LE28 Eersteling

LE28 Eersteling

Het schip is een van de oude (zelfs de oudste) ijzeren de Boer-aak gebouwd in Lemmer. Oorspronkelijk werd het schip gebouwd in 1899 voor de Lemster visserman “Grote Steven Visser”. Het schip was gebouwd van 7mm ijzeren plaat. Die was echter niet tevreden met het resultaat dat Pier de Boer hem toonde en weigerde afname. Hij vond de kop te bol en de kont te smal. Uiteindelijk kreeg hij de tweede aak die de Boer bouwde en die “behaalder” was. De “Eersteling” ging naar de Lemster visserman Willem v.d.Bijl die er 30 jaar mee viste.

De eerste ijzeren aak die Pier de Boer bouwde, de LE28, was 25% zwaarder dan een vergelijkbaar houten schip, omdat Pier voor dit scheepje staalplaten van 7 mm. dikte gebruikte, terwijl 5 mm. ook zou volstaan. In de begintijd moesten de scheepsbouwers nog wat zoeken naar de juiste constructies en bouwwijzen in staalijzer. De sterkte van een ijzeren schip moest nog ontdekt worden, evenals de mogelijkheden om op basis van constructietekeningen seriebouw toe te passen.

Stavoren,1948. De ST 10 van Van Dijk in de pas gerenoveerde vissershaven. Nog hetzelfde jaar verruilt Van Dijk de aak met de Marker rondbouw VD4 van Schilder uit Volendam. (Foto: collectie Jan van Dijk)
Stavoren,1948. De ST 10 van Van Dijk in de pas gerenoveerde vissershaven. Nog hetzelfde jaar verruilt Van Dijk de aak met de Marker rondbouw VD4 van Schilder uit Volendam. (Foto: collectie Jan van Dijk)

In 1948 is de aak een motorschip geworden met steunzeil. Door het ontbreken van het zwaard is de knik in het berghout goed te zien. De zwaardklampen, die ook verwijderd zijn, lagen bij deze eerste ijzeren aak van De Boer in het water. Het schip was te zwaar. Vanwege de iets mislukte vormgeving met die te hoge kop en de te smalle kont wilde de opdrachtgever Steven Visser het schip in 1900 niet aanvaarden. Het was Willem van der Bijl die de aak vervolgens overnam en er meer dan 30 jaren mee bleef vissen onder visserijteken LE28.

Na een vissend leven is de aak verkocht in 1957 in de recreatie aan de scheepshandelaar dhr. Kaars Monnickendam. In dat zelfde jaar nog werd een Amerikaan, dhr. Spaulding eigenaar. Hij liet het schip in Amsterdam op de werf moderniseren, en zorgde er voor dat er een midzwaard onder werd geplaatst en de zijzwaarden konden vervallen. Andere moderniteiten waren een ophaalbaar roerblad, en een torentuig. In 1967 kwam het schip terug naar Nederland en werd er door de bekende scheepsarchitect H. Lunstroo een geheel refitplan gemaakt, dat in de jaren daarna werd uitgevoerd. 

Eigenschappen

Plaquette nummer:903 Zeil nummer: VB173
Categorie:B Tekening nummer:
Type:Lemsteraak

Bouw

Bouwjaar:1900 Ontwerper:D. de Boer
Werf:Gebr. de Boer Werf plaats:Lemmer
Motor:Inbouw Motor type:Volvo TMD22A
Materiaal romp:IJzer Materiaal kajuit:Teakhout
Materiaal zeil:Katoen
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:11,18 m Breedte berghout:4,00 m
Diepgang:0,90 m Masthoogte water:13,50 m
Oppervlakte grootzeil:36,00 m2 Oppervlakte fok:22,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:58,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Register Varend Erfgoed Nederland

Registratie nummer:1495 Registratie datum:20-11-2012
Geregistreerd als:Varend Monument

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1900 – 1933 Willem v.d. Bijl, Lemmer ( LE28 Eersteling)
1933 – 1935 Abe v.d. Bijl, G. Mulder en J. Poepjes, Lemmer ( WON10 Eersteling)
1935 – 1948 Rein en Iege Blom, Hindeloopen ( HI8 Arend)
1948 – 1948 K. v.d. Meulen en H. van Dijk, Stavoren ( ST10 Anjaai)
1948 – 1955 Jaap en Nicolaas Schilder, Volendam ( VD8 Catharina)
1955 – 1956 Jan Kroon (huurder), Volendam ( VD4 Catharina)
1957 – 1957 C. Kaars, Monnickendam
1957 – 1962 Fred Spaulding, Dunbar
1962 – 1967 J.M. Driessen, Veghel ( Dorien)
1967 – 1978 H.S. Schneider, Ede ( Almere)
1978 – 1987 Th. A. Kruis, Zevenbergen ( Vrouwe Jacobina)
1987 – 1991 K. Stillebroer, Lemmer ( LE28 Eersteling)
1991 – 1997 I. Jansen, Leer ( LE28 Eersteling)
1997 – 2000 E.J. de Knecht-Jonker, Giessen Oudekerk ( LE28 Eersteling)
2000 – 2003 Fam. G.Th. Coers-Schlömann, Hoornaar ( LE28 Eersteling)
2003 – 2007 M.J.T.H. Sträter, Den Hoorn (Texel) ( LE28 Eersteling)
2007 – Nu (laatst bekend) H. van der Wildt, Utrecht ( LE28 Eersteling)

Geschiedenis

1911

21 juli 1911

21 juli 1911: Visserijregister Lemsterland - LE28 voor Kustvisserij

1933

1933

1933: Periode 1933-1935 in Makkum als WON10

 WON10 ''Eersteling", Lemsteraak in binnenhaven Makkum, rechts de "IJsselmeer", latere WON52. (Afbeelding Stichting Ald Makkum)
WON10 ''Eersteling", Lemsteraak in binnenhaven Makkum, rechts de "IJsselmeer", latere WON52. (Afbeelding Stichting Ald Makkum)

9 november 1933

9 november 1933: Visserijregister Wonseradeel - LE28 wordt WON10

1937

4 januari 1937

4 januari 1937: Visserijregister Wonseradeel - WON10 wordt HI18

1939

9 mei 1939

9 mei 1939: Visserijregister Wonseradeel - HI18 wordt niet meer voor Kustvisscherij gebezigd

1973

12 maart 1973

12 maart 1973: Brief scheepsarchitect Henk Lunstroo

1975

21 augustus 1975

21 augustus 1975: Brief Arie de Boer, Lemmer

1980

1980

1980: Stichtingsmonografie 15 "Lemsteraken van visserman tot jacht" van Mr. Dr. T. Huitema

1900 - LE28 - 'Vrouwe Jacobine' - P. de Boer

Deze 40-voet aak, de 'Eersteling' voor Willem van der Bijl ('Bleeke Willem'), is de eerste ijzeren aak die door Pier de Boer werd gebouwd en wel naar een tekening van zoon Dirk. Van der Bijl zelf was van oorsprong een binnenvisser uit Idskenhuizen.

Dit eerste ijzeren schip van de Boer was 'moeders mooiste niet', zoals de vissers zeiden. Het was bijzonder zwaar gebouwd, altijd groen in de verf en zeewaardig. De laatste eigenschap en het feit dat de zeilen nieuw waren, was de oorzaak dat de pas afgeleverde LE28 uitverkoren werd om met een man of tien aan boord de bemanning van een in nood verkerend schip veilig aan wal te brengen.

Bij stormweer is de LE28 tengevolge van een krabbend anker eens op de strekdam van de spuisluizen te Kornwerderzand terecht gekomen. Het enige gevolg was een deukje in het vlak, zo zwaar was de aak gebouwd. In 1935 kochten de gebr. Blom in Hindelopen het schip voor f 1.000,-, nadat in 1934 een T-ford motor was ingebouwd. De registratie werd H.I.8 en de naam Arend. In 1938 werd nog eens een reddingsactie ondernomen vanuit Hindelopen en de bemanning van de tjalk Morgenstond (man, vrouw, 6 kinderen en een hond) in veiligheid gebracht. In 1940 door de Duitsers gevorderd, maar na 19 dagen teruggegeven. Tijdens de bezettingsjaren ging het kuilvissen door, meestal 's nachts en daardoor vaak met onderduikers aan boord, die overdag weg moesten wezen. Met weemoed, zo schrijven Rein en Ige Blom, werd de aak in 1948 verkocht, voor f 8.000,-.

Via Staveren komt de aak in Volendam terecht en wordt in 1954 gekocht door de Amerikaanse scheepsarchitect Fred Spaulding Dunbar. Deze Amerikaan had zich tijdens het bezichtigen van de in aanbouw zijnde Groene Draeck, kritisch uitgelaten over de zeileigenschappen van de oud-Nederlandse schepen. Toen hij echter een proef tocht mee mocht maken, werd hij zo enthousiast dat hij prompt zo'n schip zocht en kocht: de LE28. Helaas ontbrak het deze Amerikaan kennelijk aan ieder begrip voor onze schepen want op de werf 'Westhaven' te Amsterdam liet hij de oude aak verprutsen tot een jacht met midzwaard, torentuig, andere roervorm, preekstoel en wat niet al. Gelukkig bleken 's mans financiële middelen onvoldoende, het schip werd opnieuw verkocht en onder leiding van Lunstroo zo goed mogelijk in de oude toestand teruggebracht, met name door de goede zorgen van de heer Schneider uit Ede. Daarbij vervaardigde Lunstroo bijgaande tekeningen. Het schip vaart thans onder de naam 'Vrouw Jacobine' in eigendom van de heer Th.A. Kruis te Zevenbergen. 

1981

1981

1981: Bredase Courant - Uniek gerestaureerd schip in jachthaven Noordschans

Eerste Lemmer-aak: trots van Theo Kruis


 

1981

1981: Brieven van Iege en Rein Blom

1988

21 april 1988

21 april 1988: Brief van N. schilder uit Volendam

1989

mei 1989

mei 1989: Spiegel der Zeilvaart juni 1989 nummer 5 - Historie van de Lemmer 28 Eersteling

Op de werf van Pier de Boer in Lemmer zijn sinds 1874 tal van houten binnenaken, botaken en andere schepen gebouwd. In 1899 waagt men zich op deze werf aan een nieuw scheepsbouwmateriaal: ijzer. Die eerste ijzeren aak krijgt de toepasselijke naam „Eersteling" en het visserijnummer LE28. Van dit schip is de gehele levensloop opgediept, van 1899 tot heden.
De „Eersteling" wordt gebouwd voor Willem van der Bijl, bijgenaamd Bleke Willem, geboren 19 oktober 1863 te Dronrijp. De bouwsom bedraagt acht-tienhonderdtweeënzeventig gulden en zestig cent. In het vroege voorjaar van 1900 gaat deze 40 voets aak te water. Met een huiddikte van zeven mm is het een zwaar gebouwd vaartuig: de verplaatsing is 15 ton, tegen 12 ton voor een even grote houten aak. Uit de hierbij afgedrukte inschrijvingskaart blijkt dat de bemanning uit twee á drie koppen bestaat.
Nog datzelfde jaar kan de nieuwe Lemsteraak haar zeewaardigheid en degelijkheid bewijzen wanneer er een schip in nood verkeert. Vanwege haar nieuwe zeilen wordt de LE28 uitgekozen om hulp te verlenen. Met een man of tien aan boord en evenveel emmers om te hozen, steekt de „Eersteling" in zee. Men slaagt erin de bemanning van het zinkende schip te halen en behouden aan wal te brengen. Dit gebeurt allemaal op de zeilen, want er is geen motor aan boord!
In 1912 komt Willems dertienjarige zoon Abe deel uitmaken van de bemanning. In 1915 varen ze ook met een zekere Pieter Bijlsma aan boord. Op een keer moet in een stormachtige bui de fok snel naar beneden. Doordat daarbij de neerhaler breekt, gaat Bijlsma overboord. Gelukkig is hij een heel goede zwemmer en hij weet in de hoge golven het hoofd boven water te houden. Willem gooit eerst bovenwinds de vlet los, maar die mist Bijlsma. Met moeizaam manoeuvreren en veel inspanning lukt het tenslotte om de drenkeling weer aan boord te krijgen. Terug in Lemmer staat die 's avonds vóór de leugenbank in geuren en kleuren het hele verhaal te vertellen.

pdf SdZ juni 1989 nr05 - Historie van de Lemmer 28 Eersteling

1990

1990

1990: Stamboekarchief: Geschiedenis Lemsteraak 'LE28 Eersteling'

2000

2000

2000: Fotoalbum 'LE28 Eersteling'

2012

2012

2012: De Lemsteraak 'LE28 Eersteling' in het boek "Lemsteraken voor de recreatie" van Dirk Huizinga

Dirk Huizinga schrijft in zijn boek "Lemsteraken voor de recreatie":De eerste ijzeren aak die Pier de Boer bouwde, was voor hem een experiment. Een ijzeren schip bouwen was voor hem heel iets anders dan een houten aak bouwen volgens
de traditionele methode. Zijn eerste aak kwam er daarom wat apart uit te zien, met als resultaat dat opdrachtgever Steven Visser het schip niet wilde hebben. De aak had volgens hem te veel kop en te weinig kont. Achter lag het schip daarom te diep. De zwaardklampen raakten het water, wat zou zorgen voor een onderhoudsprobleem en het berghout liep niet helemaal in lijn. Op de hoogte van de kop van het zwaard zat er namelijk een knikje in het berghout.
Bouwen in ijzer was voor Pier de Boer nieuw en moest geleerd worden. Met de klinktechniek kon men geen doosconstructie maken, wat een probleem was bij het maken van de stevens en het berghout. Wel was er met behulp van hoekijzers een Uprofiel te maken, maar die bouwwijze was bewerkelijk en in de vorm van een berghout bovendien niet eenvoudig te maken. De stevens werden bij de werven van Bos en De Boer daarom opgezet als twee platen die met hoekijzers tegen de romp werden geklonken. Daarna werd de ruimte tussen de platen opgevuld met eikenhout. Bij het berghout ging het net eender. Twee parallel lopende stroken ijzer werden met een hoekprofiel aan de romp geklonken en de tussenliggende ruimte werd met een eikenhouten berghout opgevuld.
De opdrachtgever, Grutte Steven, keurde het eerste ijzeren schip van Pier de Boer echter af. Hij had zich een andere voorstelling van zijn nieuwe aak gemaakt. De aak was ook veel te zwaar, met huidplaten van 7 mm. Staal. Het was vervolgens Willem van der Bijl uit De Lemmer die de aak kocht en ermee ging vissen met visserijteken LE28. "Bleke Willem" was van afkomst binnenvisser uit Idskenhuizen. In De Lemmer woonde hij met zijn gezin in het Achterom, zoals zo vele vissers, tussen de Vissersburen en de Schans in, ten oosten van de Binnenhaven.

Hindeloopen, winter 1941/1942. Rechts vooraan de HI8 van Blom, ontdaan van zeiltuig vanwege de winter. (Foto: Museum Hindeloopen).
Hindeloopen, winter 1941/1942. Rechts vooraan de HI8 van Blom, ontdaan van zeiltuig vanwege de winter. (Foto: Museum Hindeloopen).
De Eersteling uit 1900. Lijnenplan, gereconstrueerd door H. Lunstroo. Opvallend zijn de hoge kop, de diepe zeeg en de smalle kont. Het lijkt wel een botter met een ronde kop. (Bron: Huitema, 1982, p. 240)
De Eersteling uit 1900. Lijnenplan, gereconstrueerd door H. Lunstroo. Opvallend zijn de hoge kop, de diepe zeeg en de smalle kont. Het lijkt wel een botter met een ronde kop. (Bron: Huitema, 1982, p. 240)
Lemmer, 1932. De LE28: overhalen van vis van vlet naar aak. Vlnr.: Abe van der Bijl (zoon van Willem) Siebolt van de Tuin (kleinzoon broer van Willem), Siebolt van der Bijl en  rechts Willem van der Bijl. (Foto: collectie D.v.Dijk, info: Spanvis).
Lemmer, 1932. De LE28: overhalen van vis van vlet naar aak. Vlnr.: Abe van der Bijl (zoon van Willem) Siebolt van de Tuin (kleinzoon broer van Willem), Siebolt van der Bijl en rechts Willem van der Bijl. (Foto: collectie D.v.Dijk, info: Spanvis).

In 1933 hield Willem v.d. Bijl de visserij voor gezien. Zijn zoon Abe nam de aak over en ging ermee vissen vanuit Makkum, samen met G. Mulder en J. Poepjes. Het schip kreeg visserijnummer WON 10. Twee jaren later namen de broers Rein en Iege Blom uit Hindeloopen de aak over. Zij visten ermee op het IJsselmeer onder nummer HI8. Dit eerste schip van Pier de Boer was bijzonder zwaar gebouwd. De aak werd door vissers niet mooi gevonden, maar wel gewaardeerd vanwege het onverwoestbare casco. Ook meende men dat de aak met z’n hoge kop zeer zeewaardig was. De LE28 werd daarom meer dan eens ingezet bij pogingen in nood verkerende schepen op de Zuiderzee voor de Lemmer veilig te helpen de haven te bereiken. Dat was ook na de afsluiting van de zee soms nodig. Toen de gebroeders Blom vanuit Hindeloopen met de aak visten, was het in 1938 raak. ‘In 1938 werd nog eens een reddingsactie ondernomen vanuit Hindeloopen en de bemanning van de tjalk ‘Morgenstond’ (man, vrouw, 6 kinderen en een hond) in veiligheid gebracht. In 1940 (werd het schip) door de Duitsers gevorderd, maar na 19 dagen teruggegeven. Tijdens de bezettingsjaren ging het kuilvissen door, meestal ’s nachts en daardoor vaak met onderduikers aan boord, die overdag weg moesten wezen.’ (Huitema, 1982, p. 241)

Hindeloopen, jaren dertig, met de HI8 van Blom. (Foto: Museum Hindeloopen)
Hindeloopen, jaren dertig, met de HI8 van Blom. (Foto: Museum Hindeloopen)

 In 1948 stapten de gebroeders Blom over op een motorkotter. De aak werd verkocht aan K. van der Meulen en H. van Dijk uit Stavoren. Die visten onder nummer ST10. Nog hetzelfde jaar verwisselden de schepen van Schilder (VD 8) en Van Dijk (ST10) van eigenaar. Van Dijk ging vissen met de Marker rondbouw van Schilder en deze met de aak van Van Dijk, waarbij Jaap Schilder f.2100.- moest bijbetalen. Opmerkelijk, want de aak was zeker veertig jaren ouder dan de rondbouw. In 1955 moest Jaap Schilder stoppen met de visserij vanwege zijn slechte gezondheid. Hij verkocht de aak aan Jan Kroon die ermee viste onder nummer VD4. Twee jaren later werd het schip verkocht aan C. Kaars, een scheepsmakelaar in Monnickendam, die de aak te koop zette voor de recreatievaart. Het was het jaar dat er veel geschreven werd over het Lemsteraakjacht ‘De Groene Draeck’ dat gebouwd werd voor HKH Prinses Beatrix. Kaars plaatst daarom een advertentie in de Telegraaf: ‘Te koop aangeboden: een Lemsteraak, gebouwd door De Boer in Lemmer als ‘De Groene Draeck’. Het resultaat was een enorme belangstelling van potentiële kopers.
Fred Spaulding, een scheepsarchitect uit Dunbar, had ‘De Groene Draeck’ in aanbouw mogen bezichtigen. Hij verwachtte niet veel goeds van de zeileigenschappen van een dergelijk schip, maar toen hij er een proeftocht mee mocht maken, werd hij zo enthousiast, dat hij zich meteen een Lemsteraak aanschafte. Dat werd de Catharina VD4, die in Monnickendam te koop lag. Hij liet de aak in Amsterdam op de werf ‘Westhaven’ wel wat moderniseren. Het schip werd voorzien van een midzwaard, een torentuig, een preekstoel en een roer met ophaalbaar blad. Zaken waar mensen vertrouwd mee waren die op scherpe jachten voeren. Uiteindelijk werden alle aanpassingen aan het schip de eigenaar financieel wat te veel. Spaulding ging failliet en de aak werd verkocht in 1962 aan de werf Westhaven, die de aak doorverkocht aan Driessen uit Veghel. De aak heette nu ‘Dorien’ en werd door de nieuwe eigenaar voorzien van een normaal grootzeil voor een Lemsteraak.
Vijf jaren later kwam het jacht in bezit van H. Snijder uit Ede, die de aak onder leiding van de scheepsarchitect H. Lunstroo terug liet brengen in de originele staat. (Bron: Huitema, 1982, p. 241)

2015

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht