jachtje Hommel is al zestig jaar in de familie Patist - de Neve, waarvan het grootste deel als lesboot van de voormalige Nederlandse Zeilschool aan de Balgerij op de Kaag. Duizenden mensen hebben door de Hommel kennis gemaakt met het zeilen in een rond jacht en velen daarvan zijn nog steeds actief in het varend erfgoed. De Hommel krijgt als werkpaard in ruste de haver die het verdient: In 2005 zijn in eigen beheer (zonder dat daarvoor subsidie is aangevraagd) de zwaarden, drie leggers en een gang vervangen. Ook is er een nieuw tuig gemaakt waarin weer het oude zeilnummer wordt gevoerd: OF 42.

 

 

In 2006 zijn, wederom in eigen beheer, vijf zitters, inclusief oplangers vervangen. Op het programma staan verder de zeilwerkspanten, de voorsteven, de kielbalk, het roer en een aantal gangen en leggers.

2008

2008

2008: Uitgebreide restauratie door Martijn Perdijk van Wind&Water in Heeg

Eind jaren-50 vond de eerste restauratie plaats bij Wester in Woubrugge (slechte delen vervangen). Rond 1970 heeft dhr. van Klink Sr. het jacht onder handen gehad. Vanaf mei 1992 werd dit overgenomen door Jan van Klink Jr. en na diens overlijden heeft Erik Slagmoolen de noodzakelijke reparaties verricht. Tijdens deze werkzaamheden zijn geen wezenlijke veranderingen aan het schip aangebracht.

In 2008 is de 'Hommel' toe aan een grootscheepse restauratie. Onder andere de voorsteven, kielbalk, spanten, zeilwerk en de helft van de gangen worden vervangen. Daarna zijn het berghout en boeisel aan de beurt. Deze werkzaamheden worden uitgevoerd door Martijn Perdijk van Wind&Water in Heeg.

maart 2008

maart 2008: SSRP Jaarverslag 2007 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 2007 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:
De 'Hommel' wordt, na eerder werk in eigen beheer, nu omvangrijk gerestaureerd door Wind & Water. In de kop waren een soort draaispanten aanwezig die duidelijk niet authentiek waren. Deze zijn vervangen door leggers volgens de gebruikelijke constructie. In totaal 7 leggers, 3 zitters met oplangers en het schot van het achterhuisje zijn vervangen om goede steun te hebben om een nieuw vlak aan te bevestigen. Bij het vervangen van de zeilwerkspanten en -legger is de gelegenheid benut om de nieuwe mastkoker achterover te zetten, waardoor het scheepje naar verwachting weer goed op haar roer komt te liggen. Verder zijn de voorsteven en de kielbalk vervangen. Tot slot is een aanvang gemaakt met het vervangen van het vlak waarbij de 45 cm brede zandstroken uit één volle lengte zijn gemaakt!

2009

maart 2009

maart 2009: SSRP Jaarverslag 2008 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 2008 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:
In 2008 is een omvangrijke restauratie van het Friese jacht Hommel door Martijn Perdijk voortgezet. Nadat eind 2007 de inhouten, het zeilwerk, de voorsteven en de kielbalk onderhanden waren genomen, zijn begin 2008 de vlakgangen vervangen bij Wind & Water. Het is bewonderenswaardig hoe Lantinga met heel brede delen (tot 45 cm breed aan toe) zo’n sierlijk gelijnde boot heeft gebouwd. De uitdaging om deze lijnen in stand te houden is goed geslaagd. Met het nieuwe onderwaterschip heeft de familie Patist-de Neve vanaf het voorjaar het water in Holland en Friesland dun gevaren.

2014

maart 2014

maart 2014: SSRP Jaarverslag 2013 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 2013 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:
Het oude roer van het Friese jacht Hommel was kuis verrot. Overigens was het oorspronkelijke roer ruim een halve eeuw geleden verloren gegaan toen de Hommel een keer is omgeslagen. Er is destijds een nieuw roer gemaakt. Bij dit roer helden de klampen waarop het helmhout steunt enigszins achterover. Dit zag er ‘uitgezakt’ uit. Aan de hand van oude foto’s die recent zijn opgedoken, is de oorspronkelijke situatie hersteld, waardoor de mooie lijn van het schip veel beter uitkomt. 

Het nieuwe roer is door de familie Patist met hulp van kennissen in eigen beheer gemaakt. Na een seizoen varen met het nieuwe roer, nog zonder houtsnijwerk op de roerkop,wordt het houtsnijwerk in de vorm van een eikentak weer aangebracht zoals dat op oude foto’s van het oorspronkelijke roer te zien is.

oktober 2014

oktober 2014: Persoonlijke herinneringen aan de 'Hommel' van Ineke Patist-De Neve

Toen ter sprake kwam dat de Hommel mogelijk van eigenaar zou veranderen kreeg ik daar wel een gevoel van vreemdgaan door: stel je voor een schip dat al sinds je 7e jaar in de familie, in ons bedrijf is ingelijfd. Daarbij dringt je eigen vergankelijkheid zich op, logisch, zo'n schip kan langer mee dan een mens: je moet haar verdere behoud voor ogen houden en dat dan niet meer door ons. De aankoop door mijn vader in 1946 was bestemd voor de uitvoering van zijn plan om een zeilschool aan De Kaag te beginnen, samen met 2 scherpe jachtjes vormden ze de vloot en startte hij in een gehuurde woonark in de Boerenbuurt. De zeilschool floreerde, verhuisde naar een nieuw gebouwde woonark in de Ade en later naar een gebouw aan de Balgerij.

Wim en ik namen de regie over. De vloot werd aangepast aan de moderne tijd en breidde zich allengs uit: de Hommel bleef altijd: duizenden leerlingen moet, in die 40 jaar, voor het eerst de bediening van zijzwaarden zijn bijgebracht en velen hebben geleerd met een rond jacht te varen. Door instructeurs werd ze verguisd of geadoreerd, en door deze laatsten werd ze gekoesterd. Eenmaal verspeelden we het roer, ( Rudolf Le Poole, destijds jong instructeur bij ons, kan zich nog precies herinneren hoe dat gebeurde..), meerdere malen werden de zwaarden vervangen, onze smid laste er een stel poten onder en dan dienden ze nog als tuintafels. Onze dochter had haar klas een keer uitgenodigd, een kind vertelde daarna dat ze met een boot had gevaren met tafeltjes opzij. (Bij Geerko Postma staat de laatste in de tuin!)

Eind jaren 80 kwam de school aan zijn einde: geen opvolgers en een nieuwe bestemming voor terrein en haven. Alles moest weg en de Hommel? Voorlopig opgeborgen in een loods, even geen tijd en geld voor die ouwe. Tot op een goede dag we bezoek kregen van de heer Vermeer, die vertelde bezig te zijn een inventarisatie van Friese jachten samen te stellen en of hij het schip kon zien en foto's maken. Hij drukte ons op het hart, zodra we tijd en geld hadden, actie te nemen om dit prachtige schip te restaureren en niet langer te laten verkommeren. Begin jaren 90 is de boot naar Jan v.d. Klink in Wons, Friesland, gebracht om een restauratie te realiseren, helaas is Jan, op jonge leeftijd, in die winter overleden. De restaurateur van het Zuiderzeemuseum Erik Slagmoolen te Andijk heeft de taak daarna overgenomen.

In september 1995 kon het schip weer varen, nadat nog bleek dat de mast aan vervanging toe was en er een verlijmd exemplaar op kwam. We maakten er een feestje van in aanwezigheid van vele vrienden en mijn ouders ( vader was in mei 100 jaar geworden en kreeg een interview in het Leids Dagblad !), ook in de vaarkrant van De Telegraaf werd aandacht aan de gebeurtenis besteed.
Door Alexander werden een gang en 3 leggers vervangen en onder zijn leiding nieuwe zwaarden gemaakt. Hoewel we al in de 60-er jaren aan de Westeinder-zeilwedstrijden deelnamen, verschenen we nu ook aan de start van de Vlietlanden en De Kaag, ons tuig was echter nog in zeilschool-conditie en we maakten er niet veel van. Dus werd een nieuw tuig bij de Boom besteld voor april 2006, een paar vierkante meters meer: dat zou al schelen. We hadden geluk dat het bestaande gaffeltje naar de zin van Jan de Boer was en daarop nam hij de opdracht aan.

Maar de romp werd allengs slechter en kwam weer toe aan herstel: Wind & Water deed een ingrijpend restauratie-voorstel: er moest veel meer gebeuren in de winter 2007/2008 en de begroting liep uit de hand: er moest wat geld geleend worden. In Heeg hebben we de handen uit de mouw gestoken en konden tegen het eind van de restauratie helpen met impregneren van het vlak en de antifouling aanbrengen. Voorjaar 2008 bracht Martijn de Hommel naar De Kaag, alwaar Wim al het lak- en schilderwerk voor zijn rekening nam. Zo was ze weer in haar oude glorie hersteld. In 2013 hebben we in eigen beheer, met advies van Alexander en Martijn, een prachtig roer gemaakt; het originele houtsnijwerk op de Mik (aan de hand van oude foto's) werd aangebracht onder auspiciën van familie Perdijk in het voorjaar van 2014. Om al dat moois te beschermen maakte Hendrik Zwetsloot voor ons een nieuwe dektent, met loodlijnverzwaring. Nu denken wij dat ze in goede staat is en niet alleen een lust voor het oog maar ook (bijna) ) niet te kloppen in ons beperkte wedstrijdveld.
 
In dit eerste schitterende weekend van oktober hebben Wim en ik een zeilronde over de Kagerplassen gemaakt, lekker windje uit het zuid-oosten en van Ade tot het Joppe zonder een slagje te maken. We genoten en het is leuk om de bewonderende blikken en de lovende opmerkingen van de passanten te ervaren: "mooi bootje, ja vinden wij ook ". Het was een prachtig afscheid van het seizoen en wellicht ook van onze Hommel.

Ineke Patist-de Neve

(foto Cees van der Meulen Heemstede)
(foto Cees van der Meulen Heemstede)

2015

25 augustus 2015

25 augustus 2015: Meetbrief Fries jacht 'Hommel'

Eigenaar Dirk Slijper met bemanningslid Geerko Postma
Eigenaar Dirk Slijper met bemanningslid Geerko Postma

2017

20 april 2017

20 april 2017: Aanvullingen op de geschiedenis van de 'Hommel'

van eigenaar Dirk Slijper

In aanvulling op de historie van de 'Hommel', stuur ik je een vijftal foto’s uit handen van mevrouw Lindenboom, een kleindochter van de eerste (?) eigenaar, de Rotterdamse apotheker J.L.J.M. Maas. Hij wordt als eigenaar vermeld in het Nederlandsch Jachtregister 1924/1925. Alexander de Vos heeft deze foto’s van Mevrouw Lindenboom mogen scannen. Ze tonen het toentertijd 'Aegir' geheten scheepje op de Bergse- of de Kralingse plas met op een aantal foto’s de heer J.L.J.M. Maas op zijn schip.

Mevrouw Lindeboom weet niet van wie haar grootvader indertijd het scheepje kocht en of dat Lantinga of van der Zee of misschien (en dat lijkt mij zo waarschijnlijk , maar ik heb daarvoor geen enkel , maar dan ook geen enkel bewijs) het locale verhuurbedrijf van C. Zaal. Waarom ik denk aan C. Zaal?

  1. Hij komt voor op de lijst van kopers van Friese jachtjes van Lantinga  (zie pag. 103 van "Het Friese jacht" van Vermeer; tabel 10, met als jaar van aankoop 1918);
  2. De lengte van het scheepje voor C. Zaal bedraagt 5.20 m. Alle maten in het overzicht van Boschma zijn op tenminste 5 centimeter afgerond en daarmee komen we dicht in de buurt van de huidige 5.29 meter;
  3. C. Zaal had een botenverhuurbedrijf aan de Kralingse plas (dat bedrijf is er, meen ik, nog steeds);
  4. De heer Maas was een Rotterdamse apotheker;
  5. De 'Hommel' lijkt een typische verhuurboot namelijk:
    • Niet te groot;
    • Met een relatief ruime kuip door een voorlijke plaatsing van de mast (de mast is behoorlijk voorlijk geplaatst, zie hoofdstuk 13.4.2 van vorengenoemd boek : “Getalsmatige beschrijving van vormverschillen - plaats van de mastkoker” ;
    • Eenvoudige uitvoering. Geen kluisborden of beretanden en geen of weinig lofwerk op het boeisel. Het huidige lofwerk is waarschijnlijk aangebracht, toen omstreeks 1956 de werf Wester in Woubrugge de boeisels heeft vernieuwd. 

Het is geen enkel bewijs, maar het kan ook niet als onwaarschijnlijk terzijde worden geschoven, dat de heer Maas het scheepje in begin twintiger jaren van C. Zaal heeft gekocht. Wat er van zij : Ik vind het bijzondere foto’s uit de twintiger of dertiger jaren, die niet mogen ontbreken in het relaas van de 'Hommel'.

Dirk Slijper

Heeft u vragen en/of opmerkingen?

Terug naar het overzicht