Lieuwke

Lieuwke

Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn boek "Tjotters en Boatsjes":
De hier weergegeven historie van dit aardige "boatsje" is ontleend aan schriftelijke mededelingen van de huidige eigenaar.
De grootvader van de heer Hesselink, de in Harlingen geboren Haagse architect J.W. Janzen, was reeds in zijn jeugd een fervent watersporter. Omstreeks 1910 had hij in de Prinsentuin in Leeuwarden het zogenoemde "Wilhelmina-bootje" zien liggen. Dit bootje, door Eeltje Holtrop van der Zee in 1892 gebouwd in opdracht van de gemeente Leeuwarden, was bedoeld als geschenk aan de (toen) twaalfjarige Wilhelmina die in dat jaar met haar moeder koningin Emma een vierdaags bezoek aan de provincie Friesland bracht. De heer Janzen was door dit fraai scheepje gefascineerd geraakt. Hij bleef, ook toen hij al in Den Haag als architect werkte, in Friesland steeds zoeken naar een dergelijk bootje, wat hij uiteindelijk dichtbij huis vond.

In het 1938 kon hij in Warmond een kleine tjotter genaamd "Okeia" kopen, destijds eigendom van de heer Th. Jansen. Het bootje bezat een smal roer met een mooi leeuwtje en werd daarom omgedoopt in "Lieuwke". De heer Janzen was er stellig van overtuigd het verdwenen Wilhelmina-bootje te hebben verworven; zelfs nog in 1956 probeerde hij dit in een artikel in "De Waterkampioen" aan te tonen. Zoals we nu weten, kon dit echter niet juist zijn; het Wilhelmina-bootje, een sierbootje zonder zwaarden of tuigage, alleen geschikt om mee te roeien, was met een lengte van slechts 3 meter ruim 1 meter kleiner dan het bootje van de heer Janzen.

Eigenschappen

Plaquette nummer:1502 Zeil nummer: RE130
Categorie:A Tekening nummer:
Type:Tjotter

Bouw

Bouwjaar:onbekend Ontwerper:Lantinga?
Werf:Lantinga? Werf plaats:IJlst
Motor: Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip:Knikspant Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:4,40 m Breedte berghout:1,60 m
Diepgang:0,00 m Masthoogte water:0,00 m
Oppervlakte grootzeil:10,20 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:10,20 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

onbekend – 1938 Th. Jansen, Warmond ( Okeia)
1938 – 1957 J.W. Janzen, 's Gravenhage ( Lieuwke)
1957 – 1985 J.W. Hesselink, Santpoort ( Lieuwke)
1985 – Nu (laatst bekend) J.W. Hesselink, Marum ( Lieuwke)

Geschiedenis

1956

mei 1956

mei 1956: Waterkampioen mei 1956 nummer 970: Lezers aan het woord

Leeuw op het roer

In het vertrouwen, dat dit schrijven zal worden beschouwd als een blijk van medeleven met het door mij zeer toegejuichte denkbeeld, dat de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten de zorg op zich wil nemen van de „Leeuw op het roer" van de toekomstige 'Groene Draeck', vraag ik uw welwillende aandacht voor de volgende suggesties gegrond op lange ervaring, niet alleen als architect, „welstands" beoordelaar enz., maar ook als Fries en minnaar van de schepen van „Us heitelân". Het eerste waarnaar ik n.l. sinds jaar en dag kijk als ik een boeier, een Fries jacht of een Lemsteraak zie, is de roerbekroning. En nu valt het mij op, dat vaak bij mooie schepen ook van „Eeltsjebaes" de leeuw meer op een gedresseerde poedel dan op een echte leeuw lijkt.
De verklaring daarvan kreeg ik meer dan twintig jaar geleden van een oude scheepsbouwer, die mij zeide, dat het zo moeilijk was voor een leeuw van de proporties passende bij het roer van een lemsteraak of boeier een behoorlijk stuk eikehout te vinden. Dit moest niet alleen glad van nerf en vast, maar ook van zodanige afmetingen zijn, dat het beeld buiten het hart kon worden gesneden. Wanneer het hart in het beeld zit komen er door zon en weer onherroepelijk grote scheuren in. Het gevolg hiervan was, dat de beeldsnijder zijn beeld aanpaste aan het hout, en de kop van de leeuw tussen de poten kwam en allerminst een fiere houding kreeg. Deze moeilijkheden zijn tegenwoordig gemakkelijk op te lossen door het blok waaruit de leeuw moet worden gesneden samen te stellen uit watervast gelijmde platen. Daarbij kan men nog zorgen, dat eventuele werking door juiste keuze van nerfrichting vrijwel wordt geelimineerd. Een tweede moeilijkheid was nog, dat de boerebeeldsnijder van zijn leven waarschijnlijk nooit een echte leeuw had gezien en van stylering heraldiek zeker geen begrip had.

Wilhelminabootje
Wilhelminabootje

Toch is er een merkwaardig uitzonderingsgeval en dat is de oorzaak geweest, dat ik eigenaar ben geworden van een merkwaardig bootje. Enige jaren voor de oorlog zocht ik een tjotter voor mijn dochter en probeerde tevergeefs in Friesland een bouwer te vinden die bereid was om voor mij een „roeibare" tjotter van zo licht mogelijk model te bouwen. In mijn jonge jaren had ik omstreeks 1910 n.l. in de Prinsentuin te Leeuwarden een dergelijk „bootsje" gezien en ook in Harlingen voer een klein model, dat wij toen smalend de „wastobbe" noemden.

Leeuwtje van het Wilhelminabootje
Leeuwtje van het Wilhelminabootje

Heel Friesland heb ik toen afgegraasd, maar nergens vond ik het verlangde, totdat ik door een advertentie in De Waterkampioen heel dicht bij huis in Warmond een ontmoette, dat er uitzag als mijn jeugdherinnering. Het was in een niet al te beste staat, maar ik was verliefd op het leeuwtje en dezelfde middag was ik eigenaar.

Het leeuwtje van de 'Lieuwke'
Het leeuwtje van de 'Lieuwke'

In de loop der jaren is er (in de oorlogsjaren wel eens weinig vakkundig) veel aan gerepareerd en hersteld, maar het leeuwtje wordt steeds vertroeteld en is nog in prima staat. Op de Kaag trekt het miniatuurtje nogal eens de aandacht van liefhebbers en deze zomer voer een twaalfvoetsjol met mij op waarin een grijze heer zat die meer aandacht voor het leeuwtje dan voor de navigatie van zijn lol scheen te hebben en mij bijna een aanvaring bezorgde. Toen eerst herkenden wij elkaar in onze „zeilersvermomming". Het was Prof. Wenckenbach, hoogleraar in de beeldhouwkunst in Delft en de modelleur van onze nieuwe munten. We hebben toen uitvoerig gezwamd over de moeilijkheden om een behoorlijke roerfiguur te krijgen. Misschien is het overbodig, maar ik meen dat hierin een aanwijzing ligt voor de keuze van de modelleur van de leeuw op de 'Groene Draeck'.

Hierbij ten slotte nog foto's van het leeuwtje in zijn trotse koninklijke houding. Hoewel ik het niet kan bewijzen geloof ik, dat het behoort bij het befaamde Wilhelmina tjottertje uit 1890.

's-Gravenhage, april 1956, J.W. Janzen

Leeuw in 2016
Leeuw in 2016

1997

1997

1997: De 'Lieuwke' in het boek "Tjotters en Boatsjes" van Dr. Ir. J. Vermeer

Aanvankelijk lag het tjottertje in Warmond, later tijdens de oorlogsjaren werd de ligplaats verplaatst naar jachthaven Jonkman te Sassenheim. Na het overlijden van de heer Janzen in 1957 kwam het bootje in handen van zijn dochter en schoonzoon, de heer J.W. Hesselink te Santpoort. Ook toen bleven de Kagerplassen nog het vaargebied. Later wisselde dat tussen de omgeving van Haarlem en het gebied van de Braassemermeer, waar het tijdens diens studiejaren veel gebruikt werd door de zoon des huizes. Door omstandigheden lag het bootje tussen 1980 en 1987 ongebruikt bij de firma Molenaar te Woubrugge.

De tegenwoordige eigenaar vestigde zich in 1985 als dierenarts in Marum. Het "Lieuwke" werd in 1987 bij Piersma in Heeg opgeknapt en vaarklaar gemaakt, waarna het enkele jaren in de gemeentelijke jachthaven aldaar gestationeerd bleef. Inmiddels bleek de staat van het scheepje zo slecht, dat een ingrijpende restauratie noodzakelijk was om het te behouden. Deze werd uitgevoerd door de werf van Brandsma te Rohel. Daarbij werd besloten het later aangebrachte hoge vaste voordek, waaronder nog een oorspronkelijk plechtstuk aanwezig was, niet opnieuw aan te brengen en de originele inrichting te herstellen.
Sinds 1993 heeft het "Lieuwke" een ligplaats aan het Leekstermeer. Een laatste wens van de eigenaar ging in 1994 in vervulling, toen een nieuw tuig, gemaakt door de firma Molenaar, kon worden gehesen. Inmiddels vaart ook de vierde generatie van de familie in het fraai herstelde bootje.

Technische gegevens

Hoofdafmetingen
-    Lengte over de stevens   4.40m
-    Grootste breedte buitenkant huid   1.60m
-    Holte op het grootspant   0.58m
-    Zeiloppervlak: Grootzeil + fok    10.2m2

Opmerkingen

Wat de herkomst aangaat, wij hebben het sterke vermoeden met een bootje van Lantinga te doen te hebben. De huidige eigenaar vertelde ons, dat oorspronkelijk met het bootje geroeid kon worden. Erwaren vele van de door deze werf afgeleverde kleinere tjotters inderdaad voorzien van een paar rijmen achter de zwaarden met middenplank. "Lieuwke" heeft oorspronkelijk ook een paar riemen gehad en zo'n middenplank; die is nog te zien op een oudere foto. Verder is de wipkoker voorzien van de voor Lantinga typerende, onder 45° aangebrachte ijzeren plaatjes rondom het draaipunt van de mastbout. Het bootje dateert dus waarschijnlijk uit de periode 1910 tot 1920, toen door de Lantinga-werf vele tjotters voor Hollandse, en in het bijzonder voor Zuidhollandse rekening zijn gebouwd. Wij zullen ons hier echter niet wagen aan een speculatie met welke boot het "Lieuwke" identiek zou kunnen zijn.
Op een foto gemaakt tijdens de restauratie bij Brandsma is duidelijk te zien, dat de zandstroken, smal uitlopend, hoog zijn opgetrokken langs de voorsteven. Hetzelfde doet zich aan de achtersteven voor; dit is een voorwaarde voor het verkrijgen van de vereiste ronde scheepsvorm.

2008

2008

2008: Restauratie bij Brandsma

2016

2016

2016: Foto's

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht