Kloekie

Kloekie Verdwenen

Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn boek "Tjotters en Boatsjes":
Deze Van der Zee tjotter is door brand verwoest. Het tijdschrift "De Waterkampioen" jrg 32 (1960) p. 668 bevatte het volgende bericht:
In de nacht van 15 op 16 juni 1960 verbrandde een botenloods in Nieuwkoop. Daardoor kwam helaas ook een einde aan het bestaan van een van de mooiste tjotters. die Eeltje Holtrop van der Zee heeft gebouwd. Het was de "Kloekie" van B.P. Visser, arts te Noorden, een scheepje van 4,75 x 2,10 m.  De eerste eigenaar, die van deze tjotter bekend is, was Mr van Welderen baron Rengers, die misschien wel opdracht heeft gegeven tot de bouw. Daarna kwam hij onder de naam "Frithjof' in handen van de heer D. Zwart te Leeuwarden, die hem in april 1916 verkocht aan de heer WA. Boogaerdt te Dordrecht. Deze deed hem weer over aan de heer Murk Lels Pzn., die toen in Alblasserdam woonde.

Toen deze het scheepje in 1919 liet meten kreeg het zeilnr. OF 26. De laatste meetbrief, nog steeds onder de naam "Frithjof', werd in 1929 afgegeven aan de heer A. Blom te Rotterdam. Deze deed de boot over aan de heer Mulder te Nieuwkoop, die hem voer onder de naam "Haliotis". Daarna zeilde dokter Visser er mee op de Nieuwkoopse plassen.

Dankzij dit bericht zijn we alsnog ingelicht over een grote reeks van eigenaren. De opsomming is echter niet geheel volledig. 

In zijn jeugd heeft Jan Brilleman veel in de 'Kloekie' gevaren. In 1999 heeft J.J. Sambrink uit Lekkum in opdracht van (en veel samen met) Jan Brilleman de tjotter 'Twee Gebroeders' gebouwd op basis van de lijnen van de 'Kloekie'.

In het Overzicht van in het Stamboek ingeschreven jachten, die nooit een plaquette hebben gekregen staat het volgende:
56. Tjotter 'Kloekie', 4,70m, E. Holtrop van der Zee, Joure, 1884, Eikenhout, eig. B.P. Visser, Noorden, '54-'60. Is op 15 juni 1960 in een loods in Nieuwkoop verbrand. Zie Vermeer Tjotters&Boatsjes 121. Volgens het bericht in de Waterkampioen is oorspronkelijk plaquettenummer 17 aan de tjotter gegeven. Maar in de eerste jaren van het Stamboek gebeurde het vaker dat, wanneer een ingeschreven schip verdween, het plaquettenummer opnieuw werd uitgegeven en het verdwenen schip dus werd genoteerd als "zonder plaquettenummer".

De 'Kloekie' in 1953
De 'Kloekie' in 1953

Eigenschappen

Plaquette nummer:9008 Zeil nummer: OF26
Categorie:V Tekening nummer:
Type:Tjotter

Bouw

Bouwjaar:1884 Ontwerper:E. Holtrop van der Zee
Werf:E. Holtrop van der Zee Werf plaats:Joure
Motor: Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:
Materiaal zeil:Katoen
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:4,75 m Breedte berghout:2,10 m
Diepgang:0,00 m Masthoogte water:0,00 m
Oppervlakte grootzeil:0,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:0,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1884 – onbekend Jhr H.L. van Haersma de With (Mr W.J. van Welderen baron Rengers), Oenkerk
onbekend – 1916 D. Zwart, Leeuwarden
1916 – 1919 W.A. Boogaardt, Alblasserdam/Maassluis
1919 – 1925 Murk Lels Pzn., Rotterdam / Maassluis ( Frithjof)
1925 – 1936 A. Blom, Rotterdam ( Frithjof)
1936 – onbekend J. Schönenberger, Hilligersberg
onbekend – 1953 J. Mulder, Nieuwkoop ( Haliotis)
1953 – 1960 B.P. Visser, Noorden ( Kloekie)

Geschiedenis

1925

1953

1953

1953: Snijwerk

1997

1997

1997: De tjotter 'Kloekie' (ex 'Frithfjof', ex 'Haliotis') in "Tjotters & Boatsjes" van Dr. Ir. J. Vermeer

De opsomming van de eigenaren is echter niet geheel volledig. "De Waterkampioen" van 1936 bevatte in de rubriek "De Uitkijk" namelijk de volgende mededeling: De tjotter "Frithjof' van den heer Blom is verkocht aan den heer Schönberger te Hillegersberg. Tussen Blom en Mulder heeft de tjotter dus (tenminste) nog één andere eigenaar gehad.

Verschillende bijzonderheden uit bovenstaand bericht hebben we bevestigd gevonden op andere plaatsen. In het Nederlandsch Jachtregister van 1924-25 (Bijlage B) komt de tjotter "Frithjof" voor, inderdaad als eigendom van, A. Blom te Rotterdam met als bouwer Holtrop van der Zee. Helaas staat het bouw¬jaar niet vermeld. Het zeilnummer is hier 6OF. Dit kan een drukfout zich, maar het is ook mogelijk dat Blom in 1929 het nummer 26OF kreeg toegewezen bij het aanvragen van een nieuwe meetbrief. Ook dit laatste vonden we (indirect) bevestigd. De Almanak voor Watertoerisme van de ANWB, die in de jaren twintig en dertig een lijst bevatte van alle wedstrijdjachten met een officiële meetbrief van de vermeldt vanaf het jaar 1930 de tjotter "Frithjof' van A. Blom te Rotterdam met zeilnummer 26OF; in eerdere jaren ontbreekt deze tjotter in de lijst van geregistreerde wedstrijdjachten.

Brieven van de laatste eigenaar, dokter Visser, in het Stamboekarchief

Tenslotte vermelden we twee brieven uit 1953 van dokter Visser, die wij in het stamboekarchief terugvonden. Ze zijn kennelijk een reactie op de hiervoor genoemde artikelen van Van Waning in "De Waterkampioen" over de doelstellingen van de Commissie Friese Ronde Jachten. De eerste brief is gericht aan conservator Halbertsma van het Fries Scheepvaart Museum in Sneek.

Wij citeren: Al jarenlang had ik gezegd, dat mijn volgende boot een tjotter moest zijn, tot ik onlangs een tjotter kreeg aangeboden die mij tot liefde op het eerste gezicht deed ontvlammen. Ondanks de vrij slechte staat en de kennelijk hoge leeftijd was de lijn zo uitzonderlijk mooi, dat ik niet anders kon, dan tot kopen overgaan. Ik noodde o.a. mijn dorpsgenoot dr WH. Teupken (75), voormalig hoofdredacteur van de vroegere "Watersport" en vroeger bezitter van de tjotter "Geisha" en ook deze was enthousiast over de lijnen en zeilcapaciteiten van mijn tjotter en merkte op dat het stellig, evenals zijn vroegere "Geisha" een werkstuk van de beroemde v.d. Zee moest zijn. ... De waterlijn is aan de voor- en achtersteven eigenaardig toegespitst van vorm, zodat hij heel vlot zijn water loslaat. Ook de doorsnede geeft een typische vorm te zien, die ik hiernaast probeerde te schetsen. (De in de brief getekende schets laat een gepiekt spant zien!)

Uit alles blijkt, dat dit een tjotter van Eeltje Holtrop van der Zee moet zijn geweest. Ook de bewaard gebleven foto's laten hierover geen misverstand bestaan. In de werfboeken komt de naam Van Welderen Rengers als opdrachtgever evenwel niet voor. Wij menen echter dat dit de boot moet zijn die Eeltjebaas in 1884 bouwde voor Jhr H.L. van Haersma de With, wonende op Heemstrastate te Oenkerk. De afmetingen hiervan komen namelijk exact overeen: De lengte van deze boot was 16 voet 9 duim (4,75 m) bij een wijdte binnenwerks van 7 voetduim (2,08 m). Het lijkt ons zeer waarschijnlijk dat dit de latere "Kloekie" is. Ook in Oenkerk, op Staniastate, woonde in die dagen Mr Wj. van Welderen baron Rengers, burgemeester van Leeuwarden, later ook diens zoon Mr Th.M.Th. Van Welderen baron Rengers. Beide waren in hun tijd, voor en na de eeuwwisseling, vooraanstaande juristen en vooruitstrevende Friese bestuurders. Het lijkt ons voor de hand liggen dat Jhr Van Haersma de With zijn tjotter te enigerlei tijd heeft verkocht aan een van deze Rengersen. Daarna kwam zij in handen van D. Zwart te Leeuwarden. De heer Visser meldt verder in de eerste brief nog dat hij de tjotter kocht van J. Mulder te Nieuwkoop; zij heette toen "Haliotis".

Uit de tweede brief, aan Van Waning, toentertijd secretaris van de Commissie Stam-boek Friese Ronde Jachten, blijkt verder dat de boot in 1919 eigendom was van de heer M. Lels, directeur van Van der Tak's bergingsbedrijf te Maassluis.
Dat de vermeldingen in het Nederlandsch Jachtregister onbetrouwbaar kunnen zijn blijkt nogmaals hieruit, dat aldaar de maten van deze tjotter als 4,70x1,62 m staan opgegeven, terwijl de afmetingen in werkelijkheid 4,75 x 2,10 meter bedragen.

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht