Lytse Bever

Lytse Bever

Peter Tolsma schrijft in het boek "De Lytse Bever":
Oorspronkelijk in 1820 gebouwd als een open jacht werd de Bever daarna gebruikt als beurtschip tussen het dorp Eernewoude en de stad Leeuwarden. Na een aantal jaren als verhuurjacht te zijn geëxploiteerd, is er aan het begin van de twintigste eeuw jarenlang de zeilsport mee beoefend. Daarna is het jacht, nadat het bijna verloren was gegaan, herbouwd tot boeier. Bij de laatste restauratie in de huidige tijd is het schip weer zoveel mogelijk in zijn oorspronkelijke vorm teruggebracht. Beschrijvingen en verhalen van de opeenvolgende eigenaren completeren deze boeiende historie. Evenals een beschrijving van de werf waar het schip gebouwd werd, en van de verantwoordelijke scheepsbouwer, is ook de laatste restauratie uitvoerig in beeld gebracht. Het boek is daarbij voorzien van een zeer groot aantal afbeeldingen die het verhaal ondersteunen. De 'Lytse Bever' kent een boeiende levensloop die veel liefhebbers van ronde en platbodem jachten zal aanspreken.

In de laatste jaren voor WOII is het jacht van een roef voorzien. In 1956 is het schip als open jacht ingeschreven Fries Jacht. In 1961 is de 'Lytse Bever' bij een complete restauratie voorzien van een kajuit door v/d Meulen te Joure. Later is ze weer teruggebracht naar origineel Fries Jacht.
Over een klein aantal jaren vaart het houten jacht 'Lytse Bever' al twee eeuwen rond op de Nederlandse binnenwateren. Peter Tolsma heeft de geschiedenis van het schip in kaart gebracht. Dat was een hele puzzle. Ondanks al zijn naspeuringen zijn er nog heel wat losse eindjes. In "De Lytse Bever" beschrijft Tolsma de geschiedenis van het schip chronologisch-thematisch, van de bouw in 1820 tot de restauratie in 2005. De 'Lytse Bever' werd gebouwd op de werf van Eeltje Teadzes Holtrop in IJlst. Tussen 1839 en 1884 voer het als beurtschip tussen Eernewoude en Leeuwarden. Daarna kwam het schip in de pleziervaart terecht. Het is twijfelachtig of de "Lytse Bever" ook als bedrijfsvaartuig is gebouwd, gezien de luxe uitvoering.

In het Overzicht van in het Stamboek ingeschreven jachten, die nooit een plaquette hebben gekregen staat het volgende:
40. Fries jacht 'Bever', 6,20 m, geen gegevens, Eikenhout, J. Haaitsma, Emmeloord, '54/'59. Later heeft het jacht plaquettenummer 239 gekregen.

Eigenschappen

Plaquette nummer:239 Zeil nummer: RD122
Categorie:A Tekening nummer:
Type:Fries jacht

Bouw

Bouwjaar:1820 Ontwerper:Eeltje Teadzes Holtrop
Werf:Eeltje Teadzes Holtrop Werf plaats:IJlst
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:Eikenhout
Materiaal zeil:Katoen
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:6,68 m Breedte berghout:2,45 m
Diepgang:0,60 m Masthoogte water:9,45 m
Oppervlakte grootzeil:27,86 m2 Oppervlakte fok:13,37 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:41,23 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1820 – 1839 Uiltje Hoites Venema (mogelijk), Wartena/Eernewoude ( Bever)
1839 – 1878 Bouke Uiltjes Venema, Eernewoude ( Bever)
1878 – 1884 Jan Baukes Venema, Eernewoude ( Bever)
1884 – 1910 Tj. Voordewind, Leeuwarden ( Bever)
1910 – 1934 A.J. Sonnega, Leeuwarden ( Bever)
1934 – onbekend Scheepsmakelaar?, Groningen ( Bever)
1938 – 1945 Dhr. Meerman, Goes ( Bever)
1945 – 1947 Blok & Van Reek, Kampen? ( Bever)
1947 – 1948 J.C. Kolm, Amsterdam ( Bever)
1948 – 1952 Dhr. Nijbroek, Deventer ( Bever)
1952 – 1958 T. Haaitsma, Emmeloord ( Bever)
1958 – 1958 E. Selbeck, Deventer ( Bever)
1960 – onbekend J. Hoogendoorn, Deventer ( Lytse Bever)
1960 – 1979 C.F. Diesch, Raalte / Zwolle ( Lytse Bever)
1979 – 1988 Mevr. Y.M.P. Oosting-Verloop ( Lytse Bever)
1988 – 2004 G.J. Karreman, Delft ( Lytse Bever)
2004 – Nu (laatst bekend) G.F. Huiskes, Leeuwarden ( Lytse Bever)

Geschiedenis

1925

1950

1950

1950: Een dagje met de 'Bever' op het water

(herk. G.J. Karremans, Delft)
(herk. G.J. Karremans, Delft)
(herk. G.J. Karremans, Delft)
(herk. G.J. Karremans, Delft)
In de periode van T. Haaitsma uit Emmeloord (herk. Stamboekarchief)
In de periode van T. Haaitsma uit Emmeloord (herk. Stamboekarchief)
In de periode van T. Haaitsma uit Emmeloord (herk. Stamboekarchief)
In de periode van T. Haaitsma uit Emmeloord (herk. Stamboekarchief)

1955

1955

1955: Documentatie Stamboek: Overzicht eigenaren Lytse Bever tm 1951

1958

1958

1958: Waterkampioen begin mei 1958: Het Bever-mysterie - Hoeveel „Bever"-roerversieringen waren er nu eigenlijk?

Het zal ongeveer in 1950 geweest zijn, dat er in de havensloot van Durgerdam een rond jachtje lag - de meesten zagen het voor een tjotter aan - dat ieders aandacht trok door de merkwaardige versiering aan het roer. Een of ander monster leek uit het water opgekropen te zijn, en hing met zijn kwaadaardige bek vol tanden over de kop van het roer heen. Het scheepje heette „Bever", en het beest stelde dus zeker ook wel een bever voor. Op een dag was het jachtje verdwenen, en we hoorden er lange tijd niets meer van.

Twee jaar later troffen wij echter het beest aan in het ik, „er zullen heus geen twee van zulke roer-beesten zijn". Maar ik was het die me vergiste. Want een paar jaar later kwamen we de „Durgerdammer" Bever tegen, netjes opgeknapt en compleet Scheepvaart Museum te Amsterdam! Dat dachten we tenminste. „Vreemd, ik meende dat hij kleiner was, dat jachtje was toch zo groot niet", zei mijn man. „Je moet je vergissen", repliceerde met beest op het roer.... Daar wilden we natuurlijk wel eens wat méér van weten. 

Het hele verhaal met een "droevig" eind van de 'Lytse Bever' hebben we opgenomen op de pagina "Uit het Stamboek".

1960

1960

1960: Waterkampioen 1960: Lytse Bever in 1893

1960

1960: Deventer Dagblad: Boeiertje van 140 jaar moet worden gerestaureerd

Vele watersportliefhebbers maken zich ernstig zorg over het voortbestaan van het oudste ronde jacht van Nederland, dat sterk verwaarloosd op 'n stil plekje aan de Deventer wal is getrokken en langzaam maar zeker ligt te vergaan. De „Bever", een tot boeiertje verbouwd Fries jacht uit 1820 met een zeer bijzondere roerversiering, heeft recht op nieuwe glorie, omdat het niet alleen een antiquiteit van klasse is, maar tevens omdat het een parel zou kunnen zijn op de binnenwateren van Nederland.

De 'Bever' in deplorabele staat op de wal - december 1960
De 'Bever' in deplorabele staat op de wal - december 1960

De restauratie van de (Lytse) Bever 1960-'62.

De 'Bever', gebouwd in 1820 door Eeltsje Teadzes Holtrop (1769-1848) te IJlst, grootvader en leermeester van E.H. v.d. Zee, is Neerlands oudste (boeier-)jacht. "jacht" of Fries jacht in de oude betekenis van snelzeilend (beurt-)scheepje. Als zodanig zeilde het vele jaren (1820- + 1890) tussen Leeuwarden en Eernewoude. T. Voor de Wind (vader van commissaris H. Voor de Wind) kocht de Bever + 1895 en richtte haar in tot "huurboeier", waarbij o.a. de luikenkap achter de mast werd verwijderd. Zij werd aldus een "open boeier" of Fries jacht (nieuwe stijl). Na het overlijden van T. Voor de Wind (+ 1920) zwerft de 'Bever' vele jaren en raakte daarbij in verval. Omstreeks 1953 werd zij weer wat opgelapt door de toenmalige eigenaar, wonende in de N.O.Polder, die een (voorlopig vergeefs) beroep deed op de in 1952 ingestelde "Stamboek-Commissie" van het Fries Scheepvaart Museum. Eindelijk in 1960 ontfermde Dr. C.F. Diesch te Zwolle zich over het Bever-wrak; toen liggend op de wal te Deventer. De zonen van Dr. Diesch brachten haar naar Joure, waar Tjeerd v.d. Meulen opdracht kreeg de "Bever" te restaureren, d.w.z. praktisch geheel te herbouwen met behoud van haar oorspronkelijke lijnen.
Dit was een schier onmogelijke opgave (De kimronding bleek op geen twee spanten gelijk). Dr. C.F. Diesch zocht en vond bekwame vaklieden voor het snij-werk, o.a. van de kajuit, zowel binnen- als buiten. Zo werd dit meesterstuk van restauratiekunst in 1963 voltooid. In 1965 maakte de familie Diesch met de herboren "Bever", een reis naar de Oostzee, waarbij de ruwe Wezermond niet werd gemeden.    
Zonder Geluk (en Vertrouwen) vaart niemand wel.

Tsjeardbaes op de door hem gerestaureerde boeier Bever (Dr C.F. Diesch)
Tsjeardbaes op de door hem gerestaureerde boeier Bever (Dr C.F. Diesch)

1963

1963

1963: 'Lytse Bever' na restauratie

De 'Lytse Bever' in Lemmer

'Lytse Bever' na restauratie met aan roer Tjeerd van der Meulen (foto Theo Kampa)
'Lytse Bever' na restauratie met aan roer Tjeerd van der Meulen (foto Theo Kampa)
'Lytse Bever' na restauratie met aan roer Tjeerd van der Meulen (foto Theo Kampa)
'Lytse Bever' na restauratie met aan roer Tjeerd van der Meulen (foto Theo Kampa)

1965

19 augustus 1965

19 augustus 1965: Leeuwarder Courant: 'Bever' uit 1820 bestaat ook nog

1988

1988

1988: Restauraties in de periode van G.J. Karremans in Delft

In Delft aan de kade
In Delft aan de kade
Bij van der |Meulen in Sneek in 1988
Bij van der |Meulen in Sneek in 1988

2005

2005

2005: De 'Lytse Bever' in het boek "De Boeier" van Dr. Ir. J. Vermeer

De "Lytse Bever" is oorspronkelijk als open vrachtschip gebouwd, evenals een aantal andere in dit boek beschreven oude schepen, met name de (`greate') "Bever", "De Hekse", "Vivo" en "Hendrika". Net als deze werd hij later verbouwd tot een echte boeier. Hij is dus beslist geen Fries-jacht-met-kajuit. Dat de herkomst bekend is danken wij in feite aan de meergenoemde Amsterdamse commissaris van politie Hendrik Voordewind. Met de oud-marineofficier C.J.W. van Waning en dr. H. Halbertsma, destijds conservator van het Fries Scheepvaart Museum, stond Hendrik Voordewind in de jaren vijftig aan de wieg van de huidige Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten. Van hem is namelijk de hier afgebeelde oude foto afkomstig die het scheepje als open Fries jacht laat zien. Het was toen eigendom van zijn vader Tjerk Voordewind te Leeuwarden en maakte deel uit van diens verhuurvloot. 

"(Lytse) Bever", eigendom van T. Voordewind, nog in de oorspronkelijke staat, foto uit 1893 door L. v.d. Feer. Herk.: Verz. Fries Sch. Mus.
"(Lytse) Bever", eigendom van T. Voordewind, nog in de oorspronkelijke staat, foto uit 1893 door L. v.d. Feer. Herk.: Verz. Fries Sch. Mus.

Reproductie van een photographie-instantanée in 1893

De foto bevindt zich in het stamboekarchief en op de keerzijde staat de volgende informatie: Reproductie van een photographie-instantanée in 1893 gemaakt door L. van der Feer Pz., Nieuwe Kade 58, Sneek, en in 1961 eigendom van H. Voordewind in Amsterdam. Verder staat erbij vermeld dat het schip was gebouwd te IJlst in 1820 door Eeltje Tjeertes Holtrop als beurtschip van Eernewoude op Leeuwarden en dat het van 1886 tot 1910 in bezit was van Tj. Voordewind. Deze Van der Feer, fotograaf van beroep, was een achterneef van de Sneeker apotheker Lambertus van der Feer, die in 1843 door Eeltje Holtrop de grote boeier "Uitspanning" had laten bouwen, de huidige "Tjet Rixt". De vader van de fotograaf, Pieter van der Feer, zette de apotheek van zijn oom Lambertus voort in het pand Kleinzand 20, dat tegenwoordig deel uitmaakt van het Fries Scheepvaart Museum. De maker van deze foto zal dus zeker weet hebben gehad van de herkomst en van het verleden van dit schip, dat toen de naam "Bever" droeg.

Ombouw van Beurtschip naar open Plezierjacht

Zoals uit de foto blijkt, had Tjerk Voordewind het beurtschip omgebouwd tot open plezierjacht door de luikenkap over de laadruimte achter de mast te verwijderen. Naast jachtverhuurder was Voordewind ook schipper op de grote boeier "Stavo", die vele decennia eigendom was van leden van de familie Van Eysinga. Mede daardoor was hij nog weleens enige tijd afwezig en daar maakte zijn jonge zoon Hendrik gebruik van om ongevraagd met een schoolvriendje een zeiltochtje met de "Bever" te maken en zich in de schipperij te bekwamen. In zijn reeds eerder aangehaalde boekje vertelt hij over die avonturen op zijn eigen karakteristieke wijze. Dit boekje bevat ook zijn uitvoerige relaas van een vierdaagse zeiltocht met een pasgetrouwd Frans echtpaar, waarbij zij, na Friesland doorkruist te hebben met overnachtingen in Grouw en Langweer, via het Tjeukemeer koers zetten naar de kop van Overijssel. In de avond verdwaalden zij op de Beulakerwijde en daar moest in de schemering het anker worden uitgegooid. 's Nachts stak plotseling een zeer harde wind op. Gelukkig hield het anker en konden zij zich de volgende ochtend vrijvaren. Het voert te ver het gehele verhaal hier weer te geven, maar achter een sleep bereikten zij de volgende dag met beter weer veilig Scharsterburg, waar de "Stavo" met vader Voordewind voor de wal lag en waar het echtpaar zeer voldaan afscheid nam.

Fam. Sonnega Leeuwarden eigenaar in 1910

Tjerk Voordewind verkocht de "Bever" in 1910 aan H.W. Sonnega, apotheker te Leeuwarden. Als notabele zal deze lid van de Zeilvereeniging `Oostergoo' zijn geweest. Of hij anders dan alleen in 1919 in de wedstrijden van die vereniging uitkwam weten we niet: in die jaren staan in het bekende verslagenhoek veelal slechts de prijswinnaars vermeld.
In het Nederlandse jachtregister van ANWB en KVNWV uit 1924-25 staat de "Bever.' genoteerd als Friesch jacht, afmetingen 6,20 bij 2,20 meter, bouwer E.T. Holtrop te IJlst, eigenaar A.J. Sonnega te Leeuwarden, waarschijnlijk een zoon van eerdergenoemde H.W. Sonnega. De "Bever" zou, volgens aantekeningen in het stamboekarchief, in 1934 zijn verkocht.

Stamboek van Friese Ronde Jachten

Waarschijnlijk heeft Hendrik Voordewind zijn troetelkind daarna uit het oog verloren, want er vangt een periode aan waarover we zeer slecht geïnformeerd zijn. Het schip begint een zwerftocht kriskras door het land, van Amsterdam naar Groningen. Goes en weer Amsterdam. Het is ons niet gelukt hier duidelijkheid in te krijgen. Pas na de Tweede Wereldoorlog duikt de "Bever" weer op. Geattendeerd door de serie artikelen van Van Waning in 1952 en 1953 in "De Waterkampioen" over de inrichting van een Stamboek van Friese Ronde Jachten, meldde zich J. Haaitsma te Emmeloord. De eerste schepenlijst van de in 1955 opgerichte Stichting Stamhoek Ronde en Platbodemjachten, gepubliceerd in hetzelfde blad, vermeldt de "Bever" als Fries jacht op diens naam, hoewel het schip toen al van een roef was voorzien, zoals bijgaande foto laat zien. De roef zal waarschijnlijk al in de dertiger jaren zijn aangebracht; in die tijd werden meer van dergelijke open ronde jachten van een kajuit voorzien. Ook toont de foto dat het boeisel in het voorschip duidelijk is verhoogd en dat de huid is ingeblikt: het schip had zijn doodshemd reeds aan. Haaitsma schijnt bij zijn aanmelding reeds om hulp gevraagd te hebben om zijn al meer dan 130 jaar oude schip van de ondergang te redden. wat toen nog niet tot de mogelijkheden behoorde. Dat de "Bever", onder de huidige naam "Lytse Bever", nog bestaat is te danken aan twee personen, zoals hierna zal blijken.

"Ik was sprakeloos dat zoiets moois daar zomaar stond!"

Omstreeks 1958 leek inderdaad het einde gekomen, zoals blijkt uit een brief die wij ontvingen van de heer J. Hoogendoorn te Deventer. Deze was in 1958 juist belast met de leiding van de dienstkring Deventer (IJssel-Noord) van Rijkswaterstaat.
Hij vertelt in die brief het volgende: .... Eind 1958 trof ik de "Bever" aan op de wal bij het Deventer Overslagbedrijf. Ik was sprakeloos dat zoiets moois daar zomaar stond! ... toen ik na zo'n veertien dagen weer ter plaatse was, moest ik tot mijn ergernis constateren dat er inmiddels een aantal vernielingen was gepleegd. Bij navraag bij mijn personeel bleek dat men als vriendendienst - met mijn verlof - behulpzaam was geweest hij het bergen van het in de jachthaven gezonken vaartuig. De bij hen bekende eigenaar (de heer Ernst Selbeck.) had als leek een miskoop gedaan toen hij de "Bever" als zeilboot voor z'n zoontjes kocht, en stelde er verder geen prijs meer op - ze was te ver heen. Ik heb het jacht dus van hem overgenomen ... Het werd vervoerd naar de waterstaatsopslag om verdere vernielingen te voorkomen, maar de toestand bleek zo deplorabel dat het na een aantal pogingen om er wat van te maken verder zo bleef liggen. Uiteindelijk leek het mij het beste om het roerbeeld maar in m'n buis te plaatsen en hel jacht in een zandgat te laten zinken - ik wilde het niet aandoen dat het tot visboot of een andere pieremachochel zou verworden.
Op instigatie van de heer Ruytenschild van de ANWB schreef' de heer Hoogendoorn een artikeltje in "De Waterkampioen" waarin hij de droevige staat van het jacht beschreef en waarin hij een oproep deed het van de ondergang te redden. Vele gegadigden meldden zich, maar veel potentiële redders haakten af, meestal vanwege de hoge kosten.

'Lytse bever' proefvaart na restauratie in 1963 (foto Theo Kampa)
'Lytse bever' proefvaart na restauratie in 1963 (foto Theo Kampa)

Grote restauratie door Tjeerd van der Meulen in 1963

Ten slotte was het dr C.F. Diesch te Zwolle, kabinetschef van de Commissaris van de Koningin in Overijssel, die de "Bever" overnam en hem tot nieuw leven bracht. Diens zoon, de heer A.L. Diesch te Mariënheem. lichtte ons uitvoerig in over de wederwaardigheden van het schip sinds 1960. Op een dieplader werd de "Bever" naar de werf in Joure gebracht, waar Tjeerd van der Meulen de restauratie uitvoerde. Die kwam neer op een bijna volledige nieuwbouw: plank voor plank, inhout voor inhout werd vernieuwd. Alleen het roer met de uit het water opklimmende bever was nog in redelijke staat. Het werd minutieus gerestaureerd en waar nodig bijgewerkt door de destijds bekende houtsnijder A. Swart te Joure, die voor menig rond jacht fraaie roerleeuwen en ander snijwerk heeft gemaakt. Ook het verdere houtsnijwerk aan kluisborden, beretanden, roetluik en kuip zijn van zijn hand. Het voordek werd wat hoger gelegd, waardoor de oude bedelbalk moest vervallen. Er is een fraaie foto gemaakt van de proefvaart na de voltooiing van de restauratie met Tjeerd van der Meulen aan het roer ergens op de Zwarte Brekken.
Aanvankelijk (tot 1968) kreeg de "Bever" de jachthaven van Zwartsluis als thuishaven; later werd dat De Blauwe Hand bij Giethoorn en van 1970 tot 1975 Blokzijl. In 1969 kocht dr Diesch ook de hoogaars "Banjaard", die hij op zijn werf van herkomst Duyvendijk in Tholen liet restaureren. Eerst alleen met de "Bever", later gezamenlijk met de "Banjaard", werden alle reünies van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten (Blokzijl, Willemstad, Zierikzee) bezocht. Het oude roer moest op den duur toch vervangen worden. In 1965. tijdens een stormachtige Hemelvaartsclag, verdaagde de "Bever" op het Zwartemeer op lagerwal, waarbij het roer averij opliep. Een schip van Rijkswaterstaat bracht de "Bever" naar zijn thuishaven in Zwartsluis. Hoewel het roer door Swart werd gerepareerd en bijgewerkt, bleek het niet betrouwbaar meer. Swart kreeg toen de opdracht een nieuw roer met een getrouwe kopie van de bever te snijden. Inderdaad zijn de beide roeren in uiterlijk en schilderwerk niet van elkaar te onderscheiden. Het oorspronkelijke roer is nog in het bezit van de familie.

Na 1980

In 1980 verkocht dr Diesch de "Bever" aan mevrouw Y.M.P. Oosting-Verloop te Utrecht. De heer en mevrouw Oosting bezaten een tweede woning in Blokzijl en enkele jaren later in de buurt van Giethoorn. Het vaargebied bleef dus het plassengehied van Noordwest-Overijssel. Teneinde verwarring te voorkomen met de nog oudere en grotere "Bever" werd de naam veranderd in "Lytse Bever". Aan evenementen werd deelgenomen in 1980 aan Sail-Amsterdam, waarbij het scheepje, afgemeerd hij het Nederlands Scheepvaartmuseum, veel kijkers trok, en in 1981 aan de Regionale Friese Reünie in Heeg.
In 1988 verwierf ir G.J. Karreman te Delft, de "Lytse Bever". Aanvankelijk, tot 1994, was Blokzijl de thuishaven. Na deelname in 1988 aan de Regionale Friese Reünie in Heeg ging de boeier naar Jachtwerf Van der Meulen in Sneek voor reparaties aan het boeisel. Grootschalige evenementen waarbij de "Lytse Bever" aanwezig was, zijn: Sail-Amsterdam in 1990, waarbij in het dagblad "De Telegraaf' de deelname van de "Lytse Bever" uit 1820 speciaal werd vermeld, Sail-Brest in 1992 en Sail-Amsterdam 1995. Vanaf 1995 heeft de boeier ligplaats in een schiphuis in Terhorne en vandaar uit werd weer elk jaar de houten reünie in Heeg bezocht. In 1999 werden ingrijpende herstellingen uitgevoerd, weer hij Van der Meulen in Sneek.

Technische gegevens

Hoofdafmetingen

  • Lengte over de stevens                   6,68 m
  • Grootste breedte over de berghouten 2,48 m
  • Holte op het grootspant                  1,16 m
  • Diepgang                                         0,45 m
  • Zeiloppervlak; grootzeil + fok         34,0 m2
  • Kluiver                                              7,0 m2

Bijzonderheden

  • kielbalk hoog 5 cm dik 7 cm
  • plat vlak
  • hoekige kimmen
  • vlaktilling 0°
  • zandstrook + verloren gang
  • 3 huidgangen boven de kim
  • fraai snijwerk op beretanden, kluisborden, kajuit-rand, hennebalk en boeisel
  • bijzonder mooi gesneden bij de achterkant van het roer opklimmende bever

Opmerkingen

De "Lytse Bever" heeft voor een rond jacht van ruim 6,5 meter lengte een betrekkelijk geringe breedte en vertoont weinig zeeg, zoals ook al te zien is op de oude foto uit 1893. Het achterschip is vrij sterk geveegd.

2006

maart 2006

maart 2006: SSRP Jaarverslag 2005 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 2005 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:
Het project om de boeier Lytse Bever terug te brengen in haar toestand als open beurtscheepje is een voorbeeld waarbij de schaarse oude foto’s een deel van de benodigde informatie verschaffen, maar ook vragen onbeantwoord laten. Het verloop van de bovenkant van de boeisels is bij Jachtwerf Van der Meulen zoveel mogelijk gereconstrueerd aan de hand van foto’s van vóór 1900 toen de Bever als verhuurjacht dienst deed bij de illustere Tjerk Voordewind.

Helaas zijn er geen afbeeldingen beschikbaar van de binnenkant van het schip. Het zeilwerk is gemaakt zoals algemeen gangbaar is. Nu het schip weer open is valt vooral op hoe lang en smal het ‘ruim’ tussen stuurdoft en zeilwerk is.

 


Het blijft een open vraag hoe een dergelijk ruim ingetimmerd was.

2008

31 december 2008

31 december 2008: Boek de Lytse Bever

Oorspronkelijk in 1820 gebouwd als een open jacht werd de Bever daarna gebruikt als beurtschip tussen het dorp Eernewoude en de stad Leeuwarden. Na een aantal jaren als verhuurjacht te zijn geëxploiteerd, is er aan het begin van de twintigste eeuw jarenlang een zeilsport mee beoefend. Daarna is het jacht, nadat het bijna verloren was gegaan, herbouwd tot boeier. Bij de laatste restauratie in de huidige tijd is het schip weer zoveel mogelijk in zijn oorspronkelijke vorm teruggebracht. Beschrijvingen en verhalen van de opeenvolgende eigenaren completeren deze boeiende historie. Evenals een beschrijving van de werf waar het schip gebouwd werd, en van de verantwoordelijke scheepsbouwer, is ook de laatste restauratie uitvoerig in beeld gebracht. Het boek is daarbij voorzien van een zeer groot aantal afbeeldingen die het verhaal ondersteunen. De Lytse Bever kent een boeiende levensloop die veel liefhebbers van ronde en platbodem jachten zal aanspreken.

De Lytse Bever - Van Bijlbrief tot Varend Monument door Peter Tolsma

2015

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht