Lethe ex Parkeler

Lethe ex Parkeler Verdwenen

Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn boek "De Boeier" over de Boeier 'Lethe'' ex 'Parkeler':
De tweede boeier die Nicolaas Bernhard in het jaar 1887 afleverde, was gebouwd in opdracht van de heer G.J.A. Roeters van Lennep, wijnhandelaar te Amsterdam. De naam "Parkeler" was ontleend, zoals mevrouw De Blocq van Kuffeler-Roeters van Lennep te Bergen ons vertelde, aan de naam van het landhuis in het Gelderse Twello, dat in de tweede helft van de negentiende eeuw eigendom was van de familie Roeters van Lennep. Ook van deze boeier zijn in het oudste meetregister de afmetingen af te lezen. 

De "Parkeler" is tweemaal gemeten, in 1890, het eerste jaar dat hij in wedstrijden uitkomt, en nogmaals in 1893, met klein verschil in lengte en in wedstrijdtonnemaat, namelijk 7,2 en 7,3. De naam Roeters van Lennep komt tot en met 1909 voor in alle bewaard gebleven ledenlijsten van de KNZRV. In de ledenlijsten van de Zeilvereeniging 'Het Y' komt hij niet voor.

Eigenschappen

Plaquette nummer:9123 Zeil nummer: OB18
Categorie:V Tekening nummer:
Type:Boeier

Bouw

Bouwjaar:1887 Ontwerper:H. Bernhard
Werf:Werf "Het Jacht", H. Bernhard Werf plaats:Amsterdam (Lijnbaansgracht)
Motor: Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:Eikenhout
Materiaal zeil:Katoen
Onderwaterschip:Gepiekt Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:9,15 m Breedte berghout:3,15 m
Diepgang:0,00 m Masthoogte water:0,00 m
Oppervlakte grootzeil:0,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:0,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1887 – 1911 G. Roeters van Lennep, Amsterdam ( Parkeler)
1912 – onbekend J.C. Haentjens, Rotterdam ( Parkeler)
onbekend – 1922 Gebrs Ruys, Rotterdam ( Parkeler)
1922 – 1925 W.J. van Alphen, Rotterdam ( Lethe)
1926 – 1936 Dr. L.C. Van Wely, Batavia ( Lethe)

Geschiedenis

1925

1956

1956

1956: De geschiedenis van de Boeier 'Lethe' ex 'Parkeler' in het Stamboek

2005

2005

2005: De Boeier 'Lethe' ex 'Parkeler' in het boek "De Boeier" van Dr. Ir. J. Vermeer

Van 1890 tot en met 1895 kwam Roeters van Len-nep met de "Parkeler" in de wedstrijden van de KNZRV aan de start en elk jaar ook was Jurrjens met zijn "Sperwer" zijn concurrent. Maar ook andere Amsterdamse boeiers nemen aan deze evenementen deel, zoals in 1890 H. Bernhard met "Telephoon", in 1891 J.Th.C. van Campen met "Catharina Elisabeth", in 1892 de heren De Wetstein Pfister en Thurkow met "Fata Morgana", maar ook J.F. Bangen met "Nora" en W. Heijbroek met "Hora". De twee laatstgenoemden kwamen eveneens in 1893, 1894 en 1895 aan de start. Ten slotte kwam Van Lennep nog eenmaal uit in 1898, met als tegenstanders Joh. Smit uit Slikkerveer met de nieuwe ijzeren boeier "Kampioen" en opnieuw "Nora" van Bangen.

Grotere tochten niet geschuwd

Vermeldenswaard is een mededeling in een brief uit 1952 van de heer R. Buisman te Zwartsluis aan de secretaris van de toenmalige Commissie Stamboek Friese Ronde Jachten, C.J.W. Van Waning. De heer Buisman schrijft als veertienjarige in 1899 getuige te zijn geweest van een zeilwedstrijd op de Gelderse IJssel bij Zwolle tussen de boeiers "Parkeler" en "Sperwer". Wie van de twee toen won wist hij niet meer. Hieruit blijkt dat Roeters van Lennep voor grotere tochten niet terugschrok. In Friesland is hij voor zover wij konden nagaan niet geweest.

Na 1900

Berichten van deelname aan wedstrijden na 1900 hebben we niet gevonden. We weten dat de "Parkeler" in 1909 nog in het bezit was van de heer Roeters van Lennep. Na zijn overlijden in 1911 ging de boeier naar Rotterdam, zoals blijkt uit het al meermalen aangehaalde gedenkboek van de Koninklijke Roei- en Zeilvereeniging 'De Maas'. Dit vermeldt: ... dat de kleine boeier "Parkeler", gebouwd bij N.H. Bernhard te Amsterdam in 1887, omstreeks 1912 naar Rotterdam kwam en achtereenvolgens eigendom was van J.C. Haentjens, de Gebrs Ruys en - in 1922 - van W.J. van Alphen. Zij kreeg onder laatstgenoemde de naam van "Lethe".

Appendix bij het Nederlandsch Jachtregister

Onder deze naam komt de boeier inderdaad voor in het Nederlandsch Jachtregister van 1924-25 op naam van W.J. van Alphen te Rotterdam, bouwer Bernhard 1887, afmetingen 9,15 bij 3,15 meter; als wedstrijdnummer staat genoteerd 18 OB, de wedstrijdmaat is 8,8.
In de Appendix bij het Nederlandsch Jachtregister staat vermeld dat de thuishaven van de "Lethe" Batavia (Nederlandsch-Indië) was geworden. De nieuwe eigenaar, Dr L.C. van Wely, had haar inderdaad meegenomen naar zijn standplaats Batavia. Diens zoon, de heer R. van Wely te Rotterdam, berichtte ons dat zijn vader destijds lid was van de Bataviasche Jachtclub; het schip had ligplaats in een jachthaven aan het Kotjakanaal oostelijk van de havenplaats Tandjong Priok. Er werden wedstrijden gezeild in de baai van Batavia. Toen Dr Van Wely in 1936 naar Bandung werd overgeplaatst, verkocht hij de boeier aan twee jongelui. Deze waren van plan ermee te gaan vrachtvaren tussen de eilanden. Het lijkt waarschijnlijk dat de boeier de Tweede Wereldoorlog niet heeft overleefd.

2016

april 2016

april 2016: Boeier 'Lethe', Botter 'Scaldis' en Lemsteraak 'Wulp' op weg naar België in 1922

Een drietal platbodems, met alle drie een ligplaats in de Veerhaven van de Koninklijke Roei- en Zeilvereniging "De Maas", besluiten om in 1922 gezamenlijk een zomerreis te ondernemen naar de Schelde. Doel is Terneuzen om via het kanaal het ook toen al toeristisch interessante Gent te bereiken. Het zijn de boeier 'Lethe' van W.J. van Alphen, het botterjacht 'Scaldis' van A.M. van Dusseldorp en L.M.A. Hoffman's Lemsteraak 'Wulp'. Wat we weten over deze reis is ontleend aan de logboeken van de 'Lethe' en de 'Wulp'. Daarnaast is gebruik gemaakt van een tekst van Michiel van Alphen. Hij was als twaalfjarige aan boord van de 'Lethe', zestig jaar later zette hij zijn vroege jeugdherinneringen aan de Koninklijke Roei- en Zeilvereeniging "De Maas" op papier. Ook de zomerreis van 1922 komt in dit verhaal voor.
Geen van de drie platbodems was gemotoriseerd, wel voeren ze alle drie met een betaalde bemanning. Op de negen meter lange boeier van de familie Van Alphen was schipper Leen aan boord. Voordat hij jachtschipper werd voer hij 12 jaar bij de Marine. De meeste andere schippers waren vooral afkomstig uit de binnenvaart. Michiel van Alphen schrijft daar in zijn herinneringen over: 'Ze hadden het harde bestaan van beurtschipper ingeruild voor een baantje als jachtschipper voor een beloning van 30 á 35 gulden per week. De meesten waren bekwaam, maar hadden meestal geen haast. Op het lage binnenvlot in de Veerhaven werden eindeloos veel cigaretjes gedraaid en werden uitvoerig ervaringen uitgewisseld. [...] Sommige schippers waren bepaald lui geworden in dit luxueuze bestaan, een bekende uitdrukking van deze groep was: "Meneer, gaan we op de motor of maken we de zeilen nat?"'

pdf SdZ 2016 nr03 april - Boeier 'Lethe', Botter 'Scaldis' en Lemsteraak 'Wulp' op weg naar België in 1922

30 juni 2016

30 juni 2016: Uit het Stamboek 2016 Nr 6 - Behou(d)t het Goede: Marktplaats.nl: Te koop ansicht haven Arnhem 1905

Uit het Stamboek - Behou(d)t het Goede

Het bijzondere aan deze ansicht is, dat er een boeier op staat afgebeeld. Reden om een bod te doen en uiteindelijk de ansicht te kopen. Wanneer je een dergelijke foto in je bezit krijgt, word je nieuwsgierig welk schip er op staat. Bij het inzoomen kun je al snel de bekende Friese boeierbouwers afstrepen. Er zijn details te zien, die verwijzen naar een andere bouwer. Met name de vorm van het roer wijkt af. De prominente kluiverboom valt op. De ansicht heeft aan de adreszijde een opmaak die voorkomt bij ansichten van vòòr 1905. Een verandering van de postwet bepaalde de opmaak van de adreszijde, zoals we die nu nog kennen.

Rondvraag bij een aantal boeiereigenaren en kenners van ronde jachten gaf al snel de verwijzing naar boeierbouwer Bernhard uit Nieuwendam. Jaap Bernhard, de kleinzoon van, verwees naar een artikel, dat een paar maanden geleden verscheen in de Spiegel der Zeilvaart. Hierbij stond een foto van de boeier ‘Lethe’ met zeilnummer 18OB. Roer en roerbeslag lijken identiek.

De boeier ‘Lethe’ zeilde tussen 1922 en 1925 onder de vlag van “De Maas”, de heer W. J. van Alphen was toen eigenaar. Beide geven de naam ‘Parkeler’ als oorspronkelijke naam. G. Roeters van Lennep uit Amsterdam liet haar in 1887 bouwen op de werf van Bernhard. Tot 1911 was hij eigenaar.
 
Vermeer noemt zelfs het volgende:  “De heer Buisman schrijft als veertienjarige in 1899 getuige te zijn geweest van een zeilwedstrijd op de Gelderse IJssel bij Zwolle tussen de boeiers ‘Parkeler’ en ‘Sperwer’".

Met deze informatie bij elkaar opgeteld, mag er verondersteld worden dat de boeier op de ansicht inderdaad de ‘Parkeler’ is. Bijzonder is het natuurlijk wel, dat met deze boeier in de jaren rond de eeuwwisseling van de 19e naar de 20e eeuw vaartochten tot ver op de Nederlandse rivieren werden gemaakt. Het is niet waarschijnlijk dat de boeier toen met eigen motorkracht een dergelijke reis kon maken.

Reactie van Ir J.R. Romke de Vries (KNZ&RV)

Een mooie boeier, met strakke zeeg, kluiverboom en vrij smalle zwaarden bijna een visaakje van de Boer. Als je goed kijkt wordt op het roer een Nederlandse vlag met een lozange in de witte baan gevoerd: dus een lid van de KNZ&RV. In 1905 was de heer van Lennep lid van de KNZ&RV met de boeier “Parkeler” met 19, Ned. Tonnemaat 14, Laatste wedstrijdmaat 8,9 . In 1911 wordt voor het eerst een Wedstrijd/Eigenaarsvlag voor de 'Parkeler' opgenomen in het jaarlijkse overzicht van de KNZRV. Een afbeelding daarvan gaat hierbij.
In 1912 worden G.J.A. Roeters van Lennep en de 'Parkeler' niet meer in de Jaarboekjes vermeld.

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht